A2

Reflexieve Werkwoorden in de Verleden Tijd in het Italiaans

Verbi Riflessivi al Passato

Overzicht

Reflexieve werkwoorden beschrijven acties die je op jezelf uitvoert: je wast je, je kleedt je aan, je staat op. In het Italiaans zijn deze werkwoorden heel frequent — veel dagelijkse routines worden ermee beschreven.

In de passato prossimo (voltooide tijd) nemen reflexieve werkwoorden altijd essere als hulpwerkwoord — zonder uitzondering. Dit betekent ook dat het voltooid deelwoord altijd meebuit met het onderwerp.

De volgorde is: reflexief voornaamwoord + essere (vervoeging) + voltooid deelwoord (met buiging).

Hoe het werkt

Vorming

Mi/ti/si/ci/vi/si + zijn (essere) + deelwoord

Voorbeeld met svegliarsi (wakker worden):

Persoon Mannelijk Vrouwelijk
io mi sono svegliato mi sono svegliata
tu ti sei svegliato ti sei svegliata
lui si è svegliato
lei si è svegliata
noi ci siamo svegliati ci siamo svegliate
voi vi siete svegliati vi siete svegliate
loro si sono svegliati si sono svegliate

Veelgebruikte reflexieve werkwoorden

Infinitief Deelwoord Betekenis
svegliarsi svegliato wakker worden
alzarsi alzato opstaan
vestirsi vestito zich aankleden
lavarsi lavato zich wassen
pettinarsi pettinato zich kammen
prepararsi preparato zich voorbereiden
addormentarsi addormentato in slaap vallen
divertirsi divertito plezier maken
annoiarsi annoiato zich vervelen
innamorarsi innamorato verliefd worden
sposarsi sposato trouwen
conoscersi conosciuto elkaar leren kennen
sentirsi sentito zich voelen

Ontkenning

Bij ontkenning staat non vóór het reflexief voornaamwoord:

  • Non mi sono svegliato in tempo. — Ik ben niet op tijd wakker geworden.
  • Non si è divertita. — Ze heeft zich niet geamuseerd.

Voorbeelden in context

Italiaans Nederlands Opmerking
Mi sono svegliata alle sette. Ik ben om zeven uur wakker geworden. (vrouw) svegliata, vrouwelijk
Si è divertito molto. Hij heeft zich erg geamuseerd. divertito, mannelijk
Ci siamo conosciuti a Roma. We hebben elkaar in Rome leren kennen. conosciuti, gemengd mv.
Si sono sposati l'anno scorso. Ze zijn vorig jaar getrouwd. sposati, mannelijk mv.
Ti sei alzato tardi oggi. Je bent vandaag laat opgestaan. alzato, mannelijk
Vi siete preparati per la festa? Hebben jullie je voorbereid op het feest? preparati
Si è addormentata subito. Ze is meteen in slaap gevallen. addormentata, vrouwelijk
Mi sono sentito male. Ik heb me ziek gevoeld. sentito, mannelijk
Si sono innamorati in Italia. Ze zijn verliefd geworden in Italië. innamorati
Ci siamo divertiti moltissimo. We hebben ons ontzettend geamuseerd. divertiti, gemengd mv.

Veelgemaakte fouten

Avere gebruiken in plaats van essere

  • Fout: Mi ho svegliato alle sette.
  • Correct: Mi sono svegliato alle sette.
  • Waarom: Reflexieve werkwoorden nemen altijd essere, nooit avere.

Deelwoord niet laten buigen

  • Fout: Giulia si è alzato tardi.
  • Correct: Giulia si è alzata tardi.
  • Waarom: Het deelwoord buigt mee met het onderwerp: Giulia is vrouwelijk → alzata.

Reflexief voornaamwoord op de verkeerde positie

  • Fout: Sono mi svegliato.
  • Correct: Mi sono svegliato.
  • Waarom: Het reflexief voornaamwoord staat altijd vóór het hulpwerkwoord essere.

Deelwoord bij meervoud gemengd geslacht

  • Fout: Marco e Maria si sono sposate.
  • Correct: Marco e Maria si sono sposati.
  • Waarom: Een gemengde groep (man + vrouw) krijgt de mannelijke meervoudsvorm: sposati.

Gebruiksnotities

Reflexieve werkwoorden zijn in het Italiaans veel frequenter dan in het Nederlands. Veel dagelijkse activiteiten die je in het Nederlands niet reflexief omschrijft, zijn in het Italiaans wel reflexief: chiamarsi (heten, letterlijk: "jezelf noemen"), trovarsi (ergens zijn/zich bevinden), sentirsi (zich voelen).

Een speciaal geval zijn de wederkerige werkwoorden: als twee of meer mensen iets met elkaar doen, gebruik je ook de reflexieve vorm: Ci siamo conosciuti (We hebben elkaar leren kennen), Si sono incontrati (Ze hebben elkaar ontmoet).

Oefentips

  1. Beschrijf je ochtendroutine in de verleden tijd: Mi sono svegliato/a, mi sono alzato/a, mi sono lavato/a... — dit is de perfecte oefening voor reflexieve werkwoorden.
  2. Vertel over een feestje of uitje dat je gehad hebt en gebruik divertirsi, annoiarsi, incontrarsi, conoscersi.
  3. Let bij het oefenen altijd op het geslacht van het onderwerp en pas het deelwoord aan.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Wederkerend werkwoorden in het ItaliaansA1

Meer A2-concepten

Wil je Reflexieve Werkwoorden in de Verleden Tijd in het Italiaans en meer Italiaans-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen