A1

Tijd en Datum in het Italiaans

Ora e Data

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Italiaans op Settemila Lingue.

Overzicht

De tijd kunnen vertellen en data uitdrukken is een van de meest praktische vaardigheden die je als beginner leert. Of je nu een afspraak maakt, vraagt hoe laat de trein vertrekt of een datum in je agenda wilt noteren — deze uitdrukkingen heb je dagelijks nodig. Op A1-niveau leer je hoe je de tijd vraagt en vertelt, de dagen van de week en de maanden van het jaar kent, en data op de Italiaanse manier formuleert.

Het Italiaans heeft een paar bijzonderheden op dit gebied. De tijd wordt uitgedrukt met het vrouwelijk meervoudig bepaald lidwoord le, omdat het woord ore (uren) wordt meegedacht. Bij een uur is het enkelvoud: e l'una (het is een uur). Een ander interessant punt is het gebruik van het bepaald lidwoord bij dagen van de week om een gewoonte aan te geven: il lunedi betekent "op maandagen" (gewoonlijk), terwijl lunedi zonder lidwoord "aanstaande maandag" betekent.

Als je de Italiaanse hoofdtelwoorden al beheerst, is dit onderwerp een logische volgende stap. De structuren zijn overzichtelijk en worden met wat oefening snel vanzelfsprekend.

Hoe het werkt

De tijd vertellen

Om te vragen hoe laat het is, gebruik je:

  • Che ore sono? — Hoe laat is het?
  • Che ora e? — Hoe laat is het? (variant)

Het antwoord hangt af van het uur:

Tijd Italiaans Nederlands Toelichting
1:00 E l'una. Het is een uur. Enkelvoud: e + lidwoord l'
2:00 Sono le due. Het is twee uur. Meervoud: sono le + getal
3:00 Sono le tre. Het is drie uur.
12:00 Sono le dodici. / E mezzogiorno. Het is twaalf uur. / Het is middag.
00:00 Sono le zero. / E mezzanotte. Het is middernacht.

Minuten worden toegevoegd met e (en):

Tijd Italiaans Nederlands
3:15 Sono le tre e un quarto. Het is kwart over drie.
3:30 Sono le tre e mezza. Het is half vier.
3:45 Sono le quattro meno un quarto. Het is kwart voor vier.
3:10 Sono le tre e dieci. Het is tien over drie.
3:50 Sono le quattro meno dieci. Het is tien voor vier.

Belangrijke termen:

  • e mezza (en half) — voor het halve uur. Let op: in het Italiaans is 3:30 "drie en een half", niet "half vier" zoals in het Nederlands.
  • meno (min) — voor minuten voor het volgende uur.
  • un quarto (een kwart) — voor 15 minuten.

Dagen van de week

De dagen van de week worden in het Italiaans met een kleine letter geschreven. Ze zijn allemaal mannelijk, behalve domenica (zondag), dat vrouwelijk is.

Italiaans Nederlands
lunedi maandag
martedi dinsdag
mercoledi woensdag
giovedi donderdag
venerdi vrijdag
sabato zaterdag
domenica zondag

De regel met het bepaald lidwoord:

  • lunedi (zonder lidwoord) = aanstaande maandag
  • il lunedi (met lidwoord) = op maandagen (gewoonte)

Voorbeeld: Il sabato gioco a calcio. — Op zaterdagen voetbal ik.

Maanden van het jaar

Ook de maanden worden met een kleine letter geschreven in het Italiaans.

Italiaans Nederlands
gennaio januari
febbraio februari
marzo maart
aprile april
maggio mei
giugno juni
luglio juli
agosto augustus
settembre september
ottobre oktober
novembre november
dicembre december

Het datumformaat

In het Italiaans volgen data de volgorde dag + maand + jaar, net als in het Nederlands:

  • il 15 agosto — 15 augustus
  • il 3 marzo 2024 — 3 maart 2024

Regels:

  1. Er staat een bepaald lidwoord il voor het getal.
  2. De dag wordt uitgedrukt met een hoofdtelwoord (geen rangtelwoord), behalve de eerste van de maand: il primo gennaio (de eerste januari).
  3. Om de datum te vragen: Che giorno e oggi? (Welke dag is het vandaag?) of Quanti ne abbiamo oggi? (De hoeveelste is het vandaag?)

Voorbeelden in context

Italiaans Nederlands Toelichting
Che ore sono? — Sono le tre e mezza. Hoe laat is het? — Het is half vier. Half uur
E l'una e un quarto. Het is kwart over een. Enkelvoud + kwartier
A che ora parti? Hoe laat vertrek je? Vragen naar tijdstip van een actie
Il treno arriva alle sette e venti. De trein komt aan om twintig over zeven. Tijd met minuten
Il lunedi ho lezione di italiano. Op maandagen heb ik Italiaanse les. Lidwoord = gewoonte
Ci vediamo venerdi. We zien elkaar vrijdag. Zonder lidwoord = aanstaande keer
Il mio compleanno e il 15 agosto. Mijn verjaardag is op 15 augustus. Datum met lidwoord
Oggi e il primo aprile. Vandaag is het 1 april. Rangtelwoord voor dag 1
Sono le dodici. E ora di pranzo. Het is twaalf uur. Het is etenstijd. Middag
Sono le dieci meno un quarto. Het is kwart voor tien. 9:45
In Italia la scuola inizia a settembre. In Italie begint de school in september. Maand zonder lidwoord
La domenica andiamo al mare. Op zondagen gaan we naar het strand. Lidwoord + vrouwelijke dag

Veelgemaakte fouten

"Sono" gebruiken bij een uur

  • Fout: Sono l'una.
  • Goed: E l'una.
  • Waarom: Een uur is enkelvoud, dus je gebruikt e (het is). Vanaf twee uur gebruik je het meervoud: sono le due.

Het bepaald lidwoord vergeten bij gewoontes

  • Fout: Lunedi vado in palestra. (bedoeld: elke maandag)
  • Goed: Il lunedi vado in palestra.
  • Waarom: Zonder lidwoord verwijst lunedi naar aanstaande maandag. Met il geef je een wekelijkse gewoonte aan.

Rangtelwoorden gebruiken voor data

  • Fout: il quinto maggio (de vijfde mei)
  • Goed: il cinque maggio
  • Waarom: In het Italiaans worden data uitgedrukt met hoofdtelwoorden. De enige uitzondering is de eerste van de maand: il primo maggio.

"Mezza" en "mezzo" verwarren

  • Fout: Sono le tre e mezzo.
  • Goed: Sono le tre e mezza.
  • Waarom: Het woord mezza verwijst naar ora (uur), dat vrouwelijk is. Daarom gebruik je de vrouwelijke vorm mezza, niet mezzo.

Het halve uur op de Nederlandse manier interpreteren

  • Fout: Denken dat sono le tre e mezza "half drie" betekent.
  • Goed: Sono le tre e mezza = half vier (letterlijk: drie en een half).
  • Waarom: Het Italiaans telt vooruit (drie plus een half uur), terwijl het Nederlands terugrekent (half vier = een half uur voor vier). Dit is een veelvoorkomende bron van verwarring.

Oefentips

  1. Vertel de tijd in het Italiaans zodra je op de klok kijkt. Formuleer de tijd steeds in het Italiaans, eerst met hele uren en daarna met minuten. Let extra op het verschil met het Nederlandse systeem bij het halve uur: sono le tre e mezza is half vier, niet half drie.

  2. Maak een weekschema in het Italiaans. Schrijf je vaste activiteiten op met de dagen van de week en het lidwoord: Il lunedi studio italiano, il martedi vado in palestra, il mercoledi... Dit helpt je de dagen en de lidwoordregel tegelijk te oefenen.

  3. Schrijf belangrijke data in het Italiaans. Verjaardagen, feestdagen en afspraken: il 25 dicembre, il primo gennaio, il 14 febbraio. Zo oefen je het datumformaat en onthoud je de uitzondering met primo.

Verwante concepten

  • Vereiste: Hoofdtelwoorden — nodig om de tijd en de dag van de maand uit te drukken
  • Verwant: Rangtelwoorden — gebruikt voor de eerste dag van de maand (il primo)
  • Verwant: Bepaalde lidwoorden — essentieel voor de tijd (le, l') en voor gewoontes met dagen van de week (il lunedi)

Vereiste kennis

Hoofdtelwoorden in het ItaliaansA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Probeer Settemila Lingue gratis — geen creditcard, geen verplichtingen. Maak een gratis account aan wanneer je klaar bent om te oefenen met spaced repetition.

Gratis beginnen