C1

Passé simple in het Frans

Passé Simple

Overzicht

De passé simple is een verleden tijd die uitsluitend wordt gebruikt in de schrijftaal: literatuur, geschiedschrijving, formele verslagen en journalistiek. In gesproken taal is hij vrijwel verdwenen — de passé composé heeft zijn functie overgenomen.

De passé simple drukt, net als de passé composé, afgesloten handelingen in het verleden uit, maar met een formeler en literairder toon. Het lezen van Franse literatuur vereist kennis van de passé simple; actieve productie is zeldzaam behalve in formele schrijftaal.

Vorming: -ER werkwoorden krijgen -ai, -as, -a, -âmes, -âtes, -èrent; -IR/-RE werkwoorden krijgen -is, -is, -it, -îmes, -îtes, -irent; een derde groep krijgt -us, -us, -ut, -ûmes, -ûtes, -urent.

Hoe het werkt

-ER werkwoorden (parler):

Persoon Passé simple
je parlai
tu parlas
il/elle parla
nous parlâmes
vous parlâtes
ils/elles parlèrent

-IR werkwoorden (finir):

Persoon Passé simple
je finis
tu finis
il/elle finit
nous finîmes
vous finîtes
ils/elles finirent

-U werkwoorden (onregelmatig, b.v. avoir, être, pouvoir):

Infinitief 3e pers. enk. 3e pers. mv.
avoir eut eurent
être fut furent
faire fit firent
venir vint vinrent
voir vit virent
prendre prit prirent

Voorbeelden in context

Frans Nederlands Opmerking
Il parla longuement. Hij sprak lang. -ER, literair
Elle prit la décision. Ze nam de beslissing. prendre, onregelmatig
Ils arrivèrent à minuit. Ze kwamen om middernacht aan. -ER meervoud
Le roi fut couronné. De koning werd gekroond. être
Il eut peur. Hij was bang. avoir
Napoléon mourut en 1821. Napoleon stierf in 1821. mourir
Elle vit quelque chose d'étrange. Ze zag iets vreemds. voir
Ils se rendirent compte de la vérité. Ze realiseerden zich de waarheid. se rendre
Le héros combattit vaillamment. De held vocht dapper. litteraire stijl

Veelgemaakte fouten

Passé simple in de spreektaal gebruiken

  • Opmerking: In de spreektaal klinkt de passé simple vreemd en overdreven formeel. Gebruik altijd de passé composé in gesproken taal.

Passé simple verwarren met imparfait

  • Fout: Il parla tous les jours. (voor een gewoonte)
  • Correct: Il parlait tous les jours.
  • Waarom: Ook in de schrijftaal geldt: imparfait voor gewoonten, passé simple voor eenmalige handelingen.

Gebruiksnotities

Als je Frans leest, herken je de passé simple aan de uitgangen: -a, -èrent (voor -ER werkwoorden) en -it, -irent (voor -IR/-RE) en -ut, -urent (voor -U werkwoorden). Actieve beheersing is alleen nodig voor formeel schrijven.

Oefentips

  1. Lees een alinea uit een Franse roman en identificeer alle passé simple vormen.
  2. Zet een korte tekst in passé composé om in de passé simple voor oefening.
  3. Leer de 3e persoon enkelvoud en meervoud van de meest gebruikte onregelmatige werkwoorden.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Passé composé in het FransA2

Concepten die hierop voortbouwen

Meer C1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Wil je Passé simple in het Frans en meer Frans-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen