A1

Vragen in de present simple in het Engels

Present Simple Questions

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Engels op Settemila Lingue.

In het kort

Bij de meeste Engelse werkwoorden maak je een vraag in de present simple met do of does vóór het onderwerp: Do you work here? en Does she know him? Gebruik do bij I, you, we, they en does bij he, she, it. Na do of does staat het hoofdwerkwoord altijd in de basisvorm: Does he live here?, niet Does he lives here?

Overzicht

De present simple gebruik je onder andere voor gewoontes, feiten, voorkeuren, vaste situaties en dienstregelingen. Met vragen in deze tijd informeer je bijvoorbeeld naar iemands werk, dagelijkse routine of mening: Where do you work?, Do you drink coffee? en What time does the shop open? Deze vraagvorm hoort bij A1, maar komt in vrijwel elk Engels gesprek voor.

Een onderwerp is de persoon of zaak die iets doet of is. Een hulpwerkwoord helpt om een tijd, ontkenning of vraag te vormen. In Does Sara work here? is Sara het onderwerp, does het hulpwerkwoord en work het hoofdwerkwoord: het woord dat de eigenlijke betekenis draagt.

Voor Nederlandstaligen is vooral het hulpwerkwoord wennen. In het Nederlands kan Jij werkt hier door omkering veranderen in Werk jij hier? Een letterlijke Engelse versie als Work you here? is echter fout. Gewone Engelse werkwoorden kunnen niet zelf vóór het onderwerp worden gezet. Daarvoor gebruikt het Engels do of does: Do you work here?

Hoe het werkt

Ja-neevragen

Een ja-neevraag is een vraag waarop yes of no een logisch antwoord is. De basisstructuur is:

Do/Does + onderwerp + basisvorm + rest van de zin?

De basisvorm is de onvervoegde vorm van het werkwoord, zoals die in een woordenboek staat: work, live, like.

Onderwerp Hulpwerkwoord Voorbeeld
I do Do I need a ticket?
you do Do you know Anna?
he, she, it does Does she drive to work?
we do Do we have enough time?
they do Do they live nearby?

Vergelijk een mededeling met een vraag:

Mededeling Vraag
You work at home. Do you work at home?
They play tennis. Do they play tennis?
He works at home. Does he work at home?
Maya plays tennis. Does Maya play tennis?

Bij he, she en it krijgt het werkwoord in een gewone bevestigende zin meestal -s: she works. In een vraag draagt does al de derde persoon enkelvoud. Daarom verdwijnt de -s van het hoofdwerkwoord: Does she work? Je gebruikt dus niet twee keer een markering voor dezelfde persoon.

Ook bij spellingen als goes, watches en studies ga je terug naar de basisvorm:

  • He goes by bus.Does he go by bus?
  • She watches the news.Does she watch the news?
  • Leo studies French.Does Leo study French?

Vragen met een vraagwoord

Wil je meer weten dan alleen ja of nee, dan zet je een vraagwoord vóór do/does:

Vraagwoord + do/does + onderwerp + basisvorm + rest?

Vraagwoord Betekenis Voorbeeld
what wat, welk(e) What do you eat for breakfast?
where waar Where does your sister live?
when wanneer When do the lessons start?
why waarom Why does he walk to work?
how hoe How do they know each other?
what time hoe laat What time does the film begin?
how often hoe vaak How often do you exercise?

Let op de volgorde. Het Nederlands heeft bijvoorbeeld Waar woont zij?; in het Engels staat er na where eerst does, dan het onderwerp en dan de basisvorm: Where does she live?

Een langere woordgroep kan als één vraaguitdrukking vooraan staan: What kind of music do you like? of How many languages does he speak? De rest van het patroon verandert niet.

Korte antwoorden

Op een ja-neevraag antwoord je in het Engels vaak met yes/no + onderwerp + do/does. Alleen Yes of No kan in een informeel gesprek, maar een kort antwoord klinkt vaak vollediger en laat zien welk hulpwerkwoord bij het onderwerp hoort.

Vraag Bevestigend antwoord Ontkennend antwoord
Do you work here? Yes, I do. No, I don't.
Does Amir drive? Yes, he does. No, he doesn't.
Do the shops open early? Yes, they do. No, they don't.

Herhaal het hoofdwerkwoord niet in een kort antwoord. Zeg dus Yes, she does, niet Yes, she likes. Wil je extra informatie geven, dan kan dat natuurlijk wel: Yes, she does. She loves Italian food.

De belangrijke uitzondering: be

Het werkwoord be (am, is, are) gebruikt geen do/does. Zet de vorm van be zelf vóór het onderwerp:

  • Are you tired?
  • Is the station near here?
  • Where are they?

Dus niet Do you be tired? of Does she be at home? Ook korte antwoorden gebruiken be: Yes, I am en No, she isn't.

Voorbeelden in context

Engels Nederlands Toelichting
Do you speak English? Spreek je Engels? Ja-neevraag met you
Does she like pizza? Houdt ze van pizza? Na does staat like, zonder -s
Where do they live? Waar wonen ze? Vraagwoord vóór do
What time does the train leave? Hoe laat vertrekt de trein? Een dienstregeling in de present simple
Do we need to book a table? Moeten we een tafel reserveren? Do bij we
Does your brother work on Saturdays? Werkt je broer op zaterdag? your brother is derde persoon enkelvoud
Why do you take the bus? Waarom neem je de bus? Vraag naar een reden
How often does Nina call her parents? Hoe vaak belt Nina haar ouders? Vraag naar frequentie
What do you usually have for lunch? Wat eet je meestal als lunch? usually staat na het onderwerp
When does the museum close? Wanneer sluit het museum? close, niet closes
Do these keys belong to you? Zijn deze sleutels van jou? Een Engelse werkwoordsvraag kan in het Nederlands een andere constructie hebben
Which bus does he take? Welke bus neemt hij? which bus vormt samen de vraaggroep
Do your neighbours have a dog? Hebben je buren een hond? your neighbours is meervoud, dus do
Does it rain a lot here? Regent het hier veel? does bij it
How do you spell your surname? Hoe spel je je achternaam? Veelgebruikte praktische vraag

Veelgemaakte fouten

Alleen het hoofdwerkwoord omkeren

  • Fout: Live you in Amsterdam?
  • Goed: Do you live in Amsterdam?
  • Waarom: Anders dan in het Nederlands kan een gewoon Engels hoofdwerkwoord niet simpelweg vóór het onderwerp worden gezet. Gebruik do.

Een extra -s na does gebruiken

  • Fout: Does Marta works here?
  • Goed: Does Marta work here?
  • Waarom: Does laat al zien dat het onderwerp derde persoon enkelvoud is. Het hoofdwerkwoord keert terug naar de basisvorm.

Do en does verwisselen

  • Fout: Do your father cook?
  • Goed: Does your father cook?
  • Waarom: Your father kun je vervangen door he, dus gebruik je does. Bij your parents past they en dus do.

Het onderwerp vóór do/does zetten

  • Fout: Where she does work?
  • Goed: Where does she work?
  • Waarom: Na het vraagwoord komt eerst do/does, daarna het onderwerp en vervolgens het hoofdwerkwoord.

Do gebruiken bij be

  • Fout: Does he be busy on Fridays?
  • Goed: Is he busy on Fridays?
  • Waarom: Be vormt zijn eigen vragen door am, is of are vóór het onderwerp te zetten.

Een Nederlands antwoord letterlijk overnemen

  • Onnatuurlijk: Do you like tea? — Yes, I like.
  • Goed: Do you like tea? — Yes, I do.
  • Waarom: In een Engels kort antwoord herhaal je het hulpwerkwoord. Yes, I like tea is wel mogelijk als volledige zin, maar Yes, I like is hier niet compleet.

Gebruiksnotities

Uitspraak en verkorte vormen

Do en does zijn in een normale vraag vaak onbeklemtoond. De belangrijkste informatie krijgt meer nadruk: Where does Maya work? Probeer does wel hoorbaar te houden; het bepaalt de grammaticale structuur, ook al wordt het snel uitgesproken.

In ontkennende korte antwoorden zijn don't en doesn't heel gewoon: No, I don't en No, he doesn't. De volledige vormen do not en does not klinken nadrukkelijker of formeler. In een bevestigend kort antwoord worden do en does niet verkort: Yes, I do.

Woorden als usually en often

Frequentiewoorden zoals usually, often, always en sometimes staan meestal na het onderwerp en vóór het hoofdwerkwoord:

  • Do you usually walk to work?
  • Does she often eat out?

Sometimes kan ook vooraan staan: Sometimes do you work late? is echter niet de gewone neutrale vorm; zeg liever Do you sometimes work late? of, als je de bijwoordelijke bepaling los voorop wilt zetten, Sometimes, do you work late? Die laatste formulering is sterk contextafhankelijk en minder geschikt als standaardmodel.

Do you...? kan meer zijn dan een informatievraag

Met Do you want...? of Do you need...? kun je vriendelijk iets aanbieden of praktisch afstemmen: Do you want some coffee? en Do you need any help? De grammatica blijft die van een present-simple-vraag, ook al vervult de zin sociaal gezien de rol van een aanbod.

Verder dan de basis

De volgende patronen hoef je op A1-niveau nog niet allemaal actief te beheersen, maar je zult ze later tegenkomen.

Modale werkwoorden gebruiken geen do

Bij modale werkwoorden zoals can, should, will en must zet je het modale werkwoord zelf vóór het onderwerp:

  • Can you swim?
  • Should we leave now?
  • Will she call later?

Niet: Do you can swim? Deze werkwoorden gedragen zich in vragen dus meer als be dan als gewone hoofdwerkwoorden.

Als het vraagwoord zelf het onderwerp is

Vergelijk:

  • Who does Emma call every day? — Wie belt Emma elke dag?
  • Who calls Emma every day? — Wie belt Emma elke dag?

In de eerste zin is Emma het onderwerp en vraagt who naar de persoon die zij belt. Daarom staat er does. In de tweede zin vraagt who juist wie de handeling uitvoert: who is zelf het onderwerp. Dan gebruik je meestal geen do/does, en krijgt het werkwoord de vorm van de derde persoon enkelvoud: calls.

Hetzelfde verschil zie je bij what:

  • What does this button open? — Wat opent deze knop?
  • What opens this door? — Wat opent deze deur?

Dit onderscheid tussen een onderwerpsvraag en een vraag naar een ander zinsdeel wordt op een later niveau belangrijker.

Do voor nadruk en herhaling

In een gewone bevestigende present-simple-zin staat normaal geen do: I understand. Toch kan do nadruk geven: I do understand betekent ongeveer „Ik begrijp het echt/wel.” Dat is geen vraag, maar dezelfde hulpwerkwoordfamilie.

In gesprekken kan do/does ook een heel werkwoordelijk deel vervangen om herhaling te voorkomen:

  • Who works from home? — I do.
  • Sara likes jazz, and Ben does too.

Hier staat do/does voor respectievelijk work from home en likes jazz.

Formele en ouderwetse uitzonderingen

Bij het werkwoord have hoor je vooral Do you have a car? In Brits Engels komt ook Have you got a car? veel voor; dat is een andere vaste constructie. Een vorm als Have you a car? bestaat, maar klinkt voor veel sprekers formeel of ouderwets. Gebruik als leerling veilig Do you have...?

Bij zeer formele of ouderwetse taal kunnen vraagpatronen voorkomen die afwijken van het moderne dagelijkse Engels. Voor gewone gesprekken en teksten blijft do/does + onderwerp + basisvorm de betrouwbare regel.

Oefentips

  1. Bouw vragen in drie stappen. Neem She works in Utrecht. Kies eerst does, zet daarna het onderwerp en voeg ten slotte de basisvorm toe: Does + she + work in Utrecht? Zo voorkom je Does she works...?
  2. Oefen met Nederlandse contrastparen. Schrijf vijf Nederlandse vragen zoals Waar woont hij? en markeer dat het Engels een extra hulpwerkwoord nodig heeft: Where does he live? Lees ze hardop om de Engelse woordvolgorde vast te zetten.
  3. Geef altijd een kort antwoord. Maak bij elke ja-neevraag twee versies: Yes, they do en No, they don't. Wissel vervolgens het onderwerp, zodat do en does automatisch gaan aanvoelen.

Verwante onderwerpen

  • Vereiste basis: Present simple — leer eerst hoe bevestigende zinnen en de derde persoon op -s worden gevormd.

Vereiste kennis

De present simple in het EngelsA1

Meer A1-concepten

Oefen Present Simple Questions in Engels met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Engels · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen