B1

Infinitief met *zu* in het Duits

Infinitiv mit zu

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Duits op Settemila Lingue.

In het kort

Een Duitse infinitiefgroep met zu bestaat meestal uit zu + infinitief: Ich versuche, früher zu kommen (ik probeer eerder te komen). Bij een scheidbaar werkwoord komt zu tussen het voorvoegsel en de stam: anzufangen, mitzukommen. Na modale werkwoorden en enkele waarnemings- en veroorzakende werkwoorden staat juist geen zu.

Overzicht

De infinitief is de onverbogen vorm van een werkwoord, zoals lernen, arbeiten of sein. Op B1-niveau kom je vaak zinnen tegen waarin zo'n infinitief samen met zu een aanvulling vormt bij een werkwoord, bijvoeglijk naamwoord of zelfstandig naamwoord. Daarmee kun je bijvoorbeeld een poging, plan, beoordeling of wens compact uitdrukken: Sie plant, in Berlin zu studieren.

Voor Nederlandstaligen voelt de betekenis meestal vertrouwd. Het Nederlands gebruikt immers vaak te + infinitief: proberen Duits te leren. Toch lopen de systemen niet één op één. Duits zu staat direct bij het werkwoord, verhuist bij scheidbare werkwoorden naar het midden en ontbreekt na onder meer modale werkwoorden. Bovendien blijft de hele infinitiefgroep normaal aan het einde van de zin.

Een infinitiefgroep heeft geen eigen vervoegd werkwoord. Meestal begrijpt de lezer uit de hoofdzin wie de handeling uitvoert. In Mara hofft, die Prüfung zu bestehen is Mara zowel degene die hoopt als degene die slaagt. Als een andere persoon de handeling uitvoert, is vaak een bijzin met dass duidelijker.

Zo werkt het

De basisbouw

Het gewone patroon is:

Functie Patroon Voorbeeld
Hoofdzin persoon/zaak + vervoegd werkwoord + infinitiefgroep Ich versuche, ruhig zu bleiben.
Infinitiefgroep overige zinsdelen + zu + infinitief morgen früher aufzustehen
Voltooide infinitief voltooid deelwoord + zu haben/sein alles verstanden zu haben

In Ich verspreche, morgen pünktlich zu kommen staat verspreche als vervoegd werkwoord in de hoofdzin. Zu kommen is de kern van de infinitiefgroep; morgen en pünktlich horen daarbij.

Ontkenning en andere bepalingen staan vóór de infinitief: Sie versucht, nicht zu lachen; Er hofft, bald eine Wohnung zu finden. Het Nederlands kan woorden rond te groeperen op een manier die in het Duits onnatuurlijk wordt. Houd daarom als veilige regel aan: zet alle aanvullingen eerst en zu + infinitief helemaal achteraan.

Wanneer gebruik je zu?

Na bepaalde werkwoorden

Veel werkwoorden die een plan, poging, besluit, hoop of belofte uitdrukken, krijgen een infinitiefgroep met zu.

Betekenisgroep Veelvoorkomende werkwoorden Voorbeeld
poging versuchen Wir versuchen, leiser zu sprechen.
plan of besluit planen, vorhaben, beschließen Sie beschließt, den Job zu wechseln.
hoop of verwachting hoffen, erwarten Ich hoffe, dich bald zu sehen.
belofte of weigering versprechen, sich weigern Er weigert sich, die Rechnung zu bezahlen.
vergeten of beginnen vergessen, anfangen, aufhören Vergiss nicht, die Tür abzuschließen.

Je moet per werkwoord leren welke constructie normaal is. Een Nederlandse infinitief met te bewijst niet automatisch dat het Duits zu gebruikt.

Na een bijvoeglijk naamwoord

Vaak begint de hoofdzin met onpersoonlijk es en volgt een beoordeling:

  • Es ist wichtig, genug zu schlafen.
  • Es war schön, euch wiederzusehen.
  • Es ist schwer, diese Frage zu beantworten.

Het bijvoeglijk naamwoord noemt hier een eigenschap of beoordeling; de infinitiefgroep zegt wat belangrijk, mooi of moeilijk is.

Na een zelfstandig naamwoord

Een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, zaak of begrip) kan worden uitgewerkt door een infinitiefgroep:

  • Ich habe keine Zeit, heute zu kochen.
  • Sie hat den Wunsch, im Ausland zu leben.
  • Wir hatten die Gelegenheit, das Museum zu besuchen.
  • Er hat Angst, einen Fehler zu machen.

De infinitiefgroep verduidelijkt de inhoud van Zeit, Wunsch, Gelegenheit of Angst.

Waar staat zu?

Bij een enkel, niet-scheidbaar werkwoord staat zu ervoor. Bij een scheidbaar werkwoord staat het tussen het scheidbare voorvoegsel en de werkwoordstam.

Soort werkwoord Infinitief Vorm met zu Voorbeeld
gewoon lernen zu lernen Ich versuche, Deutsch zu lernen.
gewoon op -ieren studieren zu studieren Sie plant, Medizin zu studieren.
scheidbaar aufstehen aufzustehen Er versucht, früh aufzustehen.
scheidbaar mitkommen mitzukommen Hast du Lust, mitzukommen?
scheidbaar fernsehen fernzusehen Sie hört auf, so lange fernzusehen.
niet-scheidbaar verstehen zu verstehen Es ist leicht, das zu verstehen.
niet-scheidbaar bezahlen zu bezahlen Er vergisst, die Rechnung zu bezahlen.

Voorvoegsels als be-, ent-, er-, ver- en zer- zijn normaal niet scheidbaar; zu komt dus vóór het hele werkwoord: zu besuchen, zu erklären, zu verkaufen. Een vorm als bezuzahlen is fout.

Bij een combinatie van twee infinitieven staat zu bij het werkwoord dat de constructie regeert: Sie hofft, länger bleiben zu können. Het modale können is hier zelf de infinitief na zu; daarom krijg je zu können, niet können zu bleiben.

Wanneer staat er géén zu?

Na de modale werkwoorden können, müssen, dürfen, sollen, wollen en mögen staat een kale infinitief, dus zonder zu:

  • Ich muss morgen arbeiten.
  • Wir wollen früher gehen.
  • Darf ich hier sitzen?

Ook na werden in de toekomende tijd, na lassen en gewoonlijk na de waarnemingswerkwoorden sehen en hören ontbreekt zu:

  • Sie wird später anrufen.
  • Lass mich ausreden.
  • Ich höre die Kinder lachen.
  • Wir sahen ihn weggehen.

Bij gehen, fahren en soms kommen kan een tweede infinitief het doel van een beweging noemen: Wir gehen einkaufen; Er fährt arbeiten. Ook daar staat doorgaans geen zu.

Wie voert de handeling uit?

Het verzwegen onderwerp van de infinitiefgroep wordt uit de hoofdzin afgeleid. Vaak is het het onderwerp (wie of wat de hoofdhandeling uitvoert):

  • Nina versucht, weniger Kaffee zu trinken. — Nina probeert en Nina drinkt.

Soms verwijst het naar een lijdend of meewerkend voorwerp (de persoon op wie de hoofdhandeling gericht is):

  • Der Arzt rät mir, mehr Wasser zu trinken. — ík moet meer drinken.
  • Sie bittet Paul, leise zu sein. — Paul moet stil zijn.

Is de bedoelde uitvoerder niet vanzelf duidelijk of echt een andere zelfstandige persoon, gebruik dan meestal een dass-bijzin:

  • Ich hoffe, dass du morgen kommst.
  • Niet als normale vervanging: Ich hoffe, du morgen zu kommen.

Komma's

In modern Duits is een komma verplicht wanneer de infinitiefgroep:

  1. wordt ingeleid door um, ohne, statt/anstatt, außer of als: Er ging, ohne sich zu verabschieden;
  2. afhangt van een zelfstandig naamwoord: Sie hatte den Wunsch, Ärztin zu werden;
  3. wordt aangekondigd of hervat door een verwijswoord zoals es, daran, darauf: Ich liebe es, lange auszuschlafen.

In andere gevallen is de komma vaak facultatief, maar zij mag worden gebruikt om de structuur duidelijk te maken: Ich versuche(,) früher zu kommen. In dit artikel staat ze consequent, omdat dat voor leerders overzichtelijk is. Een komma kan soms ook de bedoelde betekenis vastleggen; plaats haar daarom liever wanneer zonder komma verkeerd gelezen kan worden.

Voorbeelden in context

Duits Nederlands Opmerking
Ich versuche, Deutsch zu lernen. Ik probeer Duits te leren. Na versuchen
Es ist wichtig, pünktlich zu sein. Het is belangrijk om op tijd te zijn. Na een bijvoeglijk naamwoord
Er hat keine Lust, zu arbeiten. Hij heeft geen zin om te werken. Na een zelfstandig naamwoord
Wir haben beschlossen, im Sommer umzuziehen. We hebben besloten in de zomer te verhuizen. umziehen is scheidbaar
Vergiss nicht, das Licht auszuschalten. Vergeet niet het licht uit te doen. zu staat in auszuschalten
Sie hofft, bald eine Antwort zu bekommen. Ze hoopt snel antwoord te krijgen. Infinitiefgroep aan het einde
Der Lehrer bittet uns, langsamer zu sprechen. De leraar vraagt ons langzamer te spreken. uns voert sprechen uit
Ich freue mich darauf, dich wiederzusehen. Ik verheug me erop je weer te zien. Verwijswoord darauf; verplichte komma
Mara ging, ohne die Tür abzuschließen. Mara ging weg zonder de deur op slot te doen. ohne ... zu
Wir sparen Geld, um eine Reise zu machen. We sparen geld om een reis te maken. Doel met um ... zu
Es war nett von dir, mir zu helfen. Het was aardig van je om me te helpen. Beoordeling met es
Er behauptet, nichts davon gewusst zu haben. Hij beweert daar niets van geweten te hebben. Voltooide infinitief
Sie scheint müde zu sein. Ze lijkt moe te zijn. scheinen + zu
Du brauchst heute nicht zu kommen. Je hoeft vandaag niet te komen. brauchen nicht zu

Veelgemaakte fouten

Zu gebruiken na een modaal werkwoord

  • Fout: Ich muss heute zu arbeiten.
  • Goed: Ich muss heute arbeiten.
  • Waarom: Na müssen en de andere modale werkwoorden staat de infinitief zonder zu. De Nederlandse combinatie moeten werken heeft overigens evenmin te, maar de fout ontstaat vaak doordat leerders de algemene Duitse regel te breed toepassen.

Zu vóór een scheidbaar werkwoord zetten

  • Fout: Ich versuche, zu aufstehen.
  • Goed: Ich versuche, aufzustehen.
  • Waarom: Bij aufstehen schuift zu tussen auf- en stehen. Schrijf het geheel als één woord.

Een niet-scheidbaar voorvoegsel toch splitsen

  • Fout: Sie hofft, die Aufgabe zu verstehen schrijven als verzustehen.
  • Goed: Sie hofft, die Aufgabe zu verstehen.
  • Waarom: Verstehen is niet scheidbaar. Zu staat vóór de volledige infinitief.

De Nederlandse woordvolgorde kopiëren

  • Fout: Er versucht, zu lernen jeden Abend Deutsch.
  • Goed: Er versucht, jeden Abend Deutsch zu lernen.
  • Waarom: De kern zu lernen staat aan het einde van de Duitse infinitiefgroep. Tijdsbepalingen en voorwerpen komen ervoor.

Een infinitiefgroep gebruiken voor een ander onderwerp

  • Fout: Ich hoffe, du morgen zu kommen.
  • Goed: Ich hoffe, dass du morgen kommst.
  • Waarom: De infinitiefgroep kan hier geen apart onderwerp du krijgen. Een dass-bijzin heeft wel een eigen onderwerp en vervoegd werkwoord.

Een verplichte komma weglaten

  • Fout: Sie hat keine Zeit heute zu kochen.
  • Goed: Sie hat keine Zeit, heute zu kochen.
  • Waarom: De infinitiefgroep hangt af van het zelfstandig naamwoord Zeit; daarom is de komma verplicht.

Gebruiksnotities

Zu-groepen zijn zowel in gesproken als geschreven Duits heel gewoon. Ze maken een zin compacter dan een volledige bijzin. In spontaan taalgebruik kiezen sprekers echter ook vaak voor een dass-bijzin, vooral als die duidelijker maakt wie iets doet: Ich erwarte, dass ihr pünktlich seid.

Bij werkwoorden als anfangen en beginnen zijn meerdere constructies mogelijk. Es fängt an zu regnen is neutraal en zeer gebruikelijk; met een zelfstandig naamwoord zeg je bijvoorbeeld Der Regen fängt an. Leer dus vaste combinaties in een volledige voorbeeldzin, niet alleen losse woorden.

Het werkwoord brauchen vormt een nuttig bijzonder geval. In de betekenis ‘hoeven’ staat het meestal met een ontkenning of beperking én met zu: Du brauchst nicht zu warten; Du brauchst nur anzurufen. De standaardtaal verwacht hier zu, ook al hoor je in informele spreektaal soms vormen zonder zu.

Het Nederlandse om te is geen betrouwbaar woord-voor-woordmodel. Na proberen zegt het Duits gewoon versuchen, ... zu ..., zonder um. Duits um ... zu drukt specifiek een doel uit: Ich lerne viel, um die Prüfung zu bestehen (ik leer veel om voor het examen te slagen). Dat onderscheid hoort bij het verwante onderwerp doelszinnen.

Verder dan de basis

De voltooide infinitief

Wil je aangeven dat de handeling van de infinitiefgroep al eerder is voltooid, dan gebruik je het voltooid deelwoord (de vorm zoals gemacht of gekommen) met zu haben of zu sein:

  • Sie behauptet, die E-Mail geschickt zu haben. — Ze beweert de e-mail verstuurd te hebben.
  • Er freut sich, rechtzeitig angekommen zu sein. — Hij is blij op tijd aangekomen te zijn.

De keuze tussen haben en sein volgt dezelfde basisregel als in het Perfekt: geschickt haben, maar angekommen sein.

Infinitieven met een modaal werkwoord

Als de hele infinitiefgroep een modale betekenis bevat, ontstaat vaak een dubbele infinitief:

  • Ich hoffe, bald wieder arbeiten zu können.
  • Sie bedauert, nicht länger bleiben zu dürfen.

De inhoudsinfinitief (arbeiten, bleiben) komt vóór de modale infinitief met zu (zu können, zu dürfen). Dit verschilt sterk van de Nederlandse volgorde en verdient daarom oefening als één vast blok.

Sein, haben en scheinen met zu

Sommige patronen geven mogelijkheid, noodzaak of schijn weer:

  • Die Aufgabe ist leicht zu lösen. — De opdracht is gemakkelijk op te lossen.
  • Wir haben noch viel zu tun. — We hebben nog veel te doen.
  • Er scheint die Antwort zu kennen. — Hij lijkt het antwoord te kennen.

Sein + zu + infinitief kan in formeler taalgebruik ook noodzaak of mogelijkheid uitdrukken: Die Regeln sind zu beachten kan betekenen dat de regels in acht moeten worden genomen. De precieze lezing hangt van context en bijvoeglijke woorden af.

De komma kan betekenis sturen

Vergelijk in zorgvuldig geschreven Duits zinnen waarin de begrenzing van de infinitiefgroep anders kan worden gelezen. De komma laat zien welke woorden bij elkaar horen. Dat is niet alleen interpunctie: zij helpt de lezer de zinsbouw meteen goed te verwerken. Bij lange groepen is een facultatieve komma daarom meestal een goede stilistische keuze.

Oefentips

  1. Leer werkwoord en patroon samen. Noteer niet alleen versuchen, maar versuchen, etwas zu tun. Maak hetzelfde soort kaartjes voor hoffen, beschließen, vergessen en sich weigern.
  2. Sorteer infinitieven in drie groepen. Oefen dagelijks enkele gewone vormen (zu lernen), scheidbare vormen (anzufangen) en vormen zonder zu (muss arbeiten). Zo train je precies de beslissing die in echte zinnen nodig is.
  3. Bouw zinnen van achteren naar voren. Begin met zu kaufen, voeg ein neues Fahrrad toe en daarna de hoofdzin: Ich plane, ein neues Fahrrad zu kaufen. Controleer vervolgens onderwerp, plaats van zu en komma.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Regelmatige werkwoorden in het DuitsA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer B1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Infinitiv mit zu in Duits met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Duits · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen