B2

Plaatsing van voornaamwoorden in het Portugees

Colocação dos Pronomes

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Portugees op Settemila Lingue.

In het kort

Een onbeklemtoond voornaamwoord als me, te, o of lhe kan in het Portugees vóór het werkwoord staan (não o vi), er met een koppelteken achter staan (dou-te) of, in formele toekomstvormen, midden in het werkwoord staan (dar-te-ei). Ontkenningen, vraagwoorden en veel onderschikkende woorden trekken het voornaamwoord naar voren. Zonder zo’n aantrekker kiest de Europese standaardtaal vaak voor plaatsing achter het werkwoord, terwijl gesproken Braziliaans meestal plaatsing ervoor verkiest.

Overzicht

Bij colocação dos pronomes gaat het om de plaats van onbeklemtoonde persoonlijke voornaamwoorden. ‘Onbeklemtoond’ betekent dat het woordje niet zelfstandig de nadruk krijgt, maar in de uitspraak nauw bij een werkwoord hoort. Het kan een lijdend voorwerp vervangen (wie of wat de handeling rechtstreeks ondergaat), zoals o in vi-o ‘ik zag hem’, een meewerkend voorwerp (aan of voor wie iets gebeurt), zoals lhe in dei-lhe o livro ‘ik gaf hem of haar het boek’, of een wederkerende functie hebben, zoals me in levantei-me ‘ik stond op’.

Op B2-niveau leer je niet alleen welke voornaamwoorden bestaan, maar ook waarom hun plaats verandert. De drie traditionele namen zijn próclise (vóór het werkwoord), ênclise (achter het werkwoord) en mesóclise (in een toekomstige of voorwaardelijke werkwoordsvorm). Deze plaatsing is geen vrije woordvolgorde: woorden als não, quem en que kunnen een bepaalde positie verplicht of sterk gewenst maken.

Voor Nederlandstaligen voelt dit ongewoon. In het Nederlands staan ‘hem’, ‘haar’ en ‘me’ los van het werkwoord; een koppelteken of een vorm als dar-te-ei bestaat niet. Bovendien kan de meest natuurlijke keuze verschillen tussen Portugal en Brazilië. Daarom is het nuttiger om vaste patronen te leren dan de Nederlandse woordvolgorde letterlijk over te nemen.

Hoe het werkt

De voornaamwoorden waarop de regels van toepassing zijn

De plaatsingsregels gelden vooral voor de korte, onbeklemtoonde vormen me, te, se, o, a, lhe, nos, vos, os, as, lhes. De vormen o, a, os, as vervangen doorgaans een rechtstreeks object; lhe en lhes betekenen meestal ‘aan hem/haar/hen’ of ‘voor hem/haar/hen’. Me, te, nos, vos en se kunnen afhankelijk van het werkwoord verschillende functies hebben.

Een beklemtoonde vorm na een voorzetsel, zoals para mim, de ti of com ela, volgt deze regels niet. In Este presente é para ela staat ela dus gewoon na para; er is geen sprake van próclise of ênclise.

1. Próclise: vóór het werkwoord

Bij próclise staat het voornaamwoord direct vóór de vervoegde werkwoordsvorm: não me lembro. De belangrijkste ‘aantrekkers’ zijn:

  • ontkenningen: não, nunca, ninguém, nada, nem;
  • vraagwoorden en uitroepwoorden: quem, que, quando, como, onde, quanto;
  • onderschikkende woorden: onder meer que, porque, quando, se, embora; zo’n woord leidt een bijzin in, dus een zinsdeel dat afhankelijk is van een hoofdzin;
  • betrekkelijke woorden: que, quem, cujo en vormen met onde;
  • onbepaalde of kwantificerende woorden vóór het werkwoord: bijvoorbeeld alguém, tudo, todos, pouco in constructies als alguém me chamou;
  • bepaalde bijwoorden zonder pauze: bijvoorbeeld aqui se trabalha muito en sempre me ajuda.
Portugees Nederlands Waarom próclise?
Não o vi. Ik heb hem niet gezien. Não trekt o naar voren.
Quem te disse isso? Wie heeft je dat verteld? Het vraagwoord quem staat voor het werkwoord.
Espero que me compreendas. Ik hoop dat je me begrijpt. Que leidt een bijzin in.
Quando se levantou, abriu a janela. Toen hij/zij opstond, deed hij/zij het raam open. Quando leidt de bijzin in.

Een komma kan het verband met een bijwoord verbreken. Vergelijk de formele Europese patronen Aqui se trabalha muito en Aqui, trabalha-se muito. Zonder pauze werkt aqui als aantrekker; met een duidelijke pauze kan in de hoofdzin weer ênclise volgen. In werkelijk taalgebruik spelen ritme, stijl en nationale variant eveneens mee.

2. Ênclise: achter het werkwoord

Bij ênclise komt het voornaamwoord na het werkwoord en schrijf je een koppelteken: dou-te, vi-o, levantou-se. In de Europese standaardtaal is dit de gewone keuze in een bevestigende hoofdzin zonder aantrekker. Ook aan het begin van een formele zin staat het korte voornaamwoord niet los vóór het werkwoord: Disseram-me a verdade.

Ênclise is daarnaast gebruikelijk bij:

  • een bevestigende gebiedende wijs (een bevel of verzoek): Diga-me a verdade;
  • een losse infinitief (de onbepaalde wijs, zoals ‘zeggen’): É melhor dizer-lhe agora;
  • bepaalde gerundiumconstructies (de vorm op -ndo): Saiu, despedindo-se de todos.

De ontkenning verandert een bevel juist in próclise: Não me diga isso. Bij een vervoegde vorm en een infinitief samen bestaan vaak meerdere mogelijkheden; die komen verderop aan bod.

Spelling bij ênclise met o, a, os, as

Het koppelen kan de vorm van het werkwoord en het voornaamwoord veranderen:

  1. Na een werkwoord op -r, -s of -z verdwijnt die eindletter en worden o, a, os, as respectievelijk -lo, -la, -los, -las: fazer + o → fazê-lo, diz + a → di-la, fazemos + o → fazemo-lo.
  2. Na een neusklank op -m, -ão of -õe worden ze -no, -na, -nos, -nas: dão + o → dão-no, põem + a → põem-na.
  3. Andere voornaamwoorden veranderen niet op die manier: dizer-lhe, dar-te, ajudar-nos.

Let ook op het accent in vormen als fazê-lo en comprá-la. Dat accent bewaart de juiste klemtoon nadat de eind-r is verdwenen.

3. Mesóclise: midden in toekomst of voorwaardelijke vorm

Mesóclise splitst een werkwoord in de toekomstige tijd of de voorwaardelijke wijs: dar-te-ei ‘ik zal je geven’ en dir-lhe-ia ‘ik zou hem of haar zeggen’. De voorwaardelijke wijs drukt hier bijvoorbeeld een mogelijkheid of beleefde, denkbeeldige handeling uit.

De opbouw is overzichtelijk:

Basis Mesóclise Nederlands
dar + te + ei dar-te-ei ik zal je geven
dizer + lhe + ia dir-lhe-ia ik zou hem/haar zeggen
fazer + o + ei fá-lo-ei ik zal het doen
enviar + a + emos enviá-la-emos wij zullen haar/het versturen

Mesóclise is alleen mogelijk als niets próclise veroorzaakt. Met een ontkenning staat het hele voornaamwoord vóór de complete werkwoordsvorm: Não te darei o livro, niet não dar-te-ei. Hetzelfde gebeurt in een bijzin: Disse que me telefonaria ‘hij/zij zei dat hij/zij mij zou bellen’.

In hedendaagse taal klinkt mesóclise zeer formeel. Ze komt vooral voor in verzorgde schrijftaal, officiële teksten en traditioneel taalgebruik, en vaker in Portugal dan in alledaags Brazilië. Een gewone spreker kan dezelfde gedachte ook met een omschrijving uitdrukken: vou dar-te o livro in Europees Portugees of vou te dar o livro in Braziliaans Portugees.

Een praktische beslisroute

Ga bij elke vervoegde werkwoordsvorm in deze volgorde te werk:

  1. Staat er een aantrekker? Kies próclise: não me viu, quem te chamou, quando se levantou.
  2. Is het een toekomst- of voorwaardelijke vorm zonder aantrekker en is de stijl zeer formeel? Mesóclise is mogelijk: dar-lhe-ei, contar-te-ia.
  3. Is het Europees Portugees in een bevestigende hoofdzin zonder aantrekker? Kies doorgaans ênclise: vi-o, telefonou-me.
  4. Is het hedendaags gesproken Braziliaans? Próclise is vaak de natuurlijke ongemarkeerde keuze: eu o vi, ela me telefonou. Houd in formele schrijftaal rekening met strengere school- en redactienormen.

Voorbeelden in context

Portugees Nederlands Opmerking
Não o vi ontem. Ik heb hem gisteren niet gezien. Próclise na ontkenning.
Nunca me contaram essa história. Ze hebben mij dat verhaal nooit verteld. Nunca trekt me naar voren.
Quem te disse isso? Wie heeft je dat verteld? Próclise na een vraagwoord.
O livro que me emprestaste é ótimo. Het boek dat je me hebt geleend is geweldig. Que leidt een betrekkelijke bijzin in.
Se nos convidarem, iremos. Als ze ons uitnodigen, gaan we. Próclise in een voorwaardelijke bijzin.
Todos se lembram daquele dia. Iedereen herinnert zich die dag. Todos staat vóór het werkwoord.
Dou-te o livro amanhã. Ik geef je het boek morgen. Europese ênclise zonder aantrekker.
Ela levantou-se cedo. Ze stond vroeg op. Neutrale Europese hoofdzin.
Diga-me o seu nome, por favor. Zegt u mij alstublieft uw naam. Bevestigend verzoek.
Não me diga o resultado! Vertel me de uitslag niet! Ontkennend bevel geeft próclise.
É melhor avisá-lo hoje. Het is beter hem vandaag te waarschuwen. Ênclise bij de infinitief; avisar + o wordt avisá-lo.
Dar-te-ei o livro amanhã. Ik zal je het boek morgen geven. Formele mesóclise.
Não te darei o livro hoje. Ik zal je het boek vandaag niet geven. Não sluit mesóclise uit.
Eu te ligo mais tarde. Ik bel je later. Gewoon gesproken Braziliaans.
Telefonou-me assim que chegou. Hij/zij belde me zodra hij/zij aankwam. Gewoon Europees Portugees.

Veelgemaakte fouten

Na não toch ênclise gebruiken

  • Onjuist: Não vi-o ontem.
  • Juist: Não o vi ontem.
  • Waarom: Não veroorzaakt próclise. Het voornaamwoord moet vóór de vervoegde vorm staan.

De Nederlandse plaatsing woord voor woord volgen

  • Onjuist: Eu vi ele ontem als neutrale formele vervanging van ‘ik zag hem’.
  • Juist: Eu o vi ontem (gebruikelijk in Brazilië) of Vi-o ontem (gebruikelijk in Portugal).
  • Waarom: Nederlands ‘hem’ is een zelfstandig objectwoord, maar de formele Portugese standaard gebruikt hier het onbeklemtoonde objectvoornaamwoord o. In informeel Braziliaans komt vi ele wel voor, maar dat is niet in elke stijl passend.

Een bevestigend en ontkennend bevel hetzelfde behandelen

  • Onjuist: Não diga-me isso.
  • Juist: Não me diga isso.
  • Waarom: Een bevestigend verzoek heeft vaak ênclise (diga-me), maar não trekt het voornaamwoord naar voren.

Mesóclise gebruiken ondanks een aantrekker

  • Onjuist: Nunca dir-te-ei isso.
  • Juist: Nunca te direi isso.
  • Waarom: Nunca vereist próclise. Mesóclise hoort alleen bij een toekomst- of voorwaardelijke vorm zonder zo’n voorafgaand element.

De spelling bij o of a niet aanpassen

  • Onjuist: Quero dizer-o agora.
  • Juist: Quero dizê-lo agora.
  • Waarom: Na de infinitief op -r verdwijnt de r, wordt o tot lo en krijgt dizê- een accent om de klemtoon te behouden.

Een voornaamwoord aan het voltooid deelwoord vastmaken

  • Onjuist: Tenho visto-o muitas vezes.
  • Juist: Tenho-o visto muitas vezes (formeler Europees) of Eu o tenho visto muitas vezes (Braziliaans).
  • Waarom: In een samengestelde werkwoordsvorm wordt het korte voornaamwoord in de moderne standaardtaal niet aan het voltooid deelwoord gekoppeld. Het voltooid deelwoord is hier visto, de vorm die samen met ter de voltooide tijd maakt.

Gebruiksnotities

Portugal en Brazilië

Het grootste praktische verschil is de neutrale plaats zonder aantrekker. In Europees Portugees is ênclise zeer levend: Conheço-o, Ela chamou-me, Sentámo-nos. In gesproken Braziliaans staat het voornaamwoord meestal vóór het werkwoord: Eu conheço ele komt informeel veel voor, terwijl eu o conheço de verzorgde vorm met een objectvoornaamwoord is; daarnaast zijn ela me chamou en a gente se sentou heel gewoon.

Een zin beginnen met een onbeklemtoond voornaamwoord is in Brazilië normaal in spontane taal: Me disseram que a loja fechou. Traditionele formele normen geven echter de voorkeur aan Disseram-me que a loja fechou of aan een expliciet onderwerp, Eles me disseram.... Wie voor studie, examen of werk schrijft, doet er dus goed aan de gevraagde nationale norm en het gewenste register te kennen.

Niet elke aantrekker werkt even mechanisch

De harde gevallen zijn vooral ontkenning, vraagwoorden en onderschikkende of betrekkelijke woorden. Bij bijwoorden, vooropgeplaatste zinsdelen en een uitgedrukt onderwerp bestaat meer variatie. Zo is Eu te disse volkomen natuurlijk in Brazilië, terwijl Europees Portugees eerder Eu disse-te gebruikt. Leer eerst de heldere verplichte patronen en behandel subtielere keuzes als registerkennis.

Vorm en betekenis horen bij elkaar

De keuze tussen o/a en lhe gaat vooraf aan de plaatsing. Vi-o betekent ‘ik zag hem’, maar dei-lhe o livro betekent ‘ik gaf hem of haar het boek’. Een correct geplaatst maar verkeerd gekozen voornaamwoord blijft dus fout. Bepaal eerst de functie in de zin en pas daarna de plaatsingsregel toe.

Verder dan de basis: gevorderd gebruik

Werkwoordgroepen met een infinitief

Bij een vervoegd werkwoord plus infinitief zijn meerdere posities mogelijk, met verschillen per variant en constructie. In Europees Portugees hoor en lees je bijvoorbeeld quero-te dizer uma coisa en quero dizer-te uma coisa. In Brazilië is quero te dizer uma coisa zeer natuurlijk. Met een aantrekker komt vaak não te quero dizer voor; não quero dizer-te is eveneens mogelijk doordat het voornaamwoord nauw bij de infinitief dizer hoort.

Behandel een werkwoordgroep daarom niet blind alsof er maar één werkwoord staat. Vraag welk werkwoord inhoudelijk bij het voornaamwoord hoort en welke nationale variant je gebruikt. Bij twijfel is het verstandig een veelvoorkomend volledig patroon te leren, bijvoorbeeld não te posso ajudar (Portugal en verzorgde algemene taal) naast Braziliaans não posso te ajudar.

Samengestelde tijden

In tenho-o visto of não o tenho visto draagt het hulpwerkwoord ter de vervoeging en blijft visto onveranderd. Een aantrekker zet het voornaamwoord vóór het hulpwerkwoord: Nunca o tinha visto. Zonder aantrekker kan Europees Portugees het aan het hulpwerkwoord koppelen: Tinha-o visto antes. Braziliaans gebruikt veelal Eu o tinha visto antes.

Twee voornaamwoorden samen

In verzorgde taal kunnen korte voornaamwoorden samensmelten, bijvoorbeeld lhe + o → lho: Expliquei-lho ontem ‘ik heb het hem/haar gisteren uitgelegd’. De plaatsingsregels blijven gelden: met ontkenning wordt dat Não lho expliquei. Zulke combinaties zijn in hedendaags Braziliaans veel minder gewoon; daar kiest men vaak een doorzichtiger omschrijving, zoals Expliquei isso a ele. Dit is gevorderde kennis: herkenning is belangrijker dan geforceerd gebruik.

Mesóclise als stijlmiddel

Mesóclise is grammaticaal, maar niet automatisch de beste keuze. Enviar-lhe-ei os documentos amanhã past bij een formele brief; in een gewoon gesprek klinkt vou enviar-lhe os documentos amanhã in Portugal natuurlijker, en vou enviar os documentos para você amanhã in Brazilië vaak nog gewoner. Wie mesóclise te vaak gebruikt, klinkt eerder plechtig of ironisch dan bijzonder correct.

Oefentips

  1. Markeer eerst de aantrekker. Neem tien zinnen en onderstreep não, nunca, quem, que, quando of se. Zet pas daarna het voornaamwoord neer. Zo leer je de oorzaak van de plaatsing in plaats van losse zinnen uit het hoofd.
  2. Oefen per nationale variant. Maak van dezelfde boodschap twee versies: Ela chamou-me voor Portugal en Ela me chamou voor Brazilië. Meng de normen niet willekeurig binnen één formele tekst.
  3. Bouw contrastparen. Zet een bevestigende zin naast een ontkennende: Diga-me tegenover Não me diga en Dar-te-ei tegenover Não te darei. Hardop oefenen maakt zowel de plaats als het ritme herkenbaar.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Lijdend-voorwerpsvoornaamwoorden in het PortugeesA1

Meer B2-concepten

Oefen Colocação dos Pronomes in Portugees met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Portugees · B2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen