A1

Basisvragen in het Portugees

Perguntas Básicas

Overzicht

Vragen stellen in het Portugees is eenvoudiger dan je misschien denkt. In de geschreven taal gebruik je een vraagteken, maar de woordvolgorde in de zin verandert vaak niet. In de gesproken taal herken je een vraag aan de intonatie: de stem gaat omhoog aan het einde.

Naast ja/nee-vragen zijn er vraagwoorden (palavras interrogativas) die je gebruikt voor inhoudsvragen. De meest gebruikte vraagwoorden zijn: quem (wie), o que / que (wat), onde (waar), quando (wanneer), como (hoe), porque / por que (waarom) en quanto/quanta (hoeveel).

Hoe het werkt

Ja/nee-vragen:

  • Zin: Falas português. → Vraag: Falas português? (intonatie omhoog)
  • Of met inversie: Fala você português?

Vraagwoorden:

Vraagwoord Nederlands Voorbeeld
quem wie Quem é ele?
o que / que wat O que fazes?
onde waar Onde moras?
quando wanneer Quando chegas?
como hoe Como estás?
porque / por que waarom Porque estudas?
quanto/quanta hoeveel Quanto custa?

Voorbeelden in context

Portugees Nederlands Opmerking
Como te chamas? Hoe heet jij? naam
Onde moras? Waar woon jij? locatie
Quando chegas? Wanneer kom jij aan? tijdstip
O que fazes? Wat doe jij? activiteit
Quem é essa pessoa? Wie is die persoon? identiteit
Porque estudas português? Waarom studeer jij Portugees? reden
Quanto custa? Hoeveel kost het? prijs
Como se diz em português? Hoe zeg je dat in het Portugees? taalvraag

Veelgemaakte fouten

Woordvolgorde drastisch omgooien

  • In het Portugees kun je vragen stellen met bijna dezelfde woordvolgorde als een gewone zin (alleen intonatie):
  • Você fala inglês? = Fala inglês? = Inglês, você fala? — alle correct.

Por que vs porque

  • Por que (twee woorden) wordt gebruikt in vragen: Por que fazes isso?
  • Porque (één woord) wordt gebruikt in antwoorden: Porque gosto.
  • In informeel gebruik worden beide door elkaar gebruikt.

Oefentips

  1. Memoriseer de vraagwoorden met een vaste zin erbij: Onde moras?Moro em...
  2. Stel vragen over je dagelijkse omgeving: wat is dit, waar is dat, wanneer...?
  3. Oefen vraag-antwoord paren met een studiegenoot of taalpartner.

Verwante concepten

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Wil je Basisvragen in het Portugees en meer Portugees-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen