Het werkwoord *stare* in het Italiaans
Il Verbo Stare
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Italiaans op Settemila Lingue.
Kort gezegd
Stare is een onregelmatig werkwoord met de vormen sto, stai, sta, stiamo, state, stanno. Je gebruikt het onder meer in Come stai? en Sto bene, voor blijven of zich ergens ophouden, en in stare + gerundio voor een handeling die nu bezig is: Sto mangiando. Het Nederlandse zijn wordt echter lang niet altijd stare: meestal heb je daarvoor essere nodig.
Overzicht
Stare heeft niet één vaste Nederlandse vertaling. Afhankelijk van de situatie betekent het bijvoorbeeld het maken, blijven, zich bevinden, zitten/staan of, als hulpwerkwoord, bezig zijn. Daardoor kom je het al vroeg op A1-niveau tegen: iemand vraagt hoe het gaat, je zegt dat je thuisblijft of je vertelt wat je op dit moment doet.
Voor Nederlandstaligen is vooral het verschil met essere belangrijk. Zowel essere als stare kan soms met zijn worden vertaald, maar de twee Italiaanse werkwoorden zijn niet vrij verwisselbaar. Voor identiteit, beroep, herkomst en een neutrale plaatsaanduiding gebruik je gewoonlijk essere: Sono olandese, Sono insegnante, Sono di Utrecht, Sono a Roma. Stare hoort bij een aantal vaste manieren om welzijn, verblijf, houding en voortduring uit te drukken.
De eenvoudigste aanpak is daarom niet om stare als een tweede woord voor zijn te leren. Leer de vervoeging én enkele complete patronen: Come stai?, stare bene, stare a casa, stare fermo en stare + gerundio.
Zo werkt het
De tegenwoordige tijd
Stare eindigt op -are, maar volgt niet volledig het gewone patroon van regelmatige werkwoorden. De stam wisselt tussen st- en sta-. Leer de zes vormen als één rij.
| Persoon | Italiaans | Vorm | Nederlandse betekenis in een voorbeeld |
|---|---|---|---|
| 1e persoon enkelvoud | io | sto | ik maak het / ik blijf |
| 2e persoon enkelvoud | tu | stai | jij maakt het / jij blijft |
| 3e persoon enkelvoud | lui, lei, Lei | sta | hij/zij blijft; u blijft |
| 1e persoon meervoud | noi | stiamo | wij blijven |
| 2e persoon meervoud | voi | state | jullie blijven |
| 3e persoon meervoud | loro | stanno | zij blijven |
Het onderwerp (wie iets doet of in een toestand verkeert) wordt in het Italiaans vaak weggelaten, omdat de werkwoordsvorm al genoeg informatie geeft. Sto bene is dus natuurlijker dan steeds Io sto bene. Een persoonlijk voornaamwoord staat er wel bij voor nadruk of contrast: Io sto bene, ma lei sta male — ik voel me goed, maar zij voelt zich slecht.
Let op de spelling:
- sta heeft geen accent: Marco sta bene;
- stanno heeft een dubbele n;
- stiamo bevat -iamo, net als veel andere wij-vormen.
Vragen en antwoorden over welzijn
Het bekendste patroon is stare + bijwoord. Een bijwoord zegt hier hoe iemand het maakt, bijvoorbeeld bene (goed) of male (slecht).
- Come stai? — Hoe gaat het met je?
- Sto bene, grazie. — Het gaat goed met me, dank je.
- Come sta Sua madre? — Hoe gaat het met uw moeder?
- Non sto molto bene oggi. — Ik voel me vandaag niet zo goed.
Het Nederlands gebruikt in deze situatie gaan of zich voelen. Vertaal dus niet woord voor woord: “Hoe ben jij?” wordt niet Come sei? als je naar iemands welzijn vraagt. Come sei? vraagt eerder hoe iemand is als persoon of hoe iemand eruitziet.
Plaats, verblijf en houding
Met een plaats kan stare betekenen dat iemand ergens blijft, verblijft of zich daar ophoudt:
- Oggi sto a casa. — Vandaag blijf ik thuis / ben ik thuis.
- Stiamo in albergo per tre notti. — We verblijven drie nachten in een hotel.
- I bambini stanno fuori. — De kinderen blijven buiten / zijn buiten.
Voor een neutrale mededeling over waar iemand of iets is, is essere vaak de veiligste keuze: Sono a casa betekent eenvoudig “Ik ben thuis”. Sto a casa legt, afhankelijk van de context, eerder nadruk op thuisblijven of daar verblijven. In alledaags Italiaans en per regio lopen deze gebruiksmogelijkheden enigszins door elkaar. Maak daarom geen absolute regel van “tijdelijk = stare, permanent = essere”; die vuistregel levert veel fouten op.
Stare komt ook voor bij lichaamshouding of gedrag:
- stare in piedi — staan, letterlijk in staande houding zijn;
- stare seduto — blijven zitten / zitten;
- stare fermo — stil blijven;
- stare zitto — stil zijn, niets zeggen;
- stare attento — opletten;
- stare tranquillo — rustig blijven / zich geen zorgen maken.
Het Nederlands kiest telkens een ander werkwoord, zoals staan, zitten, blijven of opletten. Het Italiaans gebruikt hier vaak één combinatie met stare.
Een handeling die nu bezig is
Stare + gerundio benadrukt dat een handeling op dat moment aan de gang is. Het gerundio is een werkwoordsvorm die hier ongeveer dezelfde functie heeft als aan het + infinitief in het Nederlands. De infinitief is de onvervoegde vorm, zoals mangiare of leggere.
| Infinitief | Vorming | Gerundio | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| parlare | stam + -ando | parlando | Sto parlando. |
| leggere | stam + -endo | leggendo | Stai leggendo. |
| dormire | stam + -endo | dormendo | Stanno dormendo. |
Alleen stare wordt naar het onderwerp vervoegd; het gerundio blijft gelijk:
- Sto lavorando. — Ik ben aan het werk.
- Stiamo lavorando. — Wij zijn aan het werk.
Gebruik deze vorm vooral als het verloop van de handeling belangrijk is. Het Italiaanse presens, de gewone tegenwoordige tijd, kan vaak ook een actuele handeling uitdrukken. Che cosa fai? is een heel normale vraag voor “Wat doe je?”, terwijl Che cosa stai facendo? nadrukkelijk vraagt wat iemand nu aan het doen is.
Ontkenning en vragen
Voor een ontkenning zet je non vóór de vervoegde vorm van stare:
- Non sto bene. — Ik voel me niet goed.
- Non stanno dormendo. — Ze slapen niet.
- Non stiamo a casa stasera. — We blijven vanavond niet thuis.
Een ja-neevraag heeft meestal dezelfde woordvolgorde als een mededeling; intonatie en het vraagteken maken er een vraag van: Stai bene? — Gaat het goed met je? Met een vraagwoord krijg je bijvoorbeeld Dove state? — Waar verblijven jullie? of Che cosa sta facendo? — Wat is hij/zij aan het doen?
Voorbeelden in context
| Italiaans | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Come stai? | Hoe gaat het met je? | Informeel, tegen één persoon. |
| Sto bene, grazie. | Het gaat goed met me, dank je. | Vast antwoord met bene. |
| Oggi non sto molto bene. | Vandaag voel ik me niet zo goed. | Welzijn met ontkenning. |
| Come sta, signora Bianchi? | Hoe gaat het met u, mevrouw Bianchi? | Beleefde aanspreekvorm; Lei is weggelaten. |
| Luca sta a casa con i bambini. | Luca blijft thuis bij de kinderen. | Verblijf of thuisblijven. |
| Noi stiamo in un piccolo albergo. | Wij verblijven in een klein hotel. | Tijdelijk verblijf. |
| State qui, per favore. | Blijf hier, alstublieft. | Verzoek aan meerdere personen. |
| Il cane sta fermo davanti alla porta. | De hond blijft stil voor de deur staan. | Houding of gedrag. |
| Stai attento quando attraversi la strada. | Let op wanneer je de straat oversteekt. | Vaste combinatie stare attento. |
| Sto mangiando, ti chiamo dopo. | Ik ben aan het eten; ik bel je later. | Handeling die nu bezig is. |
| Che cosa state guardando? | Waar kijken jullie naar? | Lopende handeling in een vraag. |
| I bambini stanno dormendo. | De kinderen liggen te slapen. | Nederlands kiest natuurlijk voor liggen te. |
| Maria è tranquilla, ma oggi non sta tranquilla. | Maria is rustig van aard, maar vandaag blijft ze niet rustig. | Contrast tussen eigenschap en gedrag in deze situatie. |
| Stiamo bene insieme. | We voelen ons goed bij elkaar. | Welzijn in elkaars gezelschap. |
Veelgemaakte fouten
Essere en stare als synoniemen behandelen
- Fout: Sto olandese.
- Goed: Sono olandese.
- Waarom: Nationaliteit en identiteit druk je uit met essere. Het feit dat Nederlands beide werkwoorden soms met zijn vertaalt, maakt ze in het Italiaans nog niet uitwisselbaar.
Naar welzijn vragen met essere
- Fout: Come sei? als je “Hoe gaat het?” bedoelt.
- Goed: Come stai?
- Waarom: Come stai? vraagt naar iemands toestand of welzijn. Come sei? vraagt eerder wat voor persoon iemand is of hoe die eruitziet.
Een accent op sta zetten
- Fout: Lei stà bene.
- Goed: Lei sta bene.
- Waarom: De vervoegde vorm sta krijgt nooit een accent. In het bevel Sta' attento! staat wel een apostrof: sta' is dan een verkorting van stai, geen vorm met accent.
De regelmatige -are-uitgangen gebruiken
- Fout: Io staro a casa of loro stano fuori.
- Goed: Io sto a casa; loro stanno fuori.
- Waarom: Stare is onregelmatig. Vooral sto en de dubbele medeklinker in stanno moet je apart onthouden. Starò mét accent bestaat wel, maar is de toekomende tijd “ik zal blijven”, niet de tegenwoordige tijd.
Stare + gerundio overal gebruiken
- Minder natuurlijk: Ogni giorno sto andando al lavoro alle otto.
- Beter: Ogni giorno vado al lavoro alle otto.
- Waarom: Een gewoonte vraagt doorgaans om de gewone tegenwoordige tijd. Sto andando al lavoro beschrijft dat ik nu onderweg ben. Het Nederlandse “ik ben aan het...” lijkt sterk op de Italiaanse constructie, maar Italiaans gebruikt die minder ruim dan sommige andere talen.
Het gerundio vervoegen
- Fout: Noi stiamo lavorandiamo.
- Goed: Noi stiamo lavorando.
- Waarom: Alleen stare verandert met het onderwerp. Lavorando blijft bij alle personen hetzelfde.
Gebruiksnotities
Informeel en beleefd aanspreken
Tegen één bekende persoon gebruik je stai: Come stai? Tegen iemand die je met het beleefde Lei aanspreekt, gebruik je de derde persoon enkelvoud sta: Come sta? Tegen meerdere mensen is het state: Come state? Het hoofdlettergebruik in Lei maakt in verzorgde schrijftaal de beleefde bedoeling duidelijk, maar de werkwoordsvorm blijft hetzelfde als bij lei (“zij”).
Opdrachten met stare
In alledaagse opdrachten hoor je vaak:
- Stai fermo! of kort Sta' fermo! — Blijf stil!
- Stai attenta! — Let op! / Wees voorzichtig! (tegen een vrouw)
- State tranquilli! — Blijf rustig! (tegen meerdere personen)
Woorden als attento, fermo en tranquillo zijn bijvoeglijke naamwoorden: woorden die een eigenschap aangeven. Ze passen zich aan geslacht en aantal aan: attento tegen een man, attenta tegen een vrouw, attenti of attente tegen een groep. De beleefde bevelsvorm stia (Stia attento!) hoort bij een later stadium.
Geen eenvoudige tijdelijk-permanentregel
Sommige leermethoden stellen stare voor als “tijdelijk zijn” en essere als “permanent zijn”. Dat helpt maar beperkt. Ook een tijdelijke plaats wordt normaal met essere uitgedrukt: Oggi sono in ufficio. En stare kan een langdurig verblijf aanduiden: Sto in Italia per un anno. Leer daarom concrete combinaties en let op de bedoeling: neutraal vaststellen waar iemand is, of nadruk leggen op verblijf, houding, welzijn of voortduring.
Verder dan de basis
De volgende vormen hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar ze laten zien hoe stare later terugkomt.
Stare per + infinitief
Stare per + infinitief betekent dat iets op het punt staat te gebeuren:
- Sto per uscire. — Ik sta op het punt weg te gaan.
- Il treno sta per partire. — De trein staat op het punt te vertrekken.
Hier is uscire of partire de infinitief; gebruik dus geen gerundio. Dit patroon wordt uitgebreider behandeld op A2-niveau.
De progressieve vorm in andere tijden
Dezelfde constructie kan ook in het verleden staan. Stavo leggendo betekent “ik was aan het lezen”. Het hulpwerkwoord verandert van tijd, terwijl het gerundio gelijk blijft:
- Stavo cucinando quando hai chiamato. — Ik was aan het koken toen je belde.
- Che cosa stavate facendo? — Wat waren jullie aan het doen?
Enkele veelgebruikte gerundi zijn onregelmatig, onder andere facendo van fare, dicendo van dire en bevendo van bere. De volledige keuze van tijden en de precieze nadruk van de progressieve vorm horen bij het latere onderwerp stare + gerundio.
Voltooide tijden
In de passato prossimo, een veelgebruikte voltooide verleden tijd, neemt stare het hulpwerkwoord essere: sono stato of sono stata — ik ben geweest / ik ben gebleven. Het voltooid deelwoord (de vorm zoals geweest in het Nederlands) past zich dan aan het onderwerp aan:
- Sono stata a casa tutto il giorno. — Ik ben de hele dag thuis geweest. (vrouwelijke spreker)
- Siamo stati bene insieme. — We hebben het fijn gehad samen. (gemengde of mannelijke groep)
Ci sto en andere vaste uitdrukkingen
Op een hoger niveau kom je stare in idiomatische combinaties tegen. Ci sto! kan informeel “Ik doe mee!” of “Akkoord!” betekenen. Non ci sto kan juist uitdrukken dat iemand iets niet accepteert. In spreektaal betekent Ci sta soms “Dat kan best”, “Dat past erbij” of “Dat is begrijpelijk”. De precieze vertaling hangt sterk van de context af; probeer deze combinaties daarom als geheel te leren.
Ook stare insieme kan eenvoudig “samen zijn” betekenen, maar bij twee personen kan het aangeven dat ze een relatie hebben. Stare da qualcuno betekent bij iemand thuis verblijven: Sto da mia sorella per una settimana — ik logeer een week bij mijn zus.
Oefentips
- Leer in blokjes, niet als losse vertalingen. Zeg de hele rij sto, stai, sta, stiamo, state, stanno hardop en voeg daarna steeds één patroon toe: sto bene, stai bene, sta bene enzovoort.
- Maak twee kolommen met Nederlands. Zet bij stare niet alleen zijn, maar ook natuurlijke equivalenten als het maken, blijven, verblijven, zitten/staan en aan het zijn. Schrijf bij elk equivalent één Italiaanse voorbeeldzin; zo voorkom je woord-voor-woordvertalingen.
- Beschrijf een momentopname. Kijk om je heen en maak vijf zinnen over wat er nu gebeurt: Sto studiando, il cane sta dormendo. Maak daarna van elke zin een gewoonte met het presens: Studio ogni sera, il cane dorme molto. Zo oefen je het verschil tussen “nu bezig” en een algemene of herhaalde handeling.
Verwante onderwerpen
- Voorkennis: Regelmatige werkwoorden op -are — helpt om te zien welke vormen van stare afwijken van het gewone patroon.
- Volgende stap: Stare per + infinitief — drukt uit dat iets op het punt staat te gebeuren.
- Verdieping: De progressieve vorm met stare — behandelt stare + gerundio in meerdere tijden en met meer nuance.
Vereiste kennis
Regelmatige werkwoorden op -are in het ItaliaansA1Concepten die hierop voortbouwen
Meer A1-concepten
Oefen Il Verbo Stare in Italiaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Italiaans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen