Relatieve Bijzinnen met who, which en that in het Engels
Basic Relative Clauses
Overzicht
Relatieve bijzinnen (relative clauses) voeg je informatie toe over een persoon of ding dat je al hebt genoemd. Ze worden ingeleid door de betrekkelijke voornaamwoorden who, which en that.
De keuze is eenvoudig: who voor mensen, which voor dingen, en that kan voor zowel mensen als dingen worden gebruikt (in informele contexten). In het Engels maak je dit onderscheid altijd — in het Nederlands gebruik je "die" of "dat" afhankelijk van het woordgeslacht, maar in het Engels is het puur persoon vs. ding.
Er zijn twee soorten relatieve bijzinnen: beperkende (geen komma's — de informatie is noodzakelijk) en niet-beperkende (met komma's — de informatie is extra). Op A2-niveau focus je op de beperkende.
Hoe het werkt
Who — voor mensen
The woman who lives next door is a doctor. I know someone who speaks six languages.
Which — voor dingen en dieren
The car which I bought is already broken. I love the book which you recommended.
That — voor mensen en dingen (informeel)
The girl that I met was very nice. The film that we watched was amazing.
Structuur
[zelfstandig naamwoord] + [who/which/that] + [rest van de relatieve bijzin]
| Zelfstandig naamwoord | Betrekkelijk voornaamwoord | Relatieve bijzin |
|---|---|---|
| The man | who | works here is friendly. |
| The book | which/that | I read was interesting. |
| The woman | who/that | called is my sister. |
Voorbeelden in context
| Engels | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| The boy who broke the window apologized. | De jongen die het raam brak, bood zijn excuses aan. | persoon als onderwerp |
| The film that I saw last night was brilliant. | De film die ik gisteravond zag, was geweldig. | ding als object |
| I have a friend who speaks five languages. | Ik heb een vriend die vijf talen spreekt. | persoon |
| This is the house which I grew up in. | Dit is het huis waar ik ben opgegroeid. | ding |
| The doctor who treated me was very kind. | De dokter die me behandelde was erg aardig. | persoon |
| The book that you gave me is wonderful. | Het boek dat je me gaf is geweldig. | ding — "that" |
| She works for a company that makes software. | Ze werkt voor een bedrijf dat software maakt. | ding — "that" |
| I don't like people who are rude. | Ik hou niet van mensen die onbeleefd zijn. | persoon — algemeen |
| Is that the bag which you bought? | Is dat de tas die je gekocht hebt? | ding — vraag |
| The colleague who helped me is called Ana. | De collega die me hielp heet Ana. | persoon |
Veelgemaakte fouten
"Which" voor mensen
- Fout: The man which called is my brother.
- Correct: The man who called is my brother.
- Waarom: "Which" gebruik je voor dingen, niet voor mensen. Gebruik "who" of "that".
Dubbel onderwerp in de bijzin
- Fout: The girl who she lives next door is nice.
- Correct: The girl who lives next door is nice.
- Waarom: "Who" vervangt al het onderwerp — je hebt geen extra "she" nodig.
"That" in niet-beperkende bijzinnen
- Fout: My brother, that lives in London, is a chef.
- Correct: My brother, who lives in London, is a chef.
- Waarom: In niet-beperkende bijzinnen (met komma's) gebruik je "who" of "which", nooit "that".
Oefentips
- Combineer zinnen: Schrijf twee zinnen en combineer ze met een relatieve bijzin: "I have a friend. She speaks Italian." → "I have a friend who speaks Italian."
- Beschrijf objecten: Beschrijf dingen in je kamer: "This is a chair which I bought last year."
- People-watching: Beschrijf mensen die je ziet: "The woman who is wearing a red hat is reading a newspaper."
Verwante concepten
- Vereiste: Vraagwoorden — who/which als vraagwoord vs. betrekkelijk voornaamwoord
- Volgende stappen: Relatieve Bijzinnen: where, when, whose — geavanceerdere relatieve bijzinnen
Vereiste kennis
Persoonlijke Voornaamwoorden in het EngelsA1Concepten die hierop voortbouwen
Meer A2-concepten
Wil je Relatieve Bijzinnen met who, which en that in het Engels en meer Engels-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.
Gratis beginnen