A1

Regelmatige werkwoorden op -ir in het Frans

Verbes Réguliers en -IR

languages.seo.contextNote

In het kort

Bij regelmatige Franse werkwoorden van het type finir haal je -ir weg en voeg je in de tegenwoordige tijd -is, -is, -it, -issons, -issez, -issent toe. Zo krijg je je finis maar nous finissons: in de meervoudsvormen verschijnt steeds -iss-. Niet ieder werkwoord op -ir volgt dit patroon; veelgebruikte werkwoorden als partir, dormir en venir zijn onregelmatig.

Overzicht

Werkwoorden als finir (afmaken, eindigen), choisir (kiezen), réussir (slagen, lukken) en rougir (blozen, rood worden) behoren tot een vaste Franse vervoegingsgroep. Een vervoeging is de verandering van een werkwoord naargelang wie iets doet en in welke tijd. Dit artikel gaat in de eerste plaats over de présent, de gewone tegenwoordige tijd.

Dit patroon komt al op A1-niveau aan bod. Met zes uitgangen kun je meteen veel alledaagse handelingen beschrijven: een gerecht kiezen, een formulier invullen, een taak afronden of voor een examen slagen. Daarvoor moet je wel de infinitief (de woordenboekvorm, zoals finir) en het onderwerp herkennen: je, tu, il/elle/on, nous, vous, ils/elles.

Voor Nederlandstaligen is er een belangrijk verschil. In het Nederlands hebben “wij kiezen” en “zij kiezen” dezelfde werkwoordsvorm. Het Frans schrijft nous choisissons en ils choisissent. Omgekeerd hoor je niet alle geschreven Franse uitgangen duidelijk. Leer daarom elke vorm niet alleen als spelling, maar ook in een korte zin.

Hoe het werkt

Stap 1: bepaal de stam

De stam is het deel waarop de uitgangen worden gezet. Bij deze groep haal je -ir van de infinitief af:

  • finirfin-
  • choisirchois-
  • réussirréuss-
  • rougirroug-

Stap 2: voeg de juiste uitgang toe

Persoon Uitgang finir Nederlandse betekenis
je -is je finis ik maak af / ik eindig
tu -is tu finis jij maakt af / jij eindigt
il, elle, on -it il finit hij maakt af / eindigt
nous -issons nous finissons wij maken af / eindigen
vous -issez vous finissez u maakt af / jullie maken af
ils, elles -issent ils finissent zij maken af / eindigen

Een praktisch geheugensteuntje is: drie korte enkelvoudsvormen, drie vormen met -iss- in het meervoud. De stam blijft gelijk. Bij choisir worden dat dus je choisis, tu choisis, elle choisit, nous choisissons, vous choisissez, ils choisissent.

On krijgt dezelfde vorm als il en elle: on choisit. In alledaags Frans betekent on vaak “we”: On finit à cinq heures betekent dan “We zijn om vijf uur klaar.” Grammaticaal blijft het werkwoord enkelvoud.

De spelling en de uitspraak

De geschreven vormen geven meer verschillen weer dan de uitspraak. Bij finir klinken je finis, tu finis en il finit doorgaans hetzelfde; de slotmedeklinkers worden niet uitgesproken. Ook -ent in ils finissent hoor je niet als een aparte lettergreep. Je hoort wel het verschil tussen het korte fini- van het enkelvoud en de -iss- van het meervoud: finit tegenover finissent.

De liaison (het verbinden van een normaal stille slotmedeklinker met de volgende klinker) kan bij het voornaamwoord hoorbaar zijn, bijvoorbeeld in ils obéissent. Probeer zulke vormen als één klankgroep te beluisteren in plaats van elke letter los uit te spreken.

Voor een klinker of een stomme h wordt je verkort tot j'. Dat heet elisie (het wegvallen van een klinker voor de volgende klinkerklank): j'obéis, niet je obéis.

Welke werkwoorden volgen het patroon?

Veel regelmatige werkwoorden met deze vervoeging behoren in de traditionele Franse grammatica tot de deuxième groupe, de tweede werkwoordgroep. Een betrouwbare controle is de nous-vorm op -issons of het tegenwoordig deelwoord op -issant. Een tegenwoordig deelwoord is een vorm die een gelijktijdige handeling kan uitdrukken, zoals en finissant (“door af te maken” of “terwijl … afmaakt”):

Infinitief nous-vorm Vorm op -issant Betekenis
finir nous finissons finissant afmaken, eindigen
choisir nous choisissons choisissant kiezen
réussir nous réussissons réussissant slagen, lukken
remplir nous remplissons remplissant vullen, invullen
réfléchir nous réfléchissons réfléchissant nadenken
grandir nous grandissons grandissant groeien
rougir nous rougissons rougissant blozen, rood worden
obéir nous obéissons obéissant gehoorzamen

De letters -ir alleen zijn dus geen garantie. Partir geeft nous partons, dormir geeft nous dormons en venir geeft nous venons. Die moet je als andere patronen leren.

Ontkenningen en vragen

De vervoeging verandert niet in een ontkenning. Ne komt voor het vervoegde werkwoord en pas erna: Je ne choisis pas ce dessert. Voor een klinker wordt ne verkort: Il n'obéit pas. In informele spreektaal valt ne vaak weg, maar in verzorgd schrift blijft het staan.

Ook in een vraag blijft dezelfde persoonsvorm staan:

  • Tu choisis quel menu ? — Welk menu kies je? (alledaags)
  • Est-ce que vous finissez aujourd'hui ? — Bent u vandaag klaar? / Maken jullie het vandaag af?
  • Réussissent-ils souvent ? — Slagen zij vaak? (formeler)

Bij de laatste vorm staat het onderwerp na het werkwoord. Dat heet inversie (omkering van werkwoord en onderwerp).

Voorbeelden in context

Frans Nederlands Toelichting
Je finis le travail avant six heures. Ik maak het werk vóór zes uur af. je + -is
Tu choisis le menu. Jij kiest het menu. tu + -is
Elle réussit toujours ses examens. Zij slaagt altijd voor haar examens. elle + -it
On remplit ce formulaire en ligne. We vullen dit formulier online in. on krijgt de enkelvoudsvorm
Nous réussissons l'examen. Wij slagen voor het examen. nous + -issons
Vous choisissez une table près de la fenêtre. U kiest een tafel bij het raam. vous kan beleefd enkelvoud zijn
Les enfants grandissent vite. De kinderen groeien snel. Meervoudig onderwerp + -issent
Ils rougissent facilement. Zij blozen gemakkelijk. ils + -issent
J'obéis aux règles. Ik houd me aan de regels. Elisie in j'obéis
Nous réfléchissons à votre proposition. Wij denken na over uw voorstel. réfléchir à wordt met à gebruikt
Tu ne finis pas ta soupe ? Eet je je soep niet op? Ontkenning rond de persoonsvorm
Est-ce que vous remplissez les conditions ? Voldoet u aan de voorwaarden? Vraag met est-ce que
Ma peau rougit au soleil. Mijn huid wordt rood in de zon. Een zaak kan ook het onderwerp zijn
Elles choisissent de rester chez elles. Ze kiezen ervoor thuis te blijven. choisir de + infinitief

Een vertaling hoeft niet woordelijk te zijn. Finir sa soupe is letterlijk “zijn soep beëindigen”, maar natuurlijk Nederlands is “zijn soep opeten”. Evenzo betekent réussir un examen meestal “slagen voor een examen”; het Frans gebruikt daarbij geen voorzetsel vóór l'examen.

Veelgemaakte fouten

1. De Nederlandse infinitiefuitgang als Frans patroon behandelen

  • Fout: Nous finons le travail.
  • Goed: Nous finissons le travail.
  • Waarom: Bij deze Franse groep is de nous-uitgang -issons. De Nederlandse vorm “wij eindigen” helpt hier niet bij de Franse uitgang.

2. -iss- ook in het enkelvoud zetten

  • Fout: Elle finissit à cinq heures.
  • Goed: Elle finit à cinq heures.
  • Waarom: In de présent staat -iss- alleen in nous, vous, ils/elles. De enkelvoudsuitgangen zijn -is, -is, -it.

3. Aannemen dat elk werkwoord op -ir regelmatig is

  • Fout: Nous dormissons ici.
  • Goed: Nous dormons ici.
  • Waarom: Dormir volgt niet het patroon van finir. Controleer bij een nieuw werkwoord altijd de nous-vorm.

4. Een hoorbare uitgang spellen zoals hij klinkt

  • Fout: Ils choisi le dessert.
  • Goed: Ils choisissent le dessert.
  • Waarom: De uitgang -issent wordt niet letter voor letter uitgesproken, maar moet volledig worden geschreven. Het meervoudige onderwerp bepaalt de vorm.

5. Het Nederlandse voorzetsel letterlijk meenemen

  • Fout: Je réussis pour l'examen.
  • Goed: Je réussis l'examen.
  • Waarom: Waar het Nederlands “slagen voor een examen” zegt, kan het Frans réussir l'examen gebruiken. Bij “erin slagen iets te doen” volgt à: Je réussis à comprendre.

6. On met een meervoudsvorm combineren

  • Fout: On choisissons un autre jour.
  • Goed: On choisit un autre jour.
  • Waarom: On kan “we” betekenen, maar krijgt grammaticaal altijd de vorm van il/elle.

Gebruiksnotities

Finir kan zowel over het afronden van iets als over het einde zelf gaan. Vergelijk Je finis mon rapport (“Ik maak mijn verslag af”) met Le cours finit à midi (“De les eindigt om twaalf uur”). In finir de + infinitief betekent het “klaar zijn met”: Nous finissons de manger (“We zijn klaar met eten”).

Choisir kan direct een zelfstandig naamwoord krijgen: choisir un livre. Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een persoon, ding of begrip, hier livre. Voor een volgende handeling gebruik je meestal choisir de + infinitief: Elle choisit de partir (“Ze kiest ervoor te vertrekken”).

Réussir vraagt extra aandacht omdat het Nederlands verschillende constructies gebruikt. Je kunt réussir un examen zeggen voor “slagen voor een examen”, maar réussir à faire quelque chose voor “erin slagen iets te doen”. Réussir kan zonder aanvulling ook eenvoudig “succes hebben” betekenen: Il réussit dans la vie.

Vous kan “jullie” of het beleefde “u” betekenen. De werkwoordsvorm blijft in beide gevallen dezelfde: vous choisissez. De situatie maakt duidelijk welke Nederlandse vertaling past.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar ze maken duidelijk hoe dit patroon later terugkomt.

Andere tijden bouwen voort op dezelfde werkwoordkennis

De passé composé (een veelgebruikte voltooide verleden tijd) gebruikt bij deze werkwoorden meestal avoir plus een voltooid deelwoord (een vorm zoals “gekozen” of “afgemaakt”). Dat deelwoord eindigt regelmatig op -i:

  • finirj'ai fini — ik heb afgemaakt / ik ben geëindigd
  • choisirelle a choisi — zij heeft gekozen
  • réussirnous avons réussi — wij zijn geslaagd

Verwar dit losse -i niet met de uitgangen van de présent. Il finit betekent “hij eindigt”; il a fini betekent “hij is geëindigd” of “hij heeft het afgemaakt”.

In de imparfait (een verleden tijd voor achtergronden, gewoonten en voortdurende situaties) neem je de stam van de nous-vorm zonder -ons: nous finissonsfiniss-je finissais. De -iss- blijft daar dus in alle personen zichtbaar.

Spelling zegt niet alles over de werkwoordgroep

De traditionele tweede groep is productief en regelmatig, maar sommige werkwoorden op -ir hebben een eigen patroon. Grote, veelgebruikte families zijn onder meer partir/sortir/dormir, venir/tenir, ouvrir/offrir en courir. Zo lijkt ouvrir qua infinitief op een -ir-werkwoord, maar de présent lijkt op die van een werkwoord op -er: j'ouvre, nous ouvrons.

Een woordenboek vermeldt doorgaans de vervoegingsgroep of enkele kernvormen. Als je nous -issons en een vorm op -issant ziet, kun je het regelmatige patroon van dit artikel toepassen. Leer bij twijfel niet alleen de infinitief, maar een klein drietal: finir — nous finissons — fini.

Betekenis en constructie horen bij de vervoeging

Een correcte uitgang maakt een zin nog niet vanzelf natuurlijk. Het bijbehorende voorzetsel of de aanvulling moet ook kloppen: obéir à quelqu'un, réfléchir à quelque chose, choisir de faire quelque chose en réussir à faire quelque chose. Zulke vaste verbindingen kun je het best als geheel onthouden.

Oefentips

  1. Werk met drie ankerpunten. Schrijf voor elk nieuw werkwoord de vormen bij je, nous en ils: je choisis — nous choisissons — ils choisissent. Daarmee oefen je zowel het korte enkelvoud als de twee belangrijke meervoudsuitgangen.
  2. Maak zinnen uit je eigen dag. Zeg bijvoorbeeld Je finis à dix-sept heures, Nous choisissons un restaurant en Je réfléchis au problème. Persoonlijke zinnen blijven beter hangen dan losse rijtjes.
  3. Combineer luisteren en dictee. Luister naar één zin, noteer de vorm en controleer daarna vooral -it, -issons en -issent. Juist de letters die je nauwelijks hoort veroorzaken veel spelfouten.

Verwante onderwerpen

languages.concept.prerequisite

Onderwerpsvoornaamwoorden in het FransA1

languages.concept.related

languages.concept.otherLanguages

languages.concept.compareLanguages

languages.cta.conceptText

languages.cta.practiceConceptButton