C1

Concordantie van werkwoordstijden in het Catalaans

Concordança de Temps Verbals

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Catalaans op Settemila Lingue.

In het kort

Bij de Catalaanse concordança de temps verbals kies je de tijd in een bijzin vanuit het tijdsperspectief van de hoofdzin. Gewoonlijk krijg je heden of toekomst → tegenwoordige subjuntiu (Vull que ho facis) en verleden of conditionalis → onvoltooid verleden subjuntiu (Volia que ho fessis). Is de handeling in de bijzin al eerder voltooid, dan gebruik je hagi fet of hagués fet.

Overzicht

Een hoofdzin kan zelfstandig staan; een bijzin hangt ervan af. In Volia que ho fessis is volia ‘ik wilde’ de hoofdzin en que ho fessis ‘dat je het deed’ de bijzin. De tijd van fessis wordt niet gekozen vanuit het huidige moment, maar vanuit het vroegere kijkpunt van volia. Dat onderlinge tijdverband heet concordantie van werkwoordstijden.

Dit onderwerp draait vaak om de subjuntiu (de aanvoegende wijs: werkwoordsvormen waarmee onder meer wensen, twijfel, noodzaak en niet-gerealiseerde situaties worden voorgesteld). Het Nederlands heeft daarvan in het dagelijks taalgebruik nauwelijks nog aparte vormen. In ‘ik wil dat je komt’ en ‘ik wilde dat je kwam’ lijkt komt/kwam daarom gewoon een verschil tussen heden en verleden. Het Catalaans markeert daarnaast ook de wijze: vinguis en vinguessis zijn allebei subjuntiu.

Op C1-niveau gaat het niet alleen om het basispaar vull que facis / volia que fessis. Je moet ook zien of de bijzin gelijktijdig, later of eerder is, en of er überhaupt een subjuntiu nodig is. Bij indirect weergegeven uitspraken werkt de indicatiu (de aantonende wijs voor informatie die als feit of mededeling wordt gebracht) weer anders. Een goede volgorde is daarom: kies eerst de wijs, bepaal daarna het tijdsperspectief en pas ten slotte de tijdsrelatie toe.

Hoe het werkt

Stap 1: bepaal waarom de bijzin er staat

Concordantie veroorzaakt niet vanzelf een subjuntiu. De betekenis en het verbindingswoord bepalen eerst de wijs.

  • Wens, verzoek, emotie, twijfel, noodzaak of doel: vaak subjuntiu: Vull que vinguis ‘Ik wil dat je komt.’
  • Een meegedeeld of vastgesteld gegeven: meestal indicatiu: Sé que vens ‘Ik weet dat je komt.’
  • Een nog niet gerealiseerd toekomstig tijdstip: vaak subjuntiu na woorden als quan ‘wanneer’ en fins que ‘totdat’: Quan arribis, truca’m ‘Bel me wanneer je aankomt.’
  • Een werkelijk gebeurd tijdstip: indicatiu: Quan vas arribar, em vas trucar ‘Toen je aankwam, belde je me.’

Het Nederlandse woord ‘dat’ helpt dus niet om de wijs te kiezen. Zowel Vull que vinguis als Sé que vens bevat que, maar alleen de eerste zin drukt een wens uit.

Stap 2: kies het tijdsperspectief

Voor bijzinnen met een subjuntiu kun je twee grote perspectieven onderscheiden.

Tijdsperspectief van de hoofdzin Gebruikelijke tijd in de bijzin Relatie van de bijzin Modelvorm
heden of toekomst present de subjuntiu gelijktijdig of later faci
heden of toekomst perfet de subjuntiu eerder, doorgaans voltooid hagi fet
verleden imperfet de subjuntiu gelijktijdig of later vanuit dat verleden fes
verleden plusquamperfet de subjuntiu eerder dan dat verleden hagués fet
conditionalis meestal imperfet de subjuntiu gelijktijdige of latere gewenste situatie fes
voltooide conditionalis meestal plusquamperfet de subjuntiu niet-gerealiseerde eerdere situatie hagués fet

De conditionalis is de vorm die vaak met Nederlands ‘zou’ overeenkomt, zoals voldria ‘zou willen’. De samengestelde vormen bestaan uit een vorm van haver plus een voltooid deelwoord (de vorm zoals fet ‘gedaan’ of vingut ‘gekomen’): hagi fet, hagués vingut.

Heden en toekomst als uitgangspunt

Bij een hoofdzin in het heden gebruik je voor iets gelijktijdigs of laters meestal de tegenwoordige subjuntiu:

  • Vull que ho facis ara. — Ik wil dat je het nu doet.
  • Dubto que vingui demà. — Ik betwijfel of hij/zij morgen komt.

Ook een toekomstige hoofdzin neemt gewoonlijk de tegenwoordige subjuntiu. Het Catalaans gebruikt hier geen ‘toekomstige subjuntiu’:

  • Et demanaré que m’ajudis. — Ik zal je vragen mij te helpen.
  • Quan arribis, en parlarem. — Wanneer je aankomt, zullen we erover praten.

Gaat de inhoud van de bijzin vooraf aan het huidige kijkpunt, dan is vaak de voltooide subjuntiu nodig:

  • Espero que hagi anat bé. — Ik hoop dat het goed is gegaan.
  • No crec que hagin acabat encara. — Ik denk niet dat ze al klaar zijn.

Een verleden tijd als uitgangspunt

Na een hoofdzin in het verleden verschuift de bijzin normaal mee naar de onvoltooid verleden subjuntiu. De handeling in de bijzin kan daarbij op hetzelfde moment plaatsvinden of pas later vanuit dat vroegere moment:

  • Volia que ho fessis. — Ik wilde dat je het deed.
  • Li vaig demanar que m’ajudés. — Ik vroeg hem/haar mij te helpen.
  • Dubtava que vingués l’endemà. — Ik betwijfelde of hij/zij de volgende dag zou komen.

In de laatste twee voorbeelden ligt de gevraagde of betwijfelde handeling later dan het vragen of twijfelen, maar alles wordt vanuit een verleden kijkpunt verteld. Daarom staat er geen tegenwoordige subjuntiu.

Was de handeling in de bijzin toen al eerder voltooid, gebruik dan de voltooid verleden subjuntiu:

  • Esperava que hagués anat bé. — Ik hoopte dat het goed was gegaan.
  • No creia que ja haguessin marxat. — Ik dacht niet dat ze al vertrokken waren.

De conditionalis als uitgangspunt

Een beleefde wens of een denkbeeldige situatie met de conditionalis wordt doorgaans gevolgd door de onvoltooid verleden subjuntiu:

  • M’agradaria que parléssim amb calma. — Ik zou graag willen dat we rustig praatten.
  • Voldries que hi anéssim junts? — Zou je willen dat we er samen heen gingen?

Bij een niet-gerealiseerde wens over het verleden staan meestal aan beide kanten samengestelde vormen:

  • Hauria preferit que m’ho haguessis dit abans. — Ik had liever gehad dat je het me eerder had gezegd.

Laat je niet misleiden door het Nederlandse ‘zou’. In Ik zou graag willen dat je komt klinkt ‘komt’ als een tegenwoordige tijd, maar standaard-Catalaans kiest M’agradaria que vinguessis.

Concordantie in de indicatiu en indirecte rede

Na werkwoorden als dir ‘zeggen’, explicar ‘uitleggen’ en assegurar ‘verzekeren’ wordt informatie vaak met de indicatiu weergegeven. Bij een verschuiving naar een verleden vertelperspectief ontstaan deze gebruikelijke paren:

Tijdsrelatie Vanuit het heden Vanuit het verleden Betekenis van de verleden versie
gelijktijdig Diu que treballa. Va dir que treballava. Hij/zij zei dat hij/zij werkte.
eerder Diu que ha acabat. Va dir que havia acabat. Hij/zij zei dat hij/zij klaar was.
later Diu que arribarà. Va dir que arribaria. Hij/zij zei dat hij/zij zou aankomen.

Hier is arribaria een conditionalis met een temporele functie: ‘toekomst gezien vanuit het verleden’. Dat is iets anders dan een beleefde wens. Bij indirecte rede veranderen tijdsaanduidingen vaak mee: demà ‘morgen’ wordt vanuit een later verteld moment bijvoorbeeld l’endemà ‘de volgende dag’.

Een praktisch keuzeschema

Stel bij een langere zin vier vragen:

  1. Wat doet de hoofdzin? Drukt die een wens, twijfel, emotie, noodzaak of alleen informatie uit?
  2. Welke wijs hoort daarbij? Subjuntiu of indicatiu?
  3. Waar ligt het kijkpunt? In het heden/de toekomst, in het verleden of in een denkbeeldige situatie?
  4. Wanneer gebeurt de bijzin ten opzichte van dat kijkpunt? Tegelijk, later of al eerder?

Zo levert ‘wens + verleden kijkpunt + eerdere voltooide handeling’ vanzelf Volia que ho haguessis fet op.

Voorbeelden in context

Catalaans Nederlands Toelichting
Vull que ho facis avui. Ik wil dat je het vandaag doet. Heden → tegenwoordige subjuntiu.
Volia que ho fessis aquell mateix dia. Ik wilde dat je het diezelfde dag deed. Verleden → onvoltooid verleden subjuntiu.
Dubto que vingui a la reunió. Ik betwijfel of hij/zij naar de vergadering komt. Huidige twijfel over iets gelijktijdigs of laters.
Dubtava que vingués l’endemà. Ik betwijfelde of hij/zij de volgende dag zou komen. Later vanuit een verleden kijkpunt.
Espero que hagi anat bé. Ik hoop dat het goed is gegaan. De gebeurtenis ligt vóór het hopen.
Esperava que hagués anat bé. Ik hoopte dat het goed was gegaan. De gebeurtenis ligt vóór een verleden kijkpunt.
Li vaig demanar que m’ajudés. Ik vroeg hem/haar mij te helpen. Verzoek in het verleden.
Et demanaré que m’ajudis. Ik zal je vragen mij te helpen. Toekomstige hoofdzin, tegenwoordige subjuntiu.
M’agradaria que parléssim amb calma. Ik zou graag willen dat we rustig praatten. Beleefde wens met conditionalis.
Hauria preferit que m’ho haguessis dit abans. Ik had liever gehad dat je het me eerder had gezegd. Niet-gerealiseerde wens over het verleden.
Diu que treballa des de casa. Hij/zij zegt dat hij/zij thuiswerkt. Indicatiu vanuit het heden.
Va dir que treballava des de casa. Hij/zij zei dat hij/zij thuiswerkte. Gelijktijdigheid vanuit het verleden.
Va assegurar que ho havia enviat el dia abans. Hij/zij verzekerde dat hij/zij het de dag ervoor had verstuurd. De verzending ging aan de uitspraak vooraf.
Va prometre que arribaria l’endemà. Hij/zij beloofde dat hij/zij de volgende dag zou aankomen. Toekomst vanuit het verleden.
Quan arribis, envia’m un missatge. Stuur me een bericht wanneer je aankomt. Nog niet gerealiseerd toekomstig tijdstip.

Veelgemaakte fouten

Alleen naar het Nederlandse werkwoord kijken

  • Onjuist: Volia que venies.
  • Juist: Volia que vinguessis.
  • Waarom: Voler que drukt hier een wens uit en vraagt dus om de subjuntiu. De verleden hoofdzin stuurt vervolgens de keuze voor de onvoltooid verleden subjuntiu.

Na elke verleden hoofdzin een tegenwoordige subjuntiu gebruiken

  • Onjuist in een volledig verleden verhaal: Li vaig demanar que m’ajudi aquell dia.
  • Juist: Li vaig demanar que m’ajudés aquell dia.
  • Waarom: Het helpen wordt bekeken vanuit het vroegere moment van het verzoek. M’ajudi kan alleen passen als de spreker bewust een nog actuele of toekomstige opdracht centraal stelt; dat is niet de bedoelde lezing met aquell dia.

Niet aangeven dat iets al eerder gebeurd was

  • Onjuist: Esperava que arribés abans de la reunió wanneer bedoeld wordt dat de aankomst toen al had moeten plaatsvinden.
  • Juist: Esperava que hagués arribat abans de la reunió.
  • Waarom: Hagués arribat markeert dat de aankomst voorafgaat aan het vroegere hopen. Arribés kan juist een toen nog verwachte latere aankomst uitdrukken.

Tenir gebruiken als hulpwerkwoord

  • Onjuist: Espero que tingui acabat l’informe.
  • Juist: Espero que hagi acabat l’informe.
  • Waarom: De gewone voltooide subjuntiu wordt gevormd met haver: hagi/hagis... plus een voltooid deelwoord. Een constructie met tenir heeft andere gebruiksmogelijkheden en is hier geen vervanging van de voltooide tijd.

De toekomst ongewijzigd laten in een verleden verslag

  • Onjuist in een consequent verleden verslag: Va dir que arribarà l’endemà.
  • Juist: Va dir que arribaria l’endemà.
  • Waarom: Arribaria geeft een gebeurtenis weer die vanuit het moment van zeggen nog toekomstig was. Arribarà is mogelijk als de aankomst bij het spreken nog toekomstig is en de verteller dat huidige perspectief bewust vasthoudt.

De conditionalis na si herhalen

  • Onjuist: Si tindria temps, ho faria.
  • Juist: Si tingués temps, ho faria.
  • Waarom: In een denkbeeldige voorwaarde staat na si de onvoltooid verleden subjuntiu; de conditionalis staat in de uitkomst. Dit patroon is verwant aan tijdsconcordantie, maar heeft zijn eigen vaste opbouw.

Gebruiksnotities

Concordantie is betekenis, geen automatische omzetting

De tabellen geven het neutrale standaardpatroon, maar een spreker kan het kijkpunt bewust bij het heden houden. Vergelijk Va dir que vivia a Girona ‘Hij/zij zei dat hij/zij in Girona woonde’ met Va dir que viu a Girona ‘Hij/zij zei dat hij/zij in Girona woont’. De tweede zin presenteert het wonen als nog steeds geldig. Net als in het Nederlands is terugschuiven dus niet altijd verplicht wanneer een feit actueel blijft.

Ook de voltooide tegenwoordige tijd in de hoofdzin is flexibel. In He demanat que vingui demà is het verzoek wel gedaan, maar de gewenste komst ligt nog in de toekomst; daarom staat vingui. Vertel je over een afgeronde situatie uit het verleden, dan kan het verleden perspectief juist sterker zijn.

Tijdwoorden moeten meebewegen

Een grammaticaal juiste werkwoordstijd kan toch vreemd klinken als de tijdsaanduiding bij het oude perspectief blijft. In een verslag worden onder meer deze verschuivingen vaak gebruikt:

  • avui ‘vandaag’ → aquell dia ‘die dag’
  • ahir ‘gisteren’ → el dia abans ‘de dag ervoor’
  • demà ‘morgen’ → l’endemà ‘de volgende dag’
  • aquí ‘hier’ → allà ‘daar’, als ook de plaats van vertellen verandert

Dit zijn geen blinde vervangregels: als ‘morgen’ op het werkelijke morgen van de huidige spreker slaat, kan demà gewoon blijven staan.

Regionale vormen

In een groot deel van het taalgebied zijn vormen op -és en -ís gebruikelijk, zoals cantés, perdés en dormís. In het Valenciaans kom je ook vaak vormen op -ara, -era en -ira tegen, zoals cantara, perdera en dormira. De keuze van uitgang verandert het principe van de concordantie niet. Kies bij actief gebruik één samenhangend model en leer de andere vormen eerst herkennen.

Verder dan de basis

Een tegenwoordige hoofdzin kan naar een duidelijk verleden verwijzen

De eenvoudige regel ‘heden → tegenwoordige of voltooide subjuntiu’ dekt niet elk aspectueel verschil. Als een huidige mening gaat over een toestand op een duidelijk afgesloten moment, is een onvoltooid verleden subjuntiu heel natuurlijk:

  • No crec que en aquell moment sabés què passava. — Ik denk niet dat hij/zij op dat moment wist wat er gebeurde.

Hagi sabut zou de gebeurtenis eerder als een voltooid resultaat presenteren. De keuze hangt dus niet alleen af van de tijd van de hoofdzin, maar ook van het soort gebeurtenis en van het tijdskader.

Een verleden hoofdzin kan een actuele bijzin toelaten

Wanneer de inhoud nog geldig is of de gewenste handeling nog moet plaatsvinden, kan de spreker overschakelen naar het huidige kijkpunt:

  • Ahir li vaig recordar que vingui demà. — Gisteren heb ik hem/haar eraan herinnerd morgen te komen.

In een consequent verteld verleden is vingués de neutrale keuze. Met vingui trekt de spreker de opdracht nadrukkelijk naar de nog open toekomst van nu. Zulke perspectiefwisselingen zijn zinvol, maar gebruik ze bewust; anders klinken ze als een fout in de concordantie.

Waarheid blijft soms buiten de tijdsverschuiving

Algemene waarheden hoeven in indirecte rede niet terug te schuiven:

  • La professora va explicar que la Terra gira al voltant del Sol. — De docent legde uit dat de aarde om de zon draait.

Girava zou de uitleg vanuit het toenmalige vertelperspectief weergeven, maar kan zonder context ten onrechte suggereren dat de situatie niet meer geldt. De indicatiu volgt hier dus vooral de houding van de huidige verteller tegenover de informatie.

Het historisch presens verandert het kijkpunt

In levendige verhalen kan een spreker plots de tegenwoordige tijd gebruiken voor vroegere gebeurtenissen: Llavors em diu que no hi vagi ‘Toen zegt hij/zij tegen me dat ik er niet heen moet gaan’. Omdat diu het verhaal tijdelijk naar een denkbeeldig ‘nu’ haalt, past vagi. Zodra het verhaal weer naar va dir terugkeert, is hi anés de gewone concordantie.

Oefentips

  1. Maak viertallen. Neem één werkwoord en schrijf Vull que vinguis, Volia que vinguessis, Espero que hagis vingut en Esperava que haguessis vingut. Zo oefen je tegelijk kijkpunt en anterioriteit (het eerder plaatsvinden).
  2. Teken een mini-tijdlijn. Zet eerst het moment van de hoofdzin neer en plaats de bijzin ervoor, erop of erna. Kies pas daarna tussen faci, hagi fet, fes en hagués fet.
  3. Herschrijf korte berichten. Verander Diu que arribarà demà in een verslag vanuit gisteren: Va dir que arribaria l’endemà. Controleer niet alleen het werkwoord, maar ook woorden als avui, ahir, demà en aquí.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Onvoltooid verleden conjunctief in het CatalaansB2

Meer C1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Concordança de Temps Verbals in Catalaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Catalaans · C1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen