De imperfecto de subjuntivo in het Spaans
Subjuntivo Imperfecto
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Spaans op Settemila Lingue.
Kort gezegd
De imperfecto de subjuntivo is een verleden vorm van de Spaanse aanvoegende wijs: een werkwoordsvorm voor onder meer wensen, twijfel, reacties en niet-werkelijke situaties. Je vormt hem vanuit de ellos/ellas-vorm van de pretérito indefinido: hablaron → hablara, tuvieron → tuviera. De twee reeksen op -ra en -se betekenen meestal hetzelfde, maar de vormen op -ra zijn in het hedendaagse Spaans veel gebruikelijker.
Overzicht
De subjuntivo (aanvoegende wijs: een werkwoordsvorm die een houding tegenover een gebeurtenis uitdrukt) ken je mogelijk al uit zinnen als Quiero que vengas — ‘Ik wil dat je komt.’ Staat zo'n wens, reactie, twijfel of noodzaak in een verleden kader, dan verschijnt vaak de imperfecto de subjuntivo: Quería que vinieras — ‘Ik wilde dat je kwam.’ Dit is een belangrijk onderwerp op B2-niveau, omdat je er niet alleen over feiten mee praat, maar ook over verwachtingen, gemiste mogelijkheden en denkbeeldige situaties.
Voor Nederlandstaligen voelt deze vorm aanvankelijk ongewoon. Het Nederlands heeft geen alledaagse, productieve aanvoegende wijs met een volledig eigen rij uitgangen. Wij gebruiken meestal een gewone verleden tijd, een hulpwerkwoord of de context: ‘Als ik kon, zou ik het doen.’ In het Spaans hebben de twee delen juist verschillende vormen: Si pudiera, lo haría. Vertaal daarom niet woord voor woord; kijk eerst welke functie de bijzin heeft.
De naam imperfecto kan bovendien misleiden. Deze vorm is niet simpelweg de subjuntivo-versie van de Spaanse imperfecto in hablaba. Hij kan naar het verleden verwijzen, maar drukt ook een onwerkelijke situatie in het heden of de toekomst uit: Si mañana hiciera buen tiempo... — ‘Als het morgen mooi weer zou zijn...’
Zo werkt het
Vorming vanuit de derde persoon meervoud
Neem de vorm voor ellos/ellas/ustedes van de pretérito indefinido (de afgeronde verleden tijd), verwijder -ron en voeg de uitgangen toe. Deze methode werkt ook bij onregelmatige werkwoorden, omdat hun onregelmatige stam al in die verleden vorm zit.
| Infinitief | Zij-vorm verleden tijd | Stam | Ik-vorm op -ra | Ik-vorm op -se |
|---|---|---|---|---|
| hablar | hablaron | habla- | hablara | hablase |
| comer | comieron | comie- | comiera | comiese |
| vivir | vivieron | vivie- | viviera | viviese |
| tener | tuvieron | tuvie- | tuviera | tuviese |
| hacer | hicieron | hicie- | hiciera | hiciese |
| decir | dijeron | dije- | dijera | dijese |
Let op: bij decir is de vorm dijeron, niet dijieron. Daarom krijg je dijera. Bij traer geldt hetzelfde patroon: trajeron → trajera.
De volledige uitgangen
De twee reeksen zijn grammaticaal gelijkwaardig. In de nosotros-vorm krijgt de klinker vóór de uitgang een accent: habláramos, comiésemos. Dat accent houdt de klemtoon op dezelfde lettergreep.
| Persoon | Reeks op -ra: hablar | Reeks op -se: hablar |
|---|---|---|
| yo | hablara | hablase |
| tú | hablaras | hablases |
| él, ella, usted | hablara | hablase |
| nosotros/as | habláramos | hablásemos |
| vosotros/as | hablarais | hablaseis |
| ellos, ellas, ustedes | hablaran | hablasen |
| Persoon | Reeks op -ra: comer | Reeks op -se: comer |
|---|---|---|
| yo | comiera | comiese |
| tú | comieras | comieses |
| él, ella, usted | comiera | comiese |
| nosotros/as | comiéramos | comiésemos |
| vosotros/as | comierais | comieseis |
| ellos, ellas, ustedes | comieran | comiesen |
Na een hoofdzin in het verleden
Veel constructies die in het heden de presente de subjuntivo oproepen, krijgen in een verleden kader de imperfecto de subjuntivo:
- Quiero que vengas. → Quería que vinieras.
- Me alegra que estés aquí. → Me alegró que estuvieras allí.
- Es necesario que lo hagas. → Era necesario que lo hicieras.
- No creo que tengan tiempo. → No creía que tuvieran tiempo.
De bijzin (een zinsdeel met een eigen werkwoord dat van de hoofdzin afhangt) staat meestal na que. Niet iedere verleden hoofdzin vereist echter automatisch de subjuntivo. Een bevestigde mededeling blijft doorgaans in de aantonende wijs: Dijo que estaba cansado — ‘Hij zei dat hij moe was.’ Een wens of opdracht krijgt wel de subjuntivo: Pidió que saliéramos — ‘Hij vroeg ons weg te gaan.’ De betekenis van het hoofdwerkwoord is dus beslissend.
Onwerkelijke of weinig waarschijnlijke voorwaarden
Voor een denkbeeldige voorwaarde in het heden of de toekomst gebruik je:
si + imperfecto de subjuntivo, condicional simple
- Si tuviera más tiempo, aprendería japonés. — Als ik meer tijd had, zou ik Japans leren.
- Si pudieras elegir, ¿dónde vivirías? — Als je kon kiezen, waar zou je wonen?
De Nederlandse combinatie ‘als + verleden tijd, zou + infinitief’ lijkt hier gelukkig op. Het grote verschil is dat Spaans na si geen condicional gebruikt. Dus niet si tendría, maar si tuviera.
Een open, reële mogelijkheid krijgt daarentegen meestal de tegenwoordige tijd: Si tengo tiempo, voy/iré — ‘Als ik tijd heb, ga ik/zal ik gaan.’
Wensen met ojalá
Ojalá drukt een wens uit. De gekozen tijd laat zien hoe de spreker de wens bekijkt:
- Ojalá venga. — Hopelijk komt hij/zij. De spreker ziet dit nog als een reële mogelijkheid.
- Ojalá viniera. — Kwam hij/zij maar; ik wou dat hij/zij kwam. De wens klinkt minder waarschijnlijk, afstandelijker of in strijd met de huidige situatie.
- Ojalá hubiera venido. — Was hij/zij maar gekomen. De kans ligt definitief in het verleden.
Het Nederlandse ‘hopelijk’ is daarom niet altijd een goede één-op-éénvertaling. Bij een onwaarschijnlijke of onvervulde wens passen vaak ‘was ... maar’ of ‘ik wou dat ...’ beter.
Na como si
Na como si (‘alsof’) volgt de imperfecto de subjuntivo voor een gelijktijdige of huidige vergelijking, ook als de hoofdzin in de tegenwoordige tijd staat:
- Habla como si lo supiera todo. — Hij praat alsof hij alles weet.
- Me mira como si no me conociera. — Ze kijkt me aan alsof ze me niet kent.
Voor iets dat eerder gebeurd zou zijn, gebruik je de pluscuamperfecto de subjuntivo: Actuó como si no hubiera oído nada — ‘Hij deed alsof hij niets had gehoord.’
Voorbeelden in context
| Spaans | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Quería que vinieras. | Ik wilde dat je kwam. | Wens in een verleden kader |
| El médico recomendó que descansara unos días. | De arts raadde aan dat ik/hij/zij een paar dagen rust nam. | Advies na een verleden hoofdwerkwoord; het onderwerp blijkt uit de context |
| Nos sorprendió que nadie supiera la respuesta. | Het verbaasde ons dat niemand het antwoord wist. | Emotionele reactie |
| No creían que el plan funcionase. | Ze geloofden niet dat het plan zou werken. | Twijfel; correcte -se-vorm |
| Buscábamos a alguien que hablara neerlandés. | We zochten iemand die Nederlands sprak. | Gezochte persoon was niet als bestaande, bekende persoon vastgesteld |
| Si pudiera, lo haría. | Als ik kon, zou ik het doen. | Onwerkelijke of weinig waarschijnlijke voorwaarde |
| Si mañana lloviera, cancelaríamos la excursión. | Als het morgen zou regenen, zouden we de excursie afzeggen. | Denkbeeldige toekomstige situatie |
| Ojalá estuvieras aquí. | Was je maar hier. | Wens die niet overeenkomt met de huidige werkelijkheid |
| Hablaba como si fuera verdad. | Hij/zij praatte alsof het waar was. | Na como si |
| Cerró la puerta para que no entrara el frío. | Hij/zij deed de deur dicht zodat de kou niet binnenkwam. | Doel in een verleden kader |
| Antes de que empezara la reunión, apagué el móvil. | Voordat de vergadering begon, zette ik mijn telefoon uit. | Na antes de que |
| Te lo expliqué para que lo entendieras. | Ik legde het je uit zodat je het zou begrijpen. | Verschillende onderwerpen: yo en tú |
| Preferiría que me llamaras mañana. | Ik zou liever hebben dat je me morgen belt. | Beleefd of voorzichtig geformuleerde voorkeur |
| ¡Quién tuviera tanto tiempo libre! | Had ik maar zoveel vrije tijd! | Uitroepende, wat literair klinkende wens |
Veelgemaakte fouten
De stam van het infinitief gebruiken
- Fout: Quería que tenieras paciencia.
- Goed: Quería que tuvieras paciencia.
- Waarom: Begin niet bij tener, maar bij tuvieron. Verwijder -ron: tuvie- + -ras.
De gewone imperfecto na een wens zetten
- Fout: Quería que venías temprano.
- Goed: Quería que vinieras temprano.
- Waarom: Querer que drukt een wens uit en vraagt bij twee verschillende onderwerpen om de subjuntivo. Venías beschrijft daarentegen een feitelijke gewoonte of achtergrond.
De condicional na si gebruiken
- Fout: Si tendría dinero, viajaría más.
- Goed: Si tuviera dinero, viajaría más.
- Waarom: In de standaardtaal staat de denkbeeldige voorwaarde na si in de imperfecto de subjuntivo; het gevolg staat in de condicional.
Een onjuiste nosotros-vorm spellen
- Fout: Si tuvieramos coche, iríamos contigo.
- Goed: Si tuviéramos coche, iríamos contigo.
- Waarom: In de nosotros-vorm is het accent verplicht: tuviéramos. Zonder accent zou de geschreven klemtoon niet kloppen.
Denken dat iedere verleden hoofdzin de subjuntivo vereist
- Fout: Sabía que ella fuera médica.
- Goed: Sabía que ella era médica.
- Waarom: Saber presenteert dit hier als een feit. De verleden tijd in de hoofdzin is op zichzelf geen reden voor de subjuntivo. Vergelijk: No sabía que ella fuera médica, waar ontkenning en onbekendheid de voorstelling veranderen.
-ra en -se door elkaar vervoegen
- Fout: hablase, hablases, hablara...
- Goed: kies binnen één vervoeging hablara, hablaras, hablara... of hablase, hablases, hablase...
- Waarom: Beide reeksen zijn correct, maar elke reeks heeft haar eigen consequente uitgangen.
Gebruiksnotities
-ra tegenover -se
In de meeste moderne spreektaal is -ra de ongemarkeerde keuze: quisiera, pudiera, viniera. De vormen op -se zijn overal grammaticaal correct en komen ook in verzorgde schrijftaal voor, maar kunnen afhankelijk van regio en context formeler of literairer klinken. Er is normaal geen betekenisverschil tussen si pudiera en si pudiese.
Binnen één zin hoef je niet per se overal dezelfde reeks te kiezen; Quería que vinieses y me ayudaras is grammaticaal mogelijk. Voor leerders is consequent gebruik toch overzichtelijker. Leer eerst actief de -ra-reeks en zorg dat je de -se-reeks kunt herkennen.
Het onderwerp bepaalt of que nodig is
Bij één en hetzelfde onderwerp gebruikt het Spaans vaak een infinitief (de onvervoegde werkwoordsvorm): Quería salir — ‘Ik wilde weggaan.’ Bij verschillende onderwerpen volgt que + subjuntivo: Quería que salieras — ‘Ik wilde dat jij wegging.’ Het Nederlands kan beide ideeën gemakkelijk met ‘dat’ of ‘om te’ formuleren, waardoor deze Spaanse keuze extra aandacht vraagt.
Verleden tijd of beleefde afstand
De vorm verwijst niet altijd letterlijk naar vroeger. Quisiera hacer una reserva betekent ‘Ik zou graag willen reserveren.’ Quisiera en soms pudiera kunnen een verzoek voorzichtiger maken. Vooral quisiera is zeer gangbaar in beleefde situaties. Dat gebruik kun je het best als vaste, verzachtende formulering leren.
Verder dan de basis
Tijdverhouding: gelijktijdig of eerder
De imperfecto de subjuntivo plaatst de gebeurtenis meestal tegelijk met of later dan het referentiepunt:
- Esperaba que llegaras a tiempo. — Ik hoopte dat je op tijd zou komen.
- Me alegró que estuvieras allí. — Ik was blij dat je daar was.
Was de gebeurtenis al voltooid vóór dat referentiepunt, dan is de pluscuamperfecto de subjuntivo preciezer: hubiera/hubiese + voltooid deelwoord (de werkwoordsvorm zoals llegado of hecho).
- Me alegró que hubieras venido. — Ik was blij dat je gekomen was.
- Si lo hubiera sabido, no habría ido. — Als ik het had geweten, was ik niet gegaan.
In het Nederlands kan in beide gevallen een verleden formulering natuurlijk klinken. Spaans markeert het tijdsverschil vaak duidelijker.
Relatieve bijzinnen met een onbekende of ontkende referent
De vorm verschijnt ook wanneer iemand of iets in een verleden context gezocht, gewenst of ontkend werd:
- Necesitábamos un hotel que tuviera aparcamiento. — We hadden een hotel nodig dat parkeergelegenheid had.
- No había nadie que pudiera ayudarnos. — Er was niemand die ons kon helpen.
Gaat het om een concrete, bekende persoon of zaak, dan past de aantonende wijs: Conocíamos un hotel que tenía aparcamiento. Hier wist men welk hotel bedoeld werd en dat het parkeergelegenheid had.
Toegeving en vaste verbindingswoorden
Na uitdrukkingen als aunque, sin que, antes de que en para que kan de imperfecto de subjuntivo verschijnen wanneer het kader in het verleden ligt of de situatie denkbeeldig is:
- Se fue sin que nadie lo notara. — Hij vertrok zonder dat iemand het merkte.
- Aunque fuera difícil, lo intentaría. — Ook al zou het moeilijk zijn, ik zou het proberen.
Bij aunque verandert de wijs de kijk op de informatie. Aunque era difícil presenteert de moeilijkheid als een vastgesteld feit; aunque fuera difícil stelt haar hypothetisch voor of laat haar minder centraal staan.
Een bijzondere oudere waarde van -ra
In journalistieke of literaire teksten kan een -ra-vorm soms de waarde hebben van een voltooid verleden tijd: el escritor que fuera ministro ongeveer ‘de schrijver die minister was geweest’. Dit is geen neutraal dagelijks gebruik en de -se-vorm kan deze functie niet zomaar overnemen. Voor normaal spreken en schrijven hoef je deze constructie niet actief te gebruiken; het is vooral nuttig haar bij het lezen te herkennen.
Oefentips
- Werk met vaste drietallen. Schrijf telkens de ellos-vorm van de afgeronde verleden tijd, de stam en de subjuntivo-vorm: hicieron → hicie- → hiciera. Doe dit vooral met tener, estar, poder, poner, venir, decir, hacer en ser/ir (fueron → fuera).
- Bouw zinsparen. Zet een huidige zin om naar een verleden kader: Espero que puedas venir → Esperaba que pudieras venir. Zo leer je niet alleen uitgangen, maar ook de samenhang tussen hoofdzin en bijzin.
- Oefen voorwaarden hardop. Maak vijf persoonlijke zinnen met Si + imperfecto de subjuntivo + condicional: Si viviera cerca del mar, nadaría cada día. Controleer steeds dat na si geen condicional staat.
Verwante onderwerpen
- Vooraf: Presente de subjuntivo — dezelfde functies van wens, twijfel en reactie in een huidig kader.
- Volgende stap: Pluscuamperfecto de subjuntivo — voor gebeurtenissen die al eerder voltooid waren en voor onvervulde voorwaarden in het verleden.
- Verdieping: Concordancia de tiempos — de ruimere samenhang tussen de tijden in hoofdzin en bijzin.
- Gevorderde nuance: Alternancia del subjuntivo — betekenis- en stijlverschillen wanneer meerdere wijzen of tijden mogelijk zijn.
Vereiste kennis
Subjuntivo presente in het SpaansB1Concepten die hierop voortbouwen
Meer B2-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Subjuntivo Imperfecto in Spaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Spaans · B2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen