Onderschikkende voegwoorden in het Nederlands
Onderschikkende Voegwoorden
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Nederlands op Settemila Lingue.
In het kort
Een onderschikkend voegwoord leidt een bijzin in: een zinsdeel dat niet als zelfstandige mededeling naast de hoofdzin staat. In zo’n bijzin komen de werkwoorden gewoonlijk aan het einde: Ik blijf thuis, omdat het regent en Ik weet dat hij morgen komt. Staat de bijzin vooraan, dan volgt in de hoofdzin meestal omkering: Omdat het regent, blijf ik thuis.
Overzicht
Woorden als dat, omdat, als, wanneer, hoewel, voordat, nadat, terwijl en zodat verbinden twee gedachten. Ze maken daarbij één gedachte ondergeschikt aan de andere. In Ik neem een paraplu omdat het regent is ik neem een paraplu de hoofdzin. Omdat het regent is de bijzin: die geeft de reden en hoort inhoudelijk bij de hoofdzin.
Dit onderwerp komt vanaf niveau A2 vaak voor, omdat je er redenen, voorwaarden, tijd, tegenstellingen en doelen mee kunt uitdrukken. De belangrijkste beginnersregel is eenvoudig: na een onderschikkend voegwoord staat de persoonsvorm achteraan. De persoonsvorm is het werkwoord dat verandert als het onderwerp of de tijd verandert, zoals kom in ik kom en komt in hij komt.
Omdat de uitleg én de voorbeelden hier Nederlands zijn, hoef je niet tussen twee talen te schakelen. Let juist op het verschil binnen het Nederlands: een losse hoofdzin heeft de persoonsvorm meestal op de tweede plaats, maar dezelfde mededeling krijgt in een bijzin een andere woordvolgorde. Vergelijk Het regent met omdat het regent en Hij kan niet komen met omdat hij niet kan komen.
Hoe werkt het?
De basisbouw
Een hoofdzin volgt meestal het patroon eerste zinsdeel + persoonsvorm + rest:
- Ik blijf vandaag thuis.
- Vandaag blijf ik thuis.
Na een onderschikkend voegwoord schuift de persoonsvorm naar het einde van de bijzin:
- omdat ik vandaag thuis blijf
- hoewel ik vandaag thuis blijf
Het onderwerp (wie of wat iets doet) staat in een eenvoudige bijzin meestal direct na het voegwoord. Het basisschema is dus:
voegwoord + onderwerp + overige informatie + werkwoord(en)
Bij één werkwoord is dat goed te zien:
- omdat + het + hard + regent
- als + je + morgen + komt
Bij meer werkwoorden staat de hele werkwoordgroep aan het einde:
- omdat ik morgen moet werken
- dat zij het boek heeft gelezen
- voordat we naar huis kunnen gaan
Voor A2 is het vooral belangrijk dat alle werkwoorden naar het einde gaan. Binnen zo’n werkwoordgroep bestaan soms meerdere aanvaarde volgordes; die komen later in dit artikel aan bod.
Bijzin achter of voor de hoofdzin
De bijzin kan na de hoofdzin staan:
- Ik ga fietsen, hoewel het koud is.
- We eten eerst, voordat we vertrekken.
Hij kan ook vooraan staan. De hele bijzin neemt dan de eerste plaats in. Daardoor komt in de hoofdzin meteen de persoonsvorm, en pas daarna het onderwerp:
- Hoewel het koud is, ga ik fietsen.
- Voordat we vertrekken, eten we eerst.
Zeg dus niet: Hoewel het koud is, ik ga fietsen. Na een vooropgeplaatste bijzin heb je ga ik, niet ik ga.
Wat drukken de belangrijkste voegwoorden uit?
| Voegwoord | Eenvoudige betekenis | Gebruik en voorbeeld |
|---|---|---|
| dat | de inhoud van een gedachte, uitspraak of waarneming | Ik denk dat hij thuis is. |
| omdat | reden of oorzaak | Ik bel je omdat ik hulp nodig heb. |
| als | voorwaarde, of een herhaald/algemeen tijdstip | Als je tijd hebt, drinken we koffie. |
| wanneer | tijdstip; soms een wat formelere voorwaarde | Bel me wanneer je aankomt. |
| hoewel | tegenstelling ondanks een feit | Hoewel ze moe is, werkt ze door. |
| voordat | de bijzin gebeurt later dan wat in de hoofdzin staat | Ik controleer de deur voordat ik vertrek. |
| nadat | de bijzin gebeurt eerder dan wat in de hoofdzin staat | Nadat hij had gegeten, ging hij wandelen. |
| terwijl | twee situaties tegelijk, of een contrast | Zij kookt terwijl ik de tafel dek. |
| zodat | gevolg of bedoeld resultaat | Praat langzaam, zodat iedereen je kan volgen. |
Dat: de inhoud van denken, zeggen en weten
Dat leidt vaak een bijzin in na werkwoorden als denken, zeggen, weten, hopen, horen, zien en vinden:
- Ik weet dat de winkel gesloten is.
- Ze zegt dat ze later komt.
- We hopen dat alles goed gaat.
Dat heeft hier niet de aanwijzende betekenis van dat boek. Het is alleen de verbinding tussen de hoofdzin en de inhoud ervan. In zorgvuldig standaard-Nederlands laat je dit voegwoord niet zomaar weg. Ik denk hij is thuis klinkt voor veel sprekers onaf of zeer informeel. Gebruik liever Ik denk dat hij thuis is.
Omdat tegenover want
Omdat en want kunnen allebei een reden geven, maar hun grammatica verschilt:
- Ik blijf thuis, omdat ik ziek ben.
- Ik blijf thuis, want ik ben ziek.
Na omdat volgt een bijzin en staat ben achteraan. Want is een nevenschikkend voegwoord: erna blijft de gewone hoofdzinvolgorde ik ben. Deze tegenstelling is een goede controle bij het schrijven. Zie je omdat, zoek dan het werkwoord aan het einde van de bijzin.
Als en wanneer
Als heeft twee veelvoorkomende functies. Het geeft een voorwaarde aan in Als het morgen regent, blijven we thuis. Het kan ook een herhaalde of algemene tijdssituatie noemen: Als ik moe ben, ga ik vroeg naar bed.
Wanneer vraagt of vertelt meestal op welk tijdstip iets gebeurt: Weet je wanneer de trein vertrekt? In veel tijdszinnen zijn als en wanneer allebei mogelijk: Bel me als/wanneer je aankomt. Wanneer legt iets meer nadruk op het tijdstip en klinkt in sommige situaties formeler.
Voor één afgeronde gebeurtenis in het verleden gebruik je vaak toen, niet als: Toen ik thuiskwam, sliep iedereen al. Dat onderscheid hoort niet tot de kernlijst van dit onderwerp, maar voorkomt een veelgemaakte fout.
Voordat, nadat en terwijl
Deze drie voegwoorden ordenen gebeurtenissen in de tijd:
- Voordat ik ga, eet ik iets. Eerst eten, daarna weggaan.
- Nadat ik had gegeten, ging ik weg. Eerst eten, daarna weggaan.
- Terwijl ik at, luisterde ik naar de radio. De twee gebeurtenissen vonden tegelijk plaats.
Let vooral bij voordat en nadat op de logische volgorde. Het voegwoord vertelt vanuit welke gebeurtenis je kijkt. In een zin over het verleden staat na nadat vaak een voltooid verleden tijd, zoals had gegeten, omdat de gebeurtenis al voltooid was vóór de volgende gebeurtenis.
Terwijl kan ook een tegenstelling uitdrukken, zonder echte gelijktijdigheid: Mijn broer houdt van drukke steden, terwijl ik liever op het platteland woon.
Hoewel en zodat
Hoewel combineert twee feiten die niet vanzelf bij elkaar lijken te passen: Hoewel het regent, gaat de wedstrijd door. Beide delen zijn waar; de regen verhindert het doorgaan niet.
Zodat geeft een gevolg of een doel aan:
- gevolg: Het sneeuwde hard, zodat de wegen onbegaanbaar werden.
- bedoeld resultaat: Ik schrijf het adres op, zodat ik het niet vergeet.
Voor beginners is de praktische betekenis meestal genoeg: na zodat lees je wat door de eerste handeling gebeurt of wat iemand ermee wil bereiken.
Voorbeelden in context
Omdat de voorbeeldtaal en de uitlegtaal beide Nederlands zijn, geeft de tweede kolom telkens een eenvoudige omschrijving in plaats van een vertaling.
| Nederlands | Betekenis in eenvoudig Nederlands | Aandachtspunt |
|---|---|---|
| Ik blijf thuis omdat het regent. | De regen is de reden dat ik thuisblijf. | regent staat achteraan. |
| Ze vertelt dat ze een nieuwe baan heeft. | De bijzin geeft de inhoud van haar verhaal. | Na dat komt heeft aan het einde. |
| Als je komt, bel me dan even. | Je moet bellen op voorwaarde dat je komt. | De bijzin staat vooraan; bel begint de hoofdzin. |
| Wanneer de vergadering afgelopen is, drinken we iets. | We drinken iets na het einde van de vergadering. | wanneer noemt het tijdstip. |
| Voordat ik ga, moet ik nog eten. | Eerst eet ik; daarna ga ik weg. | In de hoofdzin volgt moet ik. |
| Nadat hij zijn sleutel had gevonden, kon hij naar binnen. | Eerst vond hij de sleutel; daarna ging hij naar binnen. | had gevonden markeert de eerdere gebeurtenis. |
| Hoewel het koud is, ga ik fietsen. | De kou houdt mij niet tegen. | Geen maar nodig na de bijzin. |
| Mijn dochter leest terwijl ik kook. | Lezen en koken gebeuren tegelijk. | kook sluit de bijzin af. |
| Hij praat veel, terwijl zijn broer juist stil is. | De broers verschillen van elkaar. | terwijl geeft hier contrast aan. |
| Spreek wat luider, zodat iedereen je kan horen. | Luider spreken heeft als doel dat iedereen je hoort. | De werkwoordgroep kan horen staat achteraan. |
| Ik weet dat de trein om acht uur aankomt. | Volgens mijn informatie arriveert de trein om acht uur. | Het scheidbare werkwoord blijft bijeen: aankomt. |
| We gaan wandelen als het straks droog wordt. | Droog weer is de voorwaarde voor de wandeling. | wordt staat achteraan. |
| Ze bleef rustig omdat ze het probleem al had opgelost. | Ze was rustig doordat het probleem klaar was. | Alle werkwoorden staan aan het einde. |
| Hoewel ik niet mee kan gaan, wens ik jullie veel plezier. | Ik ga niet mee, maar wens jullie toch plezier. | mee kan gaan vormt één werkwoordgroep. |
Veelgemaakte fouten
1. De hoofdzinvolgorde na omdat behouden
- Onjuist: Ik blijf thuis omdat ik ben ziek.
- Juist: Ik blijf thuis omdat ik ziek ben.
- Waarom: Omdat maakt van ik ben ziek een bijzin. De persoonsvorm ben verhuist naar het einde.
2. Geen omkering na een bijzin vooraan
- Onjuist: Als je tijd hebt, we drinken koffie.
- Juist: Als je tijd hebt, drinken we koffie.
- Waarom: De hele bijzin vult de eerste plaats. In de hoofdzin komt daarom eerst de persoonsvorm drinken en dan het onderwerp we.
3. Omdat en want dezelfde woordvolgorde geven
- Onjuist: Ik ga naar bed, want ik moe ben.
- Juist: Ik ga naar bed, want ik ben moe.
- Ook juist: Ik ga naar bed, omdat ik moe ben.
- Waarom: Want verbindt twee gelijkwaardige hoofdzinnen; omdat leidt een bijzin in.
4. Hoewel combineren met maar
- Onjuist: Hoewel het duur is, maar ik koop het toch.
- Juist: Hoewel het duur is, koop ik het toch.
- Waarom: Hoewel drukt de tegenstelling al uit. Maar is daarom overbodig. Toch mag wel: dat benadrukt dat het verwachte gevolg uitblijft.
5. De tijdsvolgorde van voordat en nadat verwisselen
- Onjuist bedoeld: Nadat ik vertrek, sluit ik de ramen als je eerst de ramen wilt sluiten.
- Juist: Voordat ik vertrek, sluit ik de ramen.
- Waarom: Voordat kijkt vooruit naar de latere handeling; nadat kijkt terug op een handeling die al heeft plaatsgevonden.
6. Een scheidbaar werkwoord uit elkaar laten in de bijzin
- Onjuist: Ik bel als de trein komt aan.
- Juist: Ik bel als de trein aankomt.
- Waarom: In de hoofdzin zeg je de trein komt aan, maar aan het einde van een bijzin worden aan en komt weer samengevoegd.
Gebruiksnotities
In korte zinnen is een komma vóór een bijzin achteraan niet altijd noodzakelijk: Ik weet dat hij komt. Bij een langere zin of om de grens tussen de zinnen duidelijk te maken, is een komma vaak prettig. Staat de bijzin vooraan, dan zet je normaal een komma tussen bijzin en hoofdzin: Omdat de laatste trein al vertrokken was, namen we een taxi.
In gesprekken is als zeer gewoon voor zowel voorwaarden als tijd: Als je klaar bent, gaan we. Wanneer klinkt soms nadrukkelijker of formeler, maar is zeker niet alleen schrijftaal. In een vraag als Wanneer vertrek je? is het bovendien een vraagwoord en geen voegwoord. In Ik weet niet wanneer je vertrekt leidt hetzelfde woord wel een bijzin in.
Hoewel komt relatief vaak voor in verzorgde spreektaal en schrijftaal. In losse gesprekken kiezen sprekers ook vaak twee hoofdzinnen met maar: Het is koud, maar ik ga toch fietsen. Beide formuleringen zijn goed; de zinsbouw is alleen anders.
Verder dan de basis: gevorderd gebruik
De volgende punten hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later wel tegenkomen.
Volgorde binnen de werkwoordgroep
Bij meerdere werkwoorden is er in Nederlandse bijzinnen soms variatie. Je kunt bijvoorbeeld zowel omdat ik het heb gezien als omdat ik het gezien heb horen en lezen. Beide volgordes zijn standaard, al verschillen voorkeuren per regio, ritme en soort werkwoordgroep. De veilige beginnersregel blijft: zet de werkwoorden samen aan het einde en leer veelvoorkomende groepen als geheel, zoals moet werken, kan komen en heeft gedaan.
Omdat, doordat en zodat
Deze voegwoorden liggen qua betekenis dicht bij elkaar, maar leggen een ander verband:
- omdat geeft doorgaans een reden of verklaring: Ik bleef thuis omdat ik moe was.
- doordat benadrukt vaak een feitelijke oorzaak: De kelder liep onder doordat een leiding barstte.
- zodat noemt het gevolg of het beoogde resultaat: De leiding werd afgesloten, zodat er geen water meer wegstroomde.
In dagelijks taalgebruik overlappen omdat en doordat soms. Het verschil is dus geen absoluut hek, maar omdat past bijzonder goed bij iemands reden en doordat bij een oorzaak buiten iemands bedoeling.
Beknopte alternatieven
Soms kan een spreker een volledige bijzin inkorten:
- Voordat ik vertrek, controleer ik de ramen.
- Voor vertrek controleer ik de ramen.
De tweede versie bevat geen bijzin en dus ook geen werkwoord dat naar achteren moet. Zulke compacte formuleringen komen veel voor in instructies en zakelijke teksten.
Ingebedde en gestapelde bijzinnen
Een bijzin kan zelf weer een andere bijzin bevatten:
Ik denk dat zij thuisblijft omdat haar zoon ziek is.
Hier leidt dat de grotere bijzin in en geeft omdat binnen die bijzin de reden. Zulke zinnen worden snel zwaar. In verzorgde tekst helpt het om niet te veel bijzinnen op elkaar te stapelen en lange informatie over twee zinnen te verdelen.
Oefentips
- Bouw elke zin in twee stappen. Schrijf eerst twee hoofdzinnen: Ik blijf thuis. Ik ben moe. Vervang daarna de punt door een voegwoord en verplaats het werkwoord: Ik blijf thuis omdat ik moe ben.
- Oefen paren met dezelfde betekenis. Vergelijk want ik ben moe met omdat ik moe ben, en Het is koud, maar ik fiets met Hoewel het koud is, fiets ik. Zo koppel je het voegwoord direct aan de juiste woordvolgorde.
- Markeer de werkwoorden. Onderstreep in een tekst alle vormen van dat, omdat, als, wanneer, hoewel, voordat, nadat, terwijl en zodat. Omcirkel daarna de werkwoorden die bij hun bijzin horen. Controleer of die aan het einde bij elkaar staan.
Verwante onderwerpen
- Eerst leren: Woordvolgorde in de bijzin — de basisregel voor de plaats van de persoonsvorm en andere werkwoorden in een bijzin.
- Later verdiepen: Complexe bijzinnen — langere zinnen, ingebedde bijzinnen en verfijndere verbanden tussen mededelingen.
Vereiste kennis
Woordvolgorde in de Nederlandse bijzinA2Concepten die hierop voortbouwen
Meer A2-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Onderschikkende Voegwoorden in Nederlands met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Nederlands · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen