B2

Gevorderde betrekkelijke bijzinnen in het Catalaans

Oracions de Relatiu Avançades

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Catalaans op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Als een werkwoord een voorzetsel nodig heeft, staat dat voorzetsel in verzorgd Catalaans vóór het betrekkelijk voornaamwoord: la casa en què visc, la persona de qui parlo. Gebruik doorgaans què voor zaken, qui voor personen en een vorm van el qual voor beide; die laatste vorm past zich aan het geslacht en getal van het antecedent aan.

Overzicht

Een betrekkelijke bijzin geeft extra informatie over een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, zaak, plaats of begrip). In la casa en què visc is la casa het antecedent: het woord waarnaar en què terugverwijst. De bijzin en què visc vertelt om welk huis het gaat.

Op A2-niveau leer je meestal het onveranderlijke que: L’home que parla en el llibre que llegeixo. Op B2-niveau wordt vooral belangrijk wat er gebeurt als binnen de bijzin een voorzetsel nodig is. Je woont in een huis (viure en una casa), praat over iemand (parlar de algú) en werkt met iemand (treballar amb algú). Dat voorzetsel blijft staan wanneer het zelfstandig naamwoord door een betrekkelijk voornaamwoord wordt vervangen.

Voor Nederlandstaligen voelt het basisidee vertrouwd: het huis waarin ik woon en de persoon over wie ik spreek. Toch gaat het vaak mis. Het Catalaans zet het voorzetsel niet achteraan, kiest tussen què, qui en el qual, en laat el qual bovendien overeenkomen met het antecedent. Ook komen Catalaanse en Nederlandse vaste voorzetsels lang niet altijd overeen.

Hoe het werkt

Begin bij het werkwoord met zijn voorzetsel

Bepaal eerst welke verbinding de Catalaanse bijzin zonder betrekkelijk voornaamwoord zou bevatten:

Gewone verbinding Betekenis Betrekkelijke verbinding
visc en aquesta casa ik woon in dit huis la casa en què visc
parlo de aquesta persona ik praat over deze persoon la persona de qui parlo
treballo amb aquesta eina ik werk met dit hulpmiddel l’eina amb la qual treballo
confio en aquests companys ik vertrouw op deze collega’s els companys en els quals confio

De praktische formule is:

antecedent + voorzetsel + betrekkelijk voornaamwoord + rest van de bijzin

Het voorzetsel wordt dus gekozen door het Catalaanse werkwoord of de uitdrukking, niet door de Nederlandse vertaling. Zo is parlar de letterlijk eerder “spreken van/over”, terwijl Nederlands meestal “praten over” gebruikt.

Què voor zaken en begrippen

Què met accent is een beklemtoond betrekkelijk voornaamwoord na een voorzetsel. Het verwijst normaal naar een zaak, plaats, tijd of abstract begrip, niet naar een persoon:

  • el projecte en què participem — het project waaraan we deelnemen
  • la cadira en què seia — de stoel waarop hij/zij zat
  • el problema a què et refereixes — het probleem waarnaar je verwijst
  • el dia en què ens vam conèixer — de dag waarop we elkaar leerden kennen

Let op het accent: gewoon que heeft geen accent, maar betrekkelijk què na een voorzetsel wel. Vergelijk la casa que vam comprar met la casa en què vivim.

Qui voor personen

Qui verwijst in deze constructie naar één of meer personen en verandert niet voor geslacht of getal:

  • la persona de qui et parlo — de persoon over wie ik je vertel
  • els amics amb qui viatjo — de vrienden met wie ik reis
  • la professora a qui vaig escriure — de docent aan wie ik schreef
  • les companyes en qui confio — de collega’s op wie ik vertrouw

Nederlands gebruikt bij personen eveneens vaak wie, maar de voorzetsels kunnen verschillen. Leer daarom niet alleen qui, maar de hele combinatie: parlar de, escriure a, confiar en, treballar amb.

El qual en de vier verbogen vormen

El qual kan na een voorzetsel naar personen én zaken verwijzen. Het lidwoord past zich aan het antecedent aan:

Antecedent Vorm Voorbeeld
mannelijk enkelvoud el qual el barri en el qual visc
vrouwelijk enkelvoud la qual la casa en la qual visc
mannelijk meervoud els quals els temes dels quals parlem
vrouwelijk meervoud les quals les condicions amb les quals treballen

Deze vormen zijn duidelijk en komen veel voor in verzorgde schrijftaal, formele uitleg en langere zinnen. In veel gevallen bestaan er twee correcte mogelijkheden:

  • la qüestió de què parlem / la qüestió de la qual parlem
  • l’home amb qui treballo / l’home amb el qual treballo
  • el poble en què viu / el poble en el qual viu

De vorm met què of qui is vaak korter. De vorm met el qual maakt het antecedent door de overeenkomst soms sneller herkenbaar.

Samentrekkingen met el qual

De voorzetsels a, de en per trekken samen met het mannelijke lidwoord el en met het meervoud els. Dat gebeurt ook vóór qual:

Losse elementen Juiste vorm Voorbeeld
a + el qual al qual el client al qual vaig respondre
a + els quals als quals els clients als quals vaig respondre
de + el qual del qual el tema del qual parlàvem
de + els quals dels quals els temes dels quals parlàvem
per + el qual pel qual el motiu pel qual vaig marxar
per + els quals pels quals els motius pels quals vaig marxar

Bij vrouwelijke vormen is er geen samentrekking: a la qual, de la qual, per la qual, en in het meervoud a les quals, de les quals, per les quals.

Na een samengesteld voorzetsel of een voorzetselachtige uitdrukking is een qual-vorm vaak de duidelijkste en soms de noodzakelijke standaardoplossing: l’edifici davant del qual esperem (“het gebouw waar we vóór staan te wachten”) en la mesura gràcies a la qual vam estalviar (“de maatregel waardoor we bespaarden”).

On bij een echte plaats

Voor een plaats kan on vaak en què of en el qual/la qual vervangen:

  • la casa on visc
  • la casa en què visc
  • la casa en la qual visc

Alle drie betekenen “het huis waarin/waar ik woon”. On is compact en heel gewoon. Het kan ook met een voorzetsel voorkomen: el poble d’on vinc (het dorp waar ik vandaan kom) en el carrer per on passem (de straat waarlangs we lopen).

Gebruik on vooral wanneer er werkelijk sprake is van een plaats. Bij een onderwerp, situatie of probleem is en què meestal preciezer: la situació en què ens trobem, niet automatisch la situació on ens trobem. Het Nederlandse waarin kan immers zowel letterlijk als figuurlijk zijn; het Catalaans maakt die keuze vaak scherper.

Geen voorzetsel vóór gewoon que

In de standaardtaal zet je niet eenvoudig een voorzetsel vóór het onbeklemtoonde que:

  • niet: la casa en que visc
  • wel: la casa en què visc of la casa en la qual visc

Ook en la que in la casa en la que visc geldt in verzorgde standaardtaal niet als de aangewezen vorm met een expliciet antecedent. Kies en què of en la qual. Een combinatie als el que is wél correct wanneer er geen uitgedrukt antecedent staat: No entenc el que dius (“Ik begrijp niet wat je zegt”). Dat is dus een andere constructie.

Beperkende en toelichtende bijzinnen

Een beperkende bijzin zegt welke persoon of zaak je bedoelt en staat zonder komma’s: Els documents en què falta una signatura no són vàlids — alleen de documenten zonder handtekening zijn ongeldig.

Een toelichtende bijzin voegt informatie toe over een al bekende persoon of zaak en staat tussen komma’s: Aquests documents, en els quals falta una signatura, no són vàlids. De komma verandert dus de betekenis. Zonder voorzetsel gebruik je in beperkende bijzinnen gewoonlijk que; een losse qual-vorm zonder voorzetsel hoort vooral bij formele, toelichtende bijzinnen.

Voorbeelden in context

Catalaans Nederlands Opmerking
La casa en què vaig néixer ara és un hotel. Het huis waarin ik geboren ben, is nu een hotel. què na en; zaak/plaats
El motiu pel qual vaig marxar era personal. De reden waarom ik vertrok, was persoonlijk. per + el qual wordt pel qual
La persona de qui et parlo viu a Girona. De persoon over wie ik je vertel, woont in Girona. qui verwijst naar een persoon
El dia en què ens vam conèixer plovia molt. Op de dag waarop we elkaar leerden kennen, regende het hard. tijdsaanduiding met en què
Aquest és el projecte en què participarem. Dit is het project waaraan we zullen deelnemen. participar en
La directora amb qui vaig parlar ja ho sap. De directrice met wie ik sprak, weet het al. persoon na amb
No trobo el document a què et refereixes. Ik kan het document waarnaar je verwijst niet vinden. referir-se a
Són decisions de les quals depèn el futur de l’empresa. Het zijn beslissingen waarvan de toekomst van het bedrijf afhangt. vrouwelijk meervoud
Els veïns en els quals confiàvem ens van ajudar. De buren op wie we vertrouwden, hebben ons geholpen. mannelijk meervoud
La sala on farem la reunió és al primer pis. De zaal waar we de vergadering houden, is op de eerste verdieping. echte plaats met on
Aquest és el camí per on anàvem cada matí. Dit is de weg waarlangs we elke ochtend liepen. per on drukt een route uit
L’acord, gràcies al qual vam evitar el conflicte, continua vigent. De overeenkomst, waardoor we het conflict konden vermijden, is nog steeds van kracht. samengesteld verband met el qual
L’edifici davant del qual hi ha una font és la biblioteca. Het gebouw waar een fontein voor staat, is de bibliotheek. samengesteld voorzetsel
La situació en què ens trobem exigeix paciència. De situatie waarin we ons bevinden, vraagt geduld. abstract: liever en què dan on
Va perdre l’últim tren, la qual cosa el va obligar a agafar un taxi. Hij miste de laatste trein, waardoor hij een taxi moest nemen. la qual cosa verwijst naar de hele vorige mededeling

Veelgemaakte fouten

Het voorzetsel achteraan laten staan

  • Onjuist: La persona que vaig parlar amb.
  • Juist: La persona amb qui vaig parlar.
  • Waarom: In informeel Nederlands kan “de persoon die ik mee sprak” voorkomen. Verzorgd Catalaans zet amb rechtstreeks vóór het betrekkelijk voornaamwoord.

Que zonder accent na een voorzetsel schrijven

  • Onjuist: El projecte en que treballo.
  • Juist: El projecte en què treballo.
  • Waarom: Na een voorzetsel is het beklemtoonde betrekkelijke voornaamwoord voor zaken què, met accent. Zonder voorzetsel blijft het que: el projecte que dirigeixo.

Què en qui verwisselen

  • Onjuist: La companya de què et parlava.
  • Juist: La companya de qui et parlava.
  • Waarom: Qui verwijst naar personen; què verwijst hier naar zaken of begrippen. De la qual zou in dit voorbeeld ook correct zijn.

De vorm van el qual niet laten overeenkomen

  • Onjuist: Les normes segons el qual treballem.
  • Juist: Les normes segons les quals treballem.
  • Waarom: Normes is vrouwelijk meervoud, dus ook het betrekkelijk voornaamwoord staat in het vrouwelijk meervoud.

Een Nederlands voorzetsel letterlijk overnemen

  • Onjuist: La persona sobre qui parlem als gewone vertaling van “de persoon over wie we praten”.
  • Juist: La persona de qui parlem.
  • Waarom: Het gebruikelijke werkwoordpatroon is parlar de. Sobre kan “over/betreffende” betekenen, maar vervangt niet automatisch elk Nederlands over.

On gebruiken bij elk figuurlijk “waarin”

  • Minder verzorgd: El problema on pensem.
  • Juist: El problema en què pensem.
  • Waarom: Een probleem is geen letterlijke plaats. Volg de verbinding pensar en en gebruik en què.

Gebruik en stijl

In gesprekken hoor je vaak de kortste natuurlijke oplossing: on bij plaatsen, qui bij personen en què bij zaken. Vormen met el qual zijn niet uitsluitend formeel, maar vallen meer op in zorgvuldig geschreven teksten. Ze zijn bijzonder nuttig als de bijzin lang is, als meerdere mogelijke antecedenten in de buurt staan of als een samengesteld voorzetsel wordt gebruikt.

El motiu pel qual is een vaste, heldere formulering voor “de reden waarom”. El motiu per què is grammaticaal mogelijk, maar per què ziet er ook uit als het vragende “waarom”. Pel qual voorkomt die mogelijke leesvertraging en is daardoor gebruikelijk in uitleg en schrijftaal.

Bij personen is amb qui doorgaans lichter dan amb el qual/amb la qual. De qual-vorm kan echter nuttig zijn wanneer geslacht of getal helpt om de verwijzing duidelijk te maken. Kies dus niet op basis van een vermeende regel “spreektaal tegenover schrijftaal”, maar op basis van helderheid, ritme en de soort tekst.

Verder dan de basis

Bezit uitdrukken met del qual

Catalaans heeft geen alledaags enkel woord dat precies alle functies van het formele Nederlandse wiens en wier overneemt. In verzorgde taal kan een constructie met del qual bezit of een andere de-relatie uitdrukken:

  • L’home el fill del qual viu a Brussel·les... — De man wiens zoon in Brussel woont...
  • L’autora les novel·les de la qual han guanyat diversos premis... — De auteur wier romans verschillende prijzen hebben gewonnen...

Er zijn hier twee overeenkomsten. Het lidwoord vóór het bezeten zelfstandig naamwoord past bij dat woord: el fill, les novel·les. De vorm del qual/de la qual past bij de bezitter, dus bij l’home of l’autora. Deze compacte constructie komt vooral voor in formele of informatieve teksten; in een gesprek formuleert men de zin vaak anders.

Naar een hele mededeling verwijzen

La qual cosa betekent “wat”, “hetgeen” of vaak natuurlijker “waardoor” wanneer het naar de volledige vorige mededeling verwijst:

Van cancel·lar el vol, la qual cosa ens va obligar a canviar els plans. — Ze annuleerden de vlucht, waardoor we onze plannen moesten wijzigen.

De komma is belangrijk: la qual cosa voegt commentaar toe op de hele voorafgaande gebeurtenis. De vorm staat altijd in het vrouwelijk enkelvoud omdat cosa vrouwelijk enkelvoud is.

Qual zonder voorzetsel

In formele toelichtende bijzinnen kun je vormen als el qual, la qual, els quals, les quals ook zonder voorzetsel aantreffen: Els representants, els quals ja havien estat informats, van acceptar l’acord. In neutraal taalgebruik is que hier vaak eenvoudiger. Gebruik een losse qual-vorm niet als algemene vervanging van que in een beperkende bijzin.

Het voorzetsel is soms onderdeel van de betekenis

Een ander voorzetsel kan een ander verband uitdrukken. Vergelijk la ciutat en què vivim (de stad waarin we wonen), la ciutat d’on venim (de stad waar we vandaan komen) en la ciutat per on passem (de stad waar we doorheen komen). Leer daarom steeds de volledige Catalaanse woordgroep en controleer welk voorzetsel het werkwoord werkelijk vraagt.

Oefentips

  1. Bouw elke zin in twee stappen. Begin met Parlo de la professora en vervang daarna la professora: la professora de qui parlo. Zo blijft het juiste voorzetsel zichtbaar.
  2. Maak drietallen. Oefen waar mogelijk naast elkaar: la casa on visc, la casa en què visc, la casa en la qual visc. Noteer vervolgens welke variant het kortst en welke het duidelijkst voelt.
  3. Verzamel werkwoordpatronen, geen losse voorzetsels. Schrijf bijvoorbeeld participar en, parlar de, confiar en, referir-se a en treballar amb op. Maak bij elk patroon één betrekkelijke bijzin.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Eenvoudige betrekkelijke bijzinnen in het CatalaansA2

Meer B2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Oracions de Relatiu Avançades in Catalaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Catalaans · B2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen