A2

Onregelmatige voltooid deelwoorden in het Italiaans

Participi Passati Irregolari

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Italiaans op Settemila Lingue.

In het kort

Voor de passato prossimo combineer je avere of essere met een participio passato: het voltooid deelwoord, zoals gedaan of geschreven in het Nederlands. Bij veel frequente werkwoorden is die vorm onregelmatig: fare → fatto, scrivere → scritto, leggere → letto en vedere → visto. Leer daarom niet alleen de infinitief (de hele werkwoordsvorm), maar meteen het vaste paar: fare–fatto, scrivere–scritto.

Overzicht

Regelmatige Italiaanse voltooid deelwoorden zijn vrij voorspelbaar: parlare → parlato, credere → creduto en dormire → dormito. Toch behoren juist veel alledaagse werkwoorden niet tot dat eenvoudige patroon. Je zegt bijvoorbeeld Ho fatto i compiti (Ik heb mijn huiswerk gemaakt), niet ho facciato, en Abbiamo letto il libro (We hebben het boek gelezen), niet abbiamo legguto.

Dit onderwerp hoort bij A2, omdat je deze vormen nodig hebt zodra je over afgeronde gebeurtenissen in het verleden vertelt. De onregelmatigheid zit alleen in het voltooid deelwoord. Het hulpwerkwoord wordt op de gewone manier vervoegd: ho scritto, hai scritto, ha scritto, enzovoort. Je hoeft dus geen nieuwe uitgangen voor iedere persoon te leren.

Voor Nederlandstaligen voelt de basis vertrouwd: ook het Nederlands gebruikt vaak hebben of zijn plus een voltooid deelwoord. De precieze keuze van het hulpwerkwoord komt echter niet altijd overeen, en een Italiaans voltooid deelwoord krijgt geen voorvoegsel zoals Nederlands ge-. Bovendien vertaal je een Italiaanse passato prossimo in natuurlijk Nederlands soms met een gewone verleden tijd: Ieri ho visto Luca kan zowel “Gisteren heb ik Luca gezien” als “Gisteren zag ik Luca” betekenen.

Hoe het werkt

De basisconstructie

De hoofdstructuur is:

vervoegde vorm van avere of essere + voltooid deelwoord

  • Ho scritto. — Ik heb geschreven.
  • Hai letto il messaggio. — Je hebt het bericht gelezen.
  • Siamo stati a Roma. — We zijn in Rome geweest.

Bij de meeste werkwoorden met avere blijft het voltooid deelwoord onveranderd:

Persoon Vorm van scrivere in de passato prossimo
io ho scritto
tu hai scritto
lui/lei ha scritto
noi abbiamo scritto
voi avete scritto
loro hanno scritto

Scritto verandert dus niet met de persoon. Alleen avere laat zien wie de handeling uitvoert.

De belangrijkste vormen

De volgende vormen komen vaak genoeg voor om ze als woordenschat uit het hoofd te leren.

Infinitief Voltooid deelwoord Betekenis
fare fatto doen, maken
scrivere scritto schrijven
leggere letto lezen
dire detto zeggen
vedere visto zien
prendere preso nemen, pakken
essere stato zijn, geweest zijn
aprire aperto openen
chiudere chiuso sluiten
mettere messo zetten, leggen, aandoen

Let vooral op essere → stato. In de passato prossimo gebruikt essere zichzelf als hulpwerkwoord: sono stato/stata, siamo stati/state. De vorm past zich dan aan het onderwerp aan.

Nog meer frequente onregelmatige vormen

Er bestaat geen korte regel waaruit je elk onregelmatig deelwoord veilig kunt afleiden. Wel keren bepaalde vormen en klanken terug. Gebruik zulke groepjes als geheugensteun, niet als productieregel.

Infinitief Voltooid deelwoord Betekenis
bere bevuto drinken
chiedere chiesto vragen
decidere deciso besluiten
nascere nato geboren worden
morire morto sterven
rimanere rimasto blijven
venire venuto komen
scegliere scelto kiezen
rispondere risposto antwoorden
vincere vinto winnen
perdere perso verliezen
accendere acceso aanzetten, aansteken
spegnere spento uitzetten, doven
rompere rotto breken
offrire offerto aanbieden, trakteren
scoprire scoperto ontdekken

Sommige groepen zijn goed herkenbaar: mettere → messo, permettere → permesso en promettere → promesso. Ook samengestelde werkwoorden behouden vaak de onregelmatigheid van het basiswerkwoord:

  • fare → fatto, dus rifare → rifatto;
  • scrivere → scritto, dus riscrivere → riscritto;
  • leggere → letto, dus rileggere → riletto;
  • vedere → visto, dus prevedere → previsto;
  • porre → posto, dus proporre → proposto.

Dit is een nuttig patroon, maar kijk bij twijfel de vorm na. Een onbekend werkwoord alleen op basis van zijn laatste letters raden blijft riskant.

Aanpassing bij essere

Met het hulpwerkwoord essere past het voltooid deelwoord zich aan het onderwerp aan (wie of wat de handeling uitvoert of de toestand ondergaat). De uitgangen volgen geslacht en getal:

Onderwerp Uitgang Voorbeeld
mannelijk enkelvoud -o Luca è rimasto.
vrouwelijk enkelvoud -a Sara è rimasta.
mannelijk of gemengd meervoud -i Luca e Sara sono rimasti.
vrouwelijk meervoud -e Sara e Anna sono rimaste.

Dat geldt ook voor onregelmatige stammen: nato/nata/nati/nate, morto/morta/morti/morte, venuto/venuta/venuti/venute en stato/stata/stati/state. De keuze tussen avere en essere is een apart onderdeel van de passato prossimo; de onregelmatige vorm zelf bepaalt het hulpwerkwoord niet.

Voorbeelden in context

Italiaans Nederlands Toelichting
Ho fatto i compiti prima di cena. Ik heb vóór het avondeten mijn huiswerk gemaakt. fare → fatto
Giulia ha scritto una lettera a sua nonna. Giulia heeft haar oma een brief geschreven. scrivere → scritto
Abbiamo letto il libro in due giorni. We hebben het boek in twee dagen uitgelezen. leggere → letto
Hanno detto la verità. Ze hebben de waarheid verteld. dire → detto
Ieri ho visto Luca al mercato. Gisteren zag ik Luca op de markt. Een Italiaanse passato prossimo hoeft in het Nederlands niet letterlijk een voltooide tijd te worden.
Hai preso le chiavi? Heb je de sleutels gepakt? prendere → preso
Marta ha aperto la finestra. Marta heeft het raam geopend. Met avere blijft aperto hier onveranderd.
Il cameriere ha chiuso il ristorante a mezzanotte. De ober heeft het restaurant om middernacht gesloten. chiudere → chiuso
Dove avete messo i bicchieri? Waar hebben jullie de glazen neergezet? mettere → messo
Sono stato a Napoli tre volte. Ik ben drie keer in Napels geweest. Mannelijke spreker: stato.
Elena è stata molto gentile. Elena is erg aardig geweest. Vrouwelijk enkelvoud: stata.
Le bambine sono nate a maggio. De meisjes zijn in mei geboren. Vrouwelijk meervoud: nate.
Siamo rimasti a casa per la pioggia. We zijn vanwege de regen thuisgebleven. Mannelijk of gemengd meervoud: rimasti.
Avete scelto un buon ristorante. Jullie hebben een goed restaurant gekozen. scegliere → scelto
Paolo mi ha offerto un caffè. Paolo heeft me op een kop koffie getrakteerd. offrire → offerto

Veelgemaakte fouten

Een regelmatige vorm verzinnen

  • Onjuist: Ho facciato i compiti.
  • Juist: Ho fatto i compiti.
  • Waarom: Fare heeft het vaste onregelmatige deelwoord fatto. De stam van de tegenwoordige tijd, zoals in faccio, helpt je hier niet.

De uitgang van een regelmatig -ere-werkwoord gebruiken

  • Onjuist: Abbiamo legguto il giornale.
  • Juist: Abbiamo letto il giornale.
  • Waarom: Regelmatig -ere geeft vaak -uto, zoals credere → creduto, maar veel frequente -ere-werkwoorden zijn onregelmatig. Leer leggere–letto als één paar.

Het Nederlandse voorvoegselgevoel meenemen

  • Onjuist: Ho gescritto una mail.
  • Juist: Ho scritto una mail.
  • Waarom: Italiaanse voltooid deelwoorden krijgen geen ge- zoals veel Nederlandse vormen. Scritto is op zichzelf volledig.

Het deelwoord met de persoon laten veranderen na avere

  • Onjuist: Noi abbiamo scritti due messaggi.
  • Juist: Noi abbiamo scritto due messaggi.
  • Waarom: Na avere blijft het deelwoord in de gewone basisconstructie op -o. Het meervoudige lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat), hier due messaggi, veroorzaakt geen aanpassing.

Geen aanpassing maken na essere

  • Onjuist: Maria è rimasto a casa.
  • Juist: Maria è rimasta a casa.
  • Waarom: Na essere volgt het deelwoord het geslacht en getal van het onderwerp. Bij Maria is dat vrouwelijk enkelvoud, dus rimasta.

Het verkeerde hulpwerkwoord uit het Nederlands overnemen

  • Onjuist: Ho stato a Firenze.
  • Juist: Sono stato a Firenze. / Sono stata a Firenze.
  • Waarom: Voor de passato prossimo van essere gebruikt het Italiaans opnieuw essere: sono stato/stata. Leer een werkwoord waar nodig samen met zijn hulpwerkwoord.

Gebruiksnotities

Onregelmatige deelwoorden zijn niet formeler of informeler dan regelmatige. Vormen als fatto, detto en visto behoren tot het gewone dagelijkse Italiaans. Omdat de bijbehorende werkwoorden zo frequent zijn, vallen fouten ermee snel op.

De betekenis van het hele werkwoord bepaalt je vertaling. Prendere kan afhankelijk van de context “pakken”, “nemen”, “halen” of zelfs “nemen als vervoermiddel” betekenen: Ho preso il treno is “Ik heb de trein genomen”. Mettere kan “zetten”, “leggen” of “aandoen” zijn: Ho messo la giacca betekent “Ik heb mijn jas aangedaan”. Het deelwoord blijft in al die gevallen preso of messo.

Let ook op het verschil tussen vorm en tijd. Scritto is een voltooid deelwoord; ho scritto is een volledige werkwoordstijd. Je kunt scritto daarnaast als bijvoeglijke vorm tegenkomen, bijvoorbeeld un messaggio scritto a mano (een met de hand geschreven bericht). In dat gebruik past het zich aan het zelfstandig naamwoord aan: una lettera scritta, due lettere scritte.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A2 nog niet actief te beheersen. Ze verklaren wel vormen die je later in gesprekken en teksten tegenkomt.

Hetzelfde deelwoord in andere samengestelde tijden

Eenmaal geleerd blijft het onregelmatige deelwoord bruikbaar. Alleen het hulpwerkwoord verandert wanneer je een andere samengestelde tijd vormt:

  • ho scritto — ik heb geschreven / ik schreef;
  • avevo scritto — ik had geschreven;
  • avrò scritto — ik zal geschreven hebben;
  • avrei scritto — ik zou geschreven hebben.

Daarom is scrivere–scritto als vast paar leren een investering die veel verder gaat dan alleen de passato prossimo.

Aanpassing bij een voorafgaand objectpronomen

Na avere blijft het deelwoord normaal onveranderd, maar er is een belangrijke latere uitbreiding. Als lo, la, li of le vóór het werkwoord staat als lijdend-voorwerpspronomen (een kort woord dat het lijdend voorwerp vervangt), past het deelwoord zich in de standaardtaal daaraan aan:

  • Hai visto Maria? — Sì, l'ho vista. — Heb je Maria gezien? Ja, ik heb haar gezien.
  • Hai preso i documenti? — Sì, li ho presi. — Heb je de documenten gepakt? Ja, ik heb ze gepakt.
  • Le lettere? Le ho scritte ieri. — De brieven? Die heb ik gisteren geschreven.

Dit is dus geen tegenspraak met de beginnersregel. In Ho visto Maria staat het zelfstandig naamwoord na het werkwoord en blijft visto onveranderd; in L'ho vista staat het vervangende pronomen ervoor.

Deelwoorden als bijvoeglijk naamwoord en in de lijdende vorm

Een voltooid deelwoord kan een resultaat of toestand beschrijven:

  • la porta aperta — de open/geopende deur;
  • i negozi chiusi — de gesloten winkels;
  • un bicchiere rotto — een gebroken glas.

Hier gedraagt het zich als een bijvoeglijk naamwoord en volgt het het woord waarbij het hoort. Je ziet dezelfde aanpassing in de lijdende vorm, waarin het onderwerp de handeling ondergaat: Le porte sono state chiuse alle otto (De deuren zijn om acht uur gesloten). Zowel state als chiuse staat daar in het vrouwelijk meervoud.

Dubbele vormen

Een klein aantal werkwoorden kent meer dan één voltooid deelwoord. Zo bestaan bij perdere zowel perso als perduto; perso is in het hedendaagse algemene gebruik zeer gewoon. Zulke varianten hoef je niet allemaal tegelijk te leren. Kies eerst de frequente standaardvorm die je in je lesmateriaal en woordenboek aantreft, maar herken dat een tweede vorm niet automatisch fout is.

Oefentips

  1. Leer drietallen in plaats van losse woorden. Noteer scrivere — scritto — ho scritto en rimanere — rimasto — sono rimasto/a. Zo oefen je tegelijk het deelwoord en het juiste hulpwerkwoord.
  2. Maak kleine betekenisgroepen. Oefen eerst communicatie (dire–detto, scrivere–scritto, leggere–letto, rispondere–risposto), daarna beweging en toestand (venire–venuto, rimanere–rimasto, nascere–nato). Dat blijft beter hangen dan één lange alfabetische lijst.
  3. Vertel elke avond vijf dingen over je dag. Gebruik bijvoorbeeld Oggi ho fatto…, Ho visto…, Ho preso… en Sono stato/a…. Controleer daarna alleen de deelwoorden; zo merk je snel welke vormen nog niet automatisch komen.

Verwante onderwerpen

  • Eerst of tegelijk leren: Passato prossimo — legt uit hoe je avere en essere met een voltooid deelwoord combineert en wanneer je welk hulpwerkwoord gebruikt.

Vereiste kennis

Passato prossimo in het ItaliaansA2

Meer A2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Participi Passati Irregolari in Italiaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Italiaans · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen