A1

Bijwoorden van frequentie in het Engels

Frequency Adverbs

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Engels op Settemila Lingue.

In het kort

Engelse bijwoorden van frequentie vertellen hoe vaak iets gebeurt. Zet always, usually, often, sometimes, rarely en never meestal vóór een gewoon hoofdwerkwoord: I often cook at home. Bij een vorm van be komen ze erna: She is never late. Concrete tijdsaanduidingen zoals every day en once a week staan meestal aan het einde.

Overzicht

Een bijwoord is een woord dat extra informatie geeft over bijvoorbeeld een handeling. Een bijwoord van frequentie geeft antwoord op de vraag hoe vaak? Met I work at home noem je alleen een feit; met I usually work at home beschrijf je een gewoonte. Deze woorden komen daarom veel voor bij dagelijkse bezigheden, werk, studie, sport en vrije tijd.

Dit onderwerp hoort bij A1, omdat je er snel natuurlijke zinnen over routines mee kunt maken. De belangrijkste woorden zijn always (altijd), usually (meestal), often (vaak), sometimes (soms), rarely (zelden) en never (nooit). Ze worden vaak gebruikt met de present simple, de Engelse tegenwoordige tijd voor gewoontes en terugkerende gebeurtenissen.

Voor Nederlandstaligen is vooral de plaats in de zin belangrijk. Nederlands laat meer variatie toe: Soms ga ik met de trein en Ik ga soms met de trein zijn allebei gewoon. Engels heeft een duidelijke neutrale basisplaats. Bovendien staat het bijwoord bij be op een andere plek dan bij de meeste andere werkwoorden. Als je die twee patronen apart onthoudt, voorkom je de meeste fouten.

Hoe het werkt

De betekenisschaal

De percentages hieronder zijn alleen een geheugensteun. In het echte leven hebben deze woorden geen exact percentage: wat iemand often noemt, kan een ander sometimes noemen.

Frequentie Engels Gebruikelijke Nederlandse betekenis
100% always altijd
hoog usually, normally, generally meestal, gewoonlijk, over het algemeen
regelmatig often, frequently vaak, geregeld
af en toe sometimes, occasionally soms, af en toe
bijna nooit rarely, seldom, hardly ever zelden, bijna nooit
0% never nooit

Voor beginners zijn always, usually, often, sometimes, rarely en never voldoende. Frequently klinkt wat formeler dan often; seldom is correct maar minder gewoon in alledaagse gesprekken. Hardly ever bestaat uit twee woorden, maar functioneert als één frequentie-uitdrukking.

Regel 1: vóór een gewoon hoofdwerkwoord

Het hoofdwerkwoord is het werkwoord dat de belangrijkste handeling of toestand uitdrukt. Bij de meeste werkwoorden staat het frequentiebijwoord er direct vóór.

onderwerp + frequentiebijwoord + hoofdwerkwoord + rest

  • I always drink coffee in the morning.
  • They usually eat at home.
  • Maya often calls her parents.
  • We rarely take a taxi.

Het onderwerp is de persoon of zaak die iets doet of is. In Maya often calls her parents is Maya het onderwerp en calls het hoofdwerkwoord.

Ook als het werkwoord bij he, she of it op -s eindigt, blijft de plaats gelijk: He often walks to work. Het bijwoord verandert zelf niet van vorm.

Regel 2: na een vorm van be

Wanneer be zelf het hoofdwerkwoord is, staat het frequentiebijwoord er meestal ná. Vormen van be zijn onder andere am, is, are, was en were.

onderwerp + be + frequentiebijwoord + rest

  • I am usually tired after work.
  • She is never late.
  • They are often busy on Fridays.
  • We were sometimes noisy as children.

Vergelijk de twee patronen:

Soort werkwoord Patroon Voorbeeld
gewoon hoofdwerkwoord bijwoord vóór het werkwoord She often arrives early.
be als hoofdwerkwoord bijwoord na be She is often early.

Dat verschil verdient extra aandacht, omdat het Nederlands hier geen volledig betrouwbare blauwdruk biedt.

Regel 3: na het eerste hulpwerkwoord

Een hulpwerkwoord helpt om bijvoorbeeld tijd, mogelijkheid of noodzaak uit te drukken. Bij combinaties met can, will, have, must en vergelijkbare vormen staat het frequentiebijwoord normaal na het eerste hulpwerkwoord en vóór het hoofdwerkwoord.

onderwerp + hulpwerkwoord + frequentiebijwoord + hoofdwerkwoord

  • You can always ask me.
  • We have often discussed this problem.
  • He will never forget that day.
  • They do not usually eat breakfast.

Bij een ontkenning met do not/does not staat usually dus na not in het neutrale patroon: She does not usually drive. Met never is geen extra not nodig.

Sometimes is beweeglijker

Sometimes kan op drie veelvoorkomende plaatsen staan:

  • aan het begin: Sometimes I walk to work.
  • in de middenpositie: I sometimes walk to work.
  • aan het einde: I walk to work sometimes.

De middenpositie is altijd een veilige neutrale keuze. Aan het begin krijgt sometimes iets meer nadruk. De eindpositie klinkt vaak informeel. Ook usually en often kunnen soms vooraan staan, maar niet elke plaats is even natuurlijk. Voor A1 is het verstandig om eerst de standaardpositie te gebruiken.

Concrete tijdsaanduidingen

Uitdrukkingen als every day, once a week, twice a month en three times a year noemen een concretere frequentie. Ze staan meestal aan het einde van de zin.

  • I call my sister every day.
  • We play tennis once a week.
  • She visits London twice a year.

Once betekent één keer en twice twee keer. Vanaf drie gebruik je three times, four times, enzovoort. Let ook op het verschil tussen every day (elke dag) en everyday (alledaags): I walk every day, maar These are my everyday shoes.

Je kunt een algemeen bijwoord en een concrete tijdsaanduiding combineren als de informatie logisch is: I usually go swimming twice a week. Usually zegt dat dit het normale patroon is; twice a week zegt hoe vaak dat patroon doorgaans voorkomt.

Vragen naar frequentie

Met How often ...? vraag je hoe vaak iets gebeurt:

  • How often do you exercise? — Hoe vaak sport je?
  • How often is the bus late? — Hoe vaak is de bus te laat?
  • How often does she work from home? — Hoe vaak werkt ze thuis?

Mogelijke antwoorden zijn zowel losse bijwoorden als volledige tijdsaanduidingen: Often, Every day, About twice a month of I rarely exercise.

Voorbeelden in context

Engels Nederlands Opmerking
I always drink coffee in the morning. Ik drink ’s ochtends altijd koffie. Always staat vóór drink.
They usually eat at home. Ze eten meestal thuis. Een normale gewoonte.
We often meet after work. We spreken vaak na het werk af. Often staat vóór meet.
He sometimes takes the train. Hij neemt soms de trein. Neutrale middenpositie.
Sometimes I need a quiet evening. Soms heb ik behoefte aan een rustige avond. Vooraan voor lichte nadruk.
My neighbours rarely have parties. Mijn buren geven zelden feestjes. Iets gebeurt bijna nooit.
She never eats meat. Ze eet nooit vlees. Never maakt de betekenis al ontkennend.
She is never late. Ze is nooit te laat. Na de vorm is van be.
The shops are usually busy on Saturday. De winkels zijn op zaterdag meestal druk. Usually volgt op are.
You can always call me. Je kunt me altijd bellen. Na can, vóór call.
We do not often watch television. We kijken niet vaak televisie. Tussen not en watch.
I go to the gym twice a week. Ik ga twee keer per week naar de sportschool. Concrete frequentie aan het einde.
He checks his email every day. Hij controleert elke dag zijn e-mail. Every day zijn twee woorden.
How often do you cook? Hoe vaak kook je? Vraag met how often.
I usually cook, but I sometimes order food. Meestal kook ik, maar soms bestel ik eten. Twee gewoontes worden tegenover elkaar gezet.

Veelgemaakte fouten

Het bijwoord na een gewoon werkwoord zetten

  • Onjuist: I drink always coffee.
  • Juist: I always drink coffee.
  • Waarom: bij een gewoon hoofdwerkwoord staat always normaal vóór dat werkwoord. De Nederlandse volgorde mag je hier niet woord voor woord overnemen.

De regel voor be vergeten

  • Onjuist: She never is late.
  • Juist: She is never late.
  • Waarom: als be het hoofdwerkwoord is, komt het frequentiebijwoord er in een neutrale zin na. De onjuiste versie kan alleen in bijzondere nadrukkelijke contexten voorkomen en is geen goed A1-patroon.

Een dubbele ontkenning maken met never

  • Onjuist: He doesn’t never cook.
  • Juist: He never cooks.
  • Ook juist: He doesn’t ever cook.
  • Waarom: never betekent al op geen enkel moment. In standaardengels combineer je het daarom niet met doesn’t.

De uitgang bij he, she of it vergeten

  • Onjuist: She often walk to work.
  • Juist: She often walks to work.
  • Waarom: het bijwoord verandert niets aan de werkwoordsvorm. In de present simple krijgt het werkwoord bij he, she en it meestal -s.

Every day en everyday verwisselen

  • Onjuist: I study English everyday.
  • Juist: I study English every day.
  • Waarom: every day is een tijdsaanduiding. Everyday is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis alledaags en staat vóór een zelfstandig naamwoord: everyday English.

Rarely behandelen alsof het positief is

  • Onjuist: I don’t rarely go out. als je Ik ga zelden uit bedoelt.
  • Juist: I rarely go out.
  • Waarom: rarely heeft al een bijna-ontkennende betekenis. Met don’t verandert de logica: niet zelden kan juist betekenen dat iets vrij vaak gebeurt.

Gebruiksnotities

Usually en normally liggen dicht bij elkaar. Usually beschrijft wat meestal gebeurt; normally kan ook betekenen wat onder normale omstandigheden gebeurt: I normally cycle, but my bike is broken. In veel dagelijkse zinnen zijn ze uitwisselbaar.

Often is de gewone keuze in gesprekken en teksten. Frequently klinkt vaak formeler en past goed bij zakelijke, wetenschappelijke of instructieve taal: The system is frequently updated. Seldom is niet fout, maar klinkt formeler of wat ouderwetser dan rarely in veel alledaagse situaties.

De uitspraak van often varieert. Zowel een uitspraak zonder hoorbare t als een uitspraak met t komt voor en wordt algemeen geaccepteerd. Kies niet op basis van spelling alleen, maar luister naar verschillende moedertaalsprekers.

Een tijdsaanduiding vooraan is mogelijk als je het tijdskader wilt benadrukken: Every Friday, we order pizza. Een komma is dan gebruikelijk na een langere of duidelijk losstaande openingsgroep. De neutrale A1-versie blijft We order pizza every Friday.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later tegenkomen.

Nadruk kan de gewone plaats veranderen

Always kan na een hulpwerkwoord extra nadruk krijgen: I will always love you. Dat volgt nog steeds het patroon hulpwerkwoord + bijwoord + hoofdwerkwoord. In emotionele of corrigerende taal kan een spreker een ongebruikelijke plaats kiezen om een bepaald woord sterk te benadrukken. Leer zulke zinnen eerst herkennen; gebruik voor je eigen neutrale zinnen de basisregels.

Always kan irritatie uitdrukken

Met de present continuous kan always een steeds terugkerende handeling voorstellen die de spreker opvallend of irritant vindt:

  • He is always losing his keys. — Hij is ook altijd zijn sleutels kwijt.
  • You are always interrupting me. — Je onderbreekt me voortdurend.

Dit betekent niet simpelweg hetzelfde als He always loses his keys. De vorm met is always losing laat vaker een houding of emotie van de spreker horen.

Bijwoorden met een negatieve betekenis beïnvloeden de zinsbouw

Never, rarely, seldom en hardly ever zijn grammaticaal geen gewone ontkenningen met not, maar hebben wel een negatieve of bijna-negatieve betekenis. Daarom zeg je in standaardengels meestal I have never seen it, niet I haven’t never seen it.

In formele of literaire taal kan zo’n woord vooraan staan. Dan volgt inversie, een omkering waarbij het hulpwerkwoord vóór het onderwerp komt:

  • Never have I seen such a crowded station.
  • Rarely do we get this opportunity.

Dit is nadrukkelijk en gevorderd. Voor een gewone mededeling zeg je I have never seen such a crowded station of We rarely get this opportunity.

Frequentie is niet hetzelfde als een moment in de tijd

Woorden als yesterday, now, soon en next week vertellen wanneer, niet hoe vaak. Ze horen dus niet bij dezelfde betekenisgroep. Een zin kan beide soorten informatie bevatten: I usually work at home on Fridays. Usually geeft de frequentie aan; on Fridays noemt het terugkerende tijdstip.

Oefentips

  1. Maak twee vaste kolommen. Schrijf links vijf zinnen met een gewoon werkwoord (I often read) en rechts vijf met be (I am often tired). Zo oefen je het belangrijkste plaatsingsverschil.
  2. Beschrijf je echte week. Maak voor elk kernwoord één geloofwaardige zin, van always tot never. Voeg daarna drie concrete uitdrukkingen toe, zoals once a week en every month.
  3. Luister gericht. Let in een kort Engels gesprek op de woorden usually, often en never. Pauzeer na elke zin en bepaal of het bijwoord vóór het hoofdwerkwoord, na be of na een hulpwerkwoord staat.

Verwante onderwerpen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen