Dagen en maanden in het Arabisch
الأيام والأشهر
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Arabisch op Settemila Lingue.
In het kort
Arabische weekdagen hebben vaste namen, zoals الأحد voor zondag en الاثنين voor maandag. Bij de maanden bestaan regionale reeksen naast elkaar: يناير en كانون الثاني betekenen allebei januari. Voor eenvoudige tijdsbepalingen gebruik je vaak يوم bij een weekdag en في bij een maand of seizoen: يوم الاثنين en في الصيف.
Overzicht
Weekdagen, maanden en seizoenen heb je al vroeg nodig: bij een afspraak, in een rooster, op een openingstijdenbord of in een gesprek over vakantie en weer. Dit onderwerp hoort daarom bij A1. De eerste stap is niet een ingewikkelde grammaticaregel, maar het herkennen van de namen en een paar vaste bouwstenen waarmee je ze in een zin zet.
Voor een Nederlandstalige leerder vallen vooral twee verschillen op. Ten eerste heeft het Arabisch geen hoofdletters. Een maand- of dagnaam krijgt dus niet opeens een andere beginletter. Ten tweede gebruikt niet de hele Arabischtalige wereld dezelfde maandnamen. In Egypte en veel internationale media zie je bijvoorbeeld يناير، فبراير، مارس; in de Levant zijn كانون الثاني، شباط، آذار heel gewoon. De ene reeks is niet beter of correcter dan de andere.
Ook de kleine woorden werken anders dan in het Nederlands. Wij zeggen op maandag, in januari en in de zomer. In het Arabisch kan في (een voorzetsel: een kort woord dat een verband zoals “in” of “op” aangeeft) meerdere van die functies vervullen. Bij een weekdag is يوم الاثنين of في يوم الاثنين meestal een veilige keuze; bij maanden en seizoenen gebruik je doorgaans في.
Hoe het werkt
De zeven weekdagen
De namen hieronder behoren tot het Modern Standaardarabisch en worden in de hele Arabischtalige wereld begrepen. De uitspraak in dagelijkse spreektaal verschilt per land.
| Arabisch | Benaderende uitspraak | Nederlands | Geheugensteun |
|---|---|---|---|
| الأحد | al-aḥad | zondag | أحد houdt verband met één. |
| الاثنين | al-ithnayn | maandag | اثنان is twee. |
| الثلاثاء | ath-thulāthāʾ | dinsdag | Houdt verband met drie. |
| الأربعاء | al-arbiʿāʾ | woensdag | Houdt verband met vier. |
| الخميس | al-khamīs | donderdag | Houdt verband met vijf. |
| الجمعة | al-jumʿa | vrijdag | De naam houdt verband met samenkomen, onder meer voor het vrijdaggebed. |
| السبت | as-sabt | zaterdag | Leer deze naam als vaste vorm. |
De historische band met de getallen is een handige geheugensteun, maar je hoeft een dagnaam niet telkens te ontleden. Leer vooral de volledige vorm mét الـ, het bepaald lidwoord (het stukje dat ongeveer overeenkomt met “de” of “het”).
Bij الثلاثاء en السبت hoor je de ل van الـ niet apart. De eerste medeklinker van het woord wordt in de uitspraak verdubbeld: ongeveer ath-thulāthāʾ en as-sabt. Dit heet assimilatie: een klank past zich aan de volgende klank aan. De spelling الـ blijft gewoon staan.
Een weekdag in een zin zetten
يوم betekent “dag”. Met een dagnaam krijg je een vaste verbinding:
- يوم الاثنين — maandag, letterlijk “de dag maandag”
- في يوم الاثنين — op maandag
- الموعد يوم الاثنين — de afspraak is maandag
In veel zinnen kan يوم الاثنين zonder في zelf al als tijdsbepaling dienen: أعمل يوم الاثنين betekent “ik werk op maandag”. Een tijdsbepaling vertelt wanneer iets gebeurt. Als beginner kun je zowel يوم الاثنين als في يوم الاثنين gebruiken; de eerste vorm is vaak korter en natuurlijker.
Voor een periode gebruik je onder meer:
- من الأحد إلى الخميس — van zondag tot donderdag
- كل يوم جمعة — elke vrijdag
- اليوم الثلاثاء — vandaag is het dinsdag
- غداً الأربعاء — morgen is het woensdag
Let op dat werkdagen en weekenden niet overal hetzelfde zijn. In verschillende Arabische landen is vrijdag een vrije dag en loopt de werkweek vaak van zondag tot donderdag, maar lokale regelingen verschillen. Een kalender kan bovendien zaterdag of zondag als eerste kolom tonen. Dat verandert de namen niet.
De gregoriaanse maanden: twee belangrijke reeksen
De onderstaande maandnamen verwijzen naar de gregoriaanse kalender, التقويم الميلادي. De internationaal herkenbare vormen worden veel gebruikt in Egypte, de Golf en grensoverschrijdende communicatie. De Levantijnse vormen zijn gangbaar in onder meer Syrië, Libanon, Jordanië en Palestina, en grotendeels ook in Irak.
| Arabische maandnamen | Nederlands | Regionale toelichting |
|---|---|---|
| يناير / كانون الثاني | januari | يناير internationaal/Egyptisch; كانون الثاني Levantijns |
| فبراير / شباط | februari | فبراير internationaal/Egyptisch; شباط Levantijns |
| مارس / آذار | maart | مارس internationaal/Egyptisch; آذار Levantijns |
| أبريل / نيسان | april | أبريل internationaal/Egyptisch; نيسان Levantijns |
| مايو / أيار | mei | مايو internationaal/Egyptisch; أيار Levantijns |
| يونيو / حزيران | juni | يونيو internationaal/Egyptisch; حزيران Levantijns |
| يوليو / تموز | juli | يوليو internationaal/Egyptisch; تموز Levantijns |
| أغسطس / آب | augustus | أغسطس internationaal/Egyptisch; آب Levantijns |
| سبتمبر / أيلول | september | سبتمبر internationaal/Egyptisch; أيلول Levantijns |
| أكتوبر / تشرين الأول | oktober | أكتوبر internationaal/Egyptisch; تشرين الأول Levantijns |
| نوفمبر / تشرين الثاني | november | نوفمبر internationaal/Egyptisch; تشرين الثاني Levantijns |
| ديسمبر / كانون الأول | december | ديسمبر internationaal/Egyptisch; كانون الأول Levantijns |
Kies voor actief gebruik eerst één reeks die past bij het land of de cursus waarop je je richt. Leer de andere reeks aanvankelijk alleen herkennen. Dat voorkomt dat je halverwege een opsomming onbedoeld van regio wisselt.
Maandnamen staan meestal zonder الـ:
- في مارس — in maart
- في شهر مارس — in de maand maart
- من يناير إلى يونيو — van januari tot juni
- يوم 15 مارس — op 15 maart
شهر betekent “maand”. Het is vaak niet nodig, maar kan verduidelijken dat het om een maand gaat. In شهر مارس vormen de twee woorden samen een naamverbinding: letterlijk “de maand maart”.
De vier seizoenen
Bij seizoenen is de vorm met het bepaald lidwoord de gewone keuze wanneer je algemeen over “de zomer” of “de winter” praat.
| Arabisch | Benaderende uitspraak | Nederlands | Veelgebruikte combinatie |
|---|---|---|---|
| الربيع | ar-rabīʿ | de lente | في الربيع — in de lente |
| الصيف | aṣ-ṣayf | de zomer | في الصيف — in de zomer |
| الخريف | al-kharīf | de herfst | في الخريف — in de herfst |
| الشتاء | ash-shitāʾ | de winter | في الشتاء — in de winter |
Je kunt ook فصل gebruiken, “seizoen”: فصل الصيف is “het zomerseizoen” en في فصل الشتاء is “in het winterseizoen”. In alledaagse basiszinnen is de kortere vorm meestal voldoende.
Voorbeelden in context
| Arabisch | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| اليوم يوم الجمعة. | Vandaag is het vrijdag. | اليوم betekent vandaag. |
| الموعد يوم الاثنين. | De afspraak is maandag. | De weekdag volgt op يوم. |
| أعمل من الأحد إلى الخميس. | Ik werk van zondag tot donderdag. | Een periode met من ... إلى .... |
| نزور العائلة كل يوم جمعة. | We bezoeken de familie elke vrijdag. | كل drukt herhaling uit. |
| الدرس يوم الثلاثاء الساعة العاشرة. | De les is dinsdag om tien uur. | Dag en tijd staan naast elkaar. |
| عيد ميلادي في مارس. | Mijn verjaardag is in maart. | في bij een maand. |
| يبدأ الفصل الدراسي في سبتمبر. | Het semester begint in september. | Internationale maandnaam. |
| ولدت في كانون الثاني. | Ik ben in januari geboren. | Levantijnse maandnaam. |
| نسافر في شهر يوليو. | We reizen in de maand juli. | شهر kan, maar hoeft niet. |
| الاجتماع يوم 15 أبريل. | De vergadering is op 15 april. | Eenvoudige datum met يوم. |
| في الصيف الجو حار. | In de zomer is het weer heet. | في plus seizoen. |
| أحب الربيع لأن الجو جميل. | Ik houd van de lente omdat het weer aangenaam is. | Het seizoen is het lijdend voorwerp: datgene waarop de handeling gericht is. |
| يبدأ الشتاء في ديسمبر. | De winter begint in december. | Seizoen en maand in één zin. |
| نسافر من يونيو إلى أغسطس. | We reizen van juni tot augustus. | Begin en einde van een periode. |
| اليوم الأربعاء، وغداً الخميس. | Vandaag is het woensdag en morgen donderdag. | Twee dagen tegenover elkaar gezet. |
Veelgemaakte fouten
1. Het Nederlandse voorzetsel letterlijk overnemen
- Onjuist: على الاثنين voor “op maandag”
- Juist: يوم الاثنين of في يوم الاثنين
- Waarom: Nederlands “op” wordt hier niet letterlijk على. Bij een dag gebruik je meestal يوم, eventueel voorafgegaan door في.
2. Het lidwoord uit de dagnaam weglaten
- Minder goed als neutrale dagnaam: يوم اثنين
- Juist voor één bepaalde maandag: يوم الاثنين
- Waarom: De vaste namen van de weekdagen worden normaal met الـ gebruikt. Zonder lidwoord kan يوم اثنين in een context juist “een maandag” of “elke maandag” betekenen, zoals in كل يوم اثنين.
3. Ook een maand automatisch van het lidwoord voorzien
- Ongebruikelijk: في المارس
- Juist: في مارس
- Waarom: Namen als مارس en سبتمبر staan normaal zonder الـ. De Nederlandse vertaling “in maart” helpt hier toevallig: ook in het Nederlands staat geen lidwoord.
4. Denken dat één maandnaam de enige juiste is
- Te beperkt: “Alleen يناير betekent januari.”
- Juist: يناير en كانون الثاني betekenen beide januari.
- Waarom: De keuze is regionaal. Leer welke reeks jouw gesprekspartner of bron gebruikt, in plaats van de andere vorm als fout te verbeteren.
5. Het lidwoord bij een seizoen vergeten
- Minder natuurlijk als algemene tijdsaanduiding: في صيف الجو حار
- Juist: في الصيف الجو حار.
- Waarom: Wanneer je algemeen “in de zomer” bedoelt, gebruikt het Arabisch gewoonlijk het bepaalde الصيف.
6. Een hoofdletter proberen weer te geven
- Onjuiste aanname: een Arabische maandnaam zou een speciale hoofdletter nodig hebben.
- Juist: مارس blijft altijd zo geschreven.
- Waarom: Het Arabische schrift kent geen onderscheid tussen hoofdletters en kleine letters. De plaats in de zin verandert de lettervormen niet om een eigennaam te markeren.
Gebruiksnotities
In gesproken Arabisch veranderen uitspraak en soms ook woordkeuze. De geschreven vorm الثلاثاء kan lokaal heel anders klinken dan de zorgvuldige standaarduitspraak. Voor lezen, nieuws en formele communicatie zijn de vormen in dit artikel een goede basis; neem voor gesprekken daarnaast de uitspraak over van sprekers uit de regio waarop je je richt.
Noord-Afrika kent extra varianten. In Algerije en Tunesië zie je bijvoorbeeld vormen als جانفي voor januari en فيفري voor februari. Marokko gebruikt onder meer غشت voor augustus en شتنبر voor september. Je hoeft deze vormen als beginner niet allemaal actief te leren. Het belangrijke inzicht is dat een onbekende maandnaam niet automatisch naar een andere kalender verwijst.
Weekdagen en maanden worden geregeld afgekort in agenda’s, apps en tabellen. Zulke afkortingen zijn niet overal gelijk. Controleer daarom bij een praktische afspraak liever het dagnummer en de volledige datum dan te gokken op basis van één letter.
Verder dan de basis
De kern hierboven is genoeg voor A1. De volgende punten hoef je nog niet te beheersen, maar je zult ze later tegenkomen.
Gregoriaanse en islamitische kalender
Arabische teksten kunnen behalve de gregoriaanse kalender ook de islamitische maankalender gebruiken: التقويم الهجري. Namen als رمضان en محرّم behoren tot die kalender en schuiven ten opzichte van de gregoriaanse seizoenen. رمضان is dus geen vast deel van maart of april. Bij officiële data kunnen de letters م (gregoriaans) en هـ (islamitisch) duidelijk maken om welk jaartelsysteem het gaat.
Volledige datums
In een volledige datum kun je een hoofdtelwoord gebruiken, bijvoorbeeld 15 مارس 2026. In verzorgde tekst komen ook rangtelwoorden voor: woorden als “eerste” en “tweede”. Zo betekent الأول من مايو “de eerste mei”. Rangtelwoorden hebben eigen regels voor vorm en woordgeslacht; die vormen een apart, later onderwerp.
Naamvallen in formele uitspraak
In volledig gevocaliseerd, zeer formeel Standaardarabisch kunnen woorden uitgangen krijgen die hun functie in de zin aangeven. Dat systeem heet naamval: de woorduitgang laat bijvoorbeeld zien of een woord na een voorzetsel staat. Zo kan في يومِ الاثنينِ met kasra’s worden uitgesproken. In gewone ongevocaliseerde tekst zie je die korte klinkers niet, en in de dagelijkse uitspraak worden zulke einduitgangen meestal weggelaten. Voor correct A1-gebruik volstaan daarom de geschreven vormen في يوم الاثنين.
Datum en dag controleren
De combinatie يوم الاثنين الموافق 15 مارس betekent ongeveer “maandag, overeenkomend met 15 maart” en komt voor in formele aankondigingen. الموافق koppelt hier de weekdag aan de kalenderdatum. Dit is nuttig om te herkennen, maar voor een eigen eenvoudige afspraak is الموعد يوم الاثنين، 15 مارس duidelijk genoeg.
Oefentips
- Leer in twee richtingen. Kijk eerst naar الخميس en zeg “donderdag”; probeer daarna vanuit “donderdag” zelf الخميس te schrijven. Alleen een lijst herkennen is niet genoeg om een afspraak te maken.
- Kies één maandreeks voor actief gebruik. Maak twaalf kaartjes met bijvoorbeeld يناير، فبراير، مارس... en zet de Levantijnse alternatieven voorlopig op de achterkant. Wissel pas later van richting.
- Maak een echte weekplanning. Schrijf voor drie dagen één korte zin, zoals أعمل يوم الاثنين of أدرس يوم الأربعاء. Voeg daarna een maand en seizoen toe: أسافر في يوليو en أحب الربيع.
Verwante onderwerpen
Er is voor dit onderwerp geen verplichte grammaticale voorkennis. Deze onderwerpen sluiten er wel direct op aan:
- Handige basis: Getallen 1–10 — nodig voor kloktijden en de eerste eenvoudige datums.
- Handige basis: Tijdsuitdrukkingen — combineert dagen met woorden als اليوم, غداً en الساعة.
- Vervolg: Rangtelwoorden — voor vormen als “de eerste” en “de tweede” in volledige datums.
Meer A1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen الأيام والأشهر in Arabisch met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Arabisch · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen