A1

Volere in het Italiaans

Il Verbo Volere

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Italiaans op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Volere betekent meestal ‘willen’. In de tegenwoordige tijd is het onregelmatig: voglio, vuoi, vuole, vogliamo, volete, vogliono. Er volgt rechtstreeks een zelfstandig naamwoord (voglio un caffè) of een infinitief, de onvervoegde vorm van een werkwoord (voglio partire): er komt dus geen Italiaans woord voor ‘om’ tussen.

Overzicht

Volere is een van de belangrijkste Italiaanse modale werkwoorden: een werkwoord dat samen met een ander werkwoord aangeeft wat iemand wil, kan of moet doen. Je gebruikt het om een wens, behoefte, keuze of bedoeling uit te drukken. Het komt daarom al op A1-niveau voortdurend van pas: in een café, tijdens het winkelen, bij het maken van plannen en in alledaagse vragen.

Voor Nederlandstaligen lijkt de basis gelukkig sterk op willen. Voglio dormire betekent ‘Ik wil slapen’ en Vogliamo mangiare betekent ‘We willen eten’. Toch zijn er twee belangrijke verschillen. In het Italiaans laat je het onderwerp — de persoon die iets wil — meestal weg, omdat de vorm van volere al laat zien om wie het gaat. Bovendien kan een letterlijk vertaald Nederlands ik wil in een verzoek nogal direct klinken; daarvoor gebruikt het Italiaans vaak het beleefdere vorrei (‘ik zou graag willen’).

De kern voor beginners is eenvoudig: leer de zes vormen uit het hoofd en zet daarna meteen een zaak of handeling. De nuances rond beleefdheid, verleden tijden en bijzondere uitdrukkingen staan verderop apart, zodat je die later kunt toevoegen.

Hoe het werkt

De tegenwoordige tijd

De stam van volere verandert, dus je kunt het werkwoord niet vervoegen alsof het een regelmatig werkwoord op -ere is. Dit zijn de vormen van de presente, de gewone tegenwoordige tijd:

Persoon Italiaans Nederlandse betekenis
io voglio ik wil
tu vuoi jij wilt / wil jij?
lui / lei / Lei vuole hij/zij wil; u wilt
noi vogliamo wij willen
voi volete jullie willen; u wilt (meervoud)
loro vogliono zij willen

Let vooral op de spelling van voglio en vogliamo. De combinatie gli heeft een eigen Italiaanse klank. De vorm vogliono heeft eveneens gli, maar vuoi, vuole en volete beginnen met vuo- of vo-.

Een persoonlijk voornaamwoord — woorden als io, tu en noi — is vaak niet nodig:

  • Voglio restare. — Ik wil blijven.
  • Vogliamo partire presto. — We willen vroeg vertrekken.
  • Vogliono una risposta. — Ze willen een antwoord.

Je noemt het voornaamwoord vooral bij nadruk of contrast: Io voglio restare, ma loro vogliono partire (‘Ík wil blijven, maar zij willen vertrekken’). Anders klinkt het meestal natuurlijker om het weg te laten. Dat verschilt van het Nederlands, waar wil vertrekken zonder onderwerp normaal gesproken geen volledige mededeling is.

Volere met een zelfstandig naamwoord

Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een persoon, zaak of begrip, zoals caffè, biglietto of tempo. Als je iets wilt hebben, kan dat woord direct na volere staan:

onderwerp + volere + zelfstandig naamwoord

  • Voglio un biglietto. — Ik wil een kaartje.
  • Vuoi dell’acqua? — Wil je wat water?
  • Vogliamo più tempo. — We willen meer tijd.

Het lidwoord blijft belangrijk. Voglio un caffè vraagt om één koffie; voglio il caffè verwijst eerder naar de koffie die al bekend of afgesproken is. Bij een hoeveelheid kan een vorm als dell’acqua ‘wat water’ betekenen. Vertaal het Nederlandse lidwoord dus niet automatisch, maar bedenk of het om iets onbepaalds, iets bekends of een hoeveelheid gaat.

Volere met een infinitief

Wil iemand een handeling uitvoeren, dan volgt de infinitief: de onvervoegde woordenboekvorm, bijvoorbeeld andare (‘gaan’), vedere (‘zien’) of dormire (‘slapen’).

onderwerp + volere + infinitief

  • Voglio imparare l’italiano. — Ik wil Italiaans leren.
  • Vuoi venire? — Wil je meekomen?
  • Volete ordinare? — Willen jullie bestellen?

Tussen volere en de infinitief staat geen voorzetsel. Het Nederlands gebruikt in langere zinnen soms ‘om te’, maar Italiaans heeft hier niet a of di nodig: vogliamo andare, niet vogliamo di andare.

Bij deze eenvoudige constructie voert dezelfde persoon beide handelingen uit. In Maria vuole studiare is Maria degene die wil én degene die gaat studeren. Wil Maria dat iemand anders studeert, dan is een constructie met che en een andere werkwoordsvorm nodig; die staat bij de gevorderde toepassingen.

Ontkenningen en vragen

Voor een ontkenning zet je non direct vóór de vervoegde vorm:

  • Non voglio uscire. — Ik wil niet uitgaan.
  • Non vogliono carne. — Ze willen geen vlees.

Let op het verschil met het Nederlands: in non vogliono carne staat niet nog een apart woord dat letterlijk ‘geen’ betekent. Non ontkent de hele mededeling; de context maakt duidelijk dat ‘geen vlees’ bedoeld is.

Voor een gewone ja-neevraag blijft de woordvolgorde meestal hetzelfde. In gesproken Italiaans maakt de intonatie er een vraag van; in geschreven taal doet het vraagteken dat:

  • Vuoi venire? — Wil je meekomen?
  • Volete altro? — Willen jullie nog iets?
  • Vuole parlare con il direttore? — Wilt u met de directeur spreken?

Informeel en beleefd aanspreken

Bij één vriend, familielid of bekende gebruik je tu vuoi. Bij één persoon die je formeel aanspreekt, gebruik je Lei vuole: grammaticaal dezelfde derde persoon enkelvoud als bij ‘hij/zij wil’. Het voornaamwoord hoeft niet altijd te worden uitgesproken, maar de situatie maakt vaak duidelijk dat vuole? ‘wilt u?’ betekent.

Voi volete gebruik je voor meerdere personen, dus ‘jullie willen’. In sommige regionale of traditionele contexten kan voi ook een beleefde aanspreekvorm voor één persoon zijn, maar als beginner kun je voor formeel enkelvoud het best Lei met vuole aanhouden.

Voorbeelden in context

Italiaans Nederlands Toelichting
Voglio un caffè. Ik wil een koffie. Volere met een zelfstandig naamwoord.
Vuoi venire? Wil je meekomen? Informele vraag aan één persoon.
Vuole parlare con Lei. Hij of zij wil met u spreken. Zonder genoemd onderwerp kan vuole ‘hij’ of ‘zij’ betekenen; Lei na con is formeel ‘u’.
Vogliamo andare al cinema. We willen naar de bioscoop gaan. Volere gevolgd door een infinitief.
Volete ordinare adesso? Willen jullie nu bestellen? Vraag aan meerdere personen.
I bambini vogliono giocare fuori. De kinderen willen buiten spelen. Het expliciete onderwerp vraagt om vogliono.
Non voglio disturbarti. Ik wil je niet storen. Non staat vóór voglio.
Che cosa vuoi mangiare? Wat wil je eten? Een vraagwoord verandert de vervoeging niet.
Io voglio restare, ma Luca vuole partire. Ik wil blijven, maar Luca wil vertrekken. Io legt nadruk op het contrast.
Vuole un po’ d’acqua, signora? Wilt u wat water, mevrouw? Vuole is hier een beleefd aanbod.
Non vogliono la camera piccola. Ze willen de kleine kamer niet. La camera piccola is een specifieke kamer.
Vogliamo imparare a parlare meglio. We willen beter leren spreken. Alleen imparare volgt direct op volere; imparare a is een eigen constructie.
Vuoi davvero vendere la macchina? Wil je de auto echt verkopen? Davvero benadrukt de vraag.
Vorrei pagare con la carta. Ik zou graag met de kaart betalen. Vorrei is beleefder dan voglio in een verzoek.

Veelgemaakte fouten

1. Een regelmatige vorm maken

  • Fout: Io volo un caffè.
  • Goed: Voglio un caffè.
  • Waarom: Volere is onregelmatig. Leid de vorm niet af van regelmatige werkwoorden op -ere, maar leer voglio als vaste vorm.

2. Een voorzetsel vóór de infinitief zetten

  • Fout: Vogliamo di partire.
  • Goed: Vogliamo partire.
  • Waarom: Na volere volgt de infinitief rechtstreeks. Laat je niet verleiden door het Nederlandse ‘om te’. Dat imparare a parlare wel a bevat, komt door imparare, niet door volere.

3. De persoon uit de context vergeten

  • Fout: Marco vogliono andare.
  • Goed: Marco vuole andare.
  • Waarom: Het onderwerp Marco is enkelvoud en vraagt daarom om vuole. Vogliono hoort bij meerdere personen: Marco e Anna vogliono andare.

4. Voglio als standaard beleefd verzoek gebruiken

  • Minder gepast: Voglio un tavolo per due.
  • Natuurlijker en beleefder: Vorrei un tavolo per due.
  • Waarom: Voglio is grammaticaal correct, maar kan in een restaurant of hotel stellig klinken. Het Nederlandse ‘ik wil graag’ wordt in zulke situaties vaak beter weergegeven met vorrei (‘ik zou graag willen’), eventueel gevolgd door per favore.

5. Tu en Lei door elkaar halen

  • Fout: Lei vuoi aspettare?
  • Goed: Lei vuole aspettare?
  • Waarom: Het formele Lei krijgt de derde persoon enkelvoud: vuole. Vuoi hoort bij informeel tu.

6. Het onderwerp altijd uitspreken

  • Stroef zonder bijzondere nadruk: Io voglio andare a casa. Io non voglio aspettare.
  • Natuurlijker: Voglio andare a casa. Non voglio aspettare.
  • Waarom: De uitgangen maken al duidelijk dat de spreker ‘ik’ bedoelt. Gebruik io als je echt ‘ík, niet iemand anders’ wilt benadrukken.

Gebruiksnotities

Volere kan een wens neutraal beschrijven: Marta vuole cambiare lavoro (‘Marta wil van baan veranderen’). In een direct verzoek hangt de indruk echter sterk af van toon en situatie. Een kind kan zonder probleem voglio il gelato zeggen, maar een volwassene kiest tegenover bedienend personeel vaak vorrei, per favore of een vraagvorm. Vergelijk:

  • Voglio il conto. — Ik wil de rekening. Duidelijk, maar mogelijk kortaf.
  • Vorrei il conto, per favore. — Ik zou graag de rekening willen, alstublieft.
  • Possiamo avere il conto? — Kunnen we de rekening krijgen?

Bij een aanbod is vuoi...? of vuole...? juist heel gewoon: Vuoi un caffè? tegen een bekende en Vuole un caffè? als beleefde aanspreekvorm. Hier klinkt volere niet eisend, omdat de spreker naar de wens van de ander vraagt.

In het Nederlands zeg je vaak ‘wil je even...?’ als een afgezwakt verzoek dat eigenlijk bijna een opdracht is. Italiaans vuoi...? kan eveneens als verzoek functioneren, maar toon en relatie blijven bepalend. Vuoi chiudere la porta? kan letterlijk vragen of iemand de deur wil sluiten, maar ook betekenen ‘Wil je de deur dichtdoen?’ Voeg voor een vriendelijk verzoek eventueel per favore toe.

Verder dan de basis

De volgende vormen hoef je op A1-niveau nog niet actief te beheersen. Ze zijn wel nuttig om te herkennen, omdat volere veel ruimer wordt gebruikt dan alleen in de tegenwoordige tijd.

Vorrei: beleefde wensen

Vorrei is de eerste persoon enkelvoud van de voorwaardelijke wijs, een werkwoordsvorm voor onder meer hypothetische of verzachte wensen. In de praktijk is dit een van de nuttigste beleefdheidsvormen:

  • Vorrei prenotare una camera. — Ik zou graag een kamer reserveren.
  • Vorrei sapere a che ora parte il treno. — Ik zou graag willen weten hoe laat de trein vertrekt.

De meervoudsvorm vorremmo betekent ‘wij zouden graag willen’: Vorremmo ordinare.

Volevo als verzachting

Volevo is de imperfetto, een verleden tijd die onder meer een voortdurende of achtergrondwens uitdrukt: Da bambino volevo fare il medico (‘Als kind wilde ik dokter worden’). In gesprekken wordt volevo ook gebruikt om een verzoek voorzichtig in te leiden: Volevo chiederti una cosa (‘Ik wilde je iets vragen’). Hoewel de vorm verleden tijd is, gaat het verzoek vaak over het heden.

Ho voluto kijkt eerder naar een bewuste of afgeronde wilshandeling: Ho voluto parlargli personalmente (‘Ik heb hem persoonlijk willen spreken / Ik stond erop hem persoonlijk te spreken’). Het precieze verschil tussen volevo en ho voluto hangt van de context af en hoort bij de studie van Italiaanse verleden tijden.

Voornaamwoorden bij volere + infinitief

Een objectvoornaamwoord vervangt een persoon of zaak waarop de handeling gericht is. Bij volere + infinitief kan zo’n kort voornaamwoord vaak op twee plaatsen staan:

  • Lo voglio comprare. — Ik wil het kopen.
  • Voglio comprarlo. — Ik wil het kopen.

Beide zijn correct. In de tweede zin wordt lo aan de infinitief vastgemaakt en valt de laatste -e van comprare weg. Hetzelfde zie je in voglio vederti (‘ik wil je zien’) naast ti voglio vedere.

Een andere persoon na che

Als degene die wil niet dezelfde persoon is als degene die de tweede handeling uitvoert, gebruik je doorgaans volere che met de aanvoegende wijs, een werkwoordsvorm voor onder meer wensen en onzekerheid:

  • Voglio che tu venga. — Ik wil dat je komt.
  • Marta vuole che i bambini dormano. — Marta wil dat de kinderen slapen.

Voor beginners is vooral het structuurverschil belangrijk: voglio venire betekent dat ík wil komen; voglio che tu venga betekent dat ik wil dat jíj komt. De vormen venga en dormano leer je later bij de aanvoegende wijs.

Vaste en figuurlijke uitdrukkingen

In enkele veelvoorkomende combinaties kun je volere niet woord voor woord als ‘willen’ vertalen:

  • voler dire — betekenen: Che cosa vuol dire? (‘Wat betekent dat?’)
  • volere bene a qualcuno — van iemand houden / iemand dierbaar vinden: Ti voglio bene.
  • ci vuole / ci vogliono — er is/zijn nodig: Ci vuole tempo (‘Er is tijd nodig’), Ci vogliono due ore (‘Er zijn twee uur nodig’).

Bij ci vuole past de werkwoordsvorm zich aan aan wat nodig is: enkelvoud tempo geeft vuole, meervoud due ore geeft vogliono. Zie deze uitdrukkingen eerst als vaste gehelen; hun volledige grammatica kun je later uitwerken.

Oefentips

  1. Leer in drie ritmische paren. Zeg hardop: voglio–vuoi, vuole–vogliamo, volete–vogliono. Maak daarna bij elke vorm één korte zin. Zo leer je niet alleen een rijtje, maar ook wie de vorm gebruikt.
  2. Oefen twee bouwpatronen naast elkaar. Schrijf vijf wensen met een zaak (voglio un biglietto) en vijf met een handeling (voglio viaggiare). Controleer dat er vóór de infinitief geen a of di is binnengeslopen.
  3. Speel alledaagse situaties na. Bestel iets, stel een vriend een vraag en spreek een onbekende beleefd aan. Wissel bewust tussen voglio, vuoi?, vuole? en vorrei, zodat je niet alleen de grammatica maar ook de passende toon oefent.

Verwante onderwerpen

  • Basis: Regelmatige werkwoorden op -ARE — helpt je herkennen hoe Italiaanse persoonsuitgangen werken en maakt duidelijk waarom de vormen van volere apart geleerd moeten worden.

Vereiste kennis

Regelmatige werkwoorden op -are in het ItaliaansA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Il Verbo Volere in Italiaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Italiaans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen