Aller (gaan) in het Frans
Le Verbe Aller
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Frans op Settemila Lingue.
In het kort
Aller betekent meestal ‘gaan’ en is onregelmatig: je vais, tu vas, il/elle/on va, nous allons, vous allez, ils/elles vont. Voor een bestemming gebruik je vaak aller à, en met aller + infinitief (de onvervoegde vorm van een werkwoord) maak je de nabije toekomst: Je vais partir — ‘Ik ga vertrekken.’
Overzicht
Aller is een van de belangrijkste Franse werkwoorden. Je gebruikt het om te zeggen dat iemand zich ergens heen begeeft: Nous allons à Paris (‘Wij gaan naar Parijs’). Het komt ook voor in alledaagse vragen en vaste uitdrukkingen, zoals Comment ça va ? (‘Hoe gaat het?’) en On y va ? (‘Zullen we gaan?’).
Dit werkwoord leer je al op A1-niveau. Hoewel het op -er eindigt, volgt het niet het gewone patroon van werkwoorden zoals parler. De vormen moet je dus als één rij uit het hoofd leren. Vooral nous allons en ils vont wijken sterk af van de infinitief.
Voor Nederlandstaligen is de combinatie aller + infinitief vertrouwd: Je vais manger lijkt sterk op ‘Ik ga eten’. Toch is niet alles één op één hetzelfde. Het Frans kiest bij bestemmingen zorgvuldig tussen à, au, aux, en en chez, en gebruikt in sommige situaties aller waar het Nederlands liever ‘rijden’, ‘lopen’ of ‘reizen’ zegt.
Hoe het werkt
De tegenwoordige tijd
De persoon of zaak die de handeling uitvoert heet het onderwerp. De vorm van aller verandert mee met dat onderwerp.
| Persoon | Vorm | Nederlandse betekenis |
|---|---|---|
| je | je vais | ik ga |
| tu | tu vas | jij gaat, je gaat |
| il / elle / on | il va / elle va / on va | hij/zij gaat, we/men gaat |
| nous | nous allons | wij gaan |
| vous | vous allez | u gaat, jullie gaan |
| ils / elles | ils vont / elles vont | zij gaan |
On krijgt altijd de enkelvoudsvorm va, ook wanneer het in gewone spreektaal ‘wij’ betekent: On va au cinéma (‘We gaan naar de bioscoop’). Vous kan één persoon beleefd aanspreken of meerdere personen aanduiden. In beide gevallen is de vorm allez.
Let ook op de uitspraak. In nous allons en vous allez hoor je doorgaans een verbinding tussen de slotmedeklinker van het voornaamwoord en de klinker erna: ongeveer noe-zallon en voe-zallee. Bij ils vont spreek je de letters -nt niet uit.
Een bestemming noemen
De basisbouw is:
onderwerp + vorm van aller + voorzetsel + bestemming
Een voorzetsel is een klein woord dat een verband aangeeft, zoals ‘naar’, ‘in’ of ‘bij’. Bij aller is à het gewone uitgangspunt, maar de zichtbare vorm hangt af van het volgende woord.
| Bestemming | Gebruik | Voorbeeld | Betekenis |
|---|---|---|---|
| stad | à | Je vais à Bruxelles. | Ik ga naar Brussel. |
| vrouwelijk land of land met klinker | en | Elle va en France. | Zij gaat naar Frankrijk. |
| mannelijk land | au | Il va au Canada. | Hij gaat naar Canada. |
| meervoudig land | aux | Nous allons aux Pays-Bas. | Wij gaan naar Nederland. |
| persoon of beroepsadres | chez | Je vais chez le médecin. | Ik ga naar de dokter. |
Voor een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, zaak of plaats) met lidwoord trekt à vaak samen met dat lidwoord:
- à + le = au: au travail, au marché, au cinéma
- à + les = aux: aux toilettes, aux urgences
- à + la = à la: à la gare, à la banque
- à + l’ = à l’: à l’école, à l’aéroport
Zeg dus Je vais au bureau, niet Je vais à le bureau. Voor vervoermiddelen bestaan aparte gewoonten: aller à pied, à vélo, à moto, maar en voiture, en train en en avion. De keuze zegt hoe je reist; de bestemming kan daarna volgen: Nous allons à Lyon en train.
De nabije toekomst: aller + infinitief
Een infinitief is de onvervoegde basisvorm, zoals manger, partir of étudier. Zet die direct achter een vervoegde vorm van aller om een plan of iets dat binnenkort zal gebeuren uit te drukken:
onderwerp + aller in de tegenwoordige tijd + infinitief
| Persoon | Voorbeeld | Betekenis |
|---|---|---|
| je | Je vais appeler Léa. | Ik ga Léa bellen. |
| tu | Tu vas travailler. | Jij gaat werken. |
| il / elle / on | On va commencer. | We gaan beginnen. |
| nous | Nous allons partir. | Wij gaan vertrekken. |
| vous | Vous allez comprendre. | U/jullie gaat/gaan het begrijpen. |
| ils / elles | Elles vont arriver. | Zij gaan aankomen. |
Alleen aller wordt vervoegd. Het tweede werkwoord blijft een infinitief. Dat is hetzelfde basisidee als in het Nederlands, maar het Frans gebruikt deze constructie zeer vaak voor plannen, verwachtingen en gebeurtenissen die duidelijk op komst zijn.
Ontkenningen en vragen
In verzorgd Frans staat ne ... pas om de vervoegde vorm van aller: Je ne vais pas sortir. Het infinitief blijft buiten die omlijsting. In informele spreektaal valt ne vaak weg: Je vais pas sortir. Als beginner is het verstandig de volledige vorm te leren en de korte vorm vooral te herkennen.
Vragen kunnen op drie gewone manieren:
- met intonatie: Tu vas où ? — Waar ga je heen?
- met est-ce que: Est-ce que vous allez venir ? — Gaat u komen?
- met omkering, vooral verzorgder of schriftelijker: Où vas-tu ? — Waar ga je heen?
Bij omkering komt een koppelteken tussen werkwoord en voornaamwoord. De vorm blijft gewoon vas: vas-tu.
Voorbeelden in context
| Frans | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Je vais au travail à huit heures. | Ik ga om acht uur naar mijn werk. | au = à + le |
| Où vas-tu après le cours ? | Waar ga je na de les heen? | Vraag met omkering |
| Nous allons à Paris ce week-end. | Wij gaan dit weekend naar Parijs. | Voor een stad staat à |
| Elle va chez sa sœur. | Zij gaat naar haar zus. | chez bij een persoon |
| Ils vont en Belgique en voiture. | Zij gaan met de auto naar België. | en voor land én vervoermiddel |
| On va au restaurant ce soir ? | Gaan we vanavond naar een restaurant? | Informeel on voor ‘wij’ |
| Ça va bien, merci. | Het gaat goed, dank je. | Vaste vraag en reactie over hoe het gaat |
| Je vais manger dans dix minutes. | Ik ga over tien minuten eten. | Nabije toekomst |
| Il va pleuvoir cet après-midi. | Het gaat vanmiddag regenen. | Verwachting op basis van de situatie |
| Vous allez recevoir un message. | U krijgt zo een bericht. | Nabije toekomstige gebeurtenis |
| Nous n’allons pas partir aujourd’hui. | Wij gaan vandaag niet vertrekken. | Ontkenning om allons |
| Est-ce que tu vas prendre le train ? | Ga je de trein nemen? | aller + infinitief in een vraag |
| Allez tout droit, puis tournez à gauche. | Ga rechtdoor en sla dan linksaf. | Beleefde of meervoudige gebiedende wijs |
| On y va ? | Zullen we gaan? | y verwijst naar een bekende plek |
Veelgemaakte fouten
Aller behandelen als een regelmatig werkwoord
- Fout: Nous allont of ils allent.
- Goed: Nous allons en ils vont.
- Waarom: Aller eindigt wel op -er, maar heeft onregelmatige vormen. Leer vooral het contrast allons — allez — vont als vaste reeks.
Het tweede werkwoord ook vervoegen
- Fout: Je vais mange.
- Goed: Je vais manger.
- Waarom: Na de vervoegde vorm van aller komt de infinitief. Alleen vais geeft hier persoon en tijd aan.
Het verkeerde voorzetsel bij een bestemming gebruiken
- Fout: Je vais à le cinéma of je vais en Paris.
- Goed: Je vais au cinéma en je vais à Paris.
- Waarom: à + le wordt au, terwijl een stad normaal à krijgt. Het Nederlandse ‘naar’ heeft dus niet overal dezelfde Franse vertaling.
Chez verwarren met à
- Fout: Je vais à mon ami.
- Goed: Je vais chez mon ami.
- Waarom: Voor ‘naar/bij iemand thuis’ en voor veel beroepsadressen gebruik je chez: chez Paul, chez le dentiste.
De ontkenning om de infinitief zetten
- Fout: Je vais ne pas sortir.
- Goed: Je ne vais pas sortir.
- Waarom: In een gewone ontkenning omsluiten ne en pas het vervoegde werkwoord vais. De plaatsing ne pas sortir kan in andere zinsconstructies bestaan, maar is hier niet het beginnerspatroon.
Gaan en zich verplaatsen altijd letterlijk vertalen
- Fout als algemene regel: elk Nederlands ‘gaan’ automatisch met aller weergeven.
- Goed: kijk naar de bedoeling van de zin.
- Waarom: ‘Het gaat over muziek’ is bijvoorbeeld Il s’agit de musique of Ça parle de musique, niet een vorm van aller. Alleen bij verplaatsing, toestand in vaste uitdrukkingen of de toekomstconstructie is aller passend.
Gebruiksnotities
On en nous
In gesprekken gebruikt men zeer vaak on va waar het Nederlands ‘we gaan’ zegt. Nous allons is volledig correct, maar klinkt in een losse conversatie vaak nadrukkelijker of formeler. In formele teksten blijft nous gebruikelijk. Houd de grammaticale vorm goed uit elkaar: on va, nooit on allons.
Ça va heeft meerdere functies
Ça va ? kan ‘Hoe gaat het?’ betekenen, maar ook ‘Gaat het?’, ‘Is dat in orde?’ of ‘Lukt het?’. Mogelijke antwoorden zijn Ça va bien, Ça va, Pas mal en Ça ne va pas. De precieze Nederlandse vertaling hangt van de situatie af.
Aller en venir bekeken vanuit het standpunt
Het Nederlands gebruikt ‘komen’ en ‘gaan’ soms anders wanneer iemand zich naar de gesprekspartner begeeft. In het Frans kan venir nodig zijn als de beweging naar de spreker of afgesproken plek toe gericht is: J’arrive, je viens ! (‘Ik kom eraan!’). Vraag jezelf dus af: beweegt iemand van het uitgangspunt weg, of juist naar het gekozen standpunt toe?
Aller + infinitief is niet altijd letterlijk ‘op weg gaan’
In Je vais travailler kan aller echte verplaatsing betekenen (‘ik ga naar mijn werk/ik ga werken’), maar ook alleen een toekomstig voornemen (‘ik ga nu werken’). De context maakt het verschil. Bij Il va pleuvoir is er uiteraard geen verplaatsing: de constructie kondigt een verwachting aan.
Verder dan de basis
De volgende vormen hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later vaak tegenkomen.
Verleden tijd met être
In de passé composé (een veelgebruikte voltooide verleden tijd) krijgt aller het hulpwerkwoord être: je suis allé(e), nous sommes allé(e)s. Het voltooid deelwoord (de vorm die samen met het hulpwerkwoord het verleden maakt) past zich in verzorgde schrijftaal aan het onderwerp aan:
- Paul est allé à Lyon.
- Marie est allée à Lyon.
- Elles sont allées à Lyon.
De extra letters zijn vaak niet hoorbaar, maar wel zichtbaar in geschreven Frans.
Gebiedende wijs
Voor opdrachten en aansporingen zijn de vormen va, allons en allez:
- Va doucement. — Ga rustig.
- Allons au café. — Laten we naar het café gaan.
- Allez tout droit. — Ga rechtdoor.
Voor ‘ga erheen’ zeg je opvallend genoeg vas-y, met een extra -s voor de klankverbinding. Zonder y blijft het va: Va à la maison. De vaste uitroep Allez ! kan afhankelijk van de toon ‘Kom op!’, ‘Vooruit!’ of ‘Nou!’ betekenen.
Andere stammen van hetzelfde werkwoord
Aller gebruikt in latere tijden opnieuw andere vormen. De eenvoudige toekomst heeft de stam ir-: j’irai (‘ik zal gaan’). De aanvoegende wijs (een werkwoordsvorm na bepaalde uitdrukkingen van wens, noodzaak of twijfel) heeft onder andere j’aille, nous allions, ils aillent: Il faut que j’aille travailler. Leer deze niet door ze uit vais af te leiden; behandel ze als aparte patronen.
S’en aller
Het voornaamwoordelijke werkwoord s’en aller betekent ‘weggaan’ of ‘vertrekken’: Je m’en vais (‘Ik ga weg’), Ils s’en vont (‘Zij vertrekken’). Het is zeer gebruikelijk, maar bevat voornaamwoorden die een beginner beter als vast blok kan onthouden. Je vais noemt vaak een bestemming of plan; je m’en vais legt de nadruk op het vertrek.
Oefentips
- Leer de zes vormen op ritme. Zeg dagelijks hardop: je vais, tu vas, il va; nous allons, vous allez, ils vont. Maak daarna zes korte zinnen met echte bestemmingen uit je eigen week.
- Oefen bestemming en vervoer apart. Combineer kaartjes zoals Paris — à, le bureau — au, la banque — à la, mes parents — chez met à pied, à vélo, en train. Zo voorkom je dat Nederlands ‘naar’ of ‘met’ automatisch één Franse vorm krijgt.
- Maak twee plannen per dag. Schrijf één bevestigende en één ontkennende zin met aller + infinitief: Je vais cuisiner. Je ne vais pas sortir. Wissel vervolgens van onderwerp, zodat niet alleen je vais maar ook on va, nous allons en ils vont actief worden.
Verwante onderwerpen
- Vooraf: Regelmatige werkwoorden op -ER — helpt je herkennen waarom aller ondanks zijn uitgang een uitzondering is.
- Hierna: De nabije toekomst — behandelt aller + infinitief uitgebreider voor plannen, voorspellingen en ontkenningen.
Vereiste kennis
Regelmatige -ER-werkwoorden in het FransA1Concepten die hierop voortbouwen
Meer A1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Le Verbe Aller in Frans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Frans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen