A1
Er (Inleidend) in het Nederlands
Er (Inleidend)
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Nederlands op Settemila Lingue.
Overzicht
Het kleine woordje er heeft meerdere functies in het Nederlands. De meest basale is de inleidende functie: er is/zijn gebruik je om het bestaan van iets aan te kondigen of te beschrijven. Dit lijkt op het Engelse "there is/there are".
Er als inleidend element "vult" positie 1 in de zin zodat het werkwoord op positie 2 kan staan, terwijl het eigenlijke onderwerp naar achteren schuift.
Hoe het werkt
Er is / Er zijn
| Nederlands | Vertaling |
|---|---|
| Er is een probleem. | Er bestaat een probleem. |
| Er zijn veel mensen. | Er bevinden zich veel mensen. |
| Er is geen melk meer. | Er is geen melk meer aanwezig. |
| Er zijn geen stoelen vrij. | Er zijn geen vrije stoelen beschikbaar. |
Vraagvorm
- Is er een dokter? (Is er een dokter aanwezig?)
- Zijn er nog plaatsen? (Zijn er nog vrije plaatsen?)
Ontkenning
- Er is geen restaurant hier.
- Er zijn geen treinen meer.
Voorbeelden in context
| Nederlands | Vertaling | Opmerking |
|---|---|---|
| Er is een brief voor jou. | Een brief voor jou is er. | Bestaan aanduiden |
| Er zijn drie appels in de mand. | Drie appels zitten in de mand. | Hoeveelheid |
| Er is iemand aan de deur. | Iemand staat aan de deur. | Persoon |
| Er zijn geen kaartjes meer. | Geen kaartjes zijn meer beschikbaar. | Ontkenning |
| Is er een toilet hier? | Is hier een toilet aanwezig? | Vraagvorm |
| Er is niets te doen. | Niets valt hier te doen. | Met onbepaald voornaamwoord |
| Er waren vroeger meer bomen. | Vroeger stonden hier meer bomen. | Verleden tijd |
Veelgemaakte fouten
| Fout | Correct | Waarom |
|---|---|---|
| Is een probleem. | Er is een probleem. | Er is nodig als inleidend element. |
| Er is veel mensen. | Er zijn veel mensen. | Meervoud onderwerp → zijn. |
| Er zijn een auto. | Er is een auto. | Enkelvoud onderwerp → is. |
Oefentips
- Omgeving beschrijven. Kijk om je heen en beschrijf wat er is: Er is een tafel. Er zijn boeken.
- Positief en negatief. Maak per situatie een zin met er is en een met er is geen.
- Vraagzinnen. Oefen: Is er...? Zijn er...? voor verschillende situaties.
Verwante concepten
- Vereiste: Het Werkwoord Zijn — nodig als basis voor dit onderwerp
- Volgende stappen: Er (Partitief) — logische vervolgstap
- Volgende stappen: Er (Plaatsbepalend) — logische vervolgstap
Vereiste kennis
Het Werkwoord Zijn in het NederlandsA1Concepten die hierop voortbouwen
Meer A1-concepten
Persoonlijke Voornaamwoorden (Onderwerp) in het NederlandsPersoonlijke Voornaamwoorden (Onderwerp)Het Werkwoord Zijn in het NederlandsHet Werkwoord ZijnHet Werkwoord Hebben in het NederlandsHet Werkwoord HebbenDe- en Het-woorden in het NederlandsDe- en Het-woordenOnbepaald Lidwoord in het NederlandsOnbepaald Lidwoord
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Probeer Settemila Lingue gratis — geen creditcard, geen verplichtingen. Maak een gratis account aan wanneer je klaar bent om te oefenen met spaced repetition.
Gratis beginnen