B2

Uitgebreid passief in het Nederlands

Uitgebreid Passief

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Nederlands op Settemila Lingue.

Kort gezegd

In een passieve zin staat niet de handelende persoon centraal, maar wat de handeling ondergaat: De brief werd gisteren verzonden. Je vormt het passief meestal met worden + voltooid deelwoord; in voltooide tijden gebruik je zijn + voltooid deelwoord, waarbij geworden in neutraal Nederlands doorgaans wegvalt: De brief is verzonden. Zonder gewoon onderwerp gebruik je vaak er: Er wordt hier niet gerookt.

Overzicht

Het passief, ook wel de lijdende vorm, verschuift de aandacht van de uitvoerder naar de handeling of het resultaat. In De monteur repareert de auto is de monteur het onderwerp (wie de handeling uitvoert) en de auto het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat). In De auto wordt gerepareerd wordt de auto het onderwerp. De monteur kan onbekend, onbelangrijk of vanzelfsprekend zijn.

Op B1-niveau leer je meestal de basisvormen wordt gemaakt, werd gemaakt en is gemaakt. Op B2-niveau moet je die vormen ook kunnen combineren met andere tijden, modale werkwoorden zoals moeten en kunnen, langere werkwoordgroepen en het onpersoonlijke er. Dat komt veel voor in nieuwsberichten, instructies, verslagen en zakelijke teksten, maar ook in alledaagse zinnen als Er wordt aangebeld.

Omdat de uitleg én de voorbeelden hier Nederlands zijn, vergelijken we niet met een andere taal. Let vooral op het verschil tussen natuurlijk, actief alledaags Nederlands en het formelere passief. Een leerder kan grammaticaal correcte passieve zinnen maken die toch zwaar klinken. Daarom gaat dit artikel niet alleen over vorm, maar ook over de keuze tussen actief en passief.

Zo werkt het

Van actief naar passief

Neem de actieve zin:

De gemeente opent volgende maand de nieuwe bibliotheek.

De omzetting verloopt zo:

  1. Het lijdend voorwerp de nieuwe bibliotheek wordt het onderwerp.
  2. De persoonsvorm verandert in een vorm van worden.
  3. Het hoofdwerkwoord wordt een voltooid deelwoord (de vorm zoals gemaakt, gezien of geopend).
  4. De oorspronkelijke handelende persoon kan met door worden toegevoegd, maar wordt meestal weggelaten.

Het resultaat is: De nieuwe bibliotheek wordt volgende maand (door de gemeente) geopend.

Het nieuwe onderwerp bepaalt enkelvoud of meervoud: Het besluit wordt gepubliceerd, maar De besluiten worden gepubliceerd.

De belangrijkste tijden

Tijd of vorm Patroon Voorbeeld Betekenis of gebruik
Onvoltooid tegenwoordige tijd wordt/worden + voltooid deelwoord De weg wordt verbreed. De handeling gebeurt nu, regelmatig of volgens plan.
Onvoltooid verleden tijd werd/werden + voltooid deelwoord De weg werd vorig jaar verbreed. De handeling vond in het verleden plaats.
Voltooid tegenwoordige tijd is/zijn + voltooid deelwoord De weg is verbreed. De handeling is voltooid; het resultaat is vaak nog relevant.
Voltooid verleden tijd was/waren + voltooid deelwoord De weg was al verbreed. De handeling was vóór een ander moment in het verleden voltooid.
Toekomende tijd zal/zullen + voltooid deelwoord + worden De weg zal verbreed worden. De handeling vindt later plaats.
Voltooid toekomende tijd zal/zullen + voltooid deelwoord + zijn De weg zal dan verbreed zijn. De handeling zal op een toekomstig moment voltooid zijn.
Voorwaardelijke vorm zou/zouden + voltooid deelwoord + worden De weg zou verbreed worden. Plan, verwachting of mogelijkheid gezien vanuit een bepaald standpunt.
Voltooid voorwaardelijk zou/zouden + voltooid deelwoord + zijn De weg zou al verbreed zijn. De handeling zou al voltooid zijn; de context bepaalt of dit een voorwaarde of een onbevestigd bericht is.

Bij de eenvoudige tijden draagt worden de tijd: wordt onderzocht tegenover werd onderzocht. Bij de voltooide tijden neemt zijn die functie over: is onderzocht en was onderzocht.

Waarom staat er meestal geen geworden?

De volledige opbouw van een voltooid passief kan worden gezien als zijn + voltooid deelwoord + geworden: Het huis is gebouwd geworden. In neutraal Nederlands laat men geworden echter bijna altijd weg: Het huis is vorig jaar gebouwd. Dat is dus niet onvolledig; het is de gewone standaardvorm.

De vorm mét geworden komt wel voor, onder meer in Belgisch Nederlands, en kan de ontwikkeling of totstandkoming nadrukkelijker voorstellen. Voor veel lezers uit Nederland klinkt hij zwaar of regionaal. Als je een neutrale formulering wilt, kies dan is gebouwd, zijn gekozen en was besloten.

Handeling of toestand: worden en zijn

Vergelijk:

  • De deur wordt gesloten. — iemand is bezig de deur te sluiten, of dat gaat gebeuren.
  • De deur is gesloten. — de sluiting is voltooid, of de deur bevindt zich in gesloten toestand.
  • De deur werd om acht uur gesloten. — de handeling vond om acht uur plaats.
  • De deur was om acht uur al gesloten. — de toestand of het resultaat bestond toen al.

Een vorm met zijn + voltooid deelwoord kan dus twee lezingen hebben: een voltooid passief (iemand heeft de deur gesloten) of een toestand (de deur staat niet open). Tijdsbepalingen en de rest van de context maken meestal duidelijk wat bedoeld wordt. De aanvraag is gisteren goedgekeurd noemt duidelijk een voltooide gebeurtenis; De winkel is gesloten beschrijft zonder verdere context eerder een toestand.

Modale werkwoorden

Met moeten, kunnen, mogen, willen en zullen komt worden als infinitief (de onverbogen werkwoordsvorm) achteraan in de werkwoordgroep:

  • De auto moet gerepareerd worden.
  • Deze gegevens mogen niet gedeeld worden.
  • Het probleem kan snel opgelost worden.
  • De auto zou gerepareerd moeten worden.

In die laatste zin staan twee modale betekenissen samen: zou maakt de formulering voorwaardelijk of voorzichtig, en moeten drukt noodzaak uit. In een bijzin staat de hele groep meestal aan het einde: omdat de auto morgen gerepareerd moet worden. Vooral in lange groepen bestaan er in het Nederlands woordvolgordevarianten, maar voor leerders is het patroon voltooid deelwoord + modaal werkwoord + worden een veilige basis.

In voltooide zinnen met een modaal werkwoord verschijnt vaak een vervangende infinitief: er staat dan een infinitief waar je misschien een voltooid deelwoord verwacht. Vergelijk De garage heeft de auto moeten repareren met het passieve De auto had gerepareerd moeten worden. Zulke groepen zijn correct, maar zwaar. Vaak klinkt Het was nodig de auto te repareren of een actieve zin duidelijker.

Het onpersoonlijke passief met er

Sommige actieve zinnen hebben geen lijdend voorwerp dat onderwerp van een passieve zin kan worden. Toch kan een werkwoord dat een bewuste activiteit uitdrukt vaak onpersoonlijk passief worden gebruikt:

  • De gasten dansten tot laat. → Er werd tot laat gedanst.
  • Iemand klopt aan de deur. → Er wordt aan de deur geklopt.
  • De medewerkers vergaderen boven. → Er wordt boven vergaderd.

Er vult hier de plaats vóór de persoonsvorm, maar verwijst niet naar een concrete plek of zaak. De persoonsvorm blijft enkelvoud: Er werd door honderd mensen gedanst. Een uitvoerder kan met door volgen, al is die toevoeging vaak overbodig.

Niet elk werkwoord zonder lijdend voorwerp laat dit toe. Het onpersoonlijke passief past vooral bij activiteiten die iemand bewust uitvoert. Zinnen als Er wordt bestaan of Er werd gevallen zijn in de bedoelde gewone betekenis niet natuurlijk. Bij vallen staat juist degene die valt centraal: Er is iemand gevallen.

De handelende persoon met door

Een door-bepaling noemt wie of wat de handeling uitvoert: Het rapport werd door een externe deskundige beoordeeld. Voeg die informatie alleen toe als zij werkelijk belangrijk is. Het rapport werd door ons beoordeeld is vaak minder direct dan Wij beoordeelden het rapport.

Gebruik door voor de handelende instantie, niet automatisch voor elk middel of elke oorzaak:

  • handelende instantie: De verdachte werd door de politie verhoord.
  • middel: De deur werd met een sleutel geopend.
  • oorzaak: De wedstrijd werd wegens de storm afgelast.

Voorbeelden in context

Nederlands voorbeeld Betekenis in gewone woorden Opmerking
De brief werd gisteren verzonden. Iemand verzond de brief gisteren. Verleden tijd; de verzender is niet belangrijk.
Het huis is vorig jaar gebouwd. De bouw van het huis vond vorig jaar plaats. Gewone voltooide vorm zonder geworden.
Toen we aankwamen, was de zaal al versierd. Iemand had de zaal vóór onze aankomst versierd. Voltooid verleden passief.
De uitslag zal morgen bekendgemaakt worden. Men zal de uitslag morgen bekendmaken. Toekomend passief.
Alle aanvragen zullen voor vrijdag behandeld zijn. De behandeling is uiterlijk vrijdag klaar. Voltooid toekomstig passief.
De auto zou gerepareerd moeten worden. Het zou nodig zijn de auto te repareren. Zou en moeten in één passieve werkwoordgroep.
Persoonsgegevens mogen niet zonder toestemming gedeeld worden. Niemand mag deze gegevens zonder toestemming delen. Modaal passief in een regel of voorschrift.
Er wordt hier niet gerookt. Mensen mogen of horen hier niet te roken. Onpersoonlijk passief; gebruikelijk op bordjes.
Na afloop werd er nog lang nagepraat. Mensen praatten na afloop nog lang verder. Activiteit zonder genoemd onderwerp.
Er is vannacht drie keer aangebeld. Iemand heeft vannacht drie keer aangebeld. Voltooid onpersoonlijk passief.
Het voorstel werd door een ruime meerderheid aangenomen. Een ruime meerderheid nam het voorstel aan. De handelende groep is relevante informatie.
De deur is al gesloten. De deur is dicht, of iemand heeft hem al dichtgedaan. Mogelijke toestand én voltooid resultaat.
Volgens de woordvoerder zou niemand gewond zijn geraakt. De woordvoerder meldt voorzichtig dat er geen gewonden zijn. Zou geeft hier onbevestigde informatie weer; dit is geen passief maar een nuttig contrast.

Het laatste voorbeeld laat zien dat niet iedere zin met zou en zijn passief is. Raken vormt hier samen met gewond een verandering van toestand. Zoek dus altijd naar een voltooid deelwoord van een handeling die op het onderwerp is gericht.

Veelgemaakte fouten

1. Worden gebruiken in een voltooide tijd

  • Niet goed: Het rapport heeft gisteren geschreven geworden.
  • Wel goed: Het rapport is gisteren geschreven.
  • Waarom: een voltooid passief gebruikt zijn, niet hebben. In neutraal Nederlands laat je geworden bovendien weg.

2. Zijn gebruiken voor een handeling die nog bezig is

  • Niet goed: De brug is nu gebouwd als de bouw op dit moment bezig is.
  • Wel goed: De brug wordt nu gebouwd.
  • Waarom: worden presenteert het verloop van de handeling; zijn presenteert voltooiing of toestand.

3. Verkeerde overeenkomst met het nieuwe onderwerp

  • Niet goed: De documenten wordt morgen verstuurd.
  • Wel goed: De documenten worden morgen verstuurd.
  • Waarom: de documenten is in de passieve zin het meervoudige onderwerp. Daarom staat ook de persoonsvorm in het meervoud.

4. Er combineren met een gewoon bepaald onderwerp

  • Onhandig: Er wordt het contract vandaag getekend.
  • Beter: Het contract wordt vandaag getekend.
  • Waarom: bij een duidelijk, bepaald onderwerp staat dat onderwerp meestal zelf vooraan. Het onpersoonlijke er is vooral nuttig als er geen gewoon onderwerp is: Er wordt vandaag getekend.

5. Een onnatuurlijk onpersoonlijk passief maken

  • Niet goed: Er werd door hem gevallen.
  • Wel goed: Hij viel of Hij is gevallen.
  • Waarom: het onpersoonlijke passief werkt vooral met bewust uitgevoerde activiteiten, zoals werken, dansen, praten en wachten. Vallen is doorgaans geen doelbewuste activiteit.

6. Elke uitvoerder met door toevoegen

  • Zwaar: De beslissing werd door de directie genomen.
  • Vaak duidelijker: De directie nam de beslissing.
  • Waarom: als de uitvoerder de belangrijkste nieuwe informatie is, ligt een actieve zin meestal meer voor de hand. Het passief is nuttig wanneer de beslissing of het proces centraal staat.

Gebruiksnotities

Het passief is normaal en nuttig Nederlands, maar de frequentie verschilt per tekstsoort. In nieuws, wetenschap, beleid en procedures blijft de uitvoerder vaak onbekend of doet die er niet toe: De monsters werden gekoeld bewaard. In instructies kan het passief een neutrale toon geven: De aanvraag moet digitaal worden ingediend.

In gesprekken kiest men vaak een actieve zin met ze, iemand, we of je: Ze hebben mijn fiets gestolen, Iemand heeft het raam opengelaten of Je moet dit formulier ondertekenen. Dat klinkt meestal spontaner dan Mijn fiets is gestolen geworden of Dit formulier moet door u worden ondertekend. Het Nederlandse men is ook mogelijk, maar klinkt in veel situaties algemener of formeler: Men verwacht vertraging.

Een passieve zin kan verantwoordelijkheid bewust op de achtergrond houden. Er zijn fouten gemaakt zegt niet wie die fouten maakte. Dat kan diplomatiek zijn, maar ook vaag. In een heldere zakelijke tekst is een actieve zin beter zodra verantwoordelijkheid relevant is: De leverancier heeft de verkeerde gegevens ingevoerd.

Let ook op scheidbare werkwoorden. Hun delen komen in het voltooid deelwoord weer samen: bekendmaken → bekendgemaakt, uitnodigen → uitgenodigd, afwijzen → afgewezen. De passieve bouw verandert niets aan die vorm: De namen worden morgen bekendgemaakt.

Verder dan de basis: gevorderd gebruik

Volgorde in lange werkwoordgroepen

In hoofdzinnen staat de persoonsvorm op de tweede plaats en blijven de andere werkwoorden meestal achteraan: De aanvraag zou vandaag nog goedgekeurd moeten worden. In bijzinnen verhuist ook de persoonsvorm naar de eindgroep: omdat de aanvraag vandaag nog goedgekeurd zou moeten worden.

Bij zulke groepen bestaan meerdere aanvaardbare volgordes, mede afhankelijk van regio, ritme en nadruk. Probeer als leerder niet iedere theoretische variant tegelijk te beheersen. Bouw de groep van rechts naar links: worden maakt de zin passief, het modale werkwoord bepaalt mogelijkheid of noodzaak, en zou maakt de uitspraak voorwaardelijk of voorzichtig.

Een toestand is niet altijd nog een passief

In Het raam is gebroken kan gebroken een voltooid deelwoord zijn: iemand heeft het raam gebroken. Het kan ook bijna als een bijvoeglijk naamwoord functioneren: het raam verkeert in kapotte toestand. Zulke grensgevallen zijn normaal. Je hoeft niet altijd één etiket te kiezen; belangrijker is dat je het betekenisverschil tussen gebeurtenis en toestand herkent.

Wil je een tijdelijke toestand uit het verleden benadrukken, dan kan geweest nuttig zijn: De weg is een week afgesloten geweest. Dat betekent dat de afsluiting een week duurde en inmiddels voorbij kan zijn. Vergelijk De weg is afgesloten, dat zonder verdere context de huidige toestand beschrijft.

Het krijgen-passief

Naast het gewone passief bestaat er een constructie met krijgen waarin de ontvanger centraal staat:

  • Zij kreeg een nieuwe laptop aangeboden.
  • We kregen de kosten volledig vergoed.
  • Hij kreeg een medaille uitgereikt.

Dit heet soms het krijgen-passief of ontvangerspassief. De zaak die wordt aangeboden, vergoed of uitgereikt blijft in de zin aanwezig, terwijl de ontvanger onderwerp wordt. Vergelijk Een nieuwe laptop werd haar aangeboden met het natuurlijkere Zij kreeg een nieuwe laptop aangeboden. Deze constructie is niet simpelweg een tijdsvorm van worden, maar hoort wel bij een volledige beheersing van passieve perspectieven.

Passief als tekstkeuze

In een samenhangende tekst helpt het passief om hetzelfde onderwerp vooraan te houden: Het voorstel lag al maanden op tafel. Gisteren werd het eindelijk besproken en daarna werd het aangenomen. Twee actieve zinnen zouden telkens een nieuwe handelende groep naar voren halen. Het passief ondersteunt hier de informatiestroom: bekende informatie staat vroeg, nieuwe informatie later.

Gebruik dat voordeel bewust. Een opeenstapeling als Er werd besloten dat er onderzocht moest worden hoe de regels aangepast konden worden is grammaticaal mogelijk, maar moeilijk leesbaar. Een duidelijke herformulering is: Het bestuur besloot te onderzoeken hoe het de regels kon aanpassen.

Oefentips

  1. Maak tijdreeksen. Neem één zin, bijvoorbeeld De commissie beoordeelt het plan, en zet het passief achtereenvolgens in heden, verleden, voltooid heden en toekomst: wordt beoordeeld, werd beoordeeld, is beoordeeld, zal beoordeeld worden.
  2. Oefen beide richtingen. Zet actieve zinnen om in passieve zinnen, maar zet zware passieve zinnen daarna ook weer actief. Zo leer je niet alleen de vorm, maar ook wanneer het passief werkelijk nuttig is.
  3. Markeer werkwoordgroepen. Onderstreep in nieuws- of beleidsteksten alle delen van vormen als zou onderzocht moeten worden. Benoem daarna per deel de functie: voltooid deelwoord, modaal werkwoord en passief worden.

Verwante onderwerpen

  • Vooraf: Lijdende vorm — de basis met worden, zijn, het voltooid deelwoord en een mogelijke uitvoerder met door.

Vereiste kennis

Lijdende vorm in het NederlandsB1

Meer B2-concepten