A1

Muito en Pouco in het Portugees

Muito e Pouco

Overzicht

Muito (veel/erg) en pouco (weinig/een beetje) zijn twee van de meest gebruikte woorden in het Portugees. Ze kunnen als bijwoord (onveranderlijk) of als bijvoeglijk naamwoord (veranderlijk naar geslacht en getal) worden gebruikt.

Het verschil is eenvoudig: als muito/pouco een bijvoeglijk naamwoord modifieert of als bijwoord staat, veranderen ze niet. Als ze een zelfstandig naamwoord modificeren, passen ze zich aan in geslacht en getal.

Hoe het werkt

Als bijwoord (onveranderlijk):

  • Falo muito. — Ik praat veel. (werkwoord modificeren)
  • É muito bonita. — Ze is erg mooi. (bijvoeglijk naamwoord modificeren)
  • Trabalho pouco. — Ik werk weinig.

Als bijvoeglijk naamwoord (veranderlijk):

Mannelijk Vrouwelijk
Enkelvoud muito muita
Meervoud muitos muitas
Mannelijk Vrouwelijk
Enkelvoud pouco pouca
Meervoud poucos poucas
  • Tenho muito tempo. — Ik heb veel tijd. (mannelijk)
  • Bebo muita água. — Ik drink veel water. (vrouwelijk)
  • Há muitos livros. — Er zijn veel boeken. (mannelijk mv.)
  • Tenho poucas ideias. — Ik heb weinig ideeën. (vrouwelijk mv.)

Voorbeelden in context

Portugees Nederlands Opmerking
Falo muito. Ik praat veel. bijwoord
É muito interessante. Het is erg interessant. bijwoord
Tenho muito trabalho. Ik heb veel werk. mannelijk znw.
Bebo muita água. Ik drink veel water. vrouwelijk znw.
Há muitos carros. Er zijn veel auto's. mannelijk mv.
Tenho poucas amigas. Ik heb weinig vriendinnen. vrouwelijk mv.
Fala pouco. Hij/zij praat weinig. bijwoord
Come muito pouco. Hij/zij eet heel weinig. bijwoord + bijwoord

Veelgemaakte fouten

Muito altijd onveranderlijk gebruiken

  • Fout: Bebo muito água.
  • Correct: Bebo muita água.
  • Waarom: Als muito een zelfstandig naamwoord modificeert, past het zich aan: água is vrouwelijk.

Muitos en muito door elkaar halen

  • Fout: Há muito livros.
  • Correct: Há muitos livros.
  • Waarom: livros is mannelijk meervoud, dus muitos.

Oefentips

  1. Oefen: "Ik heb veel/weinig [zelfstandig naamwoord]" — let op het geslacht.
  2. Gebruik muito als bijwoord bij dagelijkse beschrijvingen: Trabalho muito, durmo pouco.
  3. Maak tegengestelde zinnen: muita vs pouca, muitos vs poucos.

Verwante concepten

languages.concept.related

languages.concept.otherLanguages

languages.concept.compareLanguages

languages.cta.conceptText

languages.cta.button