Bezittelijke bijvoeglijke woorden in het Engels
Possessive Adjectives
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Engels op Settemila Lingue.
In het kort
De Engelse bezittelijke bijvoeglijke woorden zijn my, your, his, her, its, our en their. Ze staan vóór een zelfstandig naamwoord: my coat, her name, our house. De vorm hangt af van wie of wat de bezitter is, niet van het ding dat erna komt; its heeft nooit een apostrof.
Overzicht
Met een bezittelijk bijvoeglijk woord geef je aan bij wie of wat iets hoort. Een zelfstandig naamwoord is eenvoudig gezegd een woord voor een persoon, dier, ding, plaats of begrip. In my book is book het zelfstandig naamwoord en vertelt my van wie het boek is. Bezit is daarbij ruim bedoeld: het kan gaan om eigendom, maar ook om familie, relaties, lichaamsdelen, kenmerken of andere verbanden, zoals her brother, our problem en its colour.
Dit onderwerp hoort bij A1, omdat deze woorden voortdurend nodig zijn wanneer je jezelf voorstelt of praat over familie, werk en dagelijkse spullen. De basisregel is overzichtelijk: kies de vorm die bij de bezitter past en zet die direct vóór het zelfstandig naamwoord. Anders dan bij Nederlandse vormen als mijn en ons/onze verandert het Engelse woord niet door het zelfstandig naamwoord dat volgt.
De traditionele naam is bezittelijk bijvoeglijk woord. Strikt grammaticaal worden deze woorden ook wel bezittelijke determinatoren genoemd: woorden die een zelfstandig naamwoord nader bepalen. Voor het gebruik maakt dat verschil in naam niets uit. Belangrijk is wel dat my en mine niet uitwisselbaar zijn: my staat bij een zelfstandig naamwoord, terwijl mine zelfstandig wordt gebruikt.
Hoe het werkt
De zeven basisvormen
| Onderwerpsvorm | Bezittelijke vorm | Nederlandse kernbetekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| I | my | mijn | my key — mijn sleutel |
| you | your | jouw, je, uw, jullie | your room — jouw/uw/jullie kamer |
| he | his | zijn | his coat — zijn jas |
| she | her | haar | her coat — haar jas |
| it | its | zijn, haar, ervan | its door — de deur ervan |
| we | our | ons, onze | our plan — ons plan |
| they | their | hun | their plan — hun plan |
Het verband met de onderwerpsvormen helpt bij het onthouden: I → my, you → your, he → his, enzovoort. Kijk eerst naar de bezitter. Is dat we, dan gebruik je altijd our: our car, our cars, our idea en our ideas.
Plaats vóór het zelfstandig naamwoord
Het gewone patroon is:
bezittelijk bijvoeglijk woord + eventueel ander bijvoeglijk woord + zelfstandig naamwoord
- my phone — mijn telefoon
- her new job — haar nieuwe baan
- their two young children — hun twee jonge kinderen
Een bijvoeglijk woord beschrijft een zelfstandig naamwoord, zoals new in her new job. Het bezittelijke woord komt vóór zulke beschrijvingen. Het staat ook vóór een telwoord: our three cats.
Geen lidwoord erbij
In het Engels neemt een bezittelijk bijvoeglijk woord de plaats in van een lidwoord zoals a, an of the. Gebruik ze daarom niet samen vóór hetzelfde zelfstandig naamwoord.
- my bike, niet the my bike
- her idea, niet an her idea
- their children, niet the their children
Dit lijkt grotendeels op het Nederlands: we zeggen ook mijn fiets, niet de mijn fiets.
De bezitter bepaalt his, her en its
Bij his, her en its kijk je naar de persoon, het dier of het ding dat iets heeft. Het zelfstandig naamwoord erna bepaalt de keuze niet.
- Tom loves his daughter. Tom is de bezitter, dus his.
- Anna loves her son. Anna is de bezitter, dus her.
- The company changed its name. Het bedrijf is de ‘bezitter’, dus its.
Dat is belangrijk wanneer het woord na de bezittelijke vorm een persoon aanduidt. His mother betekent niet dat mother mannelijk is; het betekent dat zij de moeder is van een man of jongen. Evenzo verwijst her father naar de vader van een vrouw of meisje.
Voor dingen, organisaties en meestal ook dieren waarvan het geslacht niet relevant of niet bekend is, gebruik je its. Bij een huisdier waarvan men het geslacht kent, zijn his en her heel normaal: Our dog is looking for her ball.
Your is enkelvoud én meervoud
Your kan jouw, je, uw of jullie betekenen. Het Engels laat in de vorm zelf niet zien of je één of meer mensen aanspreekt en maakt hier ook geen grammaticaal onderscheid tussen informeel en beleefd.
- Is this your seat? — Is dit jouw/uw stoel?
- Please open your books. — Open alstublieft jullie boeken.
De situatie maakt meestal duidelijk welke betekenis bedoeld is. In informele spreektaal bestaan regionale aanvullingen zoals your guys' of y'all's, maar voor neutraal standaardengels is your de veilige vorm.
Its of it's?
Its is bezittelijk. It's is een verkorting van it is of it has.
| Vorm | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| its | zijn/haar/ervan | The tree loses its leaves. |
| it's | it is | It's cold today. |
| it's | it has | It's been a long day. |
Een snelle test: kun je it is of it has invullen? Dan is it's juist. Kan dat niet en volgt er iets dat bij it hoort, dan gebruik je its.
Niet verwarren met zelfstandige bezittelijke voornaamwoorden
Wanneer er geen zelfstandig naamwoord direct na de bezittelijke vorm staat, zijn meestal mine, yours, his, hers, ours en theirs nodig.
| Vóór een zelfstandig naamwoord | Zelfstandig gebruikt |
|---|---|
| This is my bag. | This bag is mine. |
| That is her desk. | That desk is hers. |
| These are our seats. | These seats are ours. |
| It is their decision. | The decision is theirs. |
His heeft toevallig in beide functies dezelfde vorm. Er is geen gewone zelfstandige vorm its die op dezelfde manier wordt gebruikt.
Voorbeelden in context
| Engels | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| This is my house. | Dit is mijn huis. | My hoort bij de spreker. |
| Is that your phone? | Is dat jouw telefoon? | Your richt zich tot één persoon. |
| Please write your names here. | Schrijf jullie namen hier, alstublieft. | Your richt zich tot meer mensen. |
| James forgot his keys. | James is zijn sleutels vergeten. | De bezitter James bepaalt his. |
| Her name is Anna. | Haar naam is Anna. | Her verwijst naar een vrouw of meisje. |
| The cat is eating its food. | De kat eet zijn voer. | Het geslacht van de kat is niet van belang of onbekend. |
| Our train leaves at eight. | Onze trein vertrekt om acht uur. | Our omvat de spreker en minstens één ander. |
| Their children are at school. | Hun kinderen zijn op school. | Their verwijst naar meer bezitters. |
| I like your new apartment. | Ik vind je nieuwe appartement mooi. | Your staat vóór new en apartment. |
| The museum changed its opening hours. | Het museum heeft zijn openingstijden gewijzigd. | Bij een organisatie of zaak is its gebruikelijk. |
| Maya and Leo sold their car. | Maya en Leo hebben hun auto verkocht. | Twee bezitters vragen om their. |
| Every student should bring their laptop. | Elke student moet zijn, haar of hun laptop meenemen. | Enkelvoudig their vermijdt een keuze tussen his en her. |
Veelgemaakte fouten
Its met een apostrof schrijven
- Fout: The company changed it's name.
- Goed: The company changed its name.
- Waarom: Its is de bezittelijke vorm. It's kan alleen it is of it has vervangen: The company changed it is name kan niet.
Een lidwoord en een bezittelijke vorm combineren
- Fout: This is the my room.
- Goed: This is my room.
- Waarom: My bepaalt het zelfstandig naamwoord al. Er komt geen the bij.
Mine vóór een zelfstandig naamwoord zetten
- Fout: Mine brother lives in London.
- Goed: My brother lives in London.
- Waarom: Gebruik my vóór brother. Mine staat zelfstandig: That coat is mine. Het Nederlandse mijn lijkt qua spelling op mine, waardoor deze fout verleidelijk is.
His of her kiezen op basis van het woord erna
- Fout: Emma is talking to his brother.
- Goed: Emma is talking to her brother.
- Waarom: Emma is de bezitter. Het feit dat brother een man aanduidt, verandert her niet.
Our laten veranderen zoals ons en onze
- Fout: This is ours house.
- Goed: This is our house.
- Waarom: Het Nederlands heeft ons huis maar onze straat. Engels gebruikt vóór elk zelfstandig naamwoord gewoon our. Ours is alleen zelfstandig: The house is ours.
Their en there verwisselen
- Fout: There parents live nearby.
- Goed: Their parents live nearby.
- Waarom: Their betekent hun. There betekent meestal daar of komt voor in zinnen als There is a problem. Ze klinken hetzelfde, maar hebben een andere functie.
Gebruiksnotities
Engels gebruikt vaak een bezittelijke vorm bij lichaamsdelen en persoonlijke spullen wanneer duidelijk is om wiens lichaam of spullen het gaat: She closed her eyes, He put his hands in his pockets. In het Nederlands kiezen we in vergelijkbare zinnen soms ook een bezittelijk woord, maar soms klinkt een lidwoord natuurlijker. Vertaal dus niet automatisch woord voor woord; leer veelvoorkomende combinaties als geheel.
Your is op zichzelf neutraal wat beleefdheid betreft. Of het Nederlands jouw, uw of jullie gebruikt, moet uit de relatie en de context blijken. Een beleefde Engelse zin ontstaat vooral door de hele formulering, bijvoorbeeld Could you show me your passport, please?, niet door een aparte beleefde vorm van your.
Bij dieren hangt de keuze af van hoe de spreker het dier voorstelt. Its is normaal als het geslacht onbekend of onbelangrijk is. Voor een huisdier of een dier dat als individu wordt besproken, gebruikt men vaak his of her. Bij schepen, landen of andere zaken komt soms een menselijke her voor in traditionele of literaire stijl, maar in hedendaags neutraal Engels is its doorgaans de beste keuze.
Verder dan de basis
De volgende bijzonderheden hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later wel tegenkomen.
Enkelvoudig they en their
Their kan tegenwoordig ook verwijzen naar één persoon wanneer het geslacht onbekend, niet relevant of niet-binair is:
- Someone left their umbrella. — Iemand heeft zijn, haar of hun paraplu laten liggen.
- Each applicant must sign their name. — Elke sollicitant moet zijn, haar of hun naam ondertekenen.
Dit heet enkelvoudig they: they/their verwijst grammaticaal naar één persoon. Het is al lang in gebruik en is heel gewoon in hedendaags Engels. Omslachtige vormen als his or her zijn mogelijk, maar klinken vaak formeler en zwaarder.
Own voor nadruk
Zet own na de bezittelijke vorm om te benadrukken dat iets echt van die persoon zelf is of apart is:
- She has her own office. — Ze heeft een eigen kantoor.
- We grow our own vegetables. — We verbouwen onze eigen groenten.
Own vervangt her of our niet; beide woorden zijn nodig. De combinatie on my own heeft een andere, vaste betekenis: alleen of zelfstandig.
Gedeeld of afzonderlijk bezit
Bij twee personen kan de plaatsing betekenisverschil geven:
- This is my and Sam's apartment. — Sam en ik delen één appartement.
- My and Sam's opinions differ. — Mijn mening en die van Sam verschillen.
Zulke constructies kunnen zwaar of dubbelzinnig klinken. Vaak is een herschrijving duidelijker: This apartment belongs to Sam and me of Sam's opinion differs from mine. In zorgvuldige taal is duidelijkheid belangrijker dan een ingewikkelde bezitsconstructie.
Verwijzing moet helder blijven
In een zin met meerdere mogelijke bezitters kan his, her of their onduidelijk zijn: Laura told Emma that her car was ready. Van wie is de auto? Als de context het niet oplost, herhaal dan de naam: Laura told Emma that Emma's car was ready. Bezittelijke vormen maken een zin korter, maar mogen niet ten koste gaan van de duidelijkheid.
Oefentips
- Leer de vormen als paren. Zeg hardop: I–my, you–your, he–his, she–her, it–its, we–our, they–their. Maak daarna voor elk paar één zin over je eigen omgeving.
- Oefen het verschil tussen de twee reeksen. Schrijf vijf paren zoals This is my cup / This cup is mine. Zo leer je automatisch wanneer er wel of geen zelfstandig naamwoord volgt.
- Controleer elke apostrof. Omcirkel bij het nalezen elke it's en probeer die door it is of it has te vervangen. Lukt dat niet, dan heb je waarschijnlijk its nodig.
Verwante onderwerpen
- Eerst leren: Onderwerpsvormen — hiermee zie je het verband tussen I en my, she en her, enzovoort.
- Volgende stap: Bezitsvorm met 's — hiermee druk je bezit uit met een naam of zelfstandig naamwoord, zoals Anna's bike en the children's room.
Vereiste kennis
Onderwerpsvoornaamwoorden in het EngelsA1Concepten die hierop voortbouwen
Meer A1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Possessive Adjectives in Engels met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Engels · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen