Onvoltooid verleden conjunctief in het Catalaans
Subjuntiu Imperfet
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Catalaans op Settemila Lingue.
Kort gezegd
De Catalaanse subjuntiu imperfet drukt in een bijzin vaak een wens, twijfel, doel of niet-werkelijke situatie uit vanuit een verleden of hypothetisch standpunt. Je ziet hem vooral in patronen als Volia que vinguessis (‘Ik wilde dat je kwam’) en Si pogués, ho faria (‘Als ik kon, zou ik het doen’). De kenmerkende uitgangen zijn onder meer -és, -essis, -éssim en bij werkwoorden op -ir vaak -ís, -issis, -íssim.
Overzicht
De conjunctief, in het Catalaans subjuntiu, is een werkwoordsvorm waarmee een spreker iets niet eenvoudig als feit presenteert. Het kan gaan om wat iemand wil, betwijfelt, vreest, verlangt of alleen veronderstelt. De subjuntiu imperfet is de onvoltooid verleden vorm daarvan. ‘Onvoltooid’ betekent hier dat de handeling niet als eerder afgerond wordt voorgesteld; zij loopt tegelijk met of volgt op het referentiepunt in de hoofdzin.
Op B2-niveau heb je deze vorm nodig om natuurlijk over onwerkelijke voorwaarden en over wensen of opdrachten in het verleden te spreken. Hij bouwt voort op de tegenwoordige conjunctief: vergelijk Vull que vinguis (‘Ik wil dat je komt’) met Volia que vinguessis (‘Ik wilde dat je kwam’).
Voor Nederlandstaligen is vooral de functie wennen. Het moderne Nederlands heeft nauwelijks nog een productieve conjunctief. In ‘als ik kon’ en ‘ik wilde dat je kwam’ lijken kon en kwam gewone verleden tijden. Het Catalaans markeert in zulke zinnen juist zichtbaar dat het om een hypothese of gewenste handeling gaat: pogués en vinguessis. Vertaal dus niet alleen woord voor woord, maar herken eerst het zinsverband.
Zo werkt het
Regelmatige vormen
Bij veel werkwoorden op -ar, -er en -re hoor je in alle personen een beklemtoonde e in de uitgang. Werkwoorden op -ir hebben doorgaans een beklemtoonde i. De eerste en derde persoon enkelvoud zijn gelijk; meestal maakt de context duidelijk wie het onderwerp is.
| Persoon | cantar (zingen) | perdre (verliezen) | dormir (slapen) |
|---|---|---|---|
| jo | cantés | perdés | dormís |
| tu | cantessis | perdessis | dormissis |
| ell, ella, vostè | cantés | perdés | dormís |
| nosaltres | cantéssim | perdéssim | dormíssim |
| vosaltres | cantéssiu | perdéssiu | dormíssiu |
| ells, elles, vostès | cantessin | perdessin | dormissin |
De persoonlijke voornaamwoorden (jo, tu, nosaltres enzovoort) worden vaak weggelaten, omdat de uitgang al veel informatie geeft. Bij cantés kan een voornaamwoord of de context wel nodig zijn: zowel ‘ik zong/zou zingen’ als ‘hij of zij zong/zou zingen’ heeft dezelfde vorm.
Let goed op de accenten. In cantéssim, perdéssiu en dormíssim geeft het accent aan waar de klemtoon valt. De vormen cantessin en dormissin hebben geen accent: daar volgt de gewone Catalaanse klemtoonregel al de juiste uitspraak.
Veelvoorkomende onregelmatige stammen
De uitgangen zijn stabiel, maar de stam is bij veel frequente werkwoorden onregelmatig. Leer zo’n werkwoord het liefst met de eerste persoon en leid daar de overige personen uit af: pogués → poguessis → poguéssim.
| Infinitief | Eerste persoon | Betekenis |
|---|---|---|
| ser | fos | zijn |
| haver | hagués | hebben; hulpwerkwoord |
| anar | anés | gaan |
| estar | estigués | zijn, zich bevinden |
| fer | fes | doen, maken |
| dir | digués | zeggen |
| poder | pogués | kunnen |
| voler | volgués | willen |
| venir | vingués | komen |
| tenir | tingués | hebben |
| veure | veiés | zien |
| viure | visqués | leven, wonen |
Bij fer is het hele rijtje fes, fessis, fes, féssim, féssiu, fessin. De korte vormen fes lijken daardoor anders dan digués of pogués, maar hebben dezelfde functie.
Soms verandert alleen de spelling om dezelfde klank te bewaren. Zo krijg je buscar → busqués en pagar → pagués. Behandel zulke spellingwisselingen niet als een andere tijd: de uitgang en het gebruik blijven hetzelfde.
Na een hoofdzin in het verleden
Een bijzin is een deelzin die grammaticaal van een andere zin afhangt. Na een verleden hoofdzin staat de subjuntiu imperfet wanneer dezelfde betekenis in het heden de tegenwoordige conjunctief zou vragen.
| Heden | Verleden | Betekenisverschuiving |
|---|---|---|
| Vull que vinguis. | Volia que vinguessis. | Ik wil / wilde dat je komt / kwam. |
| Dubto que ho sàpiga. | Dubtava que ho sabés. | Ik betwijfel / betwijfelde of hij of zij het weet / wist. |
| Li demano que m'ajudi. | Li vaig demanar que m'ajudés. | Ik vraag / vroeg hem of haar mij te helpen. |
Dit heet tijdsovereenkomst: de tijd van de hoofdzin helpt bepalen welke tijd in de bijzin past. Het is geen blinde regel ‘verleden betekent altijd subjuntiu imperfet’. De hoofdzin moet ook een reden voor de conjunctief geven, zoals wil, twijfel, emotie, noodzaak of doel.
De handeling in de bijzin hoeft niet eerder plaats te vinden. In Volia que vinguessis l'endemà ligt het komen juist ná het willen, ook al staat vinguessis in een vorm met ‘verleden’ in de naam.
Onwerkelijke of weinig waarschijnlijke voorwaarden
Voor een denkbeeldige toestand in het heden of de toekomst gebruik je meestal dit patroon:
si + subjuntiu imperfet, voorwaardelijke wijs
De voorwaardelijke wijs is de vorm met de betekenis ‘zou’: viuria (‘zou wonen’), faria (‘zou doen’), aniríem (‘wij zouden gaan’).
- Si pogués, viuria a la costa. — Als ik kon, zou ik aan de kust wonen.
- Si fos ric, viatjaria més. — Als ik rijk was, zou ik meer reizen.
- Si tinguéssim temps, ho acabaríem avui. — Als we tijd hadden, zouden we het vandaag afmaken.
Na si staat in dit patroon dus niet de voorwaardelijke wijs. Het Nederlands helpt hier maar gedeeltelijk: ‘als ik zou kunnen’ klinkt voor veel sprekers mogelijk, maar het Catalaans verlangt si pogués, niet si podria.
Andere vaste omgevingen
De vorm komt ook vaak voor na:
- tant de bo voor een wens: Tant de bo fos més fàcil! (‘Was het maar makkelijker!’);
- com si voor een vergelijking die niet als feit geldt: Parla com si ho sabés tot (‘Hij praat alsof hij alles weet’);
- sense que wanneer twee zinsdelen een verschillend onderwerp hebben: Va marxar sense que ningú el veiés (‘Hij vertrok zonder dat iemand hem zag’);
- doelverbindingen vanuit het verleden, zoals perquè en a fi que: Ho vaig repetir perquè tothom ho entengués (‘Ik herhaalde het zodat iedereen het begreep’);
- een gezocht, gewenst of niet-geïdentificeerd persoon of ding in een verleden context: Buscava algú que parlés neerlandès (‘Ik zocht iemand die Nederlands sprak’).
Voorbeelden in context
| Catalaans | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Si pogués, viuria a la costa. | Als ik kon, zou ik aan de kust wonen. | Onwerkelijke mogelijkheid in het heden. |
| Volia que vinguessis. | Ik wilde dat je kwam. | Wens vanuit een verleden hoofdzin. |
| Si fos ric, viatjaria. | Als ik rijk was, zou ik reizen. | fos is de onregelmatige vorm van ser. |
| No creia que ho sabés. | Ik dacht niet dat hij of zij het wist. | Ontkenning en twijfel in het verleden. |
| La mare ens va demanar que féssim menys soroll. | Moeder vroeg ons minder lawaai te maken. | Verzoek; féssim komt van fer. |
| Necessitàvem un pis que tingués balcó. | We hadden een woning nodig die een balkon had. | Gewenste, nog niet gevonden woning. |
| Ho vaig explicar a poc a poc perquè m'entenguessin. | Ik legde het langzaam uit zodat ze me zouden begrijpen. | Doel met een ander onderwerp. |
| Va sortir sense que ningú el veiés. | Hij ging weg zonder dat iemand hem zag. | sense que met een persoonsvorm. |
| Parles com si fossis el cap. | Je praat alsof jij de baas bent. | Na com si, ook met een hoofdzin in het heden. |
| Tant de bo visquéssim més a prop. | Woonden we maar dichter bij elkaar. | Wens die niet met de werkelijkheid overeenkomt. |
| Encara que plogués, sortiríem a caminar. | Ook als het zou regenen, zouden we gaan wandelen. | Hypothetische toegeving. |
| Si em diguessis la veritat, et podria ajudar. | Als je me de waarheid vertelde, zou ik je kunnen helpen. | Voorwaarde plus voorwaardelijke wijs. |
| El professor volia que llegíssiu el text sencer. | De docent wilde dat jullie de hele tekst lazen. | Tweede persoon meervoud van llegir. |
| Dubtaven que el projecte fos viable. | Ze betwijfelden of het project haalbaar was. | Beoordeling die niet als feit wordt bevestigd. |
Veelgemaakte fouten
De voorwaardelijke wijs na si zetten
- Onjuist: Si podria, ho faria.
- Juist: Si pogués, ho faria.
- Waarom: bij een onwerkelijke voorwaarde staat na si de subjuntiu imperfet. Alleen het gevolg krijgt hier de voorwaardelijke wijs: faria.
De tegenwoordige conjunctief na een verleden wens gebruiken
- Onjuist in de gewone verleden lezing: Volia que vinguis aquell dia.
- Juist: Volia que vinguessis aquell dia.
- Waarom: volia plaatst het willen in het verleden; de gewenste handeling wordt daarom normaal met de subjuntiu imperfet verbonden. Vergelijk het huidige Vull que vinguis.
Een Nederlandse verleden tijd letterlijk overnemen
- Onjuist: No creia que ho sabia. als je bedoelt dat je eraan twijfelde.
- Juist: No creia que ho sabés.
- Waarom: Nederlands ‘ik dacht niet dat hij het wist’ laat niet aan de werkwoordsvorm zien dat de kennis wordt betwijfeld. Het Catalaans doet dat hier wel met de conjunctief. Sabia kan in een andere context kennis als achtergrondfeit beschrijven, maar drukt niet dezelfde twijfel uit.
Het gevolg ook in de conjunctief zetten
- Onjuist: Si tinguéssim temps, ho acabéssim avui.
- Juist: Si tinguéssim temps, ho acabaríem avui.
- Waarom: tinguéssim geeft de voorwaarde; acabaríem geeft het denkbeeldige gevolg weer.
Accenten in het meervoud vergeten
- Onjuist: tinguessim, fessiu
- Juist: tinguéssim, féssiu
- Waarom: bij de eerste en tweede persoon meervoud markeert het accent de afwijkende klemtoon. Vergelijk tinguessin en fessin, die geen accent nodig hebben.
Altijd que gebruiken als het onderwerp gelijk blijft
- Onnatuurlijk als neutrale keuze: Jo volia que jo marxés aviat.
- Gebruikelijker: Jo volia marxar aviat.
- Waarom: wanneer dezelfde persoon zowel wil als vertrekt, gebruikt het Catalaans meestal de infinitief, de onvervoegde vorm: marxar. Een bijzin met que is vooral nodig als de onderwerpen verschillen: Volia que marxessis.
Gebruiksnotities
De subjuntiu imperfet behoort tot het normale gesproken en geschreven Catalaans; hij is niet plechtig of ouderwets. In alledaagse gesprekken hoor je veel vormen als fos, pogués, tingués en hagués. Juist doordat het Nederlands geen vergelijkbaar volledig vervoegingssysteem heeft, kan deze vorm in het begin formeler aanvoelen dan hij in het Catalaans werkelijk is.
Het onderscheid tussen indicatief en conjunctief — tussen een vorm die iets doorgaans als informatie neerzet en een vorm die het door wens, twijfel of hypothese kleurt — kan de betekenis veranderen. Vergelijk Buscava una persona que parlava neerlandès: de spreker heeft een bepaalde persoon op het oog die Nederlands sprak. In Buscava una persona que parlés neerlandès gaat het om de eigenschap waaraan een gezochte, nog niet vaststaande persoon moest voldoen.
Na com si is de subjuntiu imperfet ook normaal wanneer de hoofdzin in het heden staat: Em mira com si no em conegués (‘Hij kijkt me aan alsof hij me niet kent’). Dat is een belangrijk tegenvoorbeeld op de eenvoudige leerregel dat deze vorm alleen na een verleden hoofdzin voorkomt.
In een deel van het taalgebied, vooral in het Valenciaans, kun je daarnaast vormen op -ara, -era of -ira tegenkomen. De precieze voorkeur verschilt per regio en stijl. Als leerder kun je de algemene vormen op -és/-ís actief gebruiken en de regionale varianten voorlopig vooral leren herkennen.
Verder de diepte in
Niet eerder afgerond: het voltooid verleden conjunctief
De subjuntiu imperfet zegt op zichzelf niet dat een handeling al voltooid was vóór een ander moment in het verleden. Daarvoor gebruikt het Catalaans hagués/haguessis/... + voltooid deelwoord. Een voltooid deelwoord is de vorm zoals fet (‘gedaan’) of arribat (‘aangekomen’).
- Dubtava que arribessin a temps. — Ik betwijfelde of ze op tijd zouden aankomen.
- Dubtava que haguessin arribat a temps. — Ik betwijfelde of ze op tijd waren aangekomen.
Hetzelfde onderscheid is essentieel bij voorwaarden. Si pogués, ho faria gaat over een huidige of toekomstige denkbeeldige mogelijkheid. Si hagués pogut, ho hauria fet (‘Als ik had gekund, zou ik het hebben gedaan’) kijkt terug op een niet-gebeurde mogelijkheid. Dit uitgebreidere patroon hoort bij complexe voorwaardelijke zinnen.
Tijdsovereenkomst is ook betekenis
De keuze tussen tegenwoordige en onvoltooid verleden conjunctief volgt vaak het tijdsperspectief van de spreker, niet alleen een mechanische tabel. Vergelijk:
- Espero que vingui demà. — Ik hoop dat hij of zij morgen komt.
- Esperava que vingués l'endemà. — Ik hoopte dat hij of zij de volgende dag zou komen.
- M'agradaria que vinguessis demà. — Ik zou graag willen dat je morgen kwam.
In de laatste zin is m'agradaria niet letterlijk verleden, maar voorwaardelijk en afstandelijk. Die hypothetische afstand roept eveneens vinguessis op. Op hoger niveau leer je zulke keuzes uitgebreider als tijdsovereenkomst.
Subtiele keuze bij toegeving en beschrijving
Voegwoorden zoals encara que (‘hoewel’, ‘ook als’) dwingen niet altijd dezelfde wijs af. De indicatief past wanneer de spreker een omstandigheid als feit meedeelt: Encara que plovia, vam sortir (‘Hoewel het regende, gingen we naar buiten’). De conjunctief past wanneer de omstandigheid hypothetisch, niet bevestigd of voor de uitkomst niet doorslaggevend is: Encara que plogués, sortiríem (‘Ook als het zou regenen, zouden we naar buiten gaan’). Bij gevorderde onderschikking wordt dit betekenisverschil nog belangrijker.
Oefentips
- Leer in paren. Maak van vijf zinnen in het heden een verleden variant: Vull que ho facis → Volia que ho fessis. Zo oefen je tegelijk de aanleiding voor de conjunctief en de juiste tijd.
- Bouw voorwaarden in twee kleuren of kolommen. Schrijf links si + pogués/fos/tingués en rechts faria/viuria/aniria. Daarmee voorkom je dat je na si per ongeluk de Nederlandse constructie met ‘zou’ nabootst.
- Oefen onregelmatige vormen als korte reeksen. Zeg hardop fos–fossis–fóssim, fes–fessis–féssim en pogués–poguessis–poguéssim. Voeg daarna pas volledige zinnen toe. Let bij het luisteren vooral op com si, tant de bo en verleden werkwoorden gevolgd door que.
Verwante onderwerpen
- Eerst beheersen: Tegenwoordige conjunctief — introduceert wensen, twijfel en andere redenen om de conjunctief te gebruiken.
- Logische vervolgstap: Complexe voorwaardelijke zinnen — combineert deze vorm met de voorwaardelijke wijs en het voltooid verleden conjunctief.
- Verdere verdieping: Gevorderde onderschikking — behandelt onder meer toegeving, doel en formele verbindingswoorden.
- Verdere verdieping: Tijdsovereenkomst — verfijnt de keuze van tijden tussen hoofdzin en bijzin.
Vereiste kennis
De tegenwoordige aanvoegende wijs in het CatalaansB1Concepten die hierop voortbouwen
Meer B2-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Subjuntiu Imperfet in Catalaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Catalaans · B2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen