Voorzetsels met datief in het Duits
Präpositionen mit Dativ
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Duits op Settemila Lingue.
In het kort
De voorzetsels aus, bei, mit, nach, seit, von, zu, gegenüber en außer krijgen in het Duits altijd de datief: mit dem Zug, bei meiner Schwester, seit einem Jahr. Leer het voorzetsel daarom meteen samen met een datiefvorm. Let vooral op dem, der, den + -n en de samentrekkingen vom, zum en zur.
Overzicht
Een voorzetsel is een klein woord dat een verband aangeeft, bijvoorbeeld plaats, richting, tijd of gezelschap: “uit”, “bij”, “na” of “met”. In het Nederlands blijft de woordgroep erna meestal onveranderd: “met de trein”, “bij mijn ouders”. In het Duits bepaalt het voorzetsel vaak de naamval (de vorm die de grammaticale rol van een woordgroep laat zien). Na de negen voorzetsels in dit artikel staat de woordgroep in de datief.
Dit onderwerp hoort bij A2 en bouwt voort op de datiefvormen van lidwoorden. Het belangrijkste beginnersprincipe is eenvoudig: zie je aus, bei, mit, nach, seit, von, zu, gegenüber of außer als voorzetsel, kies dan de datief. Je hoeft daarbij niet te onderzoeken of de zin beweging of stilstand uitdrukt. Dat onderscheid is wel nodig bij wisselvoorzetsels zoals in en auf, maar niet bij deze vaste datiefvoorzetsels.
Voor Nederlandstaligen zit de moeilijkheid niet zozeer in de betekenis als in de zichtbare uitgangen. “Met mijn broer” lijkt sterk op mit meinem Bruder, maar het Nederlands waarschuwt je niet dat mein moet veranderen in meinem. Bovendien hebben Nederlandse voorzetsels en Duitse voorzetsels geen perfecte één-op-éénrelatie: Nederlands “naar” kan bijvoorbeeld nach of zu worden.
Hoe het werkt
De datiefvormen na het voorzetsel
Een lidwoord is een woord als der, die, das, ein of eine. Na een vast datiefvoorzetsel krijgen lidwoorden en bezittelijke woorden de volgende vormen:
| Soort | Mannelijk | Onzijdig | Vrouwelijk | Meervoud |
|---|---|---|---|---|
| bepaald lidwoord | dem Mann | dem Kind | der Frau | den Kindern |
| onbepaald lidwoord | einem Mann | einem Kind | einer Frau | — |
| voorbeeld met mein- | meinem Mann | meinem Kind | meiner Frau | meinen Kindern |
Bij het meervoud krijgt het zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, zaak, plaats of begrip) meestal ook -n: mit den Freunden, bei meinen Eltern, von den Kindern. Komt het meervoud al op -n of -s uit, dan voeg je niets toe: mit den Frauen, aus den Hotels.
Ook persoonlijke voornaamwoorden (woorden die naar personen of zaken verwijzen, zoals “ik” en “haar”) hebben aparte datiefvormen:
| Betekenis | Duitse datiefvorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| mij | mir | mit mir |
| jou | dir | bei dir |
| hem | ihm | von ihm |
| haar | ihr | zu ihr |
| het | ihm | mit ihm |
| ons | uns | bei uns |
| jullie / u | euch / Ihnen | mit euch / zu Ihnen |
| hen | ihnen | von ihnen |
De negen vaste datiefvoorzetsels
| Voorzetsel | Belangrijkste gebruik | Voorbeeld | Nederlandse weergave |
|---|---|---|---|
| aus | herkomst; van binnen naar buiten; materiaal | aus der Schweiz, aus Holz | uit, van |
| bei | bij een persoon of plaats; tijdens een situatie | bei meinem Arzt, bei der Arbeit | bij, tijdens |
| mit | gezelschap; middel of instrument | mit einer Freundin, mit dem Bus | met |
| nach | richting naar stad/land zonder lidwoord; na | nach Berlin, nach dem Essen | naar, na |
| seit | vanaf een moment in het verleden tot nu | seit einem Monat | sinds, al ... lang |
| von | herkomst, vertrekpunt, bezit of maker | vom Bahnhof, ein Buch von Kafka | van, door |
| zu | richting naar persoon, instelling, doel of gelegenheid | zu meiner Mutter, zum Arzt | naar, tot, bij |
| gegenüber | aan de overkant van; ten opzichte van | dem Hotel gegenüber | tegenover, jegens |
| außer | uitzondering; buiten een toestand | außer mir, außer Betrieb | behalve, buiten |
Aus en von: allebei vaak “van” of “uit”
Gebruik aus wanneer iets uit een binnenruimte komt, wanneer je een geografische herkomst noemt of wanneer je het materiaal aangeeft:
- Sie kommt aus dem Haus. — Ze komt het huis uit.
- Wir kommen aus Belgien. — Wij komen uit België.
- Der Tisch ist aus Holz. — De tafel is van hout.
Gebruik von voor een vertrekpunt, een afzender, een maker of een relatie van bezit of verbondenheid:
- Ich komme vom Bahnhof. — Ik kom van het station.
- Die Nachricht ist von meiner Chefin. — Het bericht is van mijn leidinggevende.
- ein Roman von Thomas Mann — een roman van Thomas Mann
Een nuttig verschil is aus der Schule kommen wanneer iemand uit het schoolgebouw komt, tegenover von der Schule kommen wanneer school als activiteit of vertrekpunt bedoeld is.
Nach en zu: twee vertalingen van “naar”
Gebruik nach bij steden, de meeste landen zonder lidwoord en windrichtingen: nach Köln, nach Deutschland, nach Norden. Ook nach Hause betekent “naar huis”.
Gebruik zu bij personen, veel instellingen, winkels, afspraken, activiteiten en concrete bestemmingen: zu meiner Tante, zum Zahnarzt, zur Post, zu einer Besprechung. Het verschil is niet simpelweg “ver” tegenover “dichtbij”. Leer de bestemming als vast patroon.
Landen met een lidwoord worden meestal met in + accusatief als bestemming gebruikt: in die Schweiz, in die Türkei, in die USA. Dat is geen uitzondering op nach + datief; in zulke combinaties wordt nach juist niet gebruikt.
Tijd met nach en seit
Nach plaatst iets ná een gebeurtenis of periode: nach dem Unterricht betekent “na de les”. Seit geeft aan dat een toestand of activiteit in het verleden begon en nog voortduurt: seit Montag, seit zwei Jahren.
Daarbij gebruikt het Duits normaal de tegenwoordige tijd waar het Nederlands vaak “al” gebruikt:
- Ich wohne seit 2022 hier. — Ik woon hier sinds 2022.
- Wir lernen seit drei Monaten Deutsch. — We leren al drie maanden Duits.
Veelvoorkomende samentrekkingen
In normaal Duits smelten sommige combinaties samen:
| Volledige vorm | Gewone vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| von + dem | vom | vom Flughafen |
| zu + dem | zum | zum Bahnhof |
| zu + der | zur | zur Arbeit |
De samengetrokken vorm is meestal de neutrale keuze. Zu dem Arzt kan wel, maar klinkt alleen natuurlijk als dem nadruk of contrast krijgt: niet naar zomaar een arts, maar naar díé arts.
Voorbeelden in context
| Duits | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Ich komme aus Deutschland. | Ik kom uit Duitsland. | Herkomst met aus |
| Sie nimmt die Schlüssel aus der Tasche. | Ze haalt de sleutels uit de tas. | Van binnen naar buiten |
| Er wohnt bei seinen Eltern. | Hij woont bij zijn ouders. | seinen Eltern: meervoud in de datief |
| Bei schlechtem Wetter bleiben wir zu Hause. | Bij slecht weer blijven we thuis. | Omstandigheid met bei |
| Fährst du mit dem Fahrrad zur Arbeit? | Ga je met de fiets naar je werk? | Vervoermiddel met mit |
| Heute esse ich mit meiner Kollegin zu Mittag. | Vandaag lunch ik met mijn collega. | Gezelschap met mit |
| Morgen fliegen wir nach Wien. | Morgen vliegen we naar Wenen. | Stad zonder lidwoord |
| Nach dem Kurs trinken wir noch etwas. | Na de cursus drinken we nog iets. | Tijd met nach |
| Seit einem Jahr lerne ich Deutsch. | Ik leer al een jaar Duits. | Begonnen in het verleden, nog bezig |
| Der Zug fährt vom Hauptbahnhof ab. | De trein vertrekt vanaf het centraal station. | vom = von dem |
| Das ist ein Geschenk von meiner Schwester. | Dat is een cadeau van mijn zus. | Afzender of gever |
| Ich muss morgen zum Arzt. | Ik moet morgen naar de dokter. | zum = zu dem |
| Kommst du heute zu uns? | Kom je vandaag bij ons? | Richting naar personen |
| Dem Museum gegenüber ist ein kleines Café. | Tegenover het museum is een klein café. | gegenüber staat hier achter de woordgroep |
| Außer meinem Bruder kennt niemand den Weg. | Behalve mijn broer kent niemand de weg. | Uitzondering met außer |
Veelgemaakte fouten
Na mit de accusatief gebruiken
- Fout: mit den Bus
- Goed: mit dem Bus
- Waarom: Mit krijgt altijd de datief. Het mannelijke der Bus wordt daarom dem Bus.
De meervoudsuitgang vergeten
- Fout: bei meinen Freund
- Goed: bei meinen Freunden
- Waarom: In de datief meervoud staat niet alleen meinen, maar krijgt Freunde ook -n. Bij Eltern, Frauen en meervouden op -s komt er geen extra uitgang bij.
Elk Nederlands “naar” met nach vertalen
- Fout: Ich gehe nach meiner Freundin.
- Goed: Ich gehe zu meiner Freundin.
- Waarom: Voor een bestemming bij een persoon gebruik je zu. Nach hoort onder andere bij steden en landen zonder lidwoord.
Seit met een verleden tijd combineren
- Onnatuurlijk als het nog voortduurt: Ich lernte seit einem Jahr Deutsch.
- Goed: Ich lerne seit einem Jahr Deutsch.
- Waarom: Als het leren een jaar geleden begon en nu nog doorgaat, gebruikt het Duits de tegenwoordige tijd. De Nederlandse zin “Ik leer al een jaar Duits” werkt op dezelfde manier; laat je dus niet verleiden door het verleden waarin het beginpunt ligt.
Aus en von verwisselen
- Fout: Der Tisch ist von Holz.
- Goed: Der Tisch ist aus Holz.
- Waarom: Voor het materiaal waaruit iets gemaakt is, gebruik je aus. Von kan wel een maker aangeven: Der Tisch ist von einem bekannten Designer.
Gegenüber zonder datief gebruiken
- Fout: gegenüber das Rathaus
- Goed: gegenüber dem Rathaus / dem Rathaus gegenüber
- Waarom: Gegenüber regeert de datief, of het nu vóór of achter de woordgroep staat.
Gebruiksnotities
Plaats van gegenüber
Bij een zelfstandig naamwoord staat gegenüber vaak erachter: der Apotheke gegenüber. Ervoor is ook correct: gegenüber der Apotheke. Bij een voornaamwoord staat het gewoonlijk ervoor: gegenüber mir, gegenüber ihnen. Het kan zowel een letterlijke plaats als een houding tegenover iemand uitdrukken: Er ist mir gegenüber immer höflich betekent “Hij is altijd beleefd tegen mij.”
Bei is niet altijd Nederlands “bij”
Bei kan een tijdelijke of algemene situatie aanduiden: bei der Arbeit (op/tijdens het werk), beim Essen (tijdens het eten), bei Regen (bij regen). Voor wonen of verblijven bij een persoon past het ook: bei Freunden wohnen. Voor beweging naar die persoon gebruik je echter zu: eerst Ich fahre zu meinen Freunden, daarna Ich bin bei meinen Freunden.
Zu Hause en nach Hause
Deze twee vaste uitdrukkingen moet je als paar leren:
- zu Hause — thuis, op de locatie: Ich bin zu Hause.
- nach Hause — naar huis, als richting: Ich gehe nach Hause.
De slot-e van Hause is een oude, bewaarde vorm. Je hoeft die uitgang niet als productief patroon op andere woorden toe te passen.
Außer in vaste uitdrukkingen
Naast “behalve” komt außer voor in combinaties als außer Betrieb (buiten werking), außer Gefahr (buiten gevaar), außer Atem (buiten adem) en außer Haus (niet thuis of buitenshuis). Omdat deze uitdrukkingen vaak zonder lidwoord staan, is de datief aan de vorm niet zichtbaar.
Verder dan de basis
De volgende punten hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later geregeld tegenkomen.
Het voorzetsel bepaalt de vorm, niet de betekenis “beweging”
Bij wisselvoorzetsels kan richting tot de accusatief leiden, maar dat principe mag je niet op alle voorzetsels toepassen. Zu drukt vaak beweging uit en krijgt toch datief: Wir gehen zum Markt. Aus drukt beweging naar buiten uit en krijgt eveneens datief: Sie läuft aus dem Gebäude. De vaste naamval van het voorzetsel gaat voor.
Voorzetsels kunnen bij een werkwoord of bijvoeglijk naamwoord horen
In zinnen als mit jemandem sprechen, von etwas träumen en zu jemandem gehören vormt het voorzetsel een vaste combinatie met een werkwoord. De naamval blijft datief, maar de keuze van het voorzetsel moet je samen met het werkwoord leren. Een Nederlandse vertaling helpt niet altijd: von einem Urlaub träumen is “van een vakantie dromen”, maar mit jemandem sprechen kan zowel “met iemand spreken” als “iemand spreken” betekenen.
Hetzelfde geldt voor combinaties als freundlich zu jemandem en zufrieden mit etwas. Noteer daarom niet alleen zufrieden = tevreden, maar mit etwas zufrieden sein = tevreden zijn met iets.
Von als alternatief voor de genitief
Von + datief kan bezit of verbondenheid uitdrukken: die Wohnung von meinen Nachbarn. In alledaagse taal is dat heel gewoon, vooral bij namen en meervoudige of langere woordgroepen. In verzorgde schrijftaal is soms een genitief compacter: die Wohnung meiner Nachbarn. Voor A2 is von + datief vaak makkelijker en volledig correct, maar later is het nuttig beide mogelijkheden te herkennen.
Nadruk kan een samentrekking tegenhouden
Normaal zeg je vom, zum en zur. Wanneer het lidwoord nadrukkelijk aanwijst of contrasteert, blijven de woorden soms los: Ich gehe nicht zu einem Arzt, sondern zu dem Arzt, der mich operiert hat. De losse vorm betekent hier ongeveer “naar de arts die...”, met duidelijke nadruk op welke arts bedoeld wordt.
Oefentips
- Leer elk voorzetsel met een voorbeeldgroep. Zeg hardop: mit dem Zug, bei der Arbeit, seit einem Jahr, von meinen Eltern, zu meiner Freundin. Zo oefen je betekenis en naamval tegelijk.
- Maak twee contrastparen. Schrijf korte zinnen met aus/von en nach/zu, bijvoorbeeld aus dem Büro – vom Bahnhof en nach Hamburg – zum Bahnhof. Leg bij elke keuze in één zin uit waarom dat voorzetsel past.
- Controleer in drie stappen. Omcirkel eerst het voorzetsel, kies daarna de datiefvorm van het lidwoord en controleer ten slotte of een meervoudig zelfstandig naamwoord nog -n nodig heeft.
Verwante onderwerpen
- Vereiste voorkennis: Datief: lidwoorden — hier leer je de vormen dem, der, den, einem en einer die na deze voorzetsels nodig zijn.
Vereiste kennis
Datiefartikelen in het DuitsA2Meer A2-concepten
Oefen Präpositionen mit Dativ in Duits met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Duits · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen