A1

Leuk vinden en gaan in het Catalaans

Agradar i Anar

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Catalaans op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Voor ‘leuk vinden’ bouwt het Catalaans de zin anders op dan het Nederlands: m’agrada el cinema betekent letterlijker ‘de film bevalt mij’. Gebruik agraden als datgene wat bevalt meervoud is. Anar betekent ‘gaan’; met a + infinitief kan het een bestemming, een plan of een eerstvolgende handeling uitdrukken, terwijl anar-se’n ‘weggaan’ betekent.

Overzicht

Met agradar en anar kun je al op A1-niveau veel alledaagse gesprekken voeren. Je vertelt ermee welke muziek, gerechten of activiteiten je leuk vindt, vraagt naar iemands voorkeur, zegt waar je heen gaat en kondigt aan wat je gaat doen. Beide werkwoorden komen zeer vaak voor, maar vragen elk om een ander soort aandacht.

Bij agradar is vooral de zinsbouw nieuw voor Nederlandstaligen. In ‘ik vind koffie lekker’ is ik het onderwerp (degene of zaak waarover het werkwoord iets zegt). In m’agrada el cafè is el cafè grammaticaal het onderwerp: de koffie bevalt míj. Het korte woord m’ geeft het indirect object aan (de persoon voor wie of aan wie iets geldt). Denk daarom niet woord voor woord vanuit ik vind ... leuk.

Anar is eenvoudiger van betekenis, maar onregelmatig van vorm: vaig, vas, va, anem, aneu, van. Daarnaast bestaat anar-se’n, letterlijk een combinatie van anar, het wederkerende voornaamwoord se en het partikel en. Samen betekent die combinatie meestal ‘weggaan’ of ‘vertrekken’.

Zo werkt het

Agradar: iets bevalt iemand

De handigste basisformule is:

indirect voornaamwoord + agrada/agraden + wat leuk gevonden wordt

Persoon die iets leuk vindt Kort voornaamwoord Voorbeeld Betekenis
aan mij m’ M’agrada. Ik vind het leuk.
aan jou t’ T’agrada. Jij vindt het leuk.
aan hem/haar/u li Li agrada. Hij/zij/u vindt het leuk.
aan ons ens Ens agrada. Wij vinden het leuk.
aan jullie us Us agrada. Jullie vinden het leuk.
aan hen/u allen els Els agrada. Zij/u allen vinden het leuk.

Voor agradar beginnen de vormen met een klinker. Daarom worden em en et hier verkort tot m’ en t’: m’agrada, t’agraden.

Het werkwoord past zich niet aan de persoon aan die de voorkeur heeft, maar aan wat bevalt:

Wat bevalt? Vorm Voorbeeld Nederlands
één zaak of begrip agrada M’agrada aquesta cançó. Ik vind dit liedje leuk.
meerdere zaken agraden M’agraden aquestes cançons. Ik vind deze liedjes leuk.
een activiteit met een infinitief agrada M’agrada cuinar. Ik kook graag.
meerdere activiteiten als één opsomming meestal agrada M’agrada llegir i escriure. Ik lees en schrijf graag.

Een infinitief is de onverbogen vorm van een werkwoord, zoals cuinar ‘koken’ of llegir ‘lezen’. Een activiteit die met zo’n vorm wordt genoemd, krijgt bij agradar gewoonlijk enkelvoud: Li agrada ballar.

Wil je benadrukken of verduidelijken wie iets leuk vindt, zet dan a + persoon vooraan. Het korte voornaamwoord blijft normaal staan:

  • A mi m’agrada el te. — Ík vind thee lekker.
  • A la Júlia li agrada el jazz. — Júlia houdt van jazz.
  • Als meus amics els agrada viatjar. — Mijn vrienden reizen graag.

Vooral li kan zonder context ‘aan hem’, ‘aan haar’ of de beleefde vorm ‘aan u’ betekenen. A en Marc, a la Júlia of a vostè maakt duidelijk over wie het gaat.

Een ontkenning krijgt no vóór het korte voornaamwoord:

  • No m’agrada la pluja. — Ik houd niet van regen.
  • No els agraden els dilluns. — Ze houden niet van maandagen.

De gewone vraag is T’agrada ...? voor één gesprekspartner en Us agrada ...? voor meer personen. Je kunt antwoorden met Sí, m’agrada, No, no m’agrada of het mildere No gaire ‘niet zo’.

De volledige tegenwoordige tijd van agradar

In voorkeurzinnen zijn agrada en agraden veruit het belangrijkst. De andere vormen bestaan wel wanneer een persoon zelf het onderwerp is, bijvoorbeeld Tu m’agrades ‘ik vind jou leuk’.

Persoon van het onderwerp Vorm van agradar
jo agrado
tu agrades
ell / ella / vostè agrada
nosaltres agradem
vosaltres agradeu
ells / elles / vostès agraden

Anar: gaan

Anar is onregelmatig in de tegenwoordige tijd. Leer deze zes vormen als één reeks:

Persoon Vorm Nederlands
jo vaig ik ga
tu vas jij gaat
ell / ella / vostè va hij/zij/u gaat
nosaltres anem wij gaan
vosaltres aneu jullie gaan
ells / elles / vostès van zij/u allen gaan

Omdat de werkwoordsvorm de persoon meestal al verraadt, laat het Catalaans het onderwerpsvoornaamwoord vaak weg: Vaig al mercat is natuurlijker dan steeds Jo vaig al mercat.

Voor een bestemming staat doorgaans a:

  • Vaig a Barcelona. — Ik ga naar Barcelona.
  • Anem a la platja. — We gaan naar het strand.
  • Van al restaurant. — Ze gaan naar het restaurant.

A + el trekt samen tot al en a + els tot als. Bij la en les is er geen samentrekking: a la feina, a les muntanyes.

Anar a + infinitief

De combinatie anar + a + infinitief kan aangeven dat iemand op weg gaat om iets te doen, een plan heeft of op het punt staat aan de handeling te beginnen:

  • Anem a sopar. — We gaan eten / laten we gaan eten.
  • Vaig a comprar pa. — Ik ga brood kopen.
  • Ara us ho vaig a explicar. — Ik ga het jullie nu uitleggen.

De context bepaalt of er echte verplaatsing is. Vaig a comprar pa kan dus letterlijk betekenen dat de spreker ergens heen gaat om brood te kopen. Als algemene toekomstvorm is deze constructie beperkter dan het Nederlandse gaan + infinitief. Voor een neutrale mededeling over morgen is de gewone Catalaanse toekomende tijd vaak natuurlijker: Demà treballaré ‘morgen zal ik werken’. Voor beginners is de veilige regel: gebruik anar a + infinitief vooral voor een plan, een onmiddellijke volgende stap of echte beweging met een doel.

Let goed op de a. Vaig a parlar betekent ‘ik ga praten’; vaig parlar, zonder a, is een verleden tijd en betekent ‘ik sprak/heb gesproken’. Dat verschil is klein op papier, maar groot in betekenis.

Anar-se’n: weggaan of vertrekken

Wanneer niet de bestemming maar het vertrek centraal staat, gebruikt het Catalaans vaak anar-se’n. De korte deeltjes veranderen mee met de persoon:

Persoon Vorm Nederlands
jo me’n vaig ik ga weg
tu te’n vas jij gaat weg
ell / ella / vostè se’n va hij/zij/u gaat weg
nosaltres ens en anem wij gaan weg
vosaltres us en aneu jullie gaan weg
ells / elles / vostès se’n van zij/u allen gaan weg

En krijgt na me, te en se de vorm ’n, maar staat na ens en us los: ens en anem, us en aneu. Een tijdstip of bestemming kan erbij staan: Me’n vaig a casa, Se’n va a les sis. Vergelijk:

  • La Carla va a Girona. — Carla gaat naar Girona.
  • La Carla se’n va. — Carla gaat weg.

Voorbeelden in context

Catalaans Nederlands Toelichting
M’agrada el cinema. Ik houd van film. Eén begrip, dus agrada.
No li agrada la pluja. Hij/zij houdt niet van regen. Li kan naar hem of haar verwijzen.
T’agraden aquests llibres? Vind je deze boeken leuk? Meervoud llibres vraagt agraden.
A la meva mare li agrada cuinar. Mijn moeder kookt graag. De naamgroep verduidelijkt li.
Ens agrada passejar després de sopar. We wandelen graag na het avondeten. Een infinitief krijgt agrada.
A mi no m’agrada gaire el cafè. Ik houd niet zo van koffie. A mi legt nadruk op ‘ik’.
Tu m’agrades molt. Ik vind jou erg leuk. Hier is tu wat bevalt.
Vaig a la feina amb bicicleta. Ik ga met de fiets naar mijn werk. Anar met een bestemming.
Anem a sopar! Laten we gaan eten! Voorstel aan een groep met de spreker erbij.
On aneu aquest vespre? Waar gaan jullie vanavond heen? Aneu hoort bij vosaltres.
Van al mercat cada dissabte. Ze gaan elke zaterdag naar de markt. A + el wordt al.
Ara vaig a preparar el dinar. Nu ga ik de lunch klaarmaken. Eerstvolgende handeling of plan.
Demà anirem a Tarragona. Morgen gaan we naar Tarragona. Anirem is de gewone toekomende tijd.
Se’n va a les sis. Hij/zij vertrekt om zes uur. Anar-se’n legt de nadruk op vertrek.
Ens en anem perquè és tard. We gaan weg omdat het laat is. De twee korte woorden blijven apart.

Veelgemaakte fouten

Agradar aanpassen aan de persoon die iets leuk vindt

  • Niet goed: M’agrado les pel·lícules.
  • Wel goed: M’agraden les pel·lícules.
  • Waarom: Les pel·lícules is meervoud en bepaalt de werkwoordsvorm. De persoon die de voorkeur heeft, staat al in m’.

Agrada gebruiken bij een meervoud

  • Niet goed: Li agrada els gossos.
  • Wel goed: Li agraden els gossos.
  • Waarom: Eén hond agrada; meerdere honden agraden. De vorm verandert niet doordat li enkelvoud is.

Het korte voornaamwoord weglaten na a mi of een naam

  • Niet goed: A mi agrada la música.
  • Wel goed: A mi m’agrada la música.
  • Waarom: In de gewone Catalaanse voorkeurzin herhaal je de persoon met m’, t’, li, ens, us of els. A mi geeft hier vooral nadruk of contrast.

Nederlands leuk vinden letterlijk nabouwen

  • Niet goed: Jo agrado aquesta cançó.
  • Wel goed: M’agrada aquesta cançó.
  • Waarom: De Catalaanse zin is opgebouwd als ‘dit liedje bevalt mij’. Jo agrado zou betekenen dat ík in de smaak val.

De a vergeten vóór een infinitief

  • Niet goed voor een plan: Vaig estudiar ara.
  • Wel goed: Vaig a estudiar ara.
  • Waarom: Met a kondig je aan dat je nu gaat studeren. Zonder a is vaig estudiar een verleden tijd: ‘ik studeerde/heb gestudeerd’.

Anar gebruiken wanneer weggaan bedoeld is

  • Minder duidelijk: Va a les sis.
  • Duidelijker: Se’n va a les sis.
  • Waarom: Va zegt vooral ‘gaat’ en roept vaak de vraag op waarheen. Se’n va betekent ondubbelzinnig ‘gaat weg/vertrekt’.

Gebruiksnotities

In spontaan Catalaans zijn korte antwoorden heel gewoon. Op T’agrada? hoeft niet altijd een volledige zin te volgen: Sí, molt ‘ja, heel erg’, No gaire ‘niet zo’ en Gens ‘helemaal niet’ klinken natuurlijk. Wil je beleefd nuanceren, dan is No m’agrada gaire vaak zachter dan een kaal No m’agrada.

Agradar dekt zowel ‘leuk vinden’, ‘lekker vinden’ als ‘graag doen’. De Nederlandse vertaling hangt dus af van wat volgt: M’agrada la sopa is ‘ik vind de soep lekker’, terwijl M’agrada nedar natuurlijker vertaald wordt als ‘ik zwem graag’. Bij sterke liefde of enthousiasme kan encantar voorkomen, maar voor een gewone voorkeur is agradar de veilige basiskeuze.

In Valenciaanse varianten kun je voor ‘jullie’ vos agrada / vos agraden horen of lezen waar andere varianten vaak us agrada / us agraden gebruiken. Beide horen bij het bredere Catalaanse taalgebied. Als beginner kun je één variant consequent gebruiken en de andere vooral leren herkennen.

Bij anem a + infinitief kan de vorm afhankelijk van intonatie zowel een feitelijke mededeling (‘we gaan eten’) als een uitnodiging (‘laten we gaan eten’) zijn. Voor een rechtstreeks bevel aan één persoon gebruikt men niet vas, maar de gebiedende vorm ves: Ves a casa! ‘Ga naar huis!’.

Verder dan de basis

De volgende bijzonderheden hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar ze voorkomen later verwarring.

Meer dan alleen agrada en agraden

Wanneer een persoon het grammaticale onderwerp is, verschijnen andere vormen van agradar. Tu m’agrades betekent letterlijk ‘jij bevalt mij’ en kan, afhankelijk van de situatie, romantischer klinken dan een voorkeur voor een ding. Crec que els agradem betekent ‘ik denk dat ze ons leuk vinden’. Hier bepalen tu en het verzwegen nosaltres de vormen agrades en agradem.

Ook een bijzin kan datgene zijn wat bevalt: M’agrada que vinguis ‘ik vind het fijn dat je komt’. Na que staat hier vinguis, een vorm van de aanvoegende wijs (een werkwoordsvorm voor onder meer wensen, waarderingen en onzekerheid). Dat is leerstof voor later; onthoud voorlopig alleen dat m’agrada que ... een veelvoorkomend patroon is.

Plan, onmiddellijke toekomst en neutrale toekomst

Het Nederlands gebruikt gaan + infinitief erg ruim: volgend jaar ga ik verhuizen kan een ver plan zijn. Neem dat patroon niet automatisch over. In verzorgd Catalaans kan anar a + infinitief echte beweging, intentie of een op handen zijnde handeling aangeven, maar voor een neutrale toekomstige gebeurtenis zijn de gewone toekomst of de tegenwoordige tijd vaak geschikter:

Bedoeling Natuurlijke vorm Nederlands
onmiddellijke stap Ara vaig a trucar-la. Ik ga haar nu bellen.
afspraak in de nabije toekomst Demà dinem junts. Morgen lunchen we samen.
neutrale voorspelling Demà plourà. Morgen zal het regenen.

Anar als hulpwerkwoord in de verleden tijd

Het Catalaans heeft een zeer gebruikelijke verleden tijd met vormen die op anar lijken: vaig parlar, vas menjar, va sortir. Er staat dan géén a. Vergelijk drie zinnen:

  • Vaig a parlar amb ella. — Ik ga met haar praten.
  • Vaig parlar amb ella. — Ik heb met haar gepraat.
  • Vaig anar a parlar amb ella. — Ik ben met haar gaan praten.

In de tweede en derde zin is vaig een hulpwerkwoord (een werkwoord dat samen met een andere vorm tijd of aspect uitdrukt). Dit verleden-tijdspatroon verdient later een eigen les. Voor nu is de geschreven en hoorbare a je beste herkenningspunt.

Bevelen met anar-se’n

De gebiedende vormen van anar-se’n worden aaneengeschreven met de korte voornaamwoorden: Ves-te’n! ‘Ga weg!’ en Aneu-vos-en! ‘Gaan jullie weg!’. Ze zijn nuttig om te herkennen, maar kunnen door toon en situatie scherp of onvriendelijk klinken. Me n’he d’anar ‘ik moet weg’ is vaak een zachtere manier om je eigen vertrek aan te kondigen.

Oefentips

  1. Maak paren met enkelvoud en meervoud. Zeg achter elkaar M’agrada aquest llibre en M’agraden aquests llibres. Wissel daarna llibre uit voor eten, muziek, plaatsen en activiteiten. Zo koppel je agrada/agraden aan de juiste zaak in plaats van aan ‘ik’.
  2. Leer anar ritmisch. Spreek dagelijks de reeks vaig, vas, va — anem, aneu, van uit en maak met elke vorm een zin met een bestemming. Voeg daarna drie vertrekzinnen toe met me’n vaig, se’n va en ens en anem.
  3. Oefen het verschil dat één a maakt. Schrijf vijf paren zoals vaig a comprar / vaig comprar en vertaal beide hardop. Controleer steeds: gaat het om een plan of eerstvolgende stap, of om iets dat al gebeurd is?

Verwante onderwerpen

  • Vereiste voorkennis: Onderwerpsvoornaamwoorden — helpt je de personen achter vaig, vas, va, anem, aneu en van te herkennen, ook wanneer het voornaamwoord wordt weggelaten.

Vereiste kennis

Onderwerpsvoornaamwoorden in het CatalaansA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Agradar i Anar in Catalaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Catalaans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen