B1

De Aanvoegende Wijs Tegenwoordig Tijd (Congiuntivo Presente) in het Italiaans

Congiuntivo Presente

Overzicht

De aanvoegende wijs (congiuntivo) is een aparte modus die je gebruikt om twijfel, wens, emotie, vrees of mening uit te drukken. In tegenstelling tot de aantonende wijs (indicativo) — die feiten beschrijft — beschrijft de congiuntivo subjectieve of onzekere situaties.

In het Nederlands is de aanvoegende wijs grotendeels verdwenen (behalve in uitdrukkingen als "moge hij rusten in vrede"). In het Italiaans is hij echter springlevend en verplicht in veel situaties, met name na werkwoorden van denken, willen, hopen en vrezen.

De basisregel voor gebruik: na che + een werkwoord dat subjectiviteit uitdrukt, gebruik je de congiuntivo.

Hoe het werkt

Vorming: tegenwoordige tijd

-are werkwoorden (uitgang: -i, -i, -i, -iamo, -iate, -ino)

Persoon parlare
io parli
tu parli
lui/lei parli
noi parliamo
voi parliate
loro parlino

-ere werkwoorden (uitgang: -a, -a, -a, -iamo, -iate, -ano)

Persoon vedere
io veda
tu veda
lui/lei veda
noi vediamo
voi vediate
loro vedano

-ire werkwoorden (uitgang: -a, -a, -a, -iamo, -iate, -ano / of met -isco-stam)

Persoon dormire finire
io dorma finisca
tu dorma finisca
lui/lei dorma finisca
noi dormiamo finiamo
voi dormiate finiate
loro dormano finiscano

Veelgebruikte onregelmatige vormen

Werkwoord Congiuntivo (io/tu/lui)
essere sia
avere abbia
andare vada
fare faccia
venire venga
dire dica
potere possa
dovere debba
sapere sappia
volere voglia

Wanneer gebruik je de congiuntivo?

Na werkwoorden van denken en mening (che + congiuntivo):

  • Penso che sia una buona idea. — Ik denk dat het een goed idee is.
  • Credo che venga domani. — Ik denk dat hij morgen komt.

Na werkwoorden van wil (che + congiuntivo):

  • Voglio che tu venga. — Ik wil dat jij komt.
  • Preferisco che tu aspetti. — Ik stel er de voorkeur aan op dat jij wacht.

Na werkwoorden van hoop/vrees (che + congiuntivo):

  • Spero che tutto vada bene. — Ik hoop dat alles goed gaat.
  • Temo che sia tardi. — Ik vrees dat het te laat is.

Na unpersoonlijke uitdrukkingen (che + congiuntivo):

  • È importante che studiamo. — Het is belangrijk dat we studeren.
  • È possibile che venga. — Het is mogelijk dat hij komt.
  • Bisogna che tu sappia. — Het is nodig dat jij het weet.

Wanneer geen congiuntivo?

Als het onderwerp van de hoofd- en bijzin hetzelfde is, gebruik je de infinitief:

  • Voglio venire. — Ik wil komen. (zelfde onderwerp: ik)
  • Voglio che tu venga. — Ik wil dat jij komt. (ander onderwerp: jij)

Voorbeelden in context

Italiaans Nederlands Opmerking
Penso che sia una buona idea. Ik denk dat het een goed idee is. pensare che + congiuntivo
Voglio che tu venga. Ik wil dat jij komt. volere che + congiuntivo
Spero che tutto vada bene. Ik hoop dat alles goed gaat. sperare che + congiuntivo
È importante che studiamo. Het is belangrijk dat we studeren. onpersoonlijk + congiuntivo
Non credo che sia vero. Ik geloof niet dat het waar is. credere che (negatief)
Bisogna che tu sappia. Het is nodig dat jij het weet. bisogna che + congiuntivo
Temo che arrivi tardi. Ik vrees dat hij te laat aankomt. temere che + congiuntivo
È possibile che venga. Het is mogelijk dat hij komt. possibile che + congiuntivo
Preferisco che lui aspetti fuori. Ik stel er de voorkeur aan op dat hij buiten wacht. preferire che + congiuntivo
Mi sembra che abbiano ragione. Het lijkt mij dat ze gelijk hebben. sembrare che + congiuntivo

Veelgemaakte fouten

Indicativo in plaats van congiuntivo

  • Fout: Penso che è una buona idea.
  • Correct: Penso che sia una buona idea.
  • Waarom: Na pensare che is de congiuntivo verplicht.

Congiuntivo bij zelfde onderwerp

  • Fout: Voglio che io venga.
  • Correct: Voglio venire.
  • Waarom: Als het onderwerp van beide zinnen hetzelfde is, gebruik je de infinitief, niet de congiuntivo.

Enkel/meervoud in de congiuntivo

  • Let op: io/tu/lui/lei hebben bij -are werkwoorden allemaal dezelfde vorm (parli). Context maakt duidelijk wie het onderwerp is.

Gebruiksnotities

In de dagelijkse spreektaal hoor je soms het indicatief na che ook in formeel te congiuntivo-contexten. Italianen (met name jongeren en in het zuiden) doen dit regelmatig informeel. Als taallerder is het beter om de congiuntivo consequent te gebruiken — het maakt een verzorgde indruk.

De congiuntivo klinkt voor Nederlandstaligen vreemd omdat we hem niet meer in het dagelijks gebruik hebben. Maar na enige oefening wordt hij vertrouwd.

Oefentips

  1. Kies tien werkwoorden die de congiuntivo vereisen (pensare, credere, volere, sperare, temere, è importante, è possibile...) en maak voor elk een zin.
  2. Oefen het onderscheid: zelfde onderwerp → infinitief / ander onderwerp → congiuntivo: Voglio partire vs Voglio che tu parta.
  3. Maak de congiuntivo-vormen van de meest voorkomende onregelmatige werkwoorden (essere, avere, andare, fare, venire) en leer ze als tabel.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Regelmatige werkwoorden op -ARE in het ItaliaansA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer B1-concepten

Wil je De Aanvoegende Wijs Tegenwoordig Tijd (Congiuntivo Presente) in het Italiaans en meer Italiaans-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen