B1

Betrekkelijke bijzinnen in het Duits

Relativsätze

Overzicht

Betrekkelijke bijzinnen voegen informatie toe over een naamwoord in de hoofdzin. In plaats van twee aparte zinnen te maken, combineer je ze: "De man is mijn leraar. De man staat daar." → "De man die daar staat is mijn leraar."

Het Duitse betrekkelijk voornaamwoord lijkt sterk op het bepaalde lidwoord (der, die, das), maar het functioneert anders. Het moet overeenkomen in geslacht en getal met het naamwoord waarnaar het verwijst, terwijl de naamval wordt bepaald door de rol in de bijzin. Net als alle bijzinnen gaat het werkwoord naar het einde.

Hoe het werkt

Betrekkelijke voornaamwoorden

Naamval Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig Meervoud
Nominatief der die das die
Accusatief den die das die
Datief dem der dem denen
Genitief dessen deren dessen deren

Stap voor stap het juiste voornaamwoord kiezen:

  1. Geslacht/getal: kijk naar het naamwoord waarnaar verwezen wordt
  2. Naamval: kijk naar de rol in de bijzin (onderwerp = nom., lijdend vw. = acc., etc.)

Komma: altijd rondom de bijzin. Woordvolgorde: bijzin werkwoord naar het einde.

Voorbeelden in context

Duits Nederlands Opmerking
Der Mann, der dort steht, ist mein Lehrer. De man die daar staat is mijn leraar. Mannelijk nominatief
Das Buch, das ich lese, ist interessant. Het boek dat ik lees is interessant. Onzijdig accusatief
Die Frau, der ich helfe, ist nett. De vrouw die ik help is aardig. Vrouwelijk datief
Die Kinder, die im Garten spielen. De kinderen die in de tuin spelen. Meervoud nominatief
Der Film, den wir gesehen haben. De film die we gezien hebben. Mannelijk accusatief
Das Restaurant, in dem wir gegessen haben. Het restaurant waarin we gegeten hebben. Onzijdig datief + voorzetsel
Der Mann, dessen Auto rot ist. De man wiens auto rood is. Mannelijk genitief
Die Leute, denen ich geholfen habe. De mensen aan wie ik geholpen heb. Meervoud datief
Die Stadt, in der ich wohne. De stad waar ik woon. Vrouwelijk datief + voorzetsel
Das Haus, das wir kaufen wollen. Het huis dat we willen kopen. Modaal aan het einde

Veelgemaakte fouten

Verkeerde naamval voor het betrekkelijk voornaamwoord

  • Fout: Der Mann, der ich sehe, ist nett.
  • Correct: Der Mann, den ich sehe, ist nett.
  • Waarom: Het voornaamwoord is het lijdend voorwerp van sehen (accusatief), niet het onderwerp.

Werkwoord niet naar het einde

  • Fout: Das Buch, das ist interessant, das ich lese.
  • Correct: Das Buch, das ich lese, ist interessant.
  • Waarom: In de bijzin gaat het werkwoord naar het einde.

"Dass" vs. "das" verwarren

  • Fout: Das Buch, dass ich lese.
  • Correct: Das Buch, das ich lese.
  • Waarom: Das (één s) = betrekkelijk voornaamwoord (onzijdig). Dass (twee s) = voegwoord ('dat').

Gebruiksnotities

In de spreektaal hoor je soms wo als betrekkelijk voornaamwoord bij plaatsnamen: Die Stadt, wo ich wohne. Dit is informeel en moet worden vermeden in schrijftaal.

Oefentips

  1. Oefen door twee eenvoudige zinnen samen te voegen: "Ich lese ein Buch. Das Buch ist interessant." → "Das Buch, das ich lese, ist interessant."
  2. Stel altijd twee vragen: (1) Wat is het geslacht/getal van het naamwoord? (2) Welke naamval heeft het voornaamwoord in de bijzin?
  3. Lees Duitstalige teksten en onderstreep betrekkelijke bijzinnen. Analyseer het voornaamwoord.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Bijzinnen: weil, dass in het DuitsA2

Concepten die hierop voortbouwen

Meer B1-concepten

Wil je Betrekkelijke bijzinnen in het Duits en meer Duits-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen