A2

Voorkeuren en afkeer uitdrukken in het Hawaïaans

ʻŌlelo Hoʻohui Manaʻo

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Hawaïaans op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Met makemake zeg je dat je iets wilt of leuk vindt: Makemake au i ka mele betekent ‘Ik houd van muziek’ of ‘Ik vind muziek leuk’. Ontken dit met ʻaʻole: ʻAʻole au makemake i ka ua (‘Ik houd niet van regen’). Woorden als hoihoi, ʻoluʻolu, puʻiwa en huhū staan meestal vóór de persoon die het gevoel ervaart.

Overzicht

In het Hawaïaans kun je een voorkeur en veel gevoelens uitdrukken zonder een apart werkwoord dat overeenkomt met het Nederlandse zijn. Waar het Nederlands zegt ‘ik ben boos’ of ‘dit boek is interessant’, kan het Hawaïaans beginnen met het woord dat de toestand beschrijft: Huhū au (‘Ik ben boos’) en Hoihoi kēia puke (‘Dit boek is interessant’). Daarna volgt meestal het onderwerp (de persoon of zaak over wie de zin gaat).

Op A2-niveau is de belangrijkste uitbreiding van je basiskennis van makemake het verschil tussen iets willen, iets leuk vinden en een handeling willen verrichten. Je leert daarnaast een klein maar nuttig groepje woorden voor reacties en gevoelens: hoihoi (‘interessant; geïnteresseerd’), ʻoluʻolu (‘aangenaam; tevreden; prettig gestemd’), puʻiwa (‘verrast’) en huhū (‘boos’).

Voor Nederlandstaligen voelt vooral de zinsvolgorde anders. Begin niet automatisch met au omdat de Nederlandse zin met ‘ik’ begint. Denk liever eerst aan de voorkeur of toestand en zet daarna de persoon: makemake + au, hoihoi + au, huhū + au. Bij ontkenning komt ʻaʻole vooraan en verschuift het patroon: ʻAʻole au makemake …

Hoe het werkt

De basisbouwstenen

De volgende tabel geeft de eenvoudigste A2-patronen. Een predicaat is hier het deel dat zegt wat iemand wil, vindt of voelt; in deze zinnen staat dat vooraan.

Betekenis Basispatroon Voorbeeld Nederlandse betekenis
iets leuk vinden of willen makemake + persoon + i + zelfstandig naamwoord Makemake au i ka poi. Ik houd van / wil poi.
iets niet leuk vinden of willen ʻaʻole + persoon + makemake + i + zelfstandig naamwoord ʻAʻole au makemake i ka ua. Ik houd niet van / wil geen regen.
een handeling willen verrichten makemake + persoon + e + handeling Makemake au e ʻai. Ik wil eten.
iets interessant vinden hoihoi + persoon + i + zaak Hoihoi au i kēia puke. Ik ben geïnteresseerd in dit boek.
zeggen dat iets interessant is hoihoi + zaak Hoihoi kēia puke. Dit boek is interessant.
een toestand of gevoel noemen gevoel + persoon Huhū au. Ik ben boos.

Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een persoon, zaak of begrip, zoals ‘muziek’, ‘boek’ of ‘regen’. In ka mele (‘de muziek’) en ka ua (‘de regen’) staat i vóór zo’n naamwoordgroep. Dit kleine woord markeert hier datgene waarop de voorkeur of belangstelling gericht is. Vertaal i niet los met één vast Nederlands voorzetsel; de hele constructie bepaalt de Nederlandse vertaling.

Makemake met een zaak: i

Gebruik makemake … i … als het volgende deel een ding, persoon of onderwerp van voorkeur is:

  • Makemake au i ka mele. — Ik houd van muziek.
  • Makemake ʻo Malia i ka poi. — Malia houdt van poi / wil poi.
  • Makemake mākou i kēia wahi. — Wij vinden deze plek fijn.

Makemake dekt een breder gebied dan één Nederlands werkwoord. Afhankelijk van de situatie kan Makemake au i ke kope betekenen ‘Ik houd van koffie’ of ‘Ik wil koffie’. De omgeving maakt meestal duidelijk of het om een algemene voorkeur of om een keuze op dat moment gaat. Voeg in je Nederlandse vertaling dus niet automatisch altijd ‘willen’ of altijd ‘leuk vinden’ in.

Makemake met een handeling: e

Als je wilt dat er een handeling plaatsvindt, staat e voor die handeling:

  • Makemake au e hele. — Ik wil gaan.
  • Makemake ʻo ia e hula. — Hij/zij wil hula dansen.
  • Makemake mākou e hoʻolohe i ka mele. — Wij willen naar de muziek luisteren.

Het praktische beginnersverschil is dus:

  • i + zaak: makemake au i ka mele — ik houd van / wil de muziek;
  • e + handeling: makemake au e hoʻolohe — ik wil luisteren.

Dit onderscheid is belangrijk omdat het Nederlands na ‘willen’ vaak meteen een heel werkwoord gebruikt. In het Hawaïaans is e dan zichtbaar aanwezig.

Ontkennen met ʻaʻole

Voor een eenvoudige ontkenning zet je ʻaʻole aan het begin. Bij een persoonlijk voornaamwoord zoals au (‘ik’) krijg je het bruikbare patroon:

ʻaʻole + persoon + makemake + i/e + aanvulling

  • ʻAʻole au makemake i ka ua. — Ik houd niet van regen.
  • ʻAʻole au makemake e hele. — Ik wil niet gaan.
  • ʻAʻole ʻo ia makemake i ke kope. — Hij/zij houdt niet van koffie of wil geen koffie.

De woordvolgorde is niet simpelweg de bevestigende zin met ‘niet’ ernaast. Vergelijk Makemake au … met ʻAʻole au makemake … en leer beide als een vast ritme.

Hoihoi: interessant of geïnteresseerd

Hoihoi kan zowel iets interessants beschrijven als de belangstelling van een persoon. Het verschil blijkt uit wat er na hoihoi staat:

  • Hoihoi kēia puke. — Dit boek is interessant.
  • Hoihoi au i kēia puke. — Ik ben geïnteresseerd in dit boek.

Dat onderscheid lijkt op Nederlands ‘interessant’ tegenover ‘geïnteresseerd’, maar het Hawaïaans gebruikt daarvoor hetzelfde kernwoord. Let dus goed op wie of wat het onderwerp is. In de eerste zin is dat het boek; in de tweede zin is au de belangstellende persoon en volgt het boek na i.

ʻOluʻolu, puʻiwa en huhū

Deze woorden beschrijven een toestand of reactie:

Hawaïaans Kernbetekenis Eenvoudig patroon
ʻoluʻolu aangenaam, tevreden, prettig gestemd ʻOluʻolu au …
puʻiwa verrast, geschrokken Puʻiwa au.
huhū boos, kwaad Huhū au.

Een aanvulling kan aangeven waarop het gevoel gericht is. Voor een persoonlijk voornaamwoord gebruikt het Hawaïaans vaak in plaats van los i: ʻOluʻolu au e ʻike iā ʻoe (‘Ik ben blij je te zien’) en Huhū au iā ia (‘Ik ben boos op hem/haar’). Iā ʻoe en iā ia vormen dus nuttige gehelen om te onthouden.

Bij een naam gebruikt het Hawaïaans vaak het persoonsmarkeerwoord ʻo: Huhū ʻo Kaleo (‘Kaleo is boos’). Ook bij ʻo ia (‘hij/zij’) hoort die vorm bij het onderwerp: Puʻiwa ʻo ia (‘Hij/zij is verrast’).

Voorbeelden in context

Hawaïaans Nederlands Opmerking
Makemake au i ka mele. Ik houd van muziek. Algemene voorkeur met i.
Makemake ʻo Malia i ka hula. Malia houdt van hula. Een naam als onderwerp krijgt ʻo.
Makemake mākou i kēia wahi. Wij vinden deze plek fijn. kēia wahi is ‘deze plek’.
ʻAʻole au makemake i ka ua. Ik houd niet van regen. ʻaʻole staat vooraan.
ʻAʻole ʻo ia makemake i ke kope. Hij/zij wil geen koffie. De situatie bepaalt of het om willen of lusten gaat.
Makemake au e hele i kahakai. Ik wil naar het strand gaan. e leidt de gewenste handeling in.
Makemake lākou e hoʻolohe i ka mele. Zij willen naar de muziek luisteren. Een voorkeur voor een activiteit.
Hoihoi kēia puke. Dit boek is interessant. De zaak zelf wordt beschreven.
Hoihoi au i ka moʻolelo. Ik ben geïnteresseerd in het verhaal. De persoon staat na hoihoi; het onderwerp van belangstelling na i.
ʻOluʻolu au e ʻike iā ʻoe. Ik ben blij je te zien. iā ʻoe betekent hier ‘jou’.
Puʻiwa ʻo ia. Hij/zij is verrast. Een korte reactie zonder apart woord voor ‘is’.
Huhū au iā ia. Ik ben boos op hem/haar. Bij een persoonlijk voornaamwoord staat .
Huhū ke keiki. Het kind is boos. De toestand staat vóór het onderwerp.

Veelgemaakte fouten

1. De Nederlandse volgorde letterlijk overnemen

  • Onjuist als basispatroon: Au makemake i ka mele.
  • Juist: Makemake au i ka mele.
  • Waarom: in een gewone bevestigende zin begint dit patroon met makemake, niet met au. Denk: ‘leuk-vinden — ik — muziek’ in plaats van woord voor woord vanuit het Nederlands te bouwen.

2. i weglaten vóór een zaak

  • Onjuist: Makemake au ka mele.
  • Juist: Makemake au i ka mele.
  • Waarom: i markeert waarop de voorkeur gericht is. Het Nederlandse ‘Ik houd van muziek’ helpt maar gedeeltelijk: i is niet simpelweg een vaste vertaling van ‘van’.

3. i en e verwisselen

  • Onjuist: Makemake au i hele.
  • Juist: Makemake au e hele.
  • Waarom: vóór een gewenste handeling gebruik je e. Gebruik i vóór een zaak of onderwerp van voorkeur: i ka mele.

4. De ontkenning op de Nederlandse plek zetten

  • Onjuist als beginnerszin: Makemake au ʻaʻole i ka ua.
  • Juist: ʻAʻole au makemake i ka ua.
  • Waarom: ʻaʻole opent de ontkennende zin. Daarbij staat au vóór makemake. Leer Makemake au … en ʻAʻole au makemake … als twee afzonderlijke patronen.

5. interessant en geïnteresseerd niet uit elkaar houden

  • Verwarrend: Hoihoi kēia puke vertalen als ‘Dit boek is geïnteresseerd.’
  • Juist: Hoihoi kēia puke = ‘Dit boek is interessant’; Hoihoi au i kēia puke = ‘Ik ben geïnteresseerd in dit boek.’
  • Waarom: hetzelfde Hawaïaanse woord kan de interessante zaak of de belangstellende persoon beschrijven. De zinsbouw maakt duidelijk welke lezing bedoeld is.

6. i gebruiken waar iā bij een persoon hoort

  • Onjuist in dit patroon: ʻOluʻolu au e ʻike i ʻoe.
  • Juist: ʻOluʻolu au e ʻike iā ʻoe.
  • Waarom: vóór persoonlijke voornaamwoorden zoals ʻoe (‘jij’) en ia (‘hij/zij’) verschijnt vaak de samengevoegde vorm : iā ʻoe, iā ia.

Gebruiksnotities

Context bepaalt de vertaling van makemake

Nederlands maakt een duidelijk onderscheid tussen ‘willen’, ‘lusten’ en ‘leuk vinden’. Makemake kan al deze gebieden raken. Aan tafel klinkt Makemake au i ka poi gemakkelijk als ‘Ik wil poi’; in een gesprek over eten kan dezelfde zin een algemene voorkeur uitdrukken: ‘Ik houd van poi’. Als het onderscheid echt belangrijk is, maakt de ruimere context het duidelijk.

Gebruik makemake daarom niet automatisch als een zware uitspraak over liefde of diepe genegenheid. Het is in deze les vooral het gewone woord voor willen en prettig of gewenst vinden.

Geen verplicht koppelwerkwoord

Nederlandse gevoelszinnen bevatten vaak ‘zijn’: ‘ik ben boos’, ‘het boek is interessant’. In de eenvoudige Hawaïaanse patronen hierboven is geen apart equivalent nodig. Huhū au is al een volledige mededeling. Het toevoegen van een bedacht woord voor ‘ben’ is dus een typische Nederlandstalige fout.

Schrifttekens horen bij het woord

De ʻokina in ʻaʻole, ʻoluʻolu, puʻiwa en iā ʻoe geeft een echte klankonderbreking aan; het is niet zomaar versiering of een gewone apostrof. Ook de kahakō (het streepje boven een klinker), zoals in , geeft klinkerlengte aan. Neem beide tekens mee wanneer je woorden overschrijft of oefenkaarten maakt.

Verder dan de basis: gevorderd gebruik

De volgende details hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later tegenkomen.

Sterkte en nadruk

Met woorden als loa (‘erg, zeer’) en nui (‘veel, sterk’) kan een voorkeur of gevoel krachtiger worden. Zo kan Hoihoi loa kēia puke betekenen ‘Dit boek is erg interessant’, terwijl Makemake nui au i kēia mele een sterke voorkeur uitdrukt: ‘Ik houd erg van dit lied’. De precieze keuze hangt af van het woord en de bedoelde nuance; leer zulke combinaties uit volledige voorbeeldzinnen, niet als één universeel Nederlands woord ‘heel’.

Een toestand als gebeurtenis bekijken

In uitgebreider Hawaïaans kun je ua voor een toestand zien, bijvoorbeeld wanneer een reactie is ontstaan of als afgerond wordt voorgesteld. Een vorm als Ua puʻiwa au legt meer nadruk op ‘ik raakte/was verrast’ dan de eenvoudige toestandszin Puʻiwa au. Ua is geen één-op-één vertaling van de Nederlandse verleden tijd: tijd, aspect (hoe een gebeurtenis verloopt) en context werken samen. Voor nu volstaat het om de korte patronen zonder ua te kunnen gebruiken en deze langere vorm te herkennen.

Compacte vormen met ʻole

ʻOle drukt afwezigheid of ontkenning uit en kan in uitgebreidere woordgroepen bij makemake verschijnen. Dat betekent niet dat je elke gewone zin Makemake au … kunt ontkennen door willekeurig ʻole erachter te zetten. Voor een heldere zelfstandige A2-zin blijft ʻAʻole au makemake … het veiligste patroon. Later leer je ʻole in vaste samenstellingen en beschrijvende woordgroepen herkennen.

Emoties zijn breder dan Nederlandse labels

Woorden als ʻoluʻolu en hoihoi hebben meerdere verwante betekenissen. ʻOluʻolu kan, afhankelijk van de omgeving, onder meer aangenaamheid, gemak, vriendelijkheid of tevredenheid uitdrukken. Vertaal het dus niet in elke zin automatisch met ‘blij’. Evenzo kan hoihoi op belangstelling of op een interessante eigenschap wijzen. Wie langere teksten leest, moet steeds kijken naar het onderwerp en eventuele aanvulling met i.

Oefentips

  1. Maak paren met dezelfde inhoud. Schrijf vijf bevestigende en ontkennende paren, bijvoorbeeld Makemake au i ka ua tegenover ʻAʻole au makemake i ka ua. Spreek ze hardop uit en let op de veranderde plaats van au.
  2. Sorteer zaken en handelingen. Kies tien woorden of korte uitdrukkingen. Zet zaken na i (i ka mele) en handelingen na e (e hula). Maak daarna met elk item een zin met makemake.
  3. Wissel van perspectief. Beschrijf eerst een zaak: Hoihoi kēia puke. Zeg daarna wat jij ervaart: Hoihoi au i kēia puke. Doe hetzelfde met korte gevoelszinnen als Huhū au en Puʻiwa ʻo ia. Zo oefen je zowel betekenis als woordvolgorde.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Willen en kunnen met makemake en hiki in het HawaïaansA1

Meer A2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen ʻŌlelo Hoʻohui Manaʻo in Hawaïaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Hawaïaans · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen