Eenvoudige betrekkelijke bijzinnen in het Catalaans
Oracions de Relatiu Bàsiques
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Catalaans op Settemila Lingue.
Kort gezegd
Met een betrekkelijke bijzin geef je extra informatie over een persoon, zaak, plaats of tijd. Gebruik op A2-niveau vooral que voor personen en zaken, on voor plaatsen en quan om een tijdstip als omstandigheid in te leiden: La dona que parla, el poble on visc, Ho faré quan arribi. Anders dan in het Nederlands gaat het vervoegde werkwoord in zo'n Catalaanse bijzin niet naar het einde.
Overzicht
Een betrekkelijke bijzin is een stukje zin dat nader vertelt over een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, dier, zaak of begrip). In L'home que veus és el meu germà is l'home het antecedent: het woord waarnaar de bijzin que veus terugverwijst. Zo kun je twee korte mededelingen samenvoegen zonder hetzelfde woord te herhalen: Veus un home. L'home és el meu germà wordt L'home que veus és el meu germà.
Dit onderwerp hoort bij A2 omdat je met één eenvoudig verbindingswoord al veel rijkere zinnen kunt maken. Het belangrijkste woord is que. Het kan zowel Nederlands die als dat weergeven en verwijst naar mensen én dingen. Het verandert nooit mee met geslacht of getal: l'home que, la dona que, els llibres que en les cases que.
Voor Nederlanders voelt de keuze van het verbindingswoord vaak eenvoudig, maar de woordvolgorde vraagt aandacht. In het Nederlands staat de persoonsvorm in een bijzin dikwijls achteraan: “de vrouw die in Barcelona woont”. Het Catalaans houdt de gewone volgorde: la dona que viu a Barcelona. Kopieer dus niet de Nederlandse bijzinstructuur.
Hoe het werkt
De basisstructuur
De gewone opbouw is:
antecedent + que/on + bijzin
Het antecedent is het woord dat je nader bepaalt. De bijzin bevat een vervoegd werkwoord en heeft daarin een open plek: que of on verbindt die plek met het antecedent.
| Catalaanse structuur | Nederlandse betekenis | Functie van het verbindingswoord |
|---|---|---|
| la noia que canta | het meisje dat zingt | onderwerp: het meisje zingt |
| el llibre que llegeixo | het boek dat ik lees | lijdend voorwerp: ik lees het boek |
| la ciutat on treballo | de stad waar ik werk | plaats: ik werk in de stad |
Het onderwerp is wie of wat de handeling uitvoert. Het lijdend voorwerp is wie of wat de handeling rechtstreeks ondergaat. Que kan beide functies hebben; de vorm blijft precies hetzelfde.
Que als onderwerp
Als que het onderwerp van de bijzin is, volgt meestal direct het werkwoord:
- La professora que explica això és nova. — De docente die dit uitlegt is nieuw.
- Els trens que van a Girona surten d'aquí. — De treinen die naar Girona gaan vertrekken hier.
Je voegt geen extra persoonlijk voornaamwoord toe. La professora que ella explica... betekent niet vanzelf “de docente die uitlegt”; ella zou een eigen onderwerp zijn en de structuur veranderen.
Que als lijdend voorwerp
Als que het lijdend voorwerp is, staat na que meestal eerst het onderwerp van de bijzin, al kan dat onderwerp in het Catalaans onuitgesproken blijven:
- L'home que veus és el meu germà. — De man die je ziet is mijn broer.
- La pel·lícula que vam veure era divertida. — De film die we zagen was leuk.
In que veus blijkt uit de werkwoordsvorm veus dat “jij” kijkt. In que vam veure laat vam zien dat “wij” het onderwerp zijn. Zet in de bijzin geen extra voornaamwoord voor het voorwerp: que vervult die rol al.
Het Nederlands gebruikt bij personen meestal die en bij het-woorden meestal dat. Die keuze hoef je in het Catalaans niet te maken:
| Catalaans | Nederlands | Let op |
|---|---|---|
| l'amic que truca | de vriend die belt | persoon, mannelijk enkelvoud |
| la veïna que truca | de buurvrouw die belt | persoon, vrouwelijk enkelvoud |
| el missatge que arriba | het bericht dat aankomt | zaak, mannelijk enkelvoud |
| les cartes que arriben | de brieven die aankomen | zaak, vrouwelijk meervoud |
On voor een plaats
On betekent hier “waar” of “waarin” en verwijst naar een plaats:
- La casa on visc és vella. — Het huis waar ik woon is oud.
- Aquest és el cafè on ens trobem. — Dit is het café waar we elkaar ontmoeten.
De plaats hoeft niet altijd een gebouw of stad te zijn. Ook el lloc on... (de plek waar...) en el camí on... (de weg waarop...) zijn mogelijk. Gebruik on alleen als er werkelijk een plaatsrelatie is. Bij een zaak zonder plaatsbetekenis is que meestal nodig.
On kan ook zonder genoemd antecedent voorkomen: Seu on vulguis betekent “Ga zitten waar je wilt”. Dan omvat on zelf de betekenis “op de plaats waar”. Dit is nuttig om te herkennen, maar voor de A2-kern kun je eerst oefenen met een duidelijk plaatswoord ervoor.
Tijd: que na een tijdwoord, quan als “wanneer/toen”
Voor tijd bestaan twee basispatronen die Nederlanders gemakkelijk door elkaar halen.
Na een genoemd tijdwoord zoals dia, any, moment of nit gebruik je vaak que:
- El dia que vaig arribar plovia. — De dag dat ik aankwam regende het.
- Recordo l'any que ens vam conèixer. — Ik herinner me het jaar waarin we elkaar leerden kennen.
Quan leidt zelf een tijdsbepaling in en betekent “wanneer” of “toen”:
- Quan vaig arribar, plovia. — Toen ik aankwam, regende het.
- Truca'm quan tinguis temps. — Bel me wanneer je tijd hebt.
Zeg dus voor de eenvoudige standaardconstructie liever el dia que vaig arribar dan een Nederlandse vorm met “wanneer” letterlijk na te bootsen. Een formelere mogelijkheid, el dia en què vaig arribar, komt verderop aan bod.
De woordvolgorde blijft Catalaans
Een Catalaanse betrekkelijke bijzin krijgt geen Nederlandse werkwoordsvolgorde. Vergelijk:
- Nederlands: de vrouw die elke ochtend koffie drinkt
- Catalaans: la dona que beu cafè cada matí
Bij samengestelde werkwoordsvormen blijven de delen eveneens bij elkaar: el llibre que he comprat avui (“het boek dat ik vandaag heb gekocht”). Een volgorde die is gemodelleerd op “dat ik vandaag gekocht heb” past niet in het Catalaans.
Voorbeelden in context
| Catalaans | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| L'home que veus és el meu germà. | De man die je ziet is mijn broer. | que is het lijdend voorwerp van veus. |
| La dona que parla amb la Marta és la directora. | De vrouw die met Marta praat is de directrice. | que is het onderwerp van parla. |
| Busco un llibre que expliqui la història de la ciutat. | Ik zoek een boek dat de geschiedenis van de stad uitlegt. | que verwijst naar een zaak. |
| Els pantalons que portes són nous? | Is de broek die je draagt nieuw? | que verandert niet in het meervoud. |
| Aquesta és la foto que vam fer ahir. | Dit is de foto die we gisteren hebben gemaakt. | Geen extra voorwerpsvoornaamwoord. |
| Coneixes la noia que treballa a la farmàcia? | Ken je het meisje dat bij de apotheek werkt? | Gewone Catalaanse woordvolgorde. |
| La casa on visc és vella. | Het huis waar ik woon is oud. | on verwijst naar een plaats. |
| Tornarem al restaurant on vam sopar. | We gaan terug naar het restaurant waar we hebben gegeten. | Plaats als antecedent. |
| Aquest és el barri on vaig créixer. | Dit is de wijk waar ik ben opgegroeid. | on kan Nederlands “waar” weergeven. |
| El dia que vaig arribar plovia. | De dag dat ik aankwam regende het. | Na el dia is que heel natuurlijk. |
| No oblidaré la nit que ens vam conèixer. | Ik zal de avond waarop we elkaar leerden kennen niet vergeten. | Nederlands “waarop” wordt hier que. |
| Quan acaba la feina, va a casa. | Wanneer het werk klaar is, gaat hij of zij naar huis. | quan leidt een tijdsbepaling in. |
| Avisaré la Júlia quan arribi. | Ik laat Júlia iets weten wanneer ik aankom. | Toekomstige tijdsomstandigheid. |
| La botiga que és al costat de l'estació està tancada. | De winkel die naast het station ligt, is gesloten. | que verwijst naar la botiga; està beschrijft een toestand. |
Veelgemaakte fouten
Qui gebruiken als rechtstreekse vertaling van “die”
- Onjuist: La dona qui parla és la directora.
- Juist: La dona que parla és la directora.
- Waarom: In een eenvoudige bijzin zonder voorzetsel gebruik je standaard que, ook voor personen. Qui leer je later vooral in constructies met een voorzetsel, zoals la persona amb qui parlo.
Que laten overeenkomen met geslacht of getal
- Onjuist: Les cases ques veus són noves.
- Juist: Les cases que veus són noves.
- Waarom: Que is onveranderlijk. Er bestaan geen vormen voor vrouwelijk of meervoud.
Een extra lijdend voorwerp toevoegen
- Onjuist: El llibre que el llegeixo és interessant.
- Juist: El llibre que llegeixo és interessant.
- Waarom: Que is al het lijdend voorwerp van llegeixo. Het zwakke voornaamwoord el zou hetzelfde voorwerp onnodig herhalen.
De Nederlandse werkwoordvolgorde kopiëren
- Onjuist: La noia que a Barcelona viu...
- Juist: La noia que viu a Barcelona...
- Waarom: Na que gebruikt het Catalaans zijn normale zinsvolgorde; het werkwoord verhuist niet naar het einde van de bijzin.
On voor elke Nederlandse combinatie met “waar” gebruiken
- Onjuist: El tema on parlem és important.
- Juist op gevorderd niveau: El tema de què parlem és important.
- Eenvoudiger: Parlem d'un tema important.
- Waarom: Tema is hier geen plaats. Het Nederlandse “waarover” valt daarom niet uiteen in het Catalaanse on. Constructies met een voorzetsel en què, qui of el qual horen bij de volgende leerstap.
Quan direct na elk tijdwoord zetten
- Minder natuurlijk als beginnerspatroon: El dia quan vaig arribar...
- Juist: El dia que vaig arribar...
- Ook juist: Quan vaig arribar...
- Waarom: Staat het tijdwoord el dia er al, dan is que de gewone eenvoudige verbinding. Zonder dat antecedent kan quan zelf “toen/wanneer” betekenen.
Gebruiksnotities
Beperkende en toelichtende informatie
Een beperkende bijzin vertelt welke persoon of zaak je bedoelt. Er staan dan geen komma's:
- Els alumnes que estudien aproven. — De leerlingen die studeren, slagen.
De bijzin beperkt de groep tot de leerlingen die studeren. Een toelichtende bijzin voegt alleen extra informatie toe en staat tussen komma's:
- La Clara, que estudia medicina, viu a Lleida. — Clara, die geneeskunde studeert, woont in Lleida.
De vorm que verandert niet, maar de komma's veranderen de betekenis. In gesproken taal hoor je bij de toelichtende bijzin meestal een korte pauze.
Que is vaak breder dan Nederlands “die/dat”
Hetzelfde Catalaanse woord kan in het Nederlands die, dat, waarop of waarin worden, afhankelijk van de zin. Vertaal daarom niet woord voor woord. Zoek eerst het antecedent en vraag daarna welke rol de open plek in de bijzin heeft.
On en een explicieter alternatief
Bij een echte plaats kan on meestal worden vervangen door en què: la casa on visc en la casa en què visc. On is kort en heel gewoon; en què maakt het voorzetsel expliciet en klinkt vaak wat verzorgder of formeler. Op A2-niveau is on doorgaans de handigste keuze.
Verder dan de basis
Je hoeft de volgende vormen nog niet actief te beheersen, maar je zult ze in teksten tegenkomen. Zodra een voorzetsel nodig is, volstaat het eenvoudige onbeklemtoonde que vaak niet meer. Het Catalaans gebruikt dan onder meer qui voor personen, què voor zaken en vormen van el qual:
| Catalaans | Nederlands | Patroon |
|---|---|---|
| la persona amb qui parlo | de persoon met wie ik praat | voorzetsel + qui |
| el tema de què parlem | het onderwerp waarover we praten | voorzetsel + què |
| l'empresa per a la qual treballo | het bedrijf waarvoor ik werk | voorzetsel + la qual |
| el dia en què ens vam conèixer | de dag waarop we elkaar leerden kennen | tijdwoord + en què |
Let op het accent in què na een voorzetsel; dit is een andere vorm dan het onbeklemtoonde que uit de basisregel. Deze constructies verdienen afzonderlijke oefening op B1- en B2-niveau.
Ook bestaan betrekkelijke constructies zonder een concreet zelfstandig naamwoord ervoor. El que kan bijvoorbeeld “wat/datgene wat” betekenen: No entenc el que dius (“Ik begrijp niet wat je zegt”). Qui kan zelfstandig naar mensen verwijzen: Qui vulgui pot venir (“Wie wil, mag komen”). Zulke vrije betrekkelijke bijzinnen zijn nuttig, maar houd ze voorlopig gescheiden van het eenvoudige patroon zelfstandig naamwoord + que.
Bij quan komt later nog de keuze van de werkwoordsvorm kijken. Voor een toekomstige gebeurtenis staat vaak de aanvoegende wijs (een werkwoordsvorm voor onder meer nog niet verwezenlijkte situaties): Quan arribis, truca'm — “Bel me wanneer je aankomt.” Dat verschil wordt niet veroorzaakt door een Nederlands onderscheid tussen “als” en “wanneer”; het hangt samen met hoe het Catalaans naar de toekomstige gebeurtenis kijkt.
Oefentips
- Voeg telkens twee zinnen samen. Maak van Tinc una amiga. L'amiga viu a Reus de zin Tinc una amiga que viu a Reus. Wissel daarna tussen que als onderwerp en als lijdend voorwerp.
- Markeer drie onderdelen tijdens het lezen: het antecedent, het verbindingswoord en het werkwoord van de bijzin. Zo zie je snel waarom que of on is gebruikt en voorkom je een extra voorwerpsvoornaamwoord.
- Oefen het verschil tussen plaats en tijd. Maak vijf zinnen met el lloc on..., vijf met el dia que... en vijf zonder antecedent die beginnen met Quan.... Lees ze hardop om de Catalaanse woordvolgorde vanzelfsprekender te maken.
Verwante onderwerpen
- Voorkennis: Ser en estar — helpt bij beschrijvingen en toestanden binnen betrekkelijke bijzinnen.
- Volgende stap: Betrekkelijke voornaamwoorden met voorzetsels — behandelt onder meer amb qui, de què en per al qual.
- Verdieping: Gevorderde betrekkelijke bijzinnen — breidt de basis uit met complexere voorzetselconstructies en stijlnuances.
Vereiste kennis
Ser en estar in het CatalaansA1Concepten die hierop voortbouwen
Meer A2-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Oracions de Relatiu Bàsiques in Catalaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Catalaans · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen