A1

Het Spaanse werkwoord *querer*

El Verbo Querer

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Spaans op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Querer betekent meestal willen: Quiero un café is ‘Ik wil koffie’. Voor een handeling gebruik je querer + infinitief: Queremos viajar (‘We willen reizen’). De tegenwoordige tijd is onregelmatig: in vier vormen verandert e in ie, maar bij nosotros en vosotros niet.

Overzicht

Querer is een zeer alledaags Spaans werkwoord. Je gebruikt het om te zeggen dat je iets wilt, dat je iets wilt doen of dat iemand iets wenst. Daarnaast kan het bij personen genegenheid uitdrukken: Te quiero betekent doorgaans ‘Ik hou van je’. Het Nederlandse willen is dus vaak een goede eerste vertaling, maar niet in elke context.

Dit werkwoord komt al op A1-niveau aan bod, omdat je er meteen praktische vragen en plannen mee kunt formuleren: ¿Quieres comer? (‘Wil je eten?’), Quiero descansar (‘Ik wil uitrusten’) en Queremos dos entradas (‘We willen twee kaartjes’). Het is een werkwoord op -er, maar het volgt niet overal het gewone patroon.

De belangrijkste bijzonderheid is de stamwisseling e → ie. De stam is het deel dat overblijft als je -er weglaat: quer-. In beklemtoonde vormen wordt die stam quier-. Dat verschil is voor Nederlandstaligen niet uit de spelling te voorspellen; leer de vormen daarom als een vast rijtje.

Hoe het werkt

De tegenwoordige tijd

De persoonsvorm laat zien wie iets wil. Daardoor kan het onderwerpvoornaamwoord — een woord als yo (‘ik’) of nosotros (‘wij’) — meestal worden weggelaten.

Persoon Vorm Nederlandse betekenis
yo quiero ik wil
quieres jij wilt
él / ella / usted quiere hij/zij wil; u wilt
nosotros / nosotras queremos wij willen
vosotros / vosotras queréis jullie willen
ellos / ellas / ustedes quieren zij willen; jullie willen

De uitgangen zijn die van een gewoon werkwoord op -er: -o, -es, -e, -emos, -éis, -en. Alleen de stam wisselt:

  • quier- als de stam beklemtoond is: quiero, quieres, quiere, quieren;
  • quer- bij nosotros en vosotros: queremos, queréis.

Een handige visuele regel is de ‘laars’: in een traditioneel vervoegingsschema liggen de vier vormen met ie als een laars om de twee meervoudsvormen heen. Belangrijker dan het beeld is echter het klankpatroon: zonder klemtoon op de stam blijft de e staan.

Querer met een zelfstandig naamwoord

Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een persoon, ding of begrip, zoals café, entrada of ayuda. Na querer kan zo’n woord direct volgen:

  • Quiero un café. — Ik wil koffie.
  • Queremos una mesa para dos. — We willen een tafel voor twee.
  • ¿Quieres más agua? — Wil je meer water?

Er komt dus geen voorzetsel tussen querer en het gewenste ding. Zeg niet quiero a un café of quiero para un café.

In winkels en horeca is quiero… grammaticaal correct. Afhankelijk van toon en situatie kan het wel directer klinken dan het Nederlandse ‘ik zou graag…’. Beleefder zijn bijvoorbeeld Quisiera… (‘Ik zou graag…’) of Me gustaría… (‘Ik zou graag…’). Als beginner kun je Quiero…, por favor gebruiken en vriendelijk intoneren.

Querer met een infinitief

De infinitief is de onvervoegde vorm van het werkwoord, zoals venir (‘komen’), comer (‘eten’) of salir (‘uitgaan’). Als dezelfde persoon iets wil én de handeling uitvoert, krijg je:

vervoegde vorm van querer + infinitief

  • Quiero aprender español. — Ik wil Spaans leren.
  • ¿Quieres venir conmigo? — Wil je met mij meekomen?
  • No queremos esperar. — We willen niet wachten.

Alleen querer wordt vervoegd. Het tweede werkwoord blijft in de infinitief. Dit lijkt op het Nederlands: ‘ik wil gaan’, niet ‘ik wil ga’. Anders dan in het Nederlands staan de twee werkwoorden in het Spaans gewoon naast elkaar; er ontstaat geen lange werkwoordgroep achteraan.

Vragen en ontkenningen

Voor een ja-neevraag is geen apart woord voor ‘doen’ nodig. De intonatie en de Spaanse vraagtekens maken de vraag duidelijk:

  • ¿Quieres salir? — Wil je uitgaan?
  • ¿Usted quiere pagar ahora? — Wilt u nu betalen?

Voor een ontkenning zet je no direct vóór de vervoegde vorm:

  • No quiero café. — Ik wil geen koffie.
  • Ella no quiere venir. — Zij wil niet komen.

Let op een verschil met het Nederlands: Nederlands gebruikt bij een zelfstandig naamwoord vaak geen, maar Spaans gebruikt gewoon no vóór het werkwoord. No quiero dinero kan dus ‘Ik wil geen geld’ betekenen.

Genegenheid uitdrukken

Bij een persoon kan querer ook ‘houden van’ betekenen. Het voornaamwoord staat dan meestal vóór het vervoegde werkwoord:

  • Te quiero. — Ik hou van je.
  • La queremos mucho. — We houden veel van haar.
  • Quiero mucho a mis abuelos. — Ik hou veel van mijn grootouders.

In Te quiero is te het lijdend voorwerp: de persoon die de genegenheid ontvangt. Bij een genoemde persoon staat vaak de persoonlijke a: Spaans zet doorgaans a vóór een specifiek mens die het lijdend voorwerp is. Die a betekent hier niet letterlijk ‘aan’.

Voorbeelden in context

Spaans Nederlands Toelichting
Quiero un café, por favor. Ik wil graag koffie. Een gewenst ding na querer.
¿Quieres venir? Wil je meekomen? Querer gevolgd door een infinitief.
Te quiero. Ik hou van je. Genegenheid tegenover één persoon.
Queremos ir al cine esta noche. We willen vanavond naar de bioscoop. Bij nosotros blijft de stam quer-.
Mi hermana quiere aprender español. Mijn zus wil Spaans leren. Het onderwerp wordt genoemd voor duidelijkheid.
No quiero salir hoy. Ik wil vandaag niet uitgaan. No staat vóór quiero.
¿Queréis cenar con nosotros? Willen jullie met ons avondeten? Vosotros is vooral gebruikelijk in Spanje.
¿Ustedes quieren otra botella de agua? Willen jullie nog een fles water? Ustedes is in Latijns-Amerika de gewone meervoudsvorm voor ‘jullie’.
Carlos quiere mucho a sus hijos. Carlos houdt veel van zijn kinderen. Bij specifieke personen staat de persoonlijke a.
Quieren comprar una casa pequeña. Ze willen een klein huis kopen. Het onderwerp blijkt uit de context.
¿Qué quieres hacer mañana? Wat wil je morgen doen? Vraagwoord + querer + infinitief.
Ella no quiere más sopa. Zij wil geen soep meer. Nederlands ‘geen’; Spaans no bij het werkwoord.
Quiero que vengas temprano. Ik wil dat je vroeg komt. Gevorderd patroon met twee verschillende personen.

Veelgemaakte fouten

De stamwisseling overal toepassen

  • Onjuist: Nosotros quieremos descansar.
  • Juist: Nosotros queremos descansar.
  • Waarom: Bij nosotros ligt de klemtoon op de uitgang. Daarom blijft de stam quer- zonder ie.

De stamwisseling helemaal vergeten

  • Onjuist: Yo quero un té.
  • Juist: Yo quiero un té.
  • Waarom: In quiero, quieres, quiere en quieren verandert de e in ie. De spelling quero is geen vorm van het Spaanse querer.

Het tweede werkwoord ook vervoegen

  • Onjuist: Quiero compro pan.
  • Juist: Quiero comprar pan.
  • Waarom: Als dezelfde persoon beide handelingen uitvoert, blijft het tweede werkwoord in de infinitief: querer + comprar.

No op de Nederlandse plek zetten

  • Onjuist: Quiero no ir. als gewone vertaling van ‘Ik wil niet gaan’
  • Juist: No quiero ir.
  • Waarom: Normaal ontken je het willen zelf en staat no vóór quiero. Quiero no ir is alleen in een bijzondere, nadrukkelijke context mogelijk: ‘Ik wil juist níét gaan.’

Te quiero letterlijk als ‘ik wil jou’ lezen

  • Misleidend: Te quiero = ‘Ik wil jou.’
  • Gewoonlijk bedoeld: Te quiero = ‘Ik hou van je.’
  • Waarom: Bij personen drukt querer vaak genegenheid uit. De precieze gevoelssterkte hangt af van relatie, land en situatie.

Quiero zonder verzachting in elke situatie gebruiken

  • Te direct in sommige situaties: Quiero una habitación.
  • Beleefder: Quisiera una habitación, por favor.
  • Waarom: Quiero is niet automatisch onbeleefd, maar kan als een stevige eis klinken. Toon, por favor en een beleefdere werkwoordsvorm maken een verzoek zachter.

Gebruiksnotities

Spanje en Latijns-Amerika

In Spanje wordt voor informeel ‘jullie’ vaak vosotros/vosotras queréis gebruikt. In vrijwel heel Latijns-Amerika zegt men ustedes quieren, zowel informeel als formeel. Beide zijn correct; kies het patroon dat past bij de regio waarop je je richt. Voor begrip is het verstandig beide te herkennen.

In delen van Latijns-Amerika komt daarnaast vos querés voor als vorm voor informeel enkelvoud ‘jij’. Dit heet voseo. Als beginner hoef je die vorm nog niet actief te gebruiken, maar je kunt haar wel horen in onder meer Argentinië en Uruguay.

Querer en amar

Zowel querer als amar kunnen met liefde te maken hebben. Te quiero is een zeer gewone en warme uitdrukking voor partners, familieleden en andere dierbaren. Te amo kan sterker, plechtiger of romantischer klinken, maar het precieze verschil varieert per regio en persoon. Vertaal Nederlandse gevoelswoorden daarom niet alsof er één vaste schaal bestaat.

Onderwerp wel of niet noemen

Spaans laat yo, tú, nosotros en andere onderwerpvoornaamwoorden vaak weg, omdat de persoonsvorm al informatie geeft: Quiero descansar is volledig. Noem het onderwerp bij contrast of nadruk:

  • Yo quiero té, pero ella quiere café. — Ík wil thee, maar zij wil koffie.

Nederlandstaligen noemen uit gewoonte vaak steeds het onderwerp. Dat is niet fout, maar kan onnatuurlijk nadrukkelijk klinken.

Verder dan de basis

De volgende patronen hoef je op A1-niveau nog niet te beheersen. Ze zijn wel belangrijk om later te herkennen.

Twee verschillende personen: querer que

Als de persoon die wil niet dezelfde is als de persoon die de andere handeling uitvoert, gebruikt het Spaans vaak querer que plus de aanvoegende wijs (een werkwoordsvorm voor onder meer wensen, twijfel en niet-vaststaande zaken):

  • Quiero que vengas. — Ik wil dat je komt.
  • Mis padres quieren que estudie más. — Mijn ouders willen dat ik meer studeer.

Vergelijk:

  • Quiero salir. — Ik wil weggaan. Eén persoon: ik wil en ik ga.
  • Quiero que salgas. — Ik wil dat jij weggaat. Twee personen: ik wil, jij gaat.

Gebruik na querer que dus niet zomaar een gewone tegenwoordige tijd zoals vienes. Dit onderwerp hoort bij een later niveau; voor nu is het onderscheid tussen quiero venir en quiero que vengas voldoende.

Andere tijden en vormen

Querer blijft ook buiten de tegenwoordige tijd onregelmatig. Enkele veelvoorkomende vormen zijn:

Vorm Functie Voorbeeld
quise, quisiste, quiso… afgesloten verleden Quise llamarte. — Ik wilde je bellen / heb geprobeerd je te bellen.
quería, querías… achtergrond, voortdurende wens of beleefdheid Quería preguntarte algo. — Ik wilde je iets vragen.
querré, querrás… toekomst Querrán saber la verdad. — Ze zullen de waarheid willen weten.
querría, querrías… voorwaardelijke of voorzichtige wens Querría hablar con usted. — Ik zou graag met u spreken.
quiera, quieras… tegenwoordige aanvoegende wijs Espero que quieras venir. — Ik hoop dat je wilt komen.

De verleden tijd quise kan door de context soms suggereren dat iemand iets probeerde of juist niet tot uitvoering kwam. Leer zulke nuances via volledige zinnen, niet via één Nederlandse vertaling.

Vaste combinaties

Enkele veelgebruikte combinaties hebben een betekenis die je niet woord voor woord met ‘willen’ vertaalt:

  • sin querer — per ongeluk, zonder het te willen: Lo hice sin querer (‘Ik deed het per ongeluk’);
  • querer decir — bedoelen of betekenen: ¿Qué quieres decir? (‘Wat bedoel je?’);
  • quererse — van elkaar of van zichzelf houden, afhankelijk van de context: Se quieren mucho (‘Ze houden veel van elkaar’);
  • como quieras — zoals je wilt.

Bij querer decir kan decir ook letterlijk ‘zeggen’ blijven betekenen. De context bepaalt of ¿Qué quieres decir? vraagt naar iemands bedoeling of naar wat iemand wil zeggen.

Oefentips

  1. Leer twee groepen, niet zes losse vormen. Zeg hardop quiero, quieres, quiere, quieren met ie, en daarna queremos, queréis met e. Maak vervolgens zelf één zin met elke vorm.
  2. Oefen in drie bouwstenen. Maak dagelijks zinnen met querer + ding, querer + infinitief en no + querer: bijvoorbeeld Quiero agua, Quiero dormir en No quiero esperar.
  3. Vergelijk één en twee uitvoerders. Schrijf paren als Quiero salir en Quiero que salgas. Je hoeft de aanvoegende wijs nog niet volledig te vervoegen; let eerst alleen op het betekenisverschil.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Regelmatige -ER-werkwoorden in het SpaansA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen El Verbo Querer in Spaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Spaans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen