Engelse relatieve bijzinnen met *who*, *which* en *that*
Basic Relative Clauses
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Engels op Settemila Lingue.
Kort gezegd
Een relatieve bijzin geeft extra informatie over een persoon of zaak: the woman who called en the phone that rang. Gebruik als eenvoudige beginnersregel who voor personen, which voor zaken en that voor beide. In een bepalende relatieve bijzin — informatie die duidelijk maakt wie of wat je bedoelt — staan geen komma’s.
Overzicht
Met een relatieve bijzin voeg je informatie aan een zelfstandig naamwoord toe. Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een persoon, dier, ding of begrip, zoals teacher, dog, house of idea. In the teacher who helped me vertelt who helped me over welke docent het gaat. Zo kun je twee korte mededelingen natuurlijk samenvoegen: I know the teacher. She helped me wordt I know the teacher who helped me.
Dit onderwerp hoort bij A2, omdat je met drie veelvoorkomende woorden al veel nauwkeuriger kunt spreken en schrijven. Who verwijst normaal naar personen, which naar zaken en that naar personen of zaken. Het woord waarnaar de relatieve bijzin terugverwijst heet het antecedent (het eerdere woord dat nader wordt beschreven): in the book which I bought is the book het antecedent.
Voor Nederlandstaligen is het idee vertrouwd: Nederlands gebruikt vaak die of dat. Toch kun je die woorden niet mechanisch vertalen. Engels kiest vooral op basis van persoon of zaak en op basis van het soort bijzin. Bovendien heeft een Engelse relatieve bijzin de gewone woordvolgorde van een mededeling; het werkwoord gaat dus niet, zoals in het Nederlands, automatisch naar het einde.
Hoe werkt het?
De basiskeuze
| Antecedent | Gebruik meestal | Voorbeeld | Nederlandse betekenis |
|---|---|---|---|
| persoon of personen | who | the neighbour who called | de buur die belde |
| zaak, dier of begrip | which | the key which was missing | de sleutel die ontbrak |
| persoon of zaak in een bepalende bijzin | that | the neighbour that called / the key that was missing | de buur die belde / de sleutel die ontbrak |
Who is doorgaans de natuurlijkste en duidelijkste keuze voor mensen. Which maakt duidelijk dat het om een zaak gaat. That is zeer gewoon in bepalende bijzinnen, vooral in alledaagse taal. Voor huisdieren met een naam of dieren die als individu worden voorgesteld, komt who ook voor: our dog, who hates rain. Als het dier vooral als soort of zaak wordt behandeld, zijn which en that normaal.
Een bepalende relatieve bijzin
Een bepalende of restrictieve relatieve bijzin identificeert de persoon of zaak. De informatie is nodig om te weten wie of wat bedoeld wordt:
- The students who finished can go home. Alleen de studenten die klaar zijn, mogen naar huis.
- I need the file that contains the budget. Ik heb specifiek het bestand met de begroting nodig.
Zonder de relatieve bijzin verandert de bedoelde groep of blijft de verwijzing onduidelijk. Daarom zet je in het Engels geen komma’s rond zo’n bijzin. In deze basisconstructie kun je that gebruiken voor zowel mensen als zaken:
- persoon: the woman who works here → the woman that works here
- zaak: the train which stops in York → the train that stops in York
Bij mensen klinkt who vaak persoonlijker en stijlvoller dan that, maar that is grammaticaal mogelijk in een bepalende bijzin.
Onderwerp of lijdend voorwerp?
Het betrekkelijk voornaamwoord kan twee functies hebben. Het kan het onderwerp zijn (wie of wat de handeling uitvoert), of het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat).
Als onderwerp:
- The man who lives next door is a doctor.
- The alarm that woke us was very loud.
Hier voert who het wonen uit en veroorzaakt that het wakker worden. Er komt daarom niet nog een onderwerp direct achter:
- niet: the man who he lives next door
- wel: the man who lives next door
Als lijdend voorwerp:
- The book which I bought was expensive.
- The car that she wants is electric.
Hier zijn I en she het onderwerp van de bijzin; which en that zijn wat gekocht of gewild wordt. Bij een bepalende bijzin mag je zo’n betrekkelijk voornaamwoord als lijdend voorwerp vaak weglaten:
- The book I bought was expensive.
- The car she wants is electric.
Als het betrekkelijk voornaamwoord zelf onderwerp is, kan dat niet: niet the man lives next door als je the man who lives next door bedoelt.
Engelse woordvolgorde
Na who, which of that gebruik je de gewone volgorde van een mededelende bijzin. Vergelijk:
- Nederlands: de film die ik gisteren heb gezien
- Engels: the film that I saw yesterday
Zet het Engelse werkwoord dus niet aan het einde naar Nederlands model. Maak ook geen vraagvolgorde:
- niet: the woman who does she work here
- wel: the woman who works here
Een handig bouwplan is:
zelfstandig naamwoord + who/which/that + rest van de bijzin
- the people + who + work here
- the laptop + that + I use for work
Voorbeelden in context
| Engels | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| The man who lives next door is a nurse. | De man die hiernaast woont, is verpleegkundige. | Who verwijst naar een persoon en is onderwerp. |
| People who work hard often make progress. | Mensen die hard werken, boeken vaak vooruitgang. | De bijzin bepaalt welke mensen bedoeld worden. |
| She is the colleague who helped me yesterday. | Zij is de collega die me gisteren heeft geholpen. | Who is de natuurlijkste keuze voor een persoon. |
| The book which I bought is on the table. | Het boek dat ik heb gekocht, ligt op tafel. | Which is lijdend voorwerp in de bijzin. |
| We took the train which stops at every station. | We namen de trein die op elk station stopt. | Which is onderwerp en kan niet worden weggelaten. |
| This is the app that tracks my expenses. | Dit is de app die mijn uitgaven bijhoudt. | That verwijst naar een zaak. |
| The car that I want is too expensive. | De auto die ik wil, is te duur. | That is lijdend voorwerp. |
| I know someone that can repair bikes. | Ik ken iemand die fietsen kan repareren. | That kan naar een persoon verwijzen; who klinkt hier ook natuurlijk. |
| The shoes I ordered are too small. | De schoenen die ik heb besteld, zijn te klein. | Het weggelaten betrekkelijk voornaamwoord was lijdend voorwerp. |
| Where is the email you sent me? | Waar is de e-mail die je me hebt gestuurd? | Ook hier mag that of which weg. |
| The dog that barked all night belongs to our neighbours. | De hond die de hele nacht blafte, is van onze buren. | That is onderwerp en blijft daarom staan. |
| My aunt, who lives in Leeds, is visiting us. | Mijn tante, die in Leeds woont, komt bij ons op bezoek. | De komma’s geven niet-bepalende extra informatie aan. |
Let op de komma in enkele Nederlandse vertalingen. Nederlandse interpunctie en Engelse interpunctie lopen niet altijd één op één gelijk. Baseer de Engelse komma daarom op de functie van de Engelse bijzin: identificeert die het antecedent, of voegt die alleen extra informatie toe?
Veelgemaakte fouten
1. Which gebruiken voor een persoon
- Onjuist: The woman which called me is my manager.
- Juist: The woman who called me is my manager.
- Waarom: Voor een persoon gebruik je who; in een bepalende bijzin kan ook that.
2. Een extra onderwerp toevoegen
- Onjuist: The man who he lives upstairs is friendly.
- Juist: The man who lives upstairs is friendly.
- Waarom: Who is hier al het onderwerp van lives. Het Nederlandse de man die hij... kan in sommige andere zinsstructuren voorkomen, maar niet met deze betekenis.
3. Het onderwerp van de relatieve bijzin weglaten
- Onjuist: The bus goes to the airport leaves at six.
- Juist: The bus that goes to the airport leaves at six.
- Waarom: That is het onderwerp van goes en is dus verplicht. Alleen een betrekkelijk voornaamwoord dat lijdend voorwerp is, kan in een bepalende bijzin vaak verdwijnen.
4. Nederlandse woordvolgorde overnemen
- Onjuist: The book that I yesterday bought was expensive.
- Juist: The book that I bought yesterday was expensive.
- Waarom: In natuurlijk Engels staan onderwerp en werkwoord hier bij elkaar: I bought. De tijdsbepaling volgt meestal later.
5. That na een komma zetten
- Onjuist: My laptop, that is five years old, still works well.
- Juist: My laptop, which is five years old, still works well.
- Waarom: In een niet-bepalende relatieve bijzin tussen komma’s gebruik je who voor personen en which voor zaken, niet that.
6. Een bepalende bijzin onnodig tussen komma’s zetten
- Onjuist: The employees, who work on Fridays, can park here. als alleen de werknemers die op vrijdag werken bedoeld zijn.
- Juist: The employees who work on Fridays can park here.
- Waarom: Met komma’s suggereert de zin dat alle bedoelde werknemers op vrijdag werken. Zonder komma’s selecteert de bijzin een deel van de werknemers.
Gebruiksnotities
Who of that bij personen?
Beide kunnen correct zijn in een bepalende bijzin: the person who answered en the person that answered. Who is meestal de veiligste keuze voor mensen, zeker in verzorgde schrijftaal. That is heel gewoon na woorden als someone, anyone en people, en in informele taal. Bij een genoemde persoon tussen komma’s gebruik je alleen who: Maya, who works with me, ...
Which of that bij zaken?
In bepalende bijzinnen zijn beide mogelijk: the report which I read en the report that I read. In Amerikaans geredigeerd proza bestaat een sterke stijlvoorkeur voor that in bepalende bijzinnen en which in niet-bepalende bijzinnen. Brits Engels gebruikt which veel ruimer in bepalende bijzinnen. Dit is grotendeels een stijlverschil; the report which I read is correct Engels.
Weglaten klinkt vaak natuurlijk
Wanneer who, which of that lijdend voorwerp is, klinkt weglating in alledaags Engels vaak zeer natuurlijk: the film we watched, the person I met. In formele teksten mag het voornaamwoord blijven staan. Bij who als lijdend voorwerp is weglating vaak natuurlijker dan een formeel whom: the person I called.
Verder dan de basis
De volgende punten hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze wel tegenkomen.
Niet-bepalende relatieve bijzinnen
Een niet-bepalende relatieve bijzin identificeert het antecedent niet, maar voegt bijkomende informatie toe. Het antecedent is al duidelijk:
- My brother, who lives in Dublin, is a chef.
- This camera, which I bought in 2020, still works.
Deze bijzinnen staan tussen komma’s. Je gebruikt er who of which, nooit that. Het betrekkelijk voornaamwoord kun je er ook niet weglaten. De komma’s kunnen de betekenis veranderen:
- The guests who arrived early got coffee. Alleen de vroeg aangekomen gasten kregen koffie.
- The guests, who arrived early, got coffee. Alle bedoelde gasten kwamen vroeg en kregen koffie.
Voorzetsels en whom
Een voorzetsel is een woord dat een relatie uitdrukt, zoals to, with of about. In gewoon Engels staat het vaak achteraan:
- the person who I spoke to
- the chair which I sat on
In formeel Engels kan het vooraan staan. Voor personen verschijnt dan vaak whom, de voorwerpsvorm van who:
- the person to whom I spoke
- the colleague with whom she travelled
Na een vooropgeplaatst voorzetsel gebruik je geen that: niet the person to that I spoke. In alledaagse taal is the person I spoke to meestal de eenvoudigste keuze.
Bezit, plaats en tijd
Andere relatieve woorden bouwen op hetzelfde principe voort. Whose drukt bezit uit (the woman whose bike was stolen), where verwijst naar een plaats (the café where we met) en when naar een tijd (the day when we met). Die vormen horen bij de vervolgstap over uitgebreidere relatieve bijzinnen.
Verwijzen naar een hele mededeling
In gevorderd Engels kan which na een komma naar de hele voorafgaande mededeling verwijzen:
- The train was cancelled, which meant we had to take a bus.
Hier verwijst which niet alleen naar the train, maar naar het feit dat de trein uitviel. That kan deze functie niet overnemen.
Oefentips
- Voeg tweetallen samen. Begin met I met a woman. She designs websites. en maak I met a woman who designs websites. Controleer daarna of who onderwerp of lijdend voorwerp is.
- Gebruik een simpele keuzeroute. Vraag eerst: persoon of zaak? Kies who of which. Is de bijzin bepalend, dan kun je ook that proberen. Is het voornaamwoord lijdend voorwerp, maak vervolgens een tweede versie zonder dat woord.
- Vergelijk met het Nederlands, maar kopieer het niet. Onderstreep in beide talen onderwerp en werkwoord. Zo train je bewust the film that we watched yesterday in plaats van een Nederlandse eindplaatsing van het werkwoord.
Verwante onderwerpen
- Voorkennis: Onderwerpsvoornaamwoorden — helpt je herkennen wie de handeling in de relatieve bijzin uitvoert.
- Volgende stap: Relatieve bijzinnen met where, when en whose — breidt het systeem uit met plaats, tijd en bezit.
Vereiste kennis
Onderwerpsvoornaamwoorden in het EngelsA1Concepten die hierop voortbouwen
Meer A2-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Basic Relative Clauses in Engels met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Engels · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen