Onderschikkende voegwoorden in het Frans
Conjonctions de Subordination
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Frans op Settemila Lingue.
In het kort
Een Frans onderschikkend voegwoord verbindt een hoofdzin met een bijzin. Bien que, quoique, pour que en afin que krijgen de subjonctif; tandis que, alors que, dès que en aussitôt que krijgen de indicatif. Vooral na dès que verschilt het Frans van het Nederlands: bij een toekomstige gebeurtenis gebruikt het Frans meestal de futur, waar het Nederlands vaak de tegenwoordige tijd gebruikt.
Overzicht
Een onderschikkend voegwoord leidt een bijzin in: een zinsdeel dat niet op zichzelf staat, maar een hoofdzin aanvult. In Bien qu’il pleuve, je sors is bien qu’il pleuve de bijzin en je sors de hoofdzin. Zulke bijzinnen kunnen een tegenstelling, een doel of een tijdstip uitdrukken.
Op B2-niveau gaat het niet alleen om de betekenis van het voegwoord. Je moet ook kiezen tussen de indicatif (de gewone aantonende wijs, waarmee je een gebeurtenis als feit of vaststelling voorstelt) en de subjonctif (een werkwoordsvorm waarmee het Frans onder meer bedoeling, toegeving of een niet als zelfstandig feit gepresenteerde handeling uitdrukt). In het Nederlands is dat onderscheid meestal niet zichtbaar in de werkwoordsvorm. Daardoor is het verstandig het Franse voegwoord en de bijbehorende wijs als één geheel te leren.
De acht centrale voegwoorden vallen in drie duidelijke groepen: toegeving met bien que en quoique, doel met pour que en afin que, en tijd of tegenstelling met tandis que, alors que, dès que en aussitôt que. De betekenis bepaalt de groep; de groep bepaalt doorgaans de wijs.
Hoe het werkt
De hoofdregel: voegwoord en wijs horen bij elkaar
| Betekenis | Voegwoord | Nederlandse benadering | Wijs in de bijzin |
|---|---|---|---|
| Toegeving | bien que, quoique | hoewel, ofschoon | subjonctif |
| Doel | pour que, afin que | zodat, opdat | subjonctif |
| Gelijktijdigheid of tegenstelling | tandis que, alors que | terwijl, terwijl daar, hoewel | indicatif |
| Tijd: onmiddellijk daarna | dès que, aussitôt que | zodra | indicatif |
De Nederlandse vertaling is slechts een hulpmiddel. Met name zodat is dubbelzinnig: het kan een doel of een werkelijk gevolg aangeven. Het Franse pour que drukt een doel uit en krijgt daarom de subjonctif. Voor een vastgesteld gevolg gebruikt het Frans eerder een constructie als de sorte que met de indicatif.
Toegeving: bien que en quoique
Bien que en quoique betekenen allebei ‘hoewel’ of ‘ofschoon’. De bijzin noemt een omstandigheid die de handeling in de hoofdzin niet verhindert:
- Bien qu’il soit tard, nous continuons. — Hoewel het laat is, gaan we door.
- Quoique cette solution paraisse simple, elle coûte cher. — Hoewel deze oplossing eenvoudig lijkt, is ze duur.
Na beide voegwoorden staat de subjonctif. Dat geldt ook als de spreker de inhoud van de bijzin als waar beschouwt. Bien qu’il soit malade kan dus over een werkelijk zieke persoon gaan. De subjonctif betekent hier niet dat de spreker twijfelt; hij markeert de toegevende verhouding tussen de twee zinnen.
Quoique klinkt vaak iets verzorgder of schrijftaliger dan bien que, maar het is niet uitsluitend literair. In alledaagse taal is bien que meestal de veiligste keuze.
Doel: pour que en afin que
Pour que en afin que geven aan welk doel iemand met een handeling heeft. Ze worden gevolgd door een onderwerp en een werkwoord in de subjonctif:
Je parle lentement pour que tout le monde comprenne. — Ik praat langzaam zodat iedereen het begrijpt.
De persoon die langzaam praat is je; degene die moet begrijpen is tout le monde. Wanneer de uitvoerder in beide delen dezelfde is, kiest het Frans meestal pour + infinitif of afin de + infinitif. Een infinitief is de onverbogen vorm van het werkwoord, zoals comprendre of partir.
| Verschillende uitvoerders | Dezelfde uitvoerder |
|---|---|
| Je répète pour que tu comprennes. | Je relis le message pour comprendre. |
| Elle ferme la porte afin que les enfants dorment. | Elle ferme la porte afin de travailler au calme. |
Afin que is formeler dan pour que en komt relatief vaak voor in verzorgde schrijftaal, instructies en officiële communicatie. Het verschil zit vooral in stijl, niet in grammatica: beide krijgen de subjonctif.
Gelijktijdigheid en tegenstelling: tandis que en alors que
Tandis que en alors que krijgen normaal de indicatif. Ze kunnen twee handelingen naast elkaar in de tijd plaatsen:
- Tandis que je préparais le dîner, Léa mettait la table.
- Il a téléphoné alors que je conduisais.
Ze kunnen ook een tegenstelling uitdrukken. Alors que legt vaak vrij nadrukkelijk bloot dat twee feiten niet goed bij elkaar passen; tandis que kan neutraler twee situaties tegenover elkaar zetten:
- Paul adore la ville, tandis que sa sœur préfère la campagne.
- Il affirme ne rien savoir, alors qu’il était présent.
Het voegwoord schrijft geen specifieke tijd voor. Je kiest présent, imparfait, passé composé of een andere tijd op basis van de bedoelde tijdsverhouding. Bij een achtergrondhandeling in het verleden is de imparfait vaak logisch: alors que je dormais. Dat komt door de duur of achtergrondfunctie van de handeling, niet door alors que zelf.
Let ook op de woordvolgorde. Anders dan in een Nederlandse bijzin gaat het vervoegde Franse werkwoord niet naar het einde:
- Nederlands: hoewel hij erg moe is
- Frans: bien qu’il soit très fatigué
Tijd: dès que en aussitôt que
Dès que en aussitôt que betekenen ‘zodra’. Ze leiden een gebeurtenis in die het vertrekpunt vormt voor wat daarna gebeurt. Omdat het om een tijdsverband gaat, gebruikt het Frans de indicatif, niet de subjonctif.
Dès que is de gewone, neutrale keuze. Aussitôt que benadrukt sterker dat de tweede gebeurtenis onmiddellijk volgt en kan iets verzorgder klinken.
Bij de toekomst ontstaat een belangrijk verschil met het Nederlands:
| Nederlands | Frans |
|---|---|
| Zodra ik aankom, bel ik je. | Dès que j’arriverai, je t’appellerai. |
| Zodra zij het nieuws hoort, laat ze het ons weten. | Aussitôt qu’elle apprendra la nouvelle, elle nous préviendra. |
Het Nederlands gebruikt na zodra vaak een tegenwoordige tijd met toekomstige betekenis. In het Frans staat in zo’n toekomstige tijdsbijzin doorgaans de futur simple: j’arriverai, elle apprendra. Dit is anders dan na si ‘als/indien’, waar de futur juist niet in de si-bijzin staat.
Voor heden en verleden geldt de gewone tijdskeuze:
- Dès qu’il rentre, il enlève ses chaussures. — een gewoonte in het heden
- Dès qu’il est rentré, il a appelé sa mère. — twee afgeronde gebeurtenissen in het verleden
Plaats van de bijzin en komma’s
De bijzin kan vóór of na de hoofdzin staan. Staat hij vooraan, dan volgt er gewoonlijk een komma:
- Bien qu’elle soit fatiguée, elle termine son rapport.
- Elle termine son rapport bien qu’elle soit fatiguée.
Bij een korte bijzin achteraan is doorgaans geen komma nodig. Een komma kan bij tegenstelling wel helpen om de twee delen duidelijk tegenover elkaar te zetten, vooral met tandis que of alors que.
Voorbeelden in context
| Frans | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Bien qu’il pleuve, je sors. | Hoewel het regent, ga ik naar buiten. | Toegeving; pleuve is subjonctif. |
| Bien qu’elle ait peu de temps, elle nous aide. | Hoewel ze weinig tijd heeft, helpt ze ons. | Een werkelijk feit, maar toch subjonctif na bien que. |
| Quoique le trajet soit long, nous irons en train. | Hoewel de reis lang is, gaan we met de trein. | Quoique is iets verzorgder. |
| Je note l’adresse pour que tu ne l’oublies pas. | Ik schrijf het adres op zodat je het niet vergeet. | Doel; verschillende uitvoerders. |
| Nous partirons tôt afin que les enfants puissent dormir dans la voiture. | We vertrekken vroeg, zodat de kinderen in de auto kunnen slapen. | Afin que met subjonctif; verzorgde stijl. |
| Elle économise pour acheter un vélo. | Ze spaart om een fiets te kopen. | Hetzelfde onderwerp: pour met infinitief. |
| Tandis que je travaillais, mes voisins faisaient la fête. | Terwijl ik werkte, waren mijn buren aan het feesten. | Twee gelijktijdige achtergrondhandelingen. |
| Nora aime improviser, tandis que Karim préfère tout planifier. | Nora improviseert graag, terwijl Karim liever alles plant. | Tegenstelling tussen twee voorkeuren. |
| Il est sorti alors qu’il devait finir son dossier. | Hij is weggegaan, terwijl hij zijn dossier moest afmaken. | Alors que benadrukt een opvallend contrast. |
| Le téléphone a sonné alors que nous dînions. | De telefoon ging terwijl we aan het eten waren. | Een gebeurtenis onderbreekt een lopende handeling. |
| Dès que j’arriverai, je t’appellerai. | Zodra ik aankom, bel ik je. | In het Frans staat de futur in beide zinnen. |
| Dès qu’elle a vu le message, elle a répondu. | Zodra ze het bericht zag, antwoordde ze. | Opeenvolgende gebeurtenissen in het verleden. |
| Aussitôt que le magasin ouvrira, nous entrerons. | Zodra de winkel opengaat, gaan we naar binnen. | Sterke nadruk op onmiddellijk volgen. |
| Aussitôt qu’il termine son café, il retourne au travail. | Zodra hij zijn koffie op heeft, gaat hij weer aan het werk. | Herhaalde of typische handeling in het heden. |
Veelgemaakte fouten
1. De indicatif gebruiken na bien que
- Onjuist: Bien qu’il est tard, nous continuons.
- Juist: Bien qu’il soit tard, nous continuons.
- Waarom: Bien que krijgt de subjonctif. Het Nederlandse ‘hoewel’ verandert de werkwoordsvorm niet, maar het Franse voegwoord doet dat wel.
2. De subjonctif gebruiken na dès que
- Onjuist: Dès que tu sois prêt, appelle-moi.
- Juist: Dès que tu es prêt, appelle-moi.
- Waarom: Dès que is een tijdsvoegwoord en krijgt de indicatif. Dat de gebeurtenis nog moet plaatsvinden, maakt er geen subjonctifconstructie van.
3. De tegenwoordige tijd overnemen uit het Nederlands
- Onjuist: Dès que j’arrive demain, je t’appellerai.
- Juist: Dès que j’arriverai demain, je t’appellerai.
- Waarom: Bij een concrete toekomstige gebeurtenis gebruikt het Frans na dès que doorgaans de futur, ook al klinkt in het Nederlands de tegenwoordige tijd natuurlijk.
4. Pour que gebruiken wanneer beide handelingen dezelfde uitvoerder hebben
- Minder natuurlijk: Je ferme la fenêtre pour que je puisse dormir.
- Natuurlijker: Je ferme la fenêtre pour pouvoir dormir.
- Waarom: Bij hetzelfde onderwerp geeft het Frans meestal de voorkeur aan pour + infinitif. Bij verschillende onderwerpen is pour que + subjonctif juist: Je ferme la fenêtre pour que le bébé puisse dormir.
5. Een doel en een gevolg verwarren
- Onjuist bedoeld: Il a parlé très bas pour que personne ne l’a entendu.
- Juist als doel: Il a parlé très bas pour que personne ne l’entende.
- Juist als werkelijk gevolg: Il a parlé si bas que personne ne l’a entendu.
- Waarom: Pour que noemt wat iemand wil bereiken en krijgt de subjonctif. Een werkelijk resultaat vraagt een andere constructie, hier si… que met de indicatif.
6. Nederlandse woordvolgorde in de Franse bijzin zetten
- Onjuist: Bien qu’il très fatigué soit…
- Juist: Bien qu’il soit très fatigué…
- Waarom: Een Frans voegwoord stuurt het vervoegde werkwoord niet naar het einde van de bijzin.
Gebruiksnotities
Bien que en pour que zijn in gesprek en geschreven taal heel gewoon. Quoique en afin que passen vaker bij een verzorgde of formele stijl. Wie natuurlijk wil spreken, kan dus meestal veilig voor bien que en pour que kiezen zonder grammaticale nuance te verliezen.
Tandis que en alors que overlappen, maar zijn niet altijd gevoelsmatig identiek. Voor een neutrale beschrijving van gelijktijdigheid is pendant que vaak nog directer dan beide. Tandis que is geschikt voor zowel gelijktijdigheid als een evenwichtige tegenstelling; alors que kan sterker laten horen dat de tweede situatie onverwacht of strijdig met de eerste is.
In de uitspraak trekt que samen voor een klinker of een stomme h: bien qu’il, afin qu’elle, aussitôt qu’on. Voor een medeklinker blijft de volledige vorm staan: bien que Paul, pour que Marie. Schrijf nooit bienque of pourque: het blijven afzonderlijke woorden.
Verder dan de basis: gevorderd gebruik
Een eerdere handeling met de subjonctif passé
Na bien que, quoique, pour que en afin que kan ook de subjonctif passé staan. Die vorm geeft aan dat de handeling in de bijzin al voltooid is ten opzichte van het gekozen referentiepunt. Hij bestaat uit avoir of être in de subjonctif plus een voltooid deelwoord (de vorm zoals fait, vu of parti):
- Bien qu’il ait déjà payé, il a reçu un rappel. — Hoewel hij al betaald heeft, kreeg hij een herinnering.
- Nous attendrons afin que chacun ait terminé. — We wachten zodat iedereen klaar is.
Kies dus niet automatisch de tegenwoordige subjonctif. Vraag eerst of de handeling gelijktijdig of nog te bereiken is (pour qu’il comprenne) dan wel al voltooid moet zijn (pour qu’il ait compris).
Voltooid vóór een toekomstig moment
Met dès que en aussitôt que kan de futur antérieur aangeven dat de eerste handeling voltooid moet zijn voordat de tweede begint:
- Dès que j’aurai terminé ce rapport, je rentrerai. — Zodra ik dit verslag af heb, ga ik naar huis.
- Aussitôt qu’ils auront signé, nous publierons l’accord. — Zodra ze getekend hebben, publiceren we het akkoord.
De gewone futur simple legt minder nadruk op voltooiing: Dès qu’il arrivera, nous mangerons. De futur antérieur maakt ‘eerst volledig af, dan verder’ expliciet.
Quoique en quoi que zijn niet hetzelfde
Quoique wordt aaneengeschreven en betekent ‘hoewel’: Quoique ce soit difficile, continuons. Quoi que bestaat uit twee woorden en betekent ‘wat … ook’ of ‘wat dan ook’: Quoi que tu choisisses, je te soutiendrai — Wat je ook kiest, ik steun je. Beide constructies krijgen hier de subjonctif, maar hun betekenis en spelling verschillen.
Beknopte formuleringen
In verzorgde taal kan na bien que soms een bijvoeglijk naamwoord of voltooid deelwoord staan zonder volledig uitgeschreven werkwoord:
- Bien que fatiguée, elle a continué. — Hoewel ze moe was, ging ze door.
- Bien qu’informés du risque, ils ont accepté. — Hoewel ze over het risico waren ingelicht, stemden ze toe.
Gebruik zo’n verkorte vorm alleen als duidelijk is op wie het woord slaat. In het tweede voorbeeld verwijst informés naar ils. Een volledige bijzin, bien qu’ils aient été informés, is altijd mogelijk en voorkomt dubbelzinnigheid.
Oefentips
- Leer in vier paren. Maak kaartjes met bien que/quoique + subjonctif, pour que/afin que + subjonctif, tandis que/alors que + indicatif en dès que/aussitôt que + indicatif. Zo oefen je betekenis en wijs tegelijk.
- Vertaal Nederlandse zodra-zinnen bewust. Schrijf vijf plannen voor morgen, bijvoorbeeld ‘Zodra ik thuiskom…’, en controleer of in de Franse tijdsbijzin de futur staat: Dès que je rentrerai….
- Wissel van onderwerp. Maak bij elk doel twee zinnen: één met dezelfde uitvoerder (Je pars tôt pour éviter les bouchons) en één met verschillende uitvoerders (Je pars tôt pour que les enfants arrivent à l’heure).
Verwante onderwerpen
- Vereiste voorkennis: Aanleidingen voor de subjonctif — herhaal hoe vaste uitdrukkingen bepalen dat een Franse bijzin de subjonctif krijgt.
Vereiste kennis
Signalen voor de subjonctif in het FransB1Meer B2-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Conjonctions de Subordination in Frans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Frans · B2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen