Querer in het Portugees
O Verbo Querer
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Portugees op Settemila Lingue.
In het kort
Querer betekent meestal “willen”. In de tegenwoordige tijd is het onregelmatig: quero, queres, quer, queremos, quereis, querem. Daarna kan een zelfstandig naamwoord staan (quero um café) of een infinitief, de onverbogen werkwoordsvorm (quero sair): “ik wil een koffie” en “ik wil weggaan”.
Overzicht
Querer is een van de nuttigste Portugese werkwoorden voor alledaagse gesprekken. Je gebruikt het om te zeggen wat je wilt, om naar iemands wens te vragen en om een aanbod te doen. In een café hoor je bijvoorbeeld Quero um café (“Ik wil een koffie”), terwijl Queres vir? zowel naar een wens als naar een plan kan vragen: “Wil je meekomen?”
Dit werkwoord hoort al bij niveau A1. De twee basispatronen zijn eenvoudig: querer + zaak of persoon en querer + infinitief. Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een persoon, zaak of begrip, zoals café, bilhete of ajuda. Een infinitief is de woordenboekvorm van een werkwoord, zoals ir (gaan), comer (eten) of falar (spreken).
Voor Nederlandstaligen voelt de zinsbouw vaak vertrouwd. Net als na willen volgt er geen woord dat overeenkomt met “om te”: quero viajar is “ik wil reizen”, niet een constructie met een extra voorzetsel. Anders dan in het Nederlands kan het Portugese onderwerp vaak weg, omdat de werkwoordsvorm al veel informatie geeft. Quero descansar betekent zonder eu nog steeds “Ik wil uitrusten”.
Hoe het werkt
De tegenwoordige tijd
Hoewel querer op -er eindigt, volgt het niet overal het gewone patroon van regelmatige -er-werkwoorden. Vooral quero en quer moet je als vaste vormen onthouden.
| Persoon | Onderwerp | Vorm van querer | Nederlandse betekenis |
|---|---|---|---|
| 1e persoon enkelvoud | eu | quero | ik wil |
| 2e persoon enkelvoud | tu | queres | jij wilt |
| 3e persoon enkelvoud | ele / ela / você | quer | hij / zij wil; jij / u wilt |
| 1e persoon meervoud | nós | queremos | wij willen |
| 2e persoon meervoud | vós | quereis | jullie willen |
| 3e persoon meervoud | eles / elas / vocês | querem | zij willen; jullie willen |
De vorm quereis hoort in de volledige vervoeging, maar vós is in het moderne dagelijkse taalgebruik zeldzaam. Voor “jullie” gebruikt men doorgaans vocês querem. Het is dus nuttig om quereis te herkennen, maar als beginner hoef je die vorm niet actief te gebruiken.
Bij você ontstaat gemakkelijk verwarring. Het woord kan afhankelijk van land, streek en situatie “jij” of “u” betekenen, maar krijgt grammaticaal dezelfde vorm als ele en ela: você quer. Het meervoud vocês krijgt querem.
Het onderwerp kan weg
Portugees laat een onderwerpvoornaamwoord vaak weg als de uitgang duidelijk maakt wie bedoeld wordt:
| Met onderwerp | Zonder onderwerp | Betekenis |
|---|---|---|
| Eu quero ficar. | Quero ficar. | Ik wil blijven. |
| Nós queremos sair. | Queremos sair. | Wij willen vertrekken. |
| Eles querem comer. | Querem comer. | Zij willen eten. |
Bij quer is de context belangrijker, want die vorm kan bij ele, ela of você horen. Quer entrar? kan door de situatie toch heel duidelijk “Wilt u binnenkomen?” of “Wil je binnenkomen?” betekenen. Als er verwarring mogelijk is, noem je het onderwerp: Ela quer entrar.
Querer met een zelfstandig naamwoord
Staat na querer een persoon, zaak of begrip, dan zeg je rechtstreeks wat iemand wil:
- Quero água. — Ik wil water.
- Ela quer um bilhete. — Zij wil een kaartje.
- Queremos mais tempo. — Wij willen meer tijd.
- Eles querem ajuda. — Zij willen hulp.
Het lidwoord hangt af van wat je bedoelt. Quero café gaat om koffie als hoeveelheid of soort; quero um café vraagt meestal om één koffie. Dat verschil lijkt op Nederlands “ik wil koffie” tegenover “ik wil een koffie”.
Querer met een infinitief
Als iemand een handeling wil uitvoeren, komt de infinitief direct na de vervoegde vorm van querer:
onderwerp + querer + infinitief
- Quero aprender português. — Ik wil Portugees leren.
- Queres vir comigo? — Wil je met mij meekomen?
- Queremos ir ao cinema. — Wij willen naar de bioscoop gaan.
- Vocês querem ficar aqui? — Willen jullie hier blijven?
Alleen querer wordt aan de persoon aangepast. Het tweede werkwoord blijft in de infinitief: quero sair, queremos sair, querem sair. Schrijf dus niet quero saio of queremos saímos.
Dit is vergelijkbaar met Nederlands ik wil vertrekken: ook daar staat na wil geen te. Toch moet je niet elk Nederlands gebruik van willen woord voor woord overzetten. Het Nederlandse “dat wil zeggen” wordt bijvoorbeeld in het Portugees quer dizer, een vaste combinatie die verderop aan bod komt.
Vragen, aanbiedingen en ontkenningen
Een ja-neevraag kan dezelfde woordvolgorde houden als een mededeling. In gesproken taal laat de intonatie horen dat het een vraag is; in geschreven taal staat er een vraagteken:
- Queres café? — Wil je koffie?
- Você quer sentar-se? — Wilt u / wil je gaan zitten?
- Querem vir connosco? — Willen jullie met ons meekomen?
In Nederlandstalige vragen staat het werkwoord vaak vóór het onderwerp: “Wil je koffie?” In het Portugees hoeft zo’n omkering niet: Tu queres café? blijft letterlijk in de volgorde “jij wilt koffie?”. Het onderwerp wordt ook vaak helemaal weggelaten: Queres café?
Voor een ontkenning zet je não vóór de vervoegde vorm:
- Não quero sobremesa. — Ik wil geen nagerecht.
- Ela não quer sair. — Zij wil niet weggaan.
- Não queremos esperar. — Wij willen niet wachten.
Het Nederlandse onderscheid tussen niet en geen wordt hier dus niet door twee verschillende Portugese woorden weergegeven. Zowel “ik wil niet gaan” als “ik wil geen koffie” begint met não quero: não quero ir en não quero café.
Met een vraagwoord krijg je bijvoorbeeld o que (wat), onde (waar) of quando (wanneer):
- O que queres? — Wat wil je?
- Onde querem comer? — Waar willen jullie eten?
- Quando quer sair? — Wanneer wilt u vertrekken?
In Europees Portugees is ook O que é que queres? heel gewoon. Het deel é que verandert de kernbetekenis niet; het is een veelgebruikelijke manier om een vraag te vormen.
Voorbeelden in context
| Portugees | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Quero um café, por favor. | Ik wil graag een koffie. | quero met een zelfstandig naamwoord. |
| Queres vir? | Wil je meekomen? | Informele vraag met tu; het onderwerp is weggelaten. |
| A Marta quer um copo de água. | Marta wil een glas water. | Een naam krijgt dezelfde vorm als ela: quer. |
| Queremos ir ao cinema. | Wij willen naar de bioscoop gaan. | queremos gevolgd door de infinitief ir. |
| Vocês querem ficar aqui? | Willen jullie hier blijven? | vocês gebruikt de meervoudsvorm querem. |
| O que é que querem? | Wat willen ze? | De context bepaalt hier wie met de weggelaten “zij” wordt bedoeld. |
| Não quero comer agora. | Ik wil nu niet eten. | não staat vóór quero. |
| Ela quer aprender português. | Zij wil Portugees leren. | Alleen quer wordt vervoegd; aprender blijft onveranderd. |
| Queres chá ou café? | Wil je thee of koffie? | Een alledaags aanbod. |
| O senhor quer sentar-se? | Wilt u gaan zitten? | Beleefde aanspreekvorm met quer. |
| Eles querem mais informações. | Zij willen meer informatie. | Meervoud: querem. |
| Quero falar com a Ana. | Ik wil met Ana spreken. | falar com alguém betekent met iemand spreken. |
| Onde querem jantar? | Waar willen jullie eten? | Vraagwoord vóór querem en jantar. |
| Hoje não queremos sair. | Vandaag willen we niet uitgaan. | Tijdsaanduiding vooraan; não blijft direct vóór het werkwoord. |
Veelgemaakte fouten
De regelmatige vorm quero verkeerd opbouwen
- Niet goed: Eu queroo descansar. / Eu quere descansar.
- Goed: Eu quero descansar.
- Waarom: Querer is onregelmatig. De ik-vorm is de vaste vorm quero; je kunt hem niet betrouwbaar maken door alleen een gewone uitgang aan quer- of quere- toe te voegen.
você met de vorm van tu combineren
- Niet goed: Você queres café?
- Goed: Você quer café?
- Waarom: você krijgt de derde persoon enkelvoud, ook als het in de praktijk “jij” betekent. Gebruik tu queres of você quer, niet een mengvorm.
Het tweede werkwoord ook vervoegen
- Niet goed: Quero vou para casa.
- Goed: Quero ir para casa.
- Waarom: Na querer blijft het tweede werkwoord in de infinitief: ir. Alleen quero laat zien wie de wens heeft.
Een extra voorzetsel vóór de infinitief zetten
- Niet goed: Quero de aprender português.
- Goed: Quero aprender português.
- Waarom: Tussen querer en de infinitief staat geen de of a. Dat sluit toevallig goed aan bij Nederlands “ik wil leren”, waar ook geen te nodig is.
não op de Nederlandse plaats zetten
- Niet goed: Quero não sair. als gewone ontkenning van “ik wil niet uitgaan”.
- Goed: Não quero sair.
- Waarom: Als de wens zelf ontkend wordt, staat não vóór quero. Quero não sair is alleen in een bijzondere, nadrukkelijke context mogelijk en betekent eerder “wat ik wil, is níét uitgaan”.
quero in elke situatie als even beleefd beschouwen
- Minder passend in een formele situatie: Quero falar com o diretor.
- Beleefder: Queria falar com o diretor, por favor.
- Waarom: Quero is grammaticaal correct, maar kan zonder vriendelijke toon of por favor direct klinken. Queria verzacht een verzoek en komt veel voor in beleefde gesprekken.
Gebruiksnotities
Tu, você en regionale voorkeur
In Portugal is tu queres gebruikelijk bij familie, vrienden en veel leeftijdsgenoten. Voor een beleefde of afstandelijkere aanspreking gebruikt men vaak de derde persoon, eventueel met een titel of naam: O senhor quer...?, A senhora quer...? of eenvoudig Quer...? Het expliciete você kan in Europees Portugees afhankelijk van de situatie anders overkomen dan een Nederlandstalige verwacht; het is niet overal de neutrale standaard voor “u”.
In Brazilië is você quer in veel streken een heel gewone informele vorm. Ook tu komt er veel voor, maar het precieze gebruik en de bijbehorende werkwoordsvorm verschillen per regio. Voor een heldere standaardbasis kun je tu queres en você quer leren en vervolgens letten op het taalgebruik van de regio waarop je je richt.
Voor “jullie” is vocês querem in zowel Portugal als Brazilië de praktisch belangrijkste vorm. In gesproken Braziliaans hoor je bovendien vaak a gente quer voor “wij willen”. A gente verwijst naar meerdere mensen, maar krijgt grammaticaal de enkelvoudsvorm quer. De vorm nós queremos blijft overal correct.
Willen, bestellen en aanbieden
Quero, letterlijk “ik wil”, is normaal om een wens duidelijk te maken. Bij een bestelling maakt por favor de formulering vriendelijker: Quero uma água, por favor. Toch klinkt queria vaak zachter en daardoor natuurlijker in dienstverlening: Queria uma água, por favor. Het is de onvoltooid verleden tijd van querer, maar wordt hier niet gebruikt om over een vroegere wens te praten; de verleden vorm zorgt voor beleefde afstand.
Een vraag met querer kan een aanbod zijn. Quer café? betekent in een passende situatie natuurlijk “Wilt u koffie?” of “Wil je koffie?” De Nederlandse vertaling met “zou je willen” kan beleefder klinken dan de letterlijke vorm, maar dat betekent niet dat het Portugese quer automatisch onbeleefd is. Toon, aanspreekvorm en situatie tellen mee.
Verder dan de basis
De volgende patronen hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar ze komen vaak genoeg voor om ze te herkennen.
Twee verschillende personen: querer que
Bij querer + infinitief wil dezelfde persoon de tweede handeling uitvoeren: Quero sair betekent dat ík wil vertrekken. Wil de ene persoon dat een andere persoon iets doet, dan gebruikt het Portugees vaak querer que plus de conjunctief. De conjunctief is een werkwoordsvorm voor onder meer wensen, twijfel en gewenste handelingen:
- Quero que venhas. — Ik wil dat jij komt.
- Ela quer que ele fique. — Zij wil dat hij blijft.
- Queremos que vocês participem. — Wij willen dat jullie deelnemen.
Gebruik dus niet quero que tu vens op basis van de gewone tegenwoordige tijd. Voor beginners is de veilige scheiding: dezelfde uitvoerder → infinitief; andere uitvoerder → que + een vorm die je later apart leert.
Vaste combinaties
Querer dizer betekent vaak “betekenen” of “willen zeggen”:
- O que quer dizer esta palavra? — Wat betekent dit woord?
- Quer dizer que não vens? — Wil dat zeggen dat je niet komt?
In gesprekken kan quer dizer ook een correctie of verduidelijking inleiden, ongeveer “ik bedoel” of “dat wil zeggen”: Chego às oito — quer dizer, às nove. (“Ik kom om acht uur — ik bedoel, om negen uur.”)
Sem querer betekent “per ongeluk” of letterlijk “zonder het te willen”:
- Parti o copo sem querer. — Ik heb het glas per ongeluk gebroken.
Querer bem a alguém betekent iemand genegen zijn of veel om iemand geven. Het voorzetsel a hoort bij deze vaste combinatie: Quero-te muito bem in Europees taalgebruik of Quero muito bem a você in een Braziliaanse formulering. Dit is niet hetzelfde als rechtstreeks romantisch “ik hou van je” zeggen; de precieze gevoelswaarde hangt van context en regio af.
Andere tijden, andere betekenissen
Naast het beleefde queria kom je later vormen tegen als quis (“ik wilde” of “ik heb geprobeerd/gewild”) en quereria (“ik zou willen”, vrij formeel of voorwaardelijk). Leer die niet als varianten van de tegenwoordige tijd. Voor je A1-basis blijft de reeks quero, queres, quer, queremos, querem het belangrijkst.
Oefentips
- Oefen in twee kolommen. Schrijf links wensen met een zaak (quero café, queremos ajuda) en rechts wensen met een handeling (quero descansar, queremos sair). Zo wordt het verschil tussen een zelfstandig naamwoord en een infinitief concreet.
- Maak korte vraag-en-antwoordparen. Bijvoorbeeld: Queres chá? — Sim, quero. en Querem sair? — Não, queremos ficar. Wissel bewust tussen tu, você, nós en vocês.
- Koppel elke vorm aan één vaste voorbeeldzin. Zeg hardop: quero aprender, queres vir?, ela quer café, queremos ir, vocês querem ficar. Voeg quereis pas toe als je die zeldzamere vorm echt nodig hebt.
Verwante onderwerpen
- Vooraf handig: Regelmatige werkwoorden op -ER — laat zien welk basispatroon querer gedeeltelijk volgt en waar de onregelmatige vormen van afwijken.
Vereiste kennis
Regelmatige -ER-werkwoorden in het PortugeesA1Meer A1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen O Verbo Querer in Portugees met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Portugees · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen