A1

Bepaalde lidwoorden in het Spaans

Artículos Definidos

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Spaans op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Het Spaanse bepaalde lidwoord heeft vier vormen: el, la, los en las. De keuze hangt af van het geslacht en het getal van het zelfstandig naamwoord: el libro, la casa, los libros, las casas. Een belangrijke uitzondering in het enkelvoud is el agua: agua blijft vrouwelijk, maar krijgt el omdat het met een beklemtoonde a- begint.

Overzicht

Een bepaald lidwoord staat bij iets dat bekend, herkenbaar of als algemene categorie bedoeld is. In het Nederlands gebruiken we daarvoor de en het; in het Spaans zijn dat el, la, los en las. Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een persoon, dier, ding, plaats of begrip, zoals chico, mesa of libertad.

Dit is basisstof op A1-niveau, maar het lidwoord doet meer dan alleen ‘de’ of ‘het’ vertalen. Het laat ook zien of een woord mannelijk of vrouwelijk is en of het enkelvoud of meervoud is. Daarom kun je een nieuw Spaans zelfstandig naamwoord het best meteen mét lidwoord leren: niet alleen puerta, maar la puerta.

Voor Nederlandstaligen is vooral het geslacht wennen. Het Nederlandse onderscheid tussen de en het voorspelt het Spaans niet: het boek is el libro, maar het huis is la casa. Ook gebruikt het Spaans soms een lidwoord waar het Nederlands er geen heeft, bijvoorbeeld bij algemene uitspraken: Me gusta el café — ‘Ik houd van koffie.’

Hoe het werkt

De vier basisvormen

Het lidwoord stemt overeen met het zelfstandig naamwoord. Overeenstemming betekent hier dat beide hetzelfde geslacht en hetzelfde getal hebben.

Geslacht en getal Lidwoord Voorbeeld Betekenis
mannelijk enkelvoud el el chico de jongen
vrouwelijk enkelvoud la la chica het meisje / de jonge vrouw
mannelijk meervoud los los niños de kinderen / jongens
vrouwelijk meervoud las las mesas de tafels

Bij een gemengde groep gebruikt het Spaans traditioneel het mannelijke meervoud: los niños kan ‘de jongens’ betekenen, maar ook ‘de kinderen’ wanneer er jongens en meisjes in de groep zijn. Als alleen meisjes bedoeld zijn, is het las niñas.

Kies eerst het zelfstandig naamwoord

De basisstappen zijn eenvoudig:

  1. Bepaal of het zelfstandig naamwoord mannelijk of vrouwelijk is.
  2. Bepaal of het enkelvoud of meervoud is.
  3. Kies de passende vorm: el, la, los of las.

Veel woorden op -o zijn mannelijk en veel woorden op -a vrouwelijk: el libro, la ventana. Dat zijn handige aanwijzingen, maar geen waterdichte regels. Zo is het el día en la mano. De veiligste methode blijft dus: leer het woord samen met zijn lidwoord.

Bij het meervoud veranderen zowel het zelfstandig naamwoord als het lidwoord:

  • el libro → los libros
  • la ciudad → las ciudades
  • el profesor → los profesores
  • la canción → las canciones

Alleen het lidwoord in het meervoud zetten is niet genoeg. Los libro is fout; beide delen moeten het meervoud aangeven.

Wanneer gebruik je een bepaald lidwoord?

Gebruik het lidwoord wanneer spreker en luisteraar kunnen bepalen over wie of wat het gaat:

  • Cierra la puerta. — Doe de deur dicht.
  • El profesor está aquí. — De docent is hier.
  • ¿Dónde están las llaves? — Waar zijn de sleutels?

Het staat ook bij iets dat eerder is genoemd:

  • He comprado un libro. El libro es muy interesante. — Ik heb een boek gekocht. Het boek is erg interessant.

Daarnaast gebruikt het Spaans het lidwoord vaak voor een hele soort of een begrip in algemene zin:

  • El español es una lengua romance. — Spaans is een Romaanse taal.
  • Los perros necesitan ejercicio. — Honden hebben beweging nodig.
  • Me gusta la música. — Ik houd van muziek.

Hier laat het Nederlands het lidwoord vaak weg. Letterlijk vanuit het Nederlands vertalen levert daardoor gemakkelijk Me gusta música op, terwijl in deze algemene betekenis Me gusta la música normaal is.

De bijzondere combinatie el agua

Een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord dat begint met een beklemtoonde a- of ha- krijgt direct ervoor meestal el in plaats van la. Beklemtoond betekent dat die lettergreep de nadruk krijgt bij de uitspraak:

  • el agua — het water
  • el águila — de arend
  • el hacha — de bijl
  • el hambre — de honger

Dit voorkomt de opeenvolging van twee sterk klinkende a-klanken. Het woord wordt daardoor niet mannelijk. Bijvoeglijke naamwoorden — woorden die een eigenschap noemen — blijven vrouwelijk:

  • el agua fría — het koude water
  • el águila blanca — de witte arend
  • el hacha nueva — de nieuwe bijl

In het meervoud verdwijnt deze speciale vorm en gebruik je las:

  • las aguas frías
  • las águilas blancas
  • las hachas nuevas

Niet elke vrouwelijke a- krijgt el. Als de eerste lettergreep niet beklemtoond is, blijft het la: la amiga, la escuela, la habitación. De klemtoon, niet alleen de beginletter, bepaalt dus de keuze.

Voorbeelden in context

Spaans Nederlands Toelichting
El chico espera el autobús. De jongen wacht op de bus. Twee mannelijke woorden in het enkelvoud.
La chica abre la ventana. Het meisje doet het raam open. Beide Spaanse woorden zijn vrouwelijk.
Los niños juegan en el parque. De kinderen spelen in het park. Los niños kan een gemengde groep aanduiden.
Las mesas están limpias. De tafels zijn schoon. Lidwoord, zelfstandig naamwoord en bijvoeglijk naamwoord staan in het meervoud.
¿Dónde está el libro? Waar is het boek? Een concreet, herkenbaar boek.
He visto una película. La película era larga. Ik heb een film gezien. De film duurde lang. Na de eerste vermelding is de film bekend.
Me gusta el café. Ik houd van koffie. Algemene betekenis; in het Nederlands geen lidwoord.
La paciencia es importante. Geduld is belangrijk. Een abstract begrip krijgt hier een lidwoord.
Los lunes trabajo en casa. Op maandag werk ik thuis. Meervoudig lidwoord voor iets dat elke maandag gebeurt.
El agua está fría. Het water is koud. Agua is vrouwelijk, maar krijgt in het enkelvoud el.
Necesitamos el agua fría. We hebben het koude water nodig. Fría bewijst dat agua vrouwelijk blijft.
Las águilas vuelan sobre las montañas. De arenden vliegen boven de bergen. In het meervoud wordt het gewoon las águilas.
Cierra la puerta, por favor. Doe de deur dicht, alsjeblieft. De bedoelde deur is duidelijk uit de situatie.
El español se habla en muchos países. Spaans wordt in veel landen gesproken. Naam van een taal als onderwerp van de zin.

Veelgemaakte fouten

Het Nederlandse lidwoord als leidraad nemen

  • Fout: el casa, omdat het Nederlands ‘het huis’ heeft
  • Goed: la casa
  • Waarom: Nederlands en Spaans delen zelfstandige naamwoorden anders in. Leer la casa als één combinatie.

Alleen naar de laatste letter kijken

  • Fout: la día
  • Goed: el día
  • Waarom: De uitgang geeft vaak een aanwijzing, maar er zijn uitzonderingen. Ook la mano laat zien dat -o niet altijd mannelijk is.

Het meervoud maar één keer markeren

  • Fout: los libro of la mesas
  • Goed: los libros en las mesas
  • Waarom: Zowel het lidwoord als het zelfstandig naamwoord moet in het meervoud staan.

Denken dat agua mannelijk is

  • Fout: el agua frío
  • Goed: el agua fría
  • Waarom: Alleen het lidwoord heeft hier de vorm el. Agua blijft vrouwelijk, dus het bijvoeglijk naamwoord is fría.

El gebruiken bij elk vrouwelijk woord met een a-

  • Fout: el amiga of el habitación
  • Goed: la amiga en la habitación
  • Waarom: De speciale regel geldt alleen wanneer de eerste a- of ha- beklemtoond is. In amiga en habitación ligt de klemtoon later.

Het lidwoord weglaten bij een algemene voorkeur

  • Fout: Me gusta café.
  • Goed: Me gusta el café.
  • Waarom: Bij een algemene categorie gebruikt het Spaans vaak een bepaald lidwoord waar het Nederlands geen lidwoord heeft.

Gebruiksnuances

Algemene uitspraken

Bij soorten, begrippen en activiteiten is het Spaanse lidwoord gebruikelijker dan het Nederlandse:

  • La vida es corta. — Het leven is kort.
  • Los gatos son independientes. — Katten zijn zelfstandig.
  • Me encanta el cine. — Ik ben dol op film.

Dat betekent niet dat ieder Spaans zelfstandig naamwoord altijd een lidwoord nodig heeft. Na ser kan een beroep zonder lidwoord staan: Ana es médica — ‘Ana is arts.’ Ook vaste uitdrukkingen en hoeveelheidswoorden hebben hun eigen patroon, zoals sin azúcar (‘zonder suiker’) en un vaso de agua (‘een glas water’).

Dagen van de week

Met een dag als datum of vast moment gebruikt het Spaans vaak el; voor een herhaling los:

  • La reunión es el lunes. — De vergadering is maandag.
  • Trabajo los lunes. — Ik werk op maandag / elke maandag.

Na een vorm van ser in een datumsaanduiding kan de constructie anders zijn: Hoy es lunes — ‘Vandaag is het maandag.’

Talen

Als een taal onderwerp is of als begrip wordt besproken, staat er vaak een lidwoord: El español es interesante. Na werkwoorden als hablar, estudiar en aprender blijft het lidwoord meestal weg wanneer alleen de taalvaardigheid wordt genoemd: Hablo español en Estudio español. Komt er een nadere bepaling bij, dan kan het terugkeren: Estudio el español de Argentina — ‘Ik bestudeer het Spaans van Argentinië.’

Namen en aanspreekvormen

Voor gewone persoonsnamen staat in de standaardtaal meestal geen lidwoord: María vive aquí. In sommige regio’s en informele spreektaal hoor je wel een lidwoord bij een naam. Neem dat in het begin vooral waar; gebruik zonder regionale reden liever de standaardvorm.

Bij een titel plus achternaam staat vaak wel een lidwoord wanneer je over iemand spreekt: la señora García, el doctor López. Spreek je de persoon rechtstreeks aan, dan valt het doorgaans weg: Buenos días, señora García.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A1-niveau nog niet actief te beheersen, maar je komt ze later vaak tegen.

Al en del

De combinaties a + el en de + el trekken verplicht samen:

  • Voy al mercado. — Ik ga naar de markt.
  • Vengo del centro. — Ik kom uit het centrum.

Met la, los en las is er geen samentrekking: a la estación, de los vecinos. Dit onderwerp wordt uitgebreider behandeld bij de Spaanse contracties.

Het onzijdige lo is geen vijfde gewoon lidwoord

Spaans heeft ook lo, maar dat staat niet voor een gewoon zelfstandig naamwoord. Het maakt van een eigenschap of idee iets abstracts:

  • lo importante — het belangrijke / wat belangrijk is
  • lo mejor — het beste
  • No entiendo lo difícil del problema. — Ik begrijp niet wat er moeilijk is aan het probleem.

Zeg dus niet lo libro. Een concreet mannelijk boek is el libro.

Waarom soms la misma agua?

De vorm el bij agua wordt gebruikt wanneer het lidwoord direct voor het vrouwelijk woord met beklemtoonde a- staat. Komt er een ander woord tussen, dan verschijnt de vrouwelijke vorm weer: la misma agua (‘hetzelfde water’) en la única águila (‘de enige arend’). Dit bevestigt opnieuw dat deze woorden grammaticaal vrouwelijk zijn.

Betekenisverschillen door wel of geen lidwoord

Het lidwoord kan bepalen of je een vak, materiaal of een specifieke variant bedoelt:

  • Estudio español. — Ik leer Spaans.
  • Estudio el español medieval. — Ik bestudeer het middeleeuwse Spaans.

Zie zulke verschillen niet als losse uitzonderingen. Vraag steeds: gaat het om iets zonder nadere afbakening, of om een herkenbare of nader bepaalde zaak?

Oefentips

  1. Leer woorden in paren. Schrijf op een kaartje niet mesa, maar la mesa; niet problema, maar el problema. Maak daarna meteen het meervoud: las mesas, los problemas.
  2. Werk met vier kolommen. Verzamel dagelijks woorden onder el, la, los en las. Zet el agua apart met de notitie ‘vrouwelijk: fría’.
  3. Vergelijk met het Nederlands. Markeer in korte Spaanse teksten lidwoorden die in de Nederlandse vertaling ontbreken, zoals in Me gusta la música en Los domingos descanso. Zo train je juist het verschil dat letterlijk vertalen veroorzaakt.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Het geslacht van Spaanse zelfstandige naamwoordenA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen