A1

Basisvoegwoorden in het Frans

Conjonctions de Base

Overzicht

Voegwoorden (conjonctions) verbinden woorden, zinsdelen of zinnen met elkaar. Ze zijn essentieel voor het maken van langere, vloeiende zinnen. De meest elementaire voegwoorden in het Frans zijn eenvoudig en direct vergelijkbaar met Nederlandse equivalenten.

Er zijn twee soorten voegwoorden: nevenschikkende (de coordination) verbinden gelijkwaardige elementen, en onderschikkende (de subordination) koppelen een bijzin aan een hoofdzin. Op dit niveau leer je de meest gebruikte nevenschikkende voegwoorden en een paar eenvoudige onderschikkende.

Hoe het werkt

Nevenschikkende voegwoorden:

Frans Nederlands Gebruik
et en opsomming
ou of keuze
mais maar tegenstelling
donc dus conclusie
car want reden (formeler dan parce que)
or echter/nu (litterair)
ni noch in ontkenning

Onderschikkende voegwoorden (basis):

Frans Nederlands
parce que / parce qu' omdat
quand wanneer
si als/indien
que dat
comme zoals/omdat

Voorbeelden in context

Frans Nederlands Opmerking
Je mange du pain et du fromage. Ik eet brood en kaas. opsomming
Tu veux du café ou du thé ? Wil je koffie of thee? keuze
J'aime la France, mais je préfère l'Italie. Ik hou van Frankrijk, maar ik geef de voorkeur aan Italië. tegenstelling
Il est tard, donc je pars. Het is laat, dus ik vertrek. conclusie
Je reste **parce qu'**il pleut. Ik blijf omdat het regent. reden
Quand il fait beau, je sors. Wanneer het mooi is, ga ik buiten. tijd
Je viens si tu veux. Ik kom als je wilt. voorwaarde
Je sais que tu as raison. Ik weet dat jij gelijk hebt. dat-zin
Il n'aime ni le café ni le thé. Hij houdt noch van koffie noch van thee. dubbele ontkenning
Elle est belle comme sa mère. Ze is mooi zoals haar moeder. vergelijking

Veelgemaakte fouten

Parce que en car door elkaar halen

  • Opmerking: Beide betekenen "omdat/want", maar car is formeler en begint een onafhankelijke bijzin; parce que beantwoordt een directe vraag.

Mais en cependant door elkaar halen

  • Opmerking: Mais is het informele/gewone voegwoord; cependant is formeler en meer schrijftaalachtig.

Si + futur

  • Fout: Si il viendra, je serai content.
  • Correct: S'il vient, je serai content.
  • Waarom: Na si (als) gebruik je de tegenwoordige tijd, niet de toekomende tijd.

Oefentips

  1. Schrijf vijf zinnen over jezelf en gebruik elk basavoegwoord minstens één keer.
  2. Combineer twee korte zinnen tot één langere zin met een voegwoord.
  3. Let op de positie van het werkwoord na quand en si: de tijdsvolgorde is anders dan in het Nederlands.

Verwante concepten

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Wil je Basisvoegwoorden in het Frans en meer Frans-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen