A1

Venir (komen) in het Frans

Le Verbe Venir

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Frans op Settemila Lingue.

Overzicht

Venir (komen) is een veel gebruikt onregelmatig werkwoord in het Frans. Het is het spiegelbeeld van aller (gaan): waar aller een beweging weg uitdrukt, geeft venir een beweging naar toe aan. De vervoeging is onregelmatig en verschilt duidelijk van -ir werkwoorden.

Venir is ook essentieel als hulpwerkwoord voor de recente verleden tijd (passé récent): je viens de manger (ik heb net gegeten). Dit is een handige en veel gebruikte constructie in de spreektaal.

Verder zijn er tientallen afgeleiden van venir: devenir (worden), revenir (terugkomen), prévenir (waarschuwen), convenir (uitkomen, passen). Ze volgen allemaal hetzelfde patroon.

Hoe het werkt

Persoon Vorm Vertaling
je viens ik kom
tu viens jij komt
il/elle/on vient hij/zij/men komt
nous venons wij komen
vous venez u/jullie komt/komen
ils/elles viennent zij komen

Recente verleden tijd (passé récent): Structuur: venir de (geconjugeerd) + infinitief

Voorbeeld Vertaling
Je viens de manger. Ik heb net gegeten.
Elle vient d'arriver. Ze is net aangekomen.

Voorbeelden in context

Frans Nederlands Opmerking
Je viens de Paris. Ik kom uit Parijs. herkomst
Tu viens avec nous ? Kom jij mee? uitnodiging
Il vient me voir. Hij komt mij opzoeken. doel
Elle vient d'Italie. Ze komt uit Italië. nationaliteit/herkomst
On vient d'arriver. We zijn net aangekomen. passé récent
Nous venons demain. We komen morgen. toekomst
Vous venez souvent ? Komt u hier vaak? vraag, formeel
Ils viennent à pied. Ze komen te voet. vervoersmiddel
Je viens de finir. Ik ben net klaar. passé récent
Elle devient célèbre. Ze wordt beroemd. afgeleide: devenir

Veelgemaakte fouten

Venir als regelmatig -IR werkwoord vervoegen

  • Fout: je venis, nous venissons
  • Correct: je viens, nous venons
  • Waarom: Venir is onregelmatig en volgt niet het -iss- patroon van regelmatige -IR werkwoorden.

Venir de verwarren met herkomst

  • Fout: Je viens de manger interpreteren als "Ik kom van eten"
  • Correct: Je viens de manger = Ik heb net gegeten (recente verleden tijd)
  • Waarom: Venir de + infinitief drukts een recente handeling uit, niet een locatie.

Oefentips

  1. Leer de zes vormen: viens, viens, vient, venons, venez, viennent. Let op de dubbele n in viennent.
  2. Oefen de passé récent door te vertellen wat je net gedaan hebt: Je viens de...
  3. Leer een paar afgeleiden van venir: devenir, revenir, prévenir. Ze volgen hetzelfde patroon.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Regelmatige -ER werkwoorden in het FransA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Probeer Settemila Lingue gratis — geen creditcard, geen verplichtingen. Maak een gratis account aan wanneer je klaar bent om te oefenen met spaced repetition.

Gratis beginnen