A1

Wederkerende werkwoorden in het Italiaans

Verbi Riflessivi

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Italiaans op Settemila Lingue.

In het kort

Een Italiaans wederkerend werkwoord heeft een wederkerend voornaamwoord dat bij de persoon past: mi, ti, si, ci, vi, si. Bij lavarsi krijg je dus mi lavo (ik was me) en ci laviamo (wij wassen ons). Het voornaamwoord is verplicht, ook als het onderwerp zoals io of noi wordt weggelaten.

Overzicht

Bij een wederkerend werkwoord doet iemand iets wat op diezelfde persoon terugwerkt. In Marco si lava wast Marco niet iemand anders, maar zichzelf. Het onderwerp (wie de handeling uitvoert) en degene die de handeling ondergaat zijn dus dezelfde persoon. In de infinitief, de onbepaalde vorm zoals die in een woordenboek staat, herken je zulke Italiaanse werkwoorden vaak aan -si: lavarsi (zich wassen), alzarsi (opstaan) en vestirsi (zich aankleden).

Dit onderwerp hoort bij de basisgrammatica van niveau A1, omdat je deze vormen voortdurend nodig hebt om jezelf voor te stellen en over dagelijkse routines te praten. Denk aan Mi chiamo Noor (Ik heet Noor), Mi sveglio alle sette (Ik word om zeven uur wakker) en Ci divertiamo (We vermaken ons).

De overeenkomst met het Nederlands is maar gedeeltelijk. Lavarsi lijkt netjes op zich wassen, maar chiamarsi vertaal je meestal met heten, niet met “zich noemen”. Ook gebruikt het Italiaans bij sommige veranderingen een wederkerend werkwoord waar het Nederlands een combinatie met worden gebruikt: svegliarsi is wakker worden en addormentarsi is in slaap vallen. Leer daarom niet alleen een losse betekenis, maar de volledige infinitief mét -si.

Hoe het werkt

De zes wederkerende voornaamwoorden

Een wederkerend voornaamwoord is een kort woord dat terugverwijst naar het onderwerp. Het staat in een gewone zin direct vóór de vervoegde werkwoordsvorm.

Persoon Onderwerp Wederkerend voornaamwoord Voorbeeld met chiamarsi Betekenis
1e persoon enkelvoud io mi (io) mi chiamo ik heet
2e persoon enkelvoud tu ti (tu) ti chiami jij heet
3e persoon enkelvoud lui, lei, Lei si (lui/lei) si chiama hij/zij heet; u heet
1e persoon meervoud noi ci (noi) ci chiamiamo wij heten
2e persoon meervoud voi vi (voi) vi chiamate jullie heten
3e persoon meervoud loro si (loro) si chiamano zij heten

De woorden tussen haakjes worden meestal weggelaten. De werkwoordsuitgang maakt al duidelijk om welke persoon het gaat. Het wederkerende voornaamwoord mag je echter niet weglaten: Mi chiamo Sara is goed, maar Chiamo Sara betekent “Ik bel Sara” of, afhankelijk van de context, “Ik roep Sara”.

De beleefdheidsvorm Lei gebruikt, net als bij andere werkwoorden, de derde persoon enkelvoud: Come si chiama, signora? (Hoe heet u, mevrouw?). Hier hoort dus si, niet ti, bij.

Van infinitief naar tegenwoordige tijd

Neem lavarsi. De basis is het gewone werkwoord lavare. De uitgang -si vervangt in de infinitief de laatste -e van lavare: lavare → lavarsi. Om het werkwoord te vervoegen:

  1. haal -si van de infinitief: lavarsi → lavare;
  2. vervoeg lavare zoals een gewoon werkwoord;
  3. zet het passende voornaamwoord ervoor.
Persoon Vorm van lavarsi Nederlandse betekenis
io mi lavo ik was me
tu ti lavi jij wast je
lui/lei/Lei si lava hij/zij wast zich; u wast zich
noi ci laviamo wij wassen ons
voi vi lavate jullie wassen je
loro si lavano zij wassen zich

Hetzelfde systeem geldt voor werkwoorden op -ere en -ire. Alleen de gewone vervoeging van het werkwoord verandert:

Infinitief io tu lui/lei noi voi loro
mettersi (gaan zitten; aantrekken) mi metto ti metti si mette ci mettiamo vi mettete si mettono
vestirsi (zich aankleden) mi vesto ti vesti si veste ci vestiamo vi vestite si vestono
addormentarsi (in slaap vallen) mi addormento ti addormenti si addormenta ci addormentiamo vi addormentate si addormentano

Mettersi heeft de onregelmatige stam van mettere (metto, metti, mette). Dat komt niet door het wederkerende voornaamwoord. Als je de vervoeging van het gewone werkwoord kent, voeg je eenvoudig de juiste vorm van mi, ti, si, ci, vi, si toe.

Ontkenningen en vragen

In een ontkenning staat non vóór het wederkerende voornaamwoord:

  • Non mi alzo presto. — Ik sta niet vroeg op.
  • Oggi non ci vestiamo in fretta. — Vandaag kleden we ons niet gehaast aan.
  • Luca non si sveglia. — Luca wordt niet wakker.

Voor een vraag is geen apart hulpwerkwoord nodig. De woordvolgorde kan gelijk blijven; intonatie of een vraagwoord maakt duidelijk dat het een vraag is:

  • Ti alzi alle sette? — Sta je om zeven uur op?
  • Quando vi svegliate? — Wanneer worden jullie wakker?
  • Come si chiama? — Hoe heet hij/zij? of: Hoe heet u?

Dat verschilt van het Nederlands, waar in een ja-neevraag vaak onderwerp en werkwoord van plaats wisselen: je staat wordt sta je? In het Italiaans hoef je zo'n omkering niet te maken.

Wederkerend of niet-wederkerend

Veel werkwoorden kunnen beide vormen hebben. Zonder wederkerend voornaamwoord richt de handeling zich op iemand of iets anders; met het voornaamwoord keert ze terug naar het onderwerp.

Italiaans Nederlands Verschil
Lavo il bambino. Ik was het kind. Iemand anders ondergaat de handeling.
Mi lavo. Ik was me. Ik voer de handeling uit én onderga haar.
Giulia sveglia Paolo. Giulia maakt Paolo wakker. Paolo is het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat).
Giulia si sveglia. Giulia wordt wakker. De verandering betreft Giulia zelf.
Vesto mia figlia. Ik kleed mijn dochter aan. De dochter wordt aangekleed.
Mi vesto. Ik kleed me aan. De spreker kleedt zichzelf aan.

Lichaamsdelen: meestal met het bepaald lidwoord

Bij lichaamsverzorging gebruikt het Italiaans meestal het bepaald lidwoord (il, la, i, le) en niet een bezittelijk woord als mio of tuo. Het wederkerende voornaamwoord laat al zien van wie het lichaamsdeel is:

  • Mi lavo le mani. — Ik was mijn handen.
  • Ti lavi i denti. — Je poetst je tanden.
  • Si pettina i capelli. — Hij/zij kamt zijn/haar haar.

Een Nederlandse formulering met mijn, je of haar moet je hier dus niet woord voor woord overnemen. Een bezittelijk woord is wel mogelijk als je nadrukkelijk bezit contrasteert, maar dat is niet de neutrale basisvorm.

Voorbeelden in context

De volgende voorbeelden laten zien hoe wederkerende werkwoorden in dagelijkse situaties klinken.

Italiaans Nederlands Opmerking
Come ti chiami? Hoe heet je? Informele vraag aan één persoon.
Mi chiamo Fatima. Ik heet Fatima. Letterlijk niet met “zich noemen” vertalen.
Come si chiama, signore? Hoe heet u, meneer? Beleefdheidsvorm met de derde persoon.
Mi sveglio alle sette. Ik word om zeven uur wakker. svegliarsi beschrijft het wakker worden.
Poi mi alzo e faccio colazione. Daarna sta ik op en ontbijt ik. Alleen alzarsi is hier wederkerend.
Ti lavi i denti dopo colazione? Poets je na het ontbijt je tanden? Lichaamsdeel met i, niet met tuoi.
Si veste elegante. Hij/zij kleedt zich elegant. Derde persoon enkelvoud: si.
Ci prepariamo per uscire. We maken ons klaar om uit te gaan. Eerste persoon meervoud: ci.
Vi riposate dopo il lavoro? Rusten jullie uit na het werk? Tweede persoon meervoud: vi.
I bambini si addormentano presto. De kinderen vallen vroeg in slaap. Meervoud: si addormentano.
Ci divertiamo molto. We vermaken ons erg. divertirsi komt vaak wederkerend voor.
Non mi sento bene oggi. Ik voel me vandaag niet goed. non staat vóór mi.
A che ora vi incontrate? Hoe laat ontmoeten jullie elkaar? Dezelfde vorm kan een wederzijdse handeling uitdrukken.
Ci vediamo domani. We zien elkaar morgen. Ook een gebruikelijke manier om afscheid te nemen.

Veelgemaakte fouten

Het wederkerende voornaamwoord weglaten

  • Fout: Io sveglio alle sette.
  • Goed: Mi sveglio alle sette.
  • Waarom: Zonder mi betekent sveglio dat ik iemand anders wakker maak. Het onderwerp io is vaak overbodig, maar mi is noodzakelijk.

Voor elke persoon si gebruiken

  • Fout: Io si chiamo Bram.
  • Goed: Io mi chiamo Bram. of natuurlijker: Mi chiamo Bram.
  • Waarom: Si hoort bij de derde persoon. Bij io gebruik je mi, bij tu ti, bij noi ci en bij voi vi.

De infinitief als een gewone vorm op -are vervoegen

  • Fout: Noi si lavariamo.
  • Goed: Noi ci laviamo.
  • Waarom: Verwijder eerst -si en herstel de gewone infinitief lavare. Vervoeg die als een regelmatig werkwoord op -are en zet er vervolgens ci voor.

Een Nederlands bezittelijk woord kopiëren

  • Fout: Mi lavo le mie mani.
  • Goed: Mi lavo le mani.
  • Waarom: Bij lichaamsdelen gebruikt het Italiaans normaal het bepaald lidwoord. Mi maakt al duidelijk dat het om mijn handen gaat.

Chiamarsi te letterlijk vertalen

  • Onnatuurlijk gedacht: Mi chiamo Eva = “Ik noem mezelf Eva.”
  • Natuurlijke vertaling: Mi chiamo Eva = “Ik heet Eva.”
  • Waarom: Talen delen betekenissen anders in. De Italiaanse vorm is wederkerend, maar de gewone Nederlandse tegenhanger is dat niet.

Mi, ti of si achter een vervoegd werkwoord zetten

  • Fout: Alzo mi alle otto.
  • Goed: Mi alzo alle otto.
  • Waarom: In een gewone mededelende zin staat het korte voornaamwoord vóór de vervoegde werkwoordsvorm. Bij een infinitief of gebiedende wijs gelden andere regels; die staan verderop.

Gebruiksnotities

Niet elk Italiaans werkwoord op -si moet in het Nederlands met zich worden vertaald. Veel zeer gewone vormen hebben een andere natuurlijke tegenhanger:

Italiaans Natuurlijke Nederlandse vertaling
chiamarsi heten
svegliarsi wakker worden
alzarsi opstaan
addormentarsi in slaap vallen
sentirsi bene/male zich goed/slecht voelen
divertirsi plezier hebben; zich vermaken
accorgersi di merken; zich bewust worden van

Omgekeerd helpt de Nederlandse aanwezigheid van zich je soms wel, maar niet altijd. Controleer daarom in een woordenboek of de Italiaanse infinitief werkelijk op -si eindigt en welke voorzetsels erbij horen. Zo is het accorgersi di qualcosa (iets merken) en ricordarsi di fare qualcosa (eraan denken iets te doen).

Dezelfde korte vormen kunnen ook een wederzijdse betekenis hebben: twee of meer mensen doen iets met elkaar. Ci vediamo betekent vaak “we zien elkaar” en Si scrivono ogni giorno betekent “ze schrijven elkaar elke dag”. De grammaticale vorm is dezelfde; de context en een meervoudig onderwerp maken de wederzijdse betekenis duidelijk.

Let ten slotte op het verschil tussen wederkerend si en onpersoonlijk si. In Luca si lava verwijst si terug naar Luca. In In Italia si mangia tardi (In Italië eet men laat) is er geen specifieke persoon die zichzelf “eet”: si maakt de zin algemeen. Dat tweede gebruik is een apart, later grammaticaonderwerp.

Verder dan de basis

De volgende patronen hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze al snel tegenkomen.

Met een modaal werkwoord

Bij werkwoorden als dovere (moeten), potere (kunnen) en volere (willen) kan het wederkerende voornaamwoord op twee plaatsen staan. Het kan vóór het vervoegde modale werkwoord staan, of vast aan de infinitief:

  • Mi devo alzare presto. = Devo alzarmi presto. — Ik moet vroeg opstaan.
  • Ci vogliamo riposare. = Vogliamo riposarci. — We willen uitrusten.
  • Non ti puoi fermare qui. = Non puoi fermarti qui. — Je kunt hier niet stoppen.

Beide plaatsen zijn correct en betekenen in deze voorbeelden hetzelfde. Bij vasthechting verdwijnt de laatste -e van de infinitief: alzare + mi wordt alzarmi.

In de passato prossimo

In de passato prossimo, een veelgebruikte verleden tijd, nemen wederkerende werkwoorden het hulpwerkwoord essere. Het voltooid deelwoord (de vorm zoals svegliato of vestito) past zich aan het geslacht en getal van het onderwerp aan:

  • Mi sono svegliato presto. — Ik ben vroeg wakker geworden. (mannelijke spreker)
  • Mi sono svegliata presto. — Ik ben vroeg wakker geworden. (vrouwelijke spreker)
  • Ci siamo alzati alle sette. — We zijn om zeven uur opgestaan. (mannelijke of gemengde groep)
  • Anna e Giulia si sono vestite in fretta. — Anna en Giulia hebben zich snel aangekleed.

Dit systeem hoort bij het vervolgonderwerp over wederkerende werkwoorden in het verleden. Voor nu is vooral nuttig dat je de tegenwoordige vormen goed herkent.

Gebiedende vormen

Bij een positieve opdracht aan tu, noi of voi komt het voornaamwoord achter de werkwoordsvorm en wordt het eraan vastgeschreven:

  • Alzati! — Sta op!
  • Sediamoci qui. — Laten we hier gaan zitten.
  • Preparatevi! — Maak je klaar!

Bij een ontkennende opdracht aan één persoon hoor je vaak non + infinitief met aangehecht voornaamwoord: Non preoccuparti! (Maak je geen zorgen!). Ook dit wijkt dus af van de basisvolgorde mi alzo en verdient later afzonderlijke oefening.

Betekenisverschil door -si

Soms voegt -si meer toe dan alleen “zichzelf”. Vergelijk andare (gaan) met andarsene (weggaan, ervandoor gaan), of bere (drinken) met bersi qualcosa (iets opdrinken, vaak met nadruk op de hele hoeveelheid of betrokkenheid). Zulke pronominale werkwoorden — werkwoorden waarin een voornaamwoord deel van de vaste betekenis is — kunnen idiomatisch zijn. Probeer hun betekenis niet altijd woord voor woord uit si af te leiden; leer ze als een geheel.

Oefentips

  1. Maak een routineketen. Schrijf vijf zinnen over je ochtend: Mi sveglio…, mi alzo…, mi lavo…, mi vesto…. Zeg dezelfde reeks daarna met noi en verander telkens zowel het voornaamwoord als de werkwoordsuitgang.
  2. Leer de infinitief inclusief -si. Zet op een kaart niet alleen svegliare, maar het betekenisvolle paar svegliarsi — wakker worden. Noteer daarnaast één niet-wederkerend contrast, bijvoorbeeld svegliare qualcuno — iemand wakker maken.
  3. Luister naar de kleine woorden. Markeer in een korte Italiaanse dialoog alle gevallen van mi, ti, si, ci en vi. Vraag je telkens af: wie is het onderwerp, en verwijst het voornaamwoord terug naar diezelfde persoon of naar meerdere mensen die iets met elkaar doen?

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Regelmatige werkwoorden op -are in het ItaliaansA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen