B1

Lijdende vorm in het Nederlands

Lijdende Vorm

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Nederlands op Settemila Lingue.

Kort gezegd

In een lijdende zin staat niet de uitvoerder, maar de persoon of zaak die de handeling ondergaat centraal: De monteur repareert de fiets wordt De fiets wordt gerepareerd. De basisvorm is worden + voltooid deelwoord; met zijn + voltooid deelwoord beschrijf je meestal een voltooide handeling of de toestand die daarvan het resultaat is. De uitvoerder kan met door worden toegevoegd, maar blijft vaak onvermeld.

Overzicht

De lijdende vorm, ook wel het passief, bekijkt een handeling vanuit de ontvanger ervan. In De politie arresteert de verdachte is de politie het onderwerp (wie of wat de handeling uitvoert) en de verdachte het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat). In De verdachte wordt gearresteerd is de verdachte het onderwerp geworden. Wie de arrestatie uitvoert, is niet genoemd.

Dat perspectief is nuttig wanneer de uitvoerder onbekend, vanzelfsprekend of minder belangrijk is. Daarom kom je het passief vaak tegen in nieuwsberichten, instructies, zakelijke teksten en beschrijvingen van processen: De aanvragen worden binnen vijf werkdagen beoordeeld. Ook in gewone gesprekken is het heel normaal: Mijn fiets is gestolen.

Op B1-niveau is vooral het onderscheid tussen worden en zijn, de plaats van het voltooid deelwoord en het eventuele gebruik van door belangrijk. Omdat de uitleg en de doeltaal hier allebei Nederlands zijn, is er geen verschil tussen een Nederlandse vertaling en het Nederlandse voorbeeld. Let daarom extra op het perspectief: in alledaags Nederlands klinkt een actieve zin of een zin met je vaak vanzelfsprekend, maar het passief kiest bewust de ontvanger van de handeling als uitgangspunt.

Zo werkt het

Van een actieve naar een lijdende zin

Neem eerst een actieve zin:

De kok bereidt de maaltijd.

  • de kok = het onderwerp: de uitvoerder;
  • de maaltijd = het lijdend voorwerp: wat de handeling ondergaat;
  • bereidt = de persoonsvorm: het werkwoord dat met het onderwerp meeverandert.

De lijdende zin wordt:

De maaltijd wordt door de kok bereid.

Daarbij gebeuren drie dingen:

  1. Het lijdend voorwerp de maaltijd wordt het onderwerp.
  2. Het hoofdwerkwoord bereiden wordt een voltooid deelwoord (de werkwoordsvorm zoals bereid, gemaakt of geschreven).
  3. Je voegt een vorm van worden toe. De oude uitvoerder kan terugkomen na door.

De kernformule is:

nieuw onderwerp + vorm van worden/zijn + overige zinsdelen + voltooid deelwoord

Actief Lijdend Wat verandert?
De buurman schildert de deur. De deur wordt door de buurman geschilderd. de deur wordt onderwerp
De medewerkers controleren de formulieren. De formulieren worden door de medewerkers gecontroleerd. meervoud: worden
Iemand heeft mijn tas gevonden. Mijn tas is gevonden. uitvoerder is niet belangrijk

Niet elke zin heeft een bruikbaar passief met een nieuw onderwerp. Gewoonlijk heb je daarvoor een werkwoord met een lijdend voorwerp nodig. De baby slaapt heeft geen lijdend voorwerp, dus de baby kan niet op dezelfde manier van voorwerp tot onderwerp veranderen. Er bestaat wel een onpersoonlijke vorm als Er wordt geslapen; die komt verderop aan bod.

Worden: handeling of proces

Met worden + voltooid deelwoord presenteer je de handeling als iets dat gebeurt. De tijd blijkt uit de vorm van worden.

Tijd Vorm Voorbeeld Betekenis
tegenwoordige tijd word / wordt / worden De brug wordt geopend. Het openen gebeurt nu of volgens een vaste regeling.
verleden tijd werd / werden De brug werd geopend. Het openen gebeurde in het verleden.
infinitief worden De brug moet worden geopend. Het openen is nodig.

Wordt en worden moeten passen bij het nieuwe onderwerp:

  • Het pakket wordt bezorgd.
  • De pakketten worden bezorgd.
  • Ik word morgen gebeld.

Een tegenwoordige lijdende vorm betekent niet altijd dat de handeling precies op het spreekmoment bezig is. De post wordt elke ochtend bezorgd beschrijft een gewoonte. De tijdsbepaling maakt duidelijk of het om nu, een herhaling of een geplande handeling gaat.

Zijn: voltooiing, resultaat of toestand

Met zijn + voltooid deelwoord leg je meestal de nadruk op een voltooide handeling of op de toestand erna:

  • De brief is geschreven: het schrijven is klaar; de brief bestaat nu als geschreven brief.
  • De deur is gesloten: iemand heeft de deur gesloten, of de deur bevindt zich simpelweg in gesloten toestand.
  • De stoelen zijn gereserveerd: de reservering is gedaan en geldt nu.

De grens tussen voltooide handeling en huidige toestand is niet altijd scherp. De winkel is gesloten kan betekenen dat de winkel nu niet open is, zonder dat de spreker aan de handeling sluiten denkt. De context bepaalt de lezing.

Vergelijk:

Met worden Met zijn Verschil in aandacht
De zaal wordt versierd. De zaal is versierd. het versieren gebeurt / de versiering is klaar
Het probleem wordt opgelost. Het probleem is opgelost. men werkt aan de oplossing / de oplossing is bereikt
De weg wordt afgesloten. De weg is afgesloten. de afsluiting vindt plaats / de weg is niet toegankelijk

Let op: in de voltooide lijdende vorm blijft geworden in modern Nederlands meestal weg. Je zegt normaal Het huis is in 1990 gebouwd, niet Het huis is in 1990 gebouwd geworden. Bij uitgebreidere tijden en stijlnuances hoort verdere behandeling bij het uitgebreide passief op B2-niveau.

De uitvoerder met door

De handelende persoon of uitvoerder kan worden toegevoegd met door:

  • Het ontwerp is door Noor gemaakt.
  • De verdachte werd door de politie ondervraagd.
  • De schade wordt door de verzekering vergoed.

Noem de uitvoerder alleen wanneer die informatie relevant is. In De verdachte werd gearresteerd is de politie vaak al vanzelfsprekend. Door de politie toevoegen kan dan overbodig zijn. Bij kunst, onderzoek, uitvindingen of verantwoordelijkheid is de naam juist vaak belangrijk: Het schilderij is door Rembrandt gemaakt.

Gebruik door niet voor een middel of oorzaak wanneer een andere voorzetselgroep natuurlijker is:

  • De straat werd door de storm geblokkeerd kan als de storm de veroorzaker is.
  • De straat werd met hekken afgesloten: de hekken zijn het middel, niet de handelende persoon.
  • De vlucht werd wegens mist geannuleerd: wegens mist geeft de reden.

Woordvolgorde in hoofdzinnen

In een gewone hoofdzin staat de persoonsvorm op de tweede plaats. Het voltooid deelwoord staat meestal achteraan:

  • De rekening wordt morgen betaald.
  • Morgen wordt de rekening betaald.
  • De rekening is gisteren betaald.

Zinsdelen zoals tijd, plaats en een door-groep staan doorgaans tussen de persoonsvorm en het voltooid deelwoord. Er zijn meerdere natuurlijke volgordes mogelijk, afhankelijk van wat je wilt benadrukken:

  • De documenten worden morgen door de directeur ondertekend.
  • De documenten worden door de directeur morgen ondertekend.

De eerste versie klinkt in neutrale context meestal natuurlijker. Een zwaar of lang zinsdeel kan ook na het voltooid deelwoord komen: Het voorstel werd afgewezen door een meerderheid van de aanwezige leden.

Woordvolgorde in bijzinnen

Een bijzin (een zinsdeel dat bijvoorbeeld met omdat, dat of als begint) zet de werkwoorden aan het einde:

  • Ik hoor dat de rekening morgen wordt betaald.
  • Omdat de weg is afgesloten, nemen we de trein.
  • Als de aanvraag wordt goedgekeurd, ontvang je bericht.

Bij een modaal werkwoord zoals moeten, kunnen of mogen krijg je meestal een infinitiefgroep aan het eind:

  • De rekening moet vandaag worden betaald.
  • Dit formulier kan online worden ingevuld.
  • De deur mag niet worden geblokkeerd.

Onpersoonlijk passief met er

Ook een werkwoord zonder lijdend voorwerp kan soms in een onpersoonlijke lijdende zin staan. Dan gebruik je vaak er en blijft de persoonsvorm enkelvoudig:

  • Er wordt veel gepraat.
  • Er werd de hele avond gedanst.
  • In dit gebouw wordt niet gerookt.
  • Er wordt aan de weg gewerkt.

Hier is geen persoon of zaak die tot onderwerp wordt gemaakt. De zin benadrukt alleen dat de activiteit plaatsvindt. Deze vorm komt vaak voor op borden, in berichten en wanneer de deelnemers niet belangrijk zijn.

Voorbeelden in context

Voorbeeld Betekenis in gewone woorden Opmerking
Het huis wordt gebouwd. De bouw van het huis is bezig. worden legt de nadruk op het proces.
De brief is geschreven. Het schrijven is klaar. zijn geeft voltooiing of resultaat aan.
Hij werd door de politie gearresteerd. De politie arresteerde hem. De uitvoerder staat na door.
Er wordt veel gepraat. Mensen praten veel; wie precies is niet belangrijk. Onpersoonlijk passief.
De bestellingen worden elke middag verzonden. Men verzendt de bestellingen elke middag. Een terugkerende handeling.
Mijn fiets is vannacht gestolen. Iemand heeft mijn fiets vannacht gestolen. De dader is onbekend.
Het rapport moet voor vrijdag worden ingeleverd. Iemand moet het rapport uiterlijk vrijdag inleveren. Passief met moeten.
Omdat de lift wordt gerepareerd, nemen we de trap. Men repareert de lift, dus gebruiken we de trap. Werkwoorden achteraan in de bijzin.
De uitslag wordt morgen bekendgemaakt. Men maakt de uitslag morgen bekend. Scheidbaar werkwoord: bekendmakenbekendgemaakt.
De kamer is al schoongemaakt. Het schoonmaken van de kamer is klaar. al benadrukt dat het resultaat bereikt is.
In de bibliotheek mag niet worden gegeten. Eten is daar niet toegestaan. Regel met mogen en een onpersoonlijk passief.
Het voorstel werd na een lang debat aangenomen. Men nam het voorstel na een lang debat aan. Verleden tijd; scheidbaar werkwoord aannemen.
De patiënten worden door een specialist onderzocht. Een specialist onderzoekt de patiënten. De uitvoerder is informatief en wordt daarom genoemd.
Als je aanvraag is goedgekeurd, krijg je een e-mail. Na de goedkeuring ontvang je een e-mail. Voltooide handeling vóór het gevolg.

Veelgemaakte fouten

Zijn gebruiken terwijl de handeling nog bezig is

  • Onjuist in deze situatie: Kijk, de straat is gerepareerd! wanneer de werklieden nog aan het werk zijn.
  • Beter: Kijk, de straat wordt gerepareerd!
  • Waarom: wordt gerepareerd richt de aandacht op het lopende proces. Is gerepareerd zegt normaal dat de reparatie voltooid is of dat het resultaat er ligt.

Het hulpwerkwoord niet laten overeenkomen met het onderwerp

  • Fout: De brieven wordt morgen verstuurd.
  • Goed: De brieven worden morgen verstuurd.
  • Waarom: de brieven is meervoud. Daarom gebruik je worden, ook als de niet-genoemde uitvoerder één persoon is.

De actieve uitvoerder als onderwerp laten staan

  • Fout: De monteur wordt de auto gerepareerd.
  • Goed: De auto wordt door de monteur gerepareerd.
  • Waarom: In de lijdende zin wordt de auto het onderwerp. De oorspronkelijke uitvoerder krijgt door.

Het voltooid deelwoord op de verkeerde plaats zetten

  • Fout: De rekening wordt betaald morgen.
  • Goed: De rekening wordt morgen betaald.
  • Waarom: In een neutrale hoofdzin staat het voltooid deelwoord meestal achteraan. Een lang of nadrukkelijk zinsdeel kan soms na het deelwoord komen, maar morgen staat hier natuurlijker ervoor.

Altijd door iemand toevoegen

  • Onnodig zwaar: Mijn portemonnee is door iemand gestolen.
  • Natuurlijker: Mijn portemonnee is gestolen.
  • Waarom: Dat iemand de diefstal heeft gepleegd, spreekt vanzelf. Voeg een door-groep alleen toe als de identiteit of verantwoordelijkheid ertoe doet.

Geworden automatisch toevoegen

  • Ongebruikelijk: De brug is vorig jaar gebouwd geworden.
  • Gewoon Nederlands: De brug is vorig jaar gebouwd.
  • Waarom: In de voltooide lijdende vorm wordt geworden doorgaans weggelaten. Dat verschilt van het zelfstandige werkwoord worden in Hij is arts geworden; daar moet geworden wel blijven staan.

Gebruiksnotities

Het passief is niet uitsluitend formeel. Zinnen als Ik ben gebeld, De trein is geannuleerd en Er wordt aangebeld zijn heel gewoon in gesprekken. Een reeks lange passieve zinnen klinkt echter sneller afstandelijk en zwaar. In een persoonlijke tekst is een actieve zin vaak directer: We sturen je morgen de uitslag klinkt toegankelijker dan De uitslag wordt morgen aan je verstuurd.

In instructies wisselen verschillende stijlen elkaar af:

  • persoonlijk: Je vult eerst je naam in.
  • passief: Eerst wordt de naam ingevuld.
  • gebiedende wijs: Vul eerst je naam in.

Geen van deze vormen is op zichzelf fout. De keuze hangt af van toon en doelgroep. Het passief richt de aandacht op de procedure; je spreekt de lezer direct aan; de gebiedende wijs is kort en duidelijk.

Nieuws- en beleidsteksten gebruiken het passief vaak om de gebeurtenis voorop te zetten: Er zijn nieuwe maatregelen aangekondigd. Soms blijft daardoor onduidelijk wie verantwoordelijk is. Vraag bij het lezen daarom bewust: door wie? Als het antwoord belangrijk is maar ontbreekt, kan de formulering bewust of onbewust vaag zijn.

Het voltooid deelwoord kan ook als bijvoeglijk naamwoord werken: een gesloten deur, de gestolen fiets, de ingevulde formulieren. Dan staat er geen lijdende werkwoordsvorm; het deelwoord beschrijft een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, dier, zaak of begrip). Vergelijk De deur is gesloten met de gesloten deur.

Verder dan de basis

Een gebeurtenis of alleen een toestand?

Sommige zinnen met zijn + voltooid deelwoord zijn dubbelzinnig. De deur is gesloten kan een eerdere handeling samenvatten, maar ook alleen de huidige toestand beschrijven. Een tijdsbepaling maakt de gebeurtenislezing vaak duidelijker: De deur is om negen uur gesloten. Een woord als nog wijst eerder op een toestand: De deur is nog gesloten.

Bij enkele deelwoorden is de bijvoeglijke betekenis zo gewoon dat sprekers nauwelijks aan een handeling denken: Hij is geïnteresseerd, Zij is getrouwd en Ik ben gewend aan de drukte. Leer zulke combinaties als vaste beschrijvingen en probeer ze niet steeds terug te vertalen naar een actieve zin.

Passief met twee voorwerpen

Bij werkwoorden zoals geven heeft de actieve zin vaak een lijdend én een meewerkend voorwerp (de ontvanger van iets): De organisatie geeft de winnaar een prijs. Het gewone passief maakt het lijdend voorwerp tot onderwerp: Een prijs wordt aan de winnaar gegeven.

In spreektaal hoor je soms vormen als Hij kreeg een prijs uitgereikt. Dat is een constructie met krijgen en legt de aandacht op de ontvanger. Zij lijkt qua betekenis op een passief, maar volgt niet simpelweg de basisregel met worden. Behandel zulke vormen als een uitbreiding, niet als vervanging van de kernregel.

Scheidbare en onscheidbare werkwoorden

Het voltooid deelwoord behoudt de normale vorm van het werkwoord:

  • ophalenHet pakket wordt opgehaald;
  • bekendmakenDe winnaar wordt bekendgemaakt;
  • verkopenHet huis wordt verkocht;
  • ondertekenenHet contract wordt ondertekend.

Voeg dus niet op goed geluk ge- toe. Controleer eerst hoe het voltooid deelwoord wordt gevormd. Dat is geen speciale passiefregel; het passief gebruikt gewoon het bestaande voltooid deelwoord.

Alternatieven voor een zwaar passief

Gevorderde schrijvers kiezen bewust tussen meerdere formuleringen:

  • De commissie beoordeelt de aanvraag. — actief en duidelijk over de uitvoerder.
  • De aanvraag wordt beoordeeld. — de aanvraag staat centraal.
  • Men beoordeelt de aanvraag. — onpersoonlijk, soms formeel of afstandelijk.
  • Je aanvraag wordt beoordeeld. — rechtstreeks gericht op de lezer, maar nog steeds passief.
  • We beoordelen je aanvraag. — persoonlijker en vaak klantvriendelijker.

Een goede tekst vermijdt het passief niet krampachtig. Het gaat erom dat onderwerp en perspectief passen bij de informatie die centraal moet staan.

Oefentips

  1. Maak steeds een set van twee zinnen. Schrijf bijvoorbeeld De bakker bakt het brood en zet die zin om in Het brood wordt door de bakker gebakken. Laat daarna de door-groep weg en beoordeel of de zin nog duidelijk is.
  2. Oefen het verschil tussen proces en resultaat. Kies vijf handelingen en maak per handeling twee zinnen: De kamer wordt geschilderd tegenover De kamer is geschilderd. Voeg tijdsbepalingen toe zoals nu, elke zomer, gisteren en al.
  3. Zoek passieve vormen in echte teksten. Onderstreep in een nieuwsbericht alle vormen van worden en zijn met een voltooid deelwoord. Vraag telkens: wat ondergaat de handeling, wie voert haar uit en waarom wordt die uitvoerder wel of niet genoemd?

Verwante onderwerpen

  • Voorkennis: Het werkwoord zijn — nodig voor passieve vormen die een voltooiing of resultaat uitdrukken.
  • Volgende stap: Uitgebreid passief — behandelt het passief in meer tijden, onpersoonlijke vormen en combinaties met modale werkwoorden uitgebreider.

Vereiste kennis

Het werkwoord zijn in het NederlandsA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer B1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Lijdende Vorm in Nederlands met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Nederlands · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen