B1

Vergelijkingen met *più* en *meno* in het Italiaans

Comparativi

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Italiaans op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Voor een ongelijkheid gebruik je meestal più (meer) of meno (minder) vóór een bijvoeglijk naamwoord: Roma è più grande di Firenze. Kies di als je twee personen of zaken op één punt vergelijkt, maar che als je twee eigenschappen, handelingen of alternatieven tegenover elkaar zet: È più facile leggere che scrivere.

Overzicht

Met een comparatief, oftewel een vergrotende trap, geef je aan dat iemand of iets een eigenschap in sterkere of juist minder sterke mate heeft. In het Nederlands doen we dat vaak met -er dan (groter dan) of meer/minder ... dan. Het Italiaans gebruikt geen uitgang als -er, maar de losse woorden più en meno: più grande en meno costoso.

De basis is eenvoudig, maar het woord dat overeenkomt met Nederlands dan vraagt extra aandacht. Het Italiaans kiest tussen di en che. Die keuze hangt niet af van het Nederlandse woord, maar van wat er precies aan weerszijden van de vergelijking staat. Daardoor is letterlijk vertalen vanuit het Nederlands geen betrouwbare aanpak.

Deze constructies horen bij niveau B1. Je kent dan normaal al de verbuiging van bijvoeglijke naamwoorden: een bijvoeglijk naamwoord (een woord dat een eigenschap noemt, zoals grande of caro) past zich waar nodig aan het zelfstandig naamwoord aan. Die verbuiging blijft ook in een vergelijking gelden.

Hoe het werkt

De basisvorm met più en meno

De gewone structuur is:

Betekenis Italiaans patroon Voorbeeld
sterker in een eigenschap più + bijvoeglijk naamwoord una strada più lunga — een langere weg
minder sterk in een eigenschap meno + bijvoeglijk naamwoord un albergo meno caro — een minder duur hotel
vergelijking met een tweede element più/meno + bijvoeglijk naamwoord + di/che più lungo di..., meno utile che...

Più en meno veranderen nooit van vorm. Het bijvoeglijk naamwoord doet dat soms wel:

  • un esercizio più difficile — een moeilijkere oefening
  • due esercizi più difficili — twee moeilijkere oefeningen
  • una camera meno rumorosa — een minder lawaaiige kamer
  • camere meno rumorose — minder lawaaiige kamers

Ook bij bijwoorden, die vertellen hoe iets gebeurt, gebruik je dezelfde woorden: Parla più lentamente betekent ‘Hij/zij spreekt langzamer’. Een zelfstandig naamwoord kan eveneens volgen: Ho più tempo e meno pazienza — ‘Ik heb meer tijd en minder geduld’.

Wanneer gebruik je di?

Gebruik di wanneer je twee verschillende personen, dieren, plaatsen of zaken vergelijkt met betrekking tot één eigenschap, hoeveelheid of handeling. Je kunt de vergelijking dan vaak lezen als: A is op dit punt meer of minder dan B.

  • Giulia è più alta di Marta. — Giulia is langer dan Marta.
  • Questo treno è meno veloce dell'altro. — Deze trein is minder snel dan de andere.
  • Paolo lavora più di me. — Paolo werkt meer dan ik.
  • Abbiamo speso meno di loro. — We hebben minder uitgegeven dan zij.

Voor een lidwoord trekt di samen, net zoals in andere Italiaanse constructies:

Combinatie Vorm Voorbeeld
di + il del più alto del fratello
di + lo dello meno caro dello zaino blu
di + la della più grande della cucina
di + i dei più giovani dei vicini
di + gli degli meno rumorosi degli altri
di + le delle più comode delle sedie

Voor een getal of hoeveelheid betekent più di ‘meer dan’ en meno di ‘minder dan’:

  • Il viaggio dura più di tre ore. — De reis duurt langer dan drie uur.
  • Costa meno di cinquanta euro. — Het kost minder dan vijftig euro.
  • C'erano più di cento persone. — Er waren meer dan honderd mensen.

Wanneer gebruik je che?

Gebruik che wanneer je niet simpelweg twee zelfstandige personen of zaken op één punt vergelijkt, maar twee elementen binnen dezelfde situatie tegenover elkaar zet. Dat gebeurt vooral bij twee eigenschappen, twee handelingen, twee hoeveelheden van verschillende zaken of twee bepalingen met een voorzetsel.

Twee eigenschappen van dezelfde persoon of zaak

  • Il film è più lungo che interessante. — De film is eerder lang dan interessant.
  • La stanza è più pratica che bella. — De kamer is meer praktisch dan mooi.

Hier vergelijk je niet de film met iets anders. Je vergelijkt lungo met interessante als beschrijvingen van dezelfde film.

Twee handelingen

  • È più facile leggere che scrivere. — Lezen is gemakkelijker dan schrijven.
  • Mi piace più camminare che correre. — Ik wandel liever dan dat ik ren.

De infinitief is de onbepaalde vorm van het werkwoord, zoals leggere ‘lezen’ en scrivere ‘schrijven’. Als twee infinitieven tegenover elkaar staan, is che de normale keuze.

Twee verschillende zaken als hoeveelheid of voorkeur

  • Mangiamo più verdura che carne. — We eten meer groente dan vlees.
  • Ha comprato meno libri che riviste. — Hij/zij heeft minder boeken dan tijdschriften gekocht.

De zin vergelijkt hier de hoeveelheid groente met de hoeveelheid vlees, of het aantal boeken met het aantal tijdschriften. Daarom staat er che. Vergelijk dit met Mangiamo più verdura di loro: daar vergelijk je hoeveel wij eten met hoeveel zij eten, en gebruik je dus di.

Twee voorzetselgroepen of andere alternatieven

Een voorzetsel is een klein woord dat een relatie uitdrukt, zoals a ‘in/naar’, con ‘met’ of per ‘voor’. Als beide vergeleken delen zo'n voorzetsel hebben, gebruik je doorgaans che:

  • Sto meglio a casa che in ufficio. — Ik voel me thuis beter dan op kantoor.
  • Viaggio più volentieri in treno che in autobus. — Ik reis liever met de trein dan met de bus.
  • Lo faccio più per te che per me. — Ik doe het meer voor jou dan voor mezelf.

Een bruikbare controlevraag is: vergelijk ik twee dingen op één schaal? Kies dan meestal di. Zet ik twee eigenschappen, handelingen, soorten of omstandigheden tegenover elkaar? Kies dan che.

Onregelmatige vormen

Vier veelgebruikte bijvoeglijke naamwoorden hebben een korte, onregelmatige comparatief. Die gedraagt zich als een gewoon bijvoeglijk naamwoord en krijgt in het meervoud -i, maar heeft geen aparte mannelijke en vrouwelijke vorm.

Basisvorm Onregelmatige comparatief Meervoud Gewone betekenis
buono migliore migliori beter
cattivo peggiore peggiori slechter
grande maggiore maggiori groter, belangrijker, ouder
piccolo minore minori kleiner, minder belangrijk, jonger

Voorbeelden zijn un risultato migliore, una soluzione migliore en due soluzioni migliori. Het geslacht verandert de vorm dus niet; alleen enkelvoud en meervoud doen dat.

Migliore en peggiore beoordelen meestal de kwaliteit van een persoon of zaak:

  • Questo vino è migliore. — Deze wijn is beter.
  • La seconda proposta è peggiore della prima. — Het tweede voorstel is slechter dan het eerste.

Bij grande en piccolo bestaat een belangrijk betekenisverschil. Voor letterlijke afmetingen zijn più grande en più piccolo meestal het natuurlijkst. Maggiore en minore komen vooral voor bij leeftijd, belang, rang, ernst of abstracte hoeveelheden:

  • La mia camera è più grande della tua. — Mijn kamer is groter dan die van jou.
  • Mia sorella maggiore vive a Torino. — Mijn oudere zus woont in Turijn.
  • È un problema di minore importanza. — Het is een probleem van minder belang.
  • Il rischio è maggiore del previsto. — Het risico is groter dan verwacht.

De bijwoorden bene ‘goed’ en male ‘slecht’ hebben de vormen meglio ‘beter’ en peggio ‘slechter’. Bijwoorden beschrijven hier de handeling en veranderen niet:

  • Oggi lavoro meglio. — Vandaag werk ik beter.
  • Con il rumore dormo peggio. — Met lawaai slaap ik slechter.

Dit verschil lijkt op Nederlands goed tegenover goed/beter bij een handeling, maar het Italiaans maakt de grammaticale keuze zichtbaarder: een zelfstandig naamwoord is migliore, een handeling gebeurt meglio.

Voorbeelden in context

Italiaans Nederlands Toelichting
Roma è più grande di Firenze. Rome is groter dan Florence. Twee steden, één eigenschap: di.
È meno caro di quello. Het is minder duur dan dat exemplaar. Twee zaken worden op prijs vergeleken.
Marta è più paziente di me. Marta is geduldiger dan ik. Di vóór een persoonlijk voornaamwoord.
Questo esercizio è più utile che difficile. Deze oefening is eerder nuttig dan moeilijk. Twee eigenschappen van dezelfde oefening.
È più facile leggere che scrivere. Lezen is gemakkelijker dan schrijven. Twee handelingen: che.
Bevo più tè che caffè. Ik drink meer thee dan koffie. Twee soorten drank als hoeveelheden.
Lavoro meglio a casa che in biblioteca. Ik werk thuis beter dan in de bibliotheek. Twee plaatsbepalingen.
Il regionale è meno veloce del treno ad alta velocità. De regionale trein is minder snel dan de hogesnelheidstrein. Di + il wordt del.
La riunione è durata più di due ore. De vergadering duurde langer dan twee uur. Più di vóór een getal.
Questa soluzione è migliore della precedente. Deze oplossing is beter dan de vorige. Onregelmatig migliore.
Il traffico oggi è peggiore di ieri. Het verkeer is vandaag slechter dan gisteren. Onregelmatig peggiore.
Luca è mio fratello minore. Luca is mijn jongere broer. Minore drukt leeftijd uit.
Con una mappa troviamo la strada più facilmente. Met een kaart vinden we de weg gemakkelijker. Vergelijking van de manier waarop iets gebeurt.
Adesso ho meno tempo, ma più energia. Nu heb ik minder tijd, maar meer energie. Meno en più vóór zelfstandige naamwoorden.

Veelgemaakte fouten

Overal di gebruiken omdat Nederlands altijd dan heeft

  • Fout: È più facile leggere di scrivere.
  • Goed: È più facile leggere che scrivere.
  • Waarom: Er staan twee handelingen tegenover elkaar. Het Nederlandse dan wordt in zo'n Italiaanse constructie che.

Che gebruiken bij twee personen

  • Fout: Anna è più alta che Lucia.
  • Goed: Anna è più alta di Lucia.
  • Waarom: Anna en Lucia worden op één eigenschap vergeleken. Bij twee personen of zaken gebruik je hier di.

De verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord vergeten

  • Fout: Le camere sono meno rumoroso.
  • Goed: Le camere sono meno rumorose.
  • Waarom: Meno blijft gelijk, maar rumoroso moet bij het vrouwelijke meervoud camere passen.

Een dubbele vergrotende trap maken

  • Fout: Questa idea è più migliore.
  • Goed: Questa idea è migliore.
  • Waarom: Migliore betekent zelf al ‘beter’. In verzorgd standaarditaliaans voeg je daar geen più aan toe. Hetzelfde geldt voor peggiore, maggiore en minore wanneer ze echt als comparatief worden gebruikt.

migliore en meglio verwisselen

  • Fout: Questo ristorante è meglio di quello.
  • Goed: Questo ristorante è migliore di quello.
  • Waarom: Ristorante krijgt een eigenschap, dus je hebt het bijvoeglijk naamwoord migliore nodig. In Qui si mangia meglio beschrijft meglio juist hoe men eet.

maggiore voor elke grotere afmeting kiezen

  • Minder natuurlijk: Vorrei una valigia maggiore.
  • Natuurlijk: Vorrei una valigia più grande.
  • Waarom: Voor fysieke afmetingen is più grande gewoonlijk de alledaagse keuze. Maggiore past beter bij leeftijd, belang, rang, ernst en abstracte grootte.

Gebruiksnotities

Versterken en afzwakken

Je kunt precies aangeven hoe groot het verschil is. Zulke woorden staan doorgaans vóór più of meno:

  • molto più semplice — veel eenvoudiger
  • un po' meno caro — iets minder duur
  • ancora più importante — nog belangrijker
  • sempre più difficile — steeds moeilijker
  • di gran lunga migliore — verreweg beter

Let op molto più: molto versterkt hier de vergelijking. Zonder più betekent molto semplice gewoon ‘heel eenvoudig’, niet ‘veel eenvoudiger’.

Een vergelijking zonder tweede deel

Net als in het Nederlands hoeft het tweede element niet altijd genoemd te worden als het duidelijk is:

  • Cerco una soluzione più economica. — Ik zoek een goedkopere oplossing.
  • Oggi sto meglio. — Vandaag voel ik me beter.
  • Questo vino è migliore. — Deze wijn is beter.

De luisteraar leidt uit de situatie af waarmee wordt vergeleken: met een eerdere oplossing, met gisteren of met een andere wijn.

più buono en più cattivo

De onregelmatige vormen zijn belangrijk, maar de regelmatige combinaties bestaan ook. Più buono komt bijvoorbeeld voor wanneer buono ‘lekker’, ‘vriendelijk’ of ‘goedhartig’ betekent: Questa torta è più buona di quella. Migliore klinkt vaker als een algemener oordeel over kwaliteit. Ook più cattivo kan slaan op een gemener persoon of een sterkere onaangename smaak, terwijl peggiore doorgaans ‘slechter van kwaliteit of toestand’ betekent. De precieze keuze hangt dus mede af van de bedoelde betekenis.

Verder dan de basis

Vergelijken met een hele bijzin

Soms is het tweede deel geen enkel woord, maar een bijzin (een deelzin met een eigen werkwoord). Dan verschijnt vaak di quanto: ‘dan wat’ of ‘dan ...’.

  • È più difficile di quanto pensassi. — Het is moeilijker dan ik dacht.
  • Abbiamo speso meno di quanto avevamo previsto. — We hebben minder uitgegeven dan we hadden voorzien.
  • La situazione è migliore di quanto sembri. — De situatie is beter dan ze lijkt.

Na di quanto staat vaak de aanvoegende wijs, de congiuntivo (een werkwoordsvorm voor onder meer beoordeling, onzekerheid of een niet als los feit gepresenteerde gedachte), zoals pensassi en sembri. In andere contexten komt ook de aantonende wijs voor. Voor B1 is het vooral nuttig om più/meno ... di quanto als vast herkenningspatroon te leren; de keuze van de werkwoordsvorm kun je later verfijnen.

che kan ‘eerder ... dan ...’ betekenen

Bij twee eigenschappen is de vergelijking niet altijd letterlijk meetbaar. È più prudente che timido betekent dat ‘voorzichtig’ een betere typering is dan ‘verlegen’. In natuurlijk Nederlands past dan vaak eerder ... dan ... beter dan een letterlijke vergrotende trap. Dit gebruik is handig om genuanceerd te corrigeren of te herformuleren zonder de eerste beschrijving volledig af te wijzen.

Geen verwarring met de overtreffende trap

Vergelijk deze twee zinnen:

  • Giulia è più alta di Marta. — Giulia is langer dan Marta.
  • Giulia è la più alta della classe. — Giulia is de langste van de klas.

In de tweede zin staat een bepaald lidwoord (la) bij più alta: dat vormt de relatieve overtreffende trap. Dezelfde woorden più en di kunnen dus voorkomen, maar de aanwezigheid van het lidwoord en de betekenis ‘de ...ste’ maken de constructie anders.

Gelijkheid gebruikt andere woorden

Voor ‘even ... als’ gebruik je niet di of het vergelijkende che, maar meestal (così) ... come of (tanto) ... quanto:

  • Luca è alto come Marco. — Luca is even lang als Marco.
  • Questo modello è tanto pratico quanto economico. — Dit model is even praktisch als voordelig.

Dit valt buiten de kern van de ongelijkheidsvergelijking, maar het contrast voorkomt een veelvoorkomende Nederlandse denkfout: Nederlands gebruikt zowel dan als als, terwijl Italiaans zijn eigen patronen heeft.

Oefentips

  1. Stel bij elke vergelijking twee vragen. Vergelijk je twee personen of zaken op één punt? Kies voorlopig di. Vergelijk je twee eigenschappen, handelingen, soorten of voorzetselgroepen? Kies che.
  2. Maak contrastparen. Schrijf bijvoorbeeld naast elkaar: Mangio più pasta di Luca en Mangio più pasta che riso. Zo wordt het betekenisverschil tussen di en che zichtbaar in plaats van een losse regel die je uit het hoofd leert.
  3. Oefen de onregelmatige vormen in combinaties. Maak zinnen met una soluzione migliore, risultati peggiori, mia sorella maggiore en lavorare meglio. Daarmee train je tegelijk enkelvoud/meervoud en het verschil tussen migliore en meglio.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Regelmatige bijvoeglijke naamwoorden in het ItaliaansA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer B1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Comparativi in Italiaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Italiaans · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen