A2

Duitse adjectiefuitgangen na der, die en das

Adjektivdeklination mit bestimmtem Artikel

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Duits op Settemila Lingue.

In het kort

Na een bepaald lidwoord krijgt een Duits bijvoeglijk naamwoord bijna altijd -e of -en. Gebruik -e in slechts vijf vormen: nominatief enkelvoud (der alte Mann, die alte Frau, das alte Haus) en accusatief vrouwelijk en onzijdig (die alte Frau, das alte Haus). In alle andere vormen gebruik je -en.

Overzicht

In het Nederlands verandert een gewoon bijvoeglijk naamwoord meestal alleen tussen een vorm zonder en met -e: een groot huis, maar het grote huis. In het Duits hangt de uitgang niet alleen af van het lidwoord. Ook het geslacht, het getal en de naamval (de grammaticale functie van een woordgroep in de zin) spelen mee: der große Mann, den großen Mann en mit dem großen Mann.

Dit onderwerp hoort bij niveau A2 en bouwt voort op de bepaalde lidwoorden der, die, das. Het goede nieuws is dat het patroon na zo'n lidwoord betrekkelijk eenvoudig is. Het lidwoord laat geslacht en naamval meestal al duidelijk zien; het bijvoeglijk naamwoord krijgt daarom de zogenoemde zwakke verbuiging, met alleen -e en -en.

Je gebruikt deze uitgangen bij een bijvoeglijk naamwoord dat vóór een zelfstandig naamwoord staat: das neue Auto. Staat het bijvoeglijk naamwoord na sein, werden of bleiben, dan komt er geen uitgang: Das Auto ist neu.

Hoe het werkt

De basis: stam plus uitgang

Neem de gewone vorm van het bijvoeglijk naamwoord en voeg -e of -en toe:

  • kleinder kleine Hund
  • neumit dem neuen Auto
  • interessantdie interessanten Bücher

Het lidwoord en het bijvoeglijk naamwoord vormen samen één naamwoordgroep. Kijk daarom in deze volgorde:

  1. Is er een bepaald lidwoord zoals der, die, das?
  2. Welke naamval heeft de hele woordgroep?
  3. Wat zijn geslacht en getal van het zelfstandig naamwoord?
  4. Kies in de tabel -e of -en.

De volledige tabel

Naamval Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig Meervoud
Nominatief der alte Mann die alte Frau das alte Haus die alten Häuser
Accusatief den alten Mann die alte Frau das alte Haus die alten Häuser
Datief dem alten Mann der alten Frau dem alten Haus den alten Häusern
Genitief des alten Mannes der alten Frau des alten Hauses der alten Häuser

Er zijn dus maar vijf vakken met -e: de drie enkelvoudsvormen van de nominatief en de vrouwelijke en onzijdige accusatief. Alle overige vakken krijgen -en. Een bruikbare samenvatting is daarom: vijf keer -e, verder altijd -en.

Wat betekenen de vier naamvallen?

  • De nominatief hoort meestal bij het onderwerp (wie of wat iets doet): Der junge Nachbar kocht.
  • De accusatief hoort vaak bij het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling rechtstreeks ondergaat): Ich besuche den jungen Nachbarn.
  • De datief hoort vaak bij het meewerkend voorwerp (aan of voor wie iets gebeurt) en na voorzetsels als mit, bei, von, zu: Ich spreche mit dem jungen Nachbarn.
  • De genitief drukt vaak bezit of een relatie uit: das Fahrrad des jungen Nachbarn.

Bij voorzetsels bepaalt het voorzetsel vaak de naamval. Zo staat mit altijd met de datief. De woordgroep mit dem neuen Auto moet dus -en krijgen.

Waarom juist zwakke uitgangen?

Vergelijk der gute Wein met guter Wein. In de eerste woordgroep geeft der al aan dat het om nominatief mannelijk enkelvoud gaat. Het bijvoeglijk naamwoord hoeft die informatie niet nog eens met -er te tonen en krijgt de zwakke uitgang -e. Zonder lidwoord moet de uitgang zelf meer informatie dragen: guter Wein. Dat tweede patroon valt buiten de kern van dit artikel, maar het verklaart waarom het lidwoord zo belangrijk is.

Meerdere bijvoeglijke naamwoorden

Staan er meerdere bijvoeglijke naamwoorden voor hetzelfde zelfstandig naamwoord, dan krijgen ze dezelfde uitgang:

  • der ruhig*e, freundliche Lehrer*
  • mit dem ruhig*en, freundlichen Lehrer*
  • die frisch*en roten Tomaten*

Een komma is alleen nodig als de bijvoeglijke naamwoorden gelijkwaardig zijn. De verbuiging verandert daardoor niet.

Let op de spelling van de stam

De uitgang wordt aan de adjectiefstam toegevoegd, maar enkele veelgebruikte woorden veranderen licht:

  • hochder hohe Berg (niet: der hoche Berg)
  • teuerdas teure Hotel
  • dunkelder dunkle Raum
  • sauerdie saure Zitrone

Bij teuer en veel woorden op -el valt in verbogen vormen vaak een onbeklemtoonde e weg. Dit is een spelling- en uitspraakregel; het systeem -e/-en blijft hetzelfde.

Voorbeelden in context

Duits Nederlands Toelichting
Der große Mann kommt. De lange man komt eraan. Nominatief, mannelijk: -e
Die kleine Katze schläft auf dem Sofa. De kleine kat slaapt op de bank. Nominatief, vrouwelijk: -e
Das neue Auto steht vor der Tür. De nieuwe auto staat voor de deur. Nominatief, onzijdig: -e
Die alten Freunde treffen sich heute. De oude vrienden spreken vandaag af. Meervoud: -en
Ich sehe den großen Mann jeden Morgen. Ik zie de lange man elke ochtend. Accusatief, mannelijk: -en
Sie füttert die kleine Katze. Ze voert de kleine kat. Accusatief, vrouwelijk: -e
Wir kaufen das frische Brot. We kopen het verse brood. Accusatief, onzijdig: -e
Er liest die neuen Bücher im Zug. Hij leest de nieuwe boeken in de trein. Accusatief meervoud: -en
Mit dem neuen Auto fahren wir nach Köln. Met de nieuwe auto rijden we naar Keulen. mit + datief: -en
Ich helfe der älteren Dame. Ik help de oudere dame. Datief, vrouwelijk: -en
Das Kind spielt mit den bunten Bällen. Het kind speelt met de kleurrijke ballen. Datief meervoud: -en; ook Bällen krijgt -n
Wegen des starken Regens bleiben wir zu Hause. Vanwege de hevige regen blijven we thuis. Genitief, mannelijk: -en
Die Tür des leeren Hauses ist offen. De deur van het lege huis staat open. Genitief, onzijdig: -en
Kennst du den netten neuen Kollegen? Ken jij de aardige nieuwe collega? Beide adjectieven krijgen -en

De Nederlandse vertaling verraadt de Duitse naamval vaak niet. De lange man blijft in het Nederlands hetzelfde in de lange man komt en ik zie de lange man. In het Duits verandert der große Mann in den großen Mann. Vertaal daarom niet alleen woord voor woord, maar bepaal eerst de functie in de Duitse zin.

Veelgemaakte fouten

Altijd de Nederlandse uitgang -e overnemen

  • Fout: mit dem neue Auto
  • Goed: mit dem neuen Auto
  • Waarom: Na mit staat de datief. Alle datiefvormen in dit patroon krijgen -en.

De mannelijke accusatief missen

  • Fout: Ich sehe der große Hund.
  • Goed: Ich sehe den großen Hund.
  • Waarom: De hond is hier het lijdend voorwerp. Zowel het lidwoord als de adjectiefuitgang verandert: der große Hundden großen Hund.

In het meervoud -e gebruiken

  • Fout: die neue Bücher
  • Goed: die neuen Bücher
  • Waarom: Na een bepaald lidwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord in het meervoud in alle vier naamvallen -en.

Een uitgang gebruiken na sein

  • Fout: Das Haus ist altes.
  • Goed: Das Haus ist alt.
  • Waarom: Na sein staat het bijvoeglijk naamwoord niet vóór het zelfstandig naamwoord. Het blijft dan onverbogen. Vergelijk: das alte Haus.

Alleen naar het geslacht kijken

  • Fout: Ich spreche mit der nette Frau.
  • Goed: Ich spreche mit der netten Frau.
  • Waarom: Vrouwelijk betekent niet automatisch -e. Mit vraagt de datief, en in de datief is de uitgang altijd -en.

De datiefuitgang van het meervoud vergeten

  • Fout: mit den kleinen Kind
  • Goed: mit den kleinen Kindern
  • Waarom: Het adjectief krijgt -en en het zelfstandig naamwoord krijgt in de datief meervoud meestal ook -n: KinderKindern. Woorden die al op -n of -s eindigen, krijgen doorgaans geen extra -n.

Gebruiksnotities

De zwakke verbuiging komt niet alleen voor na der, die, das. Ook aanwijzende en andere bepalende woorden die volgens hetzelfde patroon worden verbogen, worden vaak gevolgd door dezelfde adjectiefuitgangen. Denk aan dieser, jener, jeder, welcher en solcher:

  • dieser schön*e Tag*
  • an jedem neu*en Tag*
  • welche interessant*en Bücher?*

Ook na alle staat in het meervoud normaal -en: alle wichtigen Fragen. Voor een beginner is het voldoende deze woorden als leden van de „der-groep” te herkennen: ze geven de grammaticale informatie al duidelijk aan.

In gesproken Duits wordt de genitief soms vervangen door een constructie met von en de datief: die Tür von dem alten Haus naast die Tür des alten Hauses. De genitief blijft echter normaal in verzorgde schrijftaal en in veel vaste formuleringen. Welke constructie je ook kiest, na het bepaalde lidwoord blijft de adjectiefuitgang hier -en.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later tegenkomen.

Gesubstantiveerde bijvoeglijke naamwoorden

Een bijvoeglijk naamwoord kan als zelfstandig naamwoord worden gebruikt. Het wordt dan met een hoofdletter geschreven, maar behoudt zijn adjectiefuitgang:

  • der Alte — de oude man
  • die Bekannte — de bekende vrouw
  • die Kranken — de zieken
  • mit dem Deutschen — met de Duitser

Het weggelaten zelfstandig naamwoord blijkt uit de context. Dezelfde naamvalregels blijven gelden: der Alte is nominatief, maar ich sehe den Alten is accusatief.

Rangtelwoorden en deelwoorden als bijvoeglijk naamwoord

Niet alleen gewone bijvoeglijke naamwoorden worden verbogen. Ook rangtelwoorden en deelwoorden (werkwoordsvormen die als bijvoeglijk naamwoord dienen) krijgen dezelfde uitgangen:

  • der erst*e Versuch* — de eerste poging
  • am zweit*en Tag* — op de tweede dag
  • die geschlossen*e Tür* — de gesloten deur
  • mit den wartend*en Gästen* — met de wachtende gasten

De woorden kunnen lang zijn, maar de keuze blijft: een van de vijf -e-vormen of anders -en.

Vaste woordgroepen zonder zichtbaar lidwoord

In opschriften, krantenkoppen en vaste uitdrukkingen kan een lidwoord ontbreken: kaltes Wasser, frische Luft, bei starkem Regen. Dan geldt niet de zwakke verbuiging uit dit artikel; het adjectief moet zelf meer grammaticale informatie dragen en kan bijvoorbeeld -er, -es of -em krijgen. Vergelijk:

Met bepaald lidwoord Zonder lidwoord
bei dem starken Regen bei starkem Regen
das kalte Wasser kaltes Wasser
die frische Luft frische Luft

Dat contrast is belangrijk: leer de uitgang niet los, maar samen met het woord dat vóór het bijvoeglijk naamwoord staat.

Oefentips

  1. Leer eerst de vijf -e-vakken. Teken een tabel en markeer nominatief enkelvoud plus accusatief vrouwelijk en onzijdig. Vul alle andere vakken automatisch met -en.
  2. Bouw één woordgroep om. Oefen bijvoorbeeld: der neue Kollegeden neuen Kollegenmit dem neuen Kollegen. Zo koppel je lidwoord, adjectief en zelfstandig naamwoord aan dezelfde naamval.
  3. Markeer echte zinnen in drie kleuren. Geef het lidwoord, de adjectiefuitgang en het zelfstandig naamwoord elk een kleur. Controleer daarna waarom de woordgroep nominatief, accusatief, datief of genitief is.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Bepaalde lidwoorden in de Duitse nominatiefA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Adjektivdeklination mit bestimmtem Artikel in Duits met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Duits · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen