Stare per + infinitief in het Italiaans
Stare per + Infinito
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Italiaans op Settemila Lingue.
Kort gezegd
Met stare per + infinitief zeg je dat iets op het punt staat te gebeuren: Sto per uscire betekent ‘Ik sta op het punt naar buiten te gaan’ of, natuurlijker in veel situaties, ‘Ik ga zo weg’. Je vervoegt alleen stare; het tweede werkwoord blijft in de infinitief: sta per iniziare, stanno per arrivare.
Overzicht
De constructie stare per + infinito drukt uit dat een handeling heel dichtbij is. De infinitief is de onbepaalde vorm van een werkwoord, zoals uscire (‘uitgaan’), iniziare (‘beginnen’) of arrivare (‘aankomen’). De gebeurtenis hoeft niet letterlijk binnen enkele seconden plaats te vinden, maar de spreker presenteert haar wel als aanstaand: de voorbereidingen zijn klaar, het beslissende moment is nabij of er zijn duidelijke tekenen dat het gaat gebeuren.
Dit is een nuttig onderwerp op A2-niveau. Met één vast patroon kun je over allerlei onmiddellijke gebeurtenissen praten: een trein die zo vertrekt, eten dat bijna klaar is of een telefoontje dat je net wilde plegen. Het patroon werkt met personen én zaken: Sto per partire (‘Ik vertrek zo’) en Il temporale sta per cominciare (‘Het onweer staat op het punt te beginnen’).
Voor Nederlandstaligen zit de grootste valkuil in het woord gaan. Nederlands gebruikt ‘gaan + infinitief’ heel ruim: voor iets dat onmiddellijk gebeurt, maar ook voor plannen op langere termijn. Italiaans stare per is smaller. Het gaat om het nabije moment, niet zomaar om elke toekomstige afspraak of bedoeling.
Zo werkt het
Het basispatroon
De volgorde is steeds:
onderwerp + vervoegde vorm van stare + per + infinitief
Het onderwerp is de persoon of zaak waarover de zin gaat. In het Italiaans wordt een persoonlijk onderwerp zoals io of noi vaak weggelaten, omdat de vorm van stare al laat zien wie bedoeld wordt.
- (Io) sto per uscire. — Ik ga zo naar buiten.
- Marta sta per telefonare. — Marta staat op het punt te bellen.
- (Noi) stiamo per cenare. — We gaan zo eten.
Per hoort vast bij deze constructie. Het volgende werkwoord staat in de infinitief en wordt dus niet aan het onderwerp aangepast. Vergelijk sta per parte niet: alleen stare krijgt een persoonsvorm, dus het moet sta per partire zijn.
Stare in de tegenwoordige tijd
| Persoon | Vorm | Voorbeeld en betekenis |
|---|---|---|
| ik | sto | Sto per partire. — Ik vertrek zo. |
| jij | stai | Stai per cadere! — Je dreigt te vallen! |
| hij, zij, u | sta | Sta per iniziare. — Het gaat zo beginnen. |
| wij | stiamo | Stiamo per ordinare. — We gaan zo bestellen. |
| jullie | state | State per entrare? — Staan jullie op het punt naar binnen te gaan? |
| zij | stanno | Stanno per arrivare. — Ze komen zo aan. |
De vormen zijn onregelmatig en moeten als geheel worden geleerd: sto, stai, sta, stiamo, state, stanno. Let vooral op stanno met dubbel n. Een zelfstandig naamwoord kan natuurlijk ook onderwerp zijn: Il film sta per iniziare en I negozi stanno per chiudere.
Het verleden: stavo per...
Om terug te kijken naar een handeling die toen op het punt stond te gebeuren, staat stare vaak in het imperfetto. Dat is een Italiaanse verleden tijd waarmee je onder meer een situatie beschrijft die op dat moment bezig of aan de gang was. De vormen zijn regelmatig:
| Persoon | Vorm | Voorbeeld en betekenis |
|---|---|---|
| ik | stavo | Stavo per chiamarti. — Ik wilde je net bellen. |
| jij | stavi | Stavi per uscire? — Wilde je net weggaan? |
| hij, zij, u | stava | Stava per piovere. — Het stond op het punt te gaan regenen. |
| wij | stavamo | Stavamo per mangiare. — We wilden net gaan eten. |
| jullie | stavate | Stavate per partire. — Jullie stonden op het punt te vertrekken. |
| zij | stavano | Stavano per salire. — Ze wilden net instappen/omhooggaan. |
Vaak volgt er een gebeurtenis die de aanstaande handeling onderbrak:
Stavo per uscire quando hai telefonato. — Ik wilde net weggaan toen je belde.
De constructie zegt op zichzelf niet altijd met absolute zekerheid of de handeling daarna werkelijk gebeurde. Stavo per chiamarti legt vooral de nadruk op het moment vlak vóór het bellen. Met een vervolg als ma poi ho cambiato idea (‘maar toen veranderde ik van gedachten’) maak je duidelijk dat het bellen niet plaatsvond.
Vragen en ontkenningen
Voor een vraag is geen apart hulpwerkwoord nodig. De intonatie, een vraagwoord of de context maakt er een vraag van:
- Stai per uscire? — Ga je zo weg?
- State per partire? — Staan jullie op het punt te vertrekken?
- Che cosa sta per succedere? — Wat staat er te gebeuren?
Voor een ontkenning zet je non vóór de vorm van stare:
- Non sto per andarmene. — Ik ben niet van plan nu weg te gaan.
- Il negozio non sta per chiudere. — De winkel gaat niet zo meteen sluiten.
Let op de betekenis: non stare per ontkent dat iets binnenkort of onmiddellijk gebeurt. Het zegt niet noodzakelijk dat het nooit zal gebeuren.
Voornaamwoorden bij de infinitief
Een voornaamwoord is een kort woord dat naar een persoon of zaak verwijst, zoals lo (‘het/hem’) of ti (‘jou’). Zo’n woord kan bij de infinitief worden aangehecht:
- Sto per chiamarti. — Ik ga je zo bellen.
- Stiamo per farlo. — We gaan het zo doen.
- Sta per alzarsi. — Hij/zij staat op het punt op te staan.
Bij veel van deze zinnen kan het voornaamwoord ook vóór stare staan: Ti sto per chiamare, Lo stiamo per fare, Si sta per alzare. Beide plaatsen zijn correct. Voor beginners is de vorm achter de infinitief vaak het makkelijkst te herkennen. Bij het aanhechten kan de slot-e verdwijnen: fare + lo wordt farlo, chiamare + ti wordt chiamarti.
Voorbeelden in context
| Italiaans | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Sto per uscire. | Ik ga zo naar buiten. | Een onmiddellijke handeling van de spreker. |
| Il film sta per iniziare. | De film gaat zo beginnen. | Een zaak in het enkelvoud krijgt sta. |
| Stanno per arrivare. | Ze komen zo aan. | Meervoud: stanno. |
| Sbrigati: il treno sta per partire. | Schiet op: de trein staat op het punt te vertrekken. | Er is echte tijdsdruk. |
| Stiamo per cenare. Ti richiamo dopo. | We gaan zo eten. Ik bel je daarna terug. | De handeling volgt vrijwel direct. |
| Guarda quelle nuvole: sta per piovere. | Kijk naar die wolken: het gaat zo regenen. | Een voorspelling op basis van zichtbare tekenen. |
| Attenta, stai per rovesciare il caffè! | Pas op, je gaat de koffie omstoten! | Waarschuwing voor iets dat dreigt te gebeuren. |
| I bambini stanno per addormentarsi. | De kinderen vallen bijna in slaap. | Wederkerend werkwoord: addormentarsi. |
| Sto per mandarti il documento. | Ik ga je het document zo sturen. | Ti zit vast aan mandare. |
| Lo spettacolo non sta ancora per cominciare. | De voorstelling gaat nog niet beginnen. | Non ... ancora ontkent dat het moment al nabij is. |
| Stavo per chiamarti. | Ik wilde je net bellen. | Terugblik op een aanstaande handeling. |
| Stavo per uscire quando è suonato il telefono. | Ik wilde net weggaan toen de telefoon ging. | Quando leidt de onderbrekende gebeurtenis in. |
| Eravamo stanchi e stavamo per tornare a casa. | We waren moe en stonden op het punt naar huis te gaan. | Beschrijving van een situatie in het verleden. |
| Stava per dire qualcosa, ma ha cambiato idea. | Hij/zij wilde net iets zeggen, maar bedacht zich. | De handeling ging uiteindelijk niet door. |
| Sei arrivato al momento giusto: stavamo per ordinare. | Je bent precies op tijd: we wilden net bestellen. | Het juiste moment vlak vóór de handeling. |
Nederlandse vertalingen met ‘zo’, ‘net’, ‘bijna’ of ‘op het punt staan’ kunnen allemaal passen. Kies in het Nederlands de natuurlijkste formulering; de Italiaanse kernbetekenis blijft dat het beslissende moment dichtbij is.
Veelgemaakte fouten
1. Per weglaten
- Onjuist: Sto uscire.
- Juist: Sto per uscire.
- Waarom: in deze betekenis vormt stare een vast patroon met per. Zonder per is de zin niet de constructie ‘op het punt staan te’.
Verwar dit niet met sto uscendo (‘ik ben naar buiten aan het gaan’). Daar volgt op stare een gerundio, een werkwoordsvorm op -ando of -endo die een lopende handeling uitdrukt. Sto per uscire is het moment ervóór; sto uscendo betekent dat de handeling al bezig is.
2. Beide werkwoorden vervoegen
- Onjuist: Il film sta per inizia.
- Juist: Il film sta per iniziare.
- Waarom: alleen stare wordt vervoegd. Na per komt de volledige infinitief op -are, -ere of -ire.
3. Stare per gebruiken voor elk toekomstplan
- Onnatuurlijk in de bedoelde betekenis: Sto per visitare Roma l'anno prossimo.
- Natuurlijker: Visiterò Roma l'anno prossimo. / Vado a Roma l'anno prossimo.
- Waarom: ‘volgend jaar’ botst normaal met de directe nabijheid van stare per. Voor een plan of neutrale toekomstige gebeurtenis gebruik je vaak de tegenwoordige tijd of de Italiaanse toekomende tijd.
Dit is een typische Nederlandse invloed. ‘Ik ga volgend jaar Rome bezoeken’ klinkt prima, maar Italiaans stare per is geen algemene vertaling van Nederlands ‘gaan’.
4. De verkeerde vorm van stare kiezen
- Onjuist: I miei amici sta per arrivare.
- Juist: I miei amici stanno per arrivare.
- Waarom: het onderwerp i miei amici is meervoud. Daarom heb je stanno nodig, ook al blijft arrivare onveranderd.
5. Stavo per automatisch als een voltooide handeling lezen
- Misleidend vertaald: Stavo per chiamarti = ‘Ik heb je gebeld.’
- Juist: Stavo per chiamarti = ‘Ik wilde je net bellen’ / ‘Ik stond op het punt je te bellen.’
- Waarom: de zin plaatst je vlak vóór de handeling. Of het telefoontje echt plaatsvond, moet uit de context blijken.
6. De plaats van een aangehecht voornaamwoord verkeerd opbouwen
- Onjuist: Sto per ti chiamare.
- Juist: Sto per chiamarti. / Ti sto per chiamare.
- Waarom: een kort voornaamwoord staat hier vast aan de infinitief of vóór de vervoegde vorm van stare, maar niet los tussen per en de infinitief.
Gebruik
Hoe dichtbij is ‘dichtbij’?
Er bestaat geen vaste grens in minuten. Il treno sta per partire suggereert doorgaans seconden of minuten. L'azienda sta per lanciare un nuovo prodotto kan in een zakelijke context ook op de komende dagen of weken slaan, zolang de lancering als direct aanstaand wordt voorgesteld. De situatie bepaalt dus de tijdschaal.
Op het punt staan, zo gaan, bijna
‘Op het punt staan te’ is de nauwkeurigste Nederlandse omschrijving, maar klinkt in alledaagse gesprekken soms zwaar. Daarom is Sto per uscire vaak gewoon ‘Ik ga zo weg’ en Sta per piovere ‘Het gaat zo regenen’. Bij een dreiging kan ‘bijna’ natuurlijk zijn: Stai per cadere! — ‘Je valt bijna!’
Toch zijn stare per en Nederlands ‘bijna’ niet altijd hetzelfde. ‘Ik heb de trein bijna gemist’ kijkt terug op een resultaat dat nét niet optrad. Daarvoor gebruikt het Italiaans vaak quasi: Ho quasi perso il treno. Stavo per perdere il treno beschrijft eerder dat je op het punt stond hem te missen. De invalshoek verschilt dus.
Verschil met stare + gerundio
Deze twee patronen lijken uiterlijk op elkaar, maar plaatsen de handeling op een ander moment:
| Italiaans | Nederlands | Moment |
|---|---|---|
| Sto per mangiare. | Ik ga zo eten. | Het eten is nog niet begonnen. |
| Sto mangiando. | Ik ben aan het eten. | Het eten is nu bezig. |
| Stavo per addormentarmi. | Ik stond op het punt in slaap te vallen. | Het in slaap vallen moest nog beginnen. |
| Stavo dormendo. | Ik was aan het slapen. | Het slapen was al bezig. |
Dit onderscheid helpt ook bij luisteren: hoor je per + infinitief, dan gaat het om het moment vóór de handeling; hoor je een vorm op -ando of -endo, dan is de handeling gaande.
Verder dan de basis: gevorderd gebruik
De basisregel hierboven is genoeg voor A2: gebruik de tegenwoordige tijd voor iets dat zo gaat gebeuren en het imperfetto voor iets dat toen op het punt stond te gebeuren. De volgende bijzonderheden hoef je nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later wel tegenkomen.
Een gebeurtenis als onderbreking of keerpunt
In verhalen is stavo per + infinitief een handig middel om spanning op te bouwen. De lezer wordt naar een verwacht moment geleid, waarna quando (‘toen’) of ma (‘maar’) een wending brengt:
- Stava per aprire la porta quando sentì un rumore. — Hij/zij stond op het punt de deur te openen toen hij/zij een geluid hoorde.
- Stavo per rispondere, ma lei ha continuato a parlare. — Ik wilde net antwoorden, maar zij praatte door.
Hier is stare per meer dan alleen een tijdsaanduiding: het maakt duidelijk welke handeling nét niet, nog niet of pas na de onderbreking plaatsvond.
Voornaamwoorden naar voren halen
De twee correcte vormen Sto per farlo en Lo sto per fare tonen een verschijnsel dat je ook bij sommige andere werkwoordcombinaties ziet: het korte voornaamwoord kan bij de infinitief blijven of naar voren schuiven. Hetzelfde geldt voor wederkerende werkwoorden:
- Sto per alzarmi. / Mi sto per alzare. — Ik sta op het punt op te staan.
- Stanno per salutarci. / Ci stanno per salutare. — Ze gaan zo afscheid van ons nemen.
In één zin kies je één plaats. Vormen als mi sto per alzarmi gebruiken het voornaamwoord dubbel en zijn daarom fout.
Alternatieven met een andere nuance
Essere sul punto di + infinitief betekent eveneens ‘op het punt staan te’ en klinkt vaak iets nadrukkelijker of formeler: Siamo sul punto di partire. Essere in procinto di + infinitief komt vooral in formelere schrijftaal voor: L'accordo è in procinto di essere firmato. In gewone gesprekken is stare per meestal de eenvoudigste keuze.
Voor een neutrale voorspelling of een later plan gebruikt Italiaans andere middelen. Domani parto alle otto (‘Morgen vertrek ik om acht uur’) gebruikt de tegenwoordige tijd voor een vast plan. Partirò il mese prossimo (‘Ik zal volgende maand vertrekken’) gebruikt de toekomende tijd. Beide missen de nadruk op het moment vlak vóór vertrek die sto per partire wel heeft.
Niet hetzelfde als een bedoeling
Stare per kan in een ontkenning soms in de buurt komen van ‘niet van plan zijn’: Non sto per discutere con te kan betekenen ‘Ik ga nu niet met je discussiëren’. De constructie drukt echter in de eerste plaats nabijheid uit, geen algemene wens of voornemen. Voor ‘ik ben van plan’ zijn uitdrukkingen als avere intenzione di duidelijker: Ho intenzione di cambiare lavoro (‘Ik ben van plan van baan te veranderen’).
Oefentips
- Kijk naar het moment vóór en tijdens de handeling. Maak telkens een paar: Sto per mangiare tegenover Sto mangiando, Sta per piovere tegenover Sta piovendo. Zo wordt het verschil tussen ‘zo gaan’ en ‘bezig zijn’ automatisch.
- Oefen de zes vormen hardop. Combineer sto, stai, sta, stiamo, state, stanno met drie alledaagse infinitieven, bijvoorbeeld uscire, partire en dormire. Wissel daarna van enkelvoud naar meervoud zonder de infinitief te veranderen.
- Vertel mini-verhalen met stavo per. Begin met Stavo per... quando...: Stavo per chiudere la porta quando è arrivato Luca. Zulke korte scènes trainen tegelijk de betekenis ‘net willen’ en de Italiaanse woordvolgorde.
Verwante onderwerpen
- Eerst leren: Het werkwoord stare — de vormen sto, stai, sta, stiamo, state, stanno vormen de basis van deze constructie.
Vereiste kennis
Het werkwoord *stare* in het ItaliaansA1Meer A2-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Stare per + Infinito in Italiaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Italiaans · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen