Betrekkelijke bijzinnen in het Noors
Relativsetninger
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Noors op Settemila Lingue.
In het kort
Het Noors gebruikt meestal som waar het Nederlands die of dat gebruikt: mannen som bor her en boka som jeg leste. Som verandert niet met geslacht of getal. Als som het lijdend voorwerp is, mag het vaak weg: boka jeg leste; als het het onderwerp is, moet het blijven staan: mannen som bor her.
Overzicht
Een betrekkelijke bijzin geeft nadere informatie over een persoon, zaak of plaats: „de buurman die boven woont” of „het boek dat ik gisteren kocht”. Het woord waarover de bijzin iets vertelt, heet het antecedent (het woord waarnaar wordt terugverwezen). In naboen som bor ovenpå is naboen het antecedent en vertelt som bor ovenpå om welke buurman het gaat.
Op B1-niveau helpen zulke bijzinnen je om losse mededelingen tot één vloeiende zin te verbinden. Vergelijk Jeg kjenner en kvinne. Hun jobber på biblioteket. met Jeg kjenner en kvinne som jobber på biblioteket. De tweede versie klinkt natuurlijker en laat meteen zien dat beide mededelingen over dezelfde vrouw gaan.
Voor Nederlandstaligen is één deel opvallend eenvoudig: het Noors maakt bij som geen onderscheid zoals het Nederlands dat doet tussen die en dat. Som past bij personen en dingen, bij enkelvoud en meervoud en bij alle Noorse woordgeslachten. Wel moet je goed bepalen welke functie het betrekkelijke woord in de bijzin heeft. Daarvan hangt af of je som mag weglaten.
Hoe het werkt
Het basispatroon
Een betrekkelijke bijzin staat direct na het woord of de woordgroep die hij beschrijft:
| Bouw | Noors voorbeeld | Nederlandse betekenis |
|---|---|---|
| antecedent + som + werkwoord | en mann som venter | een man die wacht |
| antecedent + som + onderwerp + werkwoord | en mann som jeg kjenner | een man die ik ken |
| antecedent + onderwerp + werkwoord | en mann jeg kjenner | een man die ik ken |
| plaats + der/hvor + onderwerp + werkwoord | stedet der vi møttes | de plek waar we elkaar ontmoetten |
| bezitter + hvis + bezit + bijzin | kvinnen hvis sønn jeg kjenner | de vrouw wiens zoon ik ken |
De derde bouw is alleen mogelijk als het ontbrekende som niet het onderwerp van de bijzin is. Dat verschil is de belangrijkste regel van dit onderwerp.
Som heeft altijd dezelfde vorm
In het Nederlands hangt het betrekkelijk voornaamwoord vaak af van het antecedent: de man die, het huis dat, de kinderen die. Het Noorse som blijft steeds gelijk:
- mannen som kommer — de man die komt
- kvinnen som kommer — de vrouw die komt
- huset som er solgt — het huis dat verkocht is
- barna som leker — de kinderen die spelen
Gebruik daarom niet automatisch han, hun, den, det of de na het antecedent. Dat zijn persoonlijke of aanwijzende voornaamwoorden, geen vervangers van som in deze bouw.
Som als onderwerp: verplicht
Het onderwerp is de persoon of zaak die de handeling verricht of over wie een toestand wordt meegedeeld. In mannen som bor her woont de man hier. Som neemt binnen de bijzin de plaats van mannen in en is dus het onderwerp van bor. Je kunt het niet schrappen.
- Jeg kjenner mannen som bor her. — Ik ken de man die hier woont.
- Vi så huset som ligger ved sjøen. — We zagen het huis dat aan zee ligt.
- Hun hjelper barna som trenger støtte. — Zij helpt de kinderen die steun nodig hebben.
Een bruikbare controle is om naar het woord direct na som te kijken. Staat daar meteen het vervoegde werkwoord en is er geen ander onderwerp, dan is som doorgaans zelf het onderwerp en dus verplicht.
Som als voorwerp: vaak weglaatbaar
Het lijdend voorwerp is wie of wat de handeling ondergaat. In boka som jeg leste doet jeg het lezen en is boka wat gelezen wordt. Omdat de bijzin al een eigen onderwerp, jeg, heeft, kan som weg:
- boka som jeg leste → boka jeg leste
- personen som du ringte → personen du ringte
- filmen som vi anbefalte → filmen vi anbefalte
Beide varianten zijn correct. Weglating is heel gewoon, ook in verzorgde taal, zolang de zin duidelijk blijft. Dit verschilt van standaard-Nederlands: „het boek ik las” kan niet, maar boka jeg leste is normaal Noors.
Dezelfde regel geldt wanneer som bij een voorzetsel hoort. Het voorzetsel blijft dan meestal achter in de bijzin:
- mannen (som) jeg snakket med — de man met wie ik sprak
- rommet (som) vi satt i — de kamer waarin we zaten
- prosjektet (som) hun arbeider med — het project waaraan zij werkt
Laat het voorzetsel niet weg als het Noorse werkwoord of de betekenis het nodig heeft. Leiligheten vi bor i is volledig; leiligheten vi bor niet.
De woordvolgorde blijft die van een bijzin
Een betrekkelijke bijzin is een leddsetning: een zinsdeel dat niet zelfstandig als hoofdzin functioneert. Vooral bij woorden als ikke (niet), aldri (nooit), alltid (altijd) en ofte (vaak) zie je het verschil. Zo’n zinsbijwoord (een woord dat de hele mededeling nader bepaalt) staat in een Noorse bijzin normaal vóór het vervoegde werkwoord.
| Zelfstandige hoofdzin | In een betrekkelijke bijzin |
|---|---|
| Han kommer ikke. | mannen som ikke kommer |
| Jeg har aldri møtt henne. | kvinnen som jeg aldri har møtt |
| De kan ofte hjelpe. | kollegaene som ofte kan hjelpe |
Ook zonder zichtbaar som blijft de bijzinvolgorde behouden: boka jeg ikke har lest. De aanwezigheid of afwezigheid van som verandert dus niet de plaats van ikke.
Plaatsen: der, hvor en som met een voorzetsel
Bij een concrete plaats zijn der en hvor vaak gelijk aan het Nederlandse „waar”:
- Huset der vi bor, er gammelt. — Het huis waar we wonen is oud.
- Byen hvor hun studerte, ligger i nord. — De stad waar zij studeerde ligt in het noorden.
Der is een gewone, heldere keuze voor een plaats. Hvor komt eveneens voor en kan in verzorgde schrijftaal prettig klinken. Hvor is daarnaast het gewone vraagwoord in Hvor bor du?; in een betrekkelijke bijzin is het geen vraag, maar verwijst het terug naar de genoemde plaats.
Je kunt de plaats ook met som uitdrukken als de bijzin zelf het benodigde voorzetsel bevat:
- huset som vi bor i — het huis waarin we wonen
- kafeen som de møttes på — het café waar ze elkaar ontmoetten
Zonder voorzetsel kan som juist het voorwerp zijn: byen som vi besøkte betekent „de stad die we bezochten”. Vergelijk dat met byen der vi bodde, „de stad waar we woonden”. Het werkwoord bepaalt welke bouw logisch is.
Bezit: hvis
Hvis betekent in een betrekkelijke bouw „wiens”, „wier” of „van wie”. Het staat vóór de bezitting:
- kvinnen hvis sønn jeg kjenner — de vrouw wiens zoon ik ken
- forfatteren hvis bøker selger godt — de schrijver wiens boeken goed verkopen
- familien hvis hus brant ned — het gezin waarvan het huis afbrandde
Hvis verandert niet mee met de bezitter of de bezitting. Hetzelfde woord kan elders „als/indien” betekenen, zoals in Hvis det regner, blir vi hjemme. De zinsbouw maakt het verschil duidelijk: in een betrekkelijke bouw volgt na hvis meteen datgene wat iemand bezit, bijvoorbeeld hvis bil of hvis barn.
In het dagelijks spreken klinkt hvis geregeld formeler dan het Nederlandse „van wie”. Een omschrijving kan natuurlijker zijn, bijvoorbeeld mannen som eier bilen („de man die de auto bezit”) in plaats van mannen hvis bil .... Toch is hvis nuttig en normaal in verzorgde geschreven taal.
Det som, den som en de som
Soms staat er geen zelfstandig naamwoord als antecedent. Dan gebruikt het Noors vaak een verwijswoord vóór som:
- det som — wat, datgene wat
- den som — degene die
- de som — degenen die
Voorbeelden zijn Det som skjedde, overrasket meg („Wat er gebeurde, verraste me”) en De som vil være med, må melde seg på („Degenen die mee willen doen, moeten zich aanmelden”). Vertaal det hier niet altijd letterlijk met „het”; de hele groep det som komt in het Nederlands vaak overeen met „wat”.
Voorbeelden in context
| Noors | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Mannen som bor her, er læreren min. | De man die hier woont is mijn docent. | Som is onderwerp en blijft staan. |
| Boka som ligger på bordet, er din. | Het boek dat op tafel ligt is van jou. | Som verwijst naar een zaak. |
| Boka jeg leste på toget, var spennende. | Het boek dat ik in de trein las was spannend. | Som is als voorwerp weggelaten. |
| Kvinnen som vi møtte i går, jobber på rådhuset. | De vrouw die we gisteren ontmoetten werkt op het gemeentehuis. | Som is voorwerp maar staat er wel. |
| Jeg søker en leilighet som ikke er for dyr. | Ik zoek een appartement dat niet te duur is. | Ikke staat vóór het vervoegde werkwoord. |
| Dette er en oppgave jeg aldri har gjort før. | Dit is een opdracht die ik nog nooit eerder heb gedaan. | Bijzinvolgorde zonder zichtbaar som. |
| Studentene som trenger hjelp, kan spørre etter timen. | Studenten die hulp nodig hebben kunnen het na de les vragen. | De bijzin bepaalt welke studenten bedoeld zijn. |
| Huset der besteforeldrene mine bor, har en stor hage. | Het huis waar mijn grootouders wonen heeft een grote tuin. | Der verwijst naar een plaats. |
| Rommet vi sov i, var veldig kaldt. | De kamer waarin we sliepen was erg koud. | Som ontbreekt; i blijft achteraan. |
| Byen som vi besøkte i sommer, var vakker. | De stad die we deze zomer bezochten was mooi. | De stad is het voorwerp van besøkte. |
| Kvinnen hvis datter vant løpet, er journalist. | De vrouw wier dochter de wedstrijd won is journalist. | Hvis drukt bezit uit. |
| Det som bekymrer meg, er prisen. | Wat mij zorgen baart is de prijs. | Det som verwijst niet naar één genoemd zelfstandig naamwoord. |
| De som allerede har betalt, kan gå inn. | Degenen die al betaald hebben mogen naar binnen. | De som verwijst naar personen in het meervoud. |
| Det er Nora som har nøkkelen. | Het is Nora die de sleutel heeft. | Nadrukconstructie met det er ... som. |
Veelgemaakte fouten
Som schrappen terwijl het onderwerp is
- Fout: Jeg kjenner mannen bor her.
- Goed: Jeg kjenner mannen som bor her.
- Waarom: Binnen de bijzin is de man degene die woont. Zonder som heeft bor her geen onderwerp.
Nederlandse die/dat-keuzes naar het Noors overbrengen
- Fout: huset det ligger ved sjøen; mannen han kommer i morgen
- Goed: huset som ligger ved sjøen; mannen som kommer i morgen
- Waarom: Som is onveranderlijk. Je kiest geen andere vorm vanwege het geslacht of getal van het antecedent.
Ikke op de hoofdzinplaats zetten
- Fout: en buss som kommer ikke i tide
- Goed: en buss som ikke kommer i tide
- Waarom: In de betrekkelijke bijzin staat ikke normaal vóór het vervoegde werkwoord.
Een noodzakelijk voorzetsel vergeten
- Fout: rommet som vi sov
- Goed: rommet som vi sov i of rommet vi sov i
- Waarom: Je slaapt i et rom. Bij deze gewone betrekkelijke bouw blijft i achter in de bijzin.
Hvis verwarren met som
- Fout: kvinnen hvis arbeider her
- Goed: kvinnen som arbeider her
- Waarom: Hvis drukt in een betrekkelijke bijzin bezit uit en moet worden gevolgd door de bezitting, bijvoorbeeld kvinnen hvis sønn arbeider her.
Overal komma’s rond de bijzin zetten
- Fout: Studentene, som besto eksamen, fikk vitnemål als alleen de geslaagde studenten bedoeld zijn.
- Goed: Studentene som besto eksamen, fikk vitnemål.
- Waarom: Een noodzakelijke, beperkende bijzin krijgt geen komma vóór som. Komma’s veranderen hier de interpretatie.
Gebruiksnotities
Som is in Bokmål de veiligste en meest veelzijdige keuze voor personen, dieren en zaken. De vorm met som kan de grens van een lange bijzin duidelijker maken, maar de weglating bij een voorwerp is niet beperkt tot slordige spreektaal. Zinnen als rapporten jeg sendte i går en møtet vi snakket om zijn ook in neutrale schrijftaal heel gewoon.
Bij voorzetsels kiest hedendaags Noors vaak voor de losse, achtergeplaatste vorm: personen jeg snakket med. Dat lijkt op informeel Nederlands „de persoon waar ik mee sprak”, maar klinkt in het Noors veel neutraler. Formele alternatieven met een vooropgeplaatst voorzetsel en vormen als hvem of hvilken bestaan, maar zijn voor dagelijks gebruik meestal onnodig zwaar.
Let bij komma’s op het verschil tussen een beperkende bijzin (nodig om te bepalen wie of wat bedoeld wordt) en een uitbreidende bijzin (alleen extra informatie). Vergelijk:
- Ansatte som jobber hjemme, deltar digitalt. — Alleen de werknemers die thuiswerken nemen digitaal deel.
- Kari, som jobber hjemme, deltar digitalt. — We weten al wie Kari is; haar thuiswerk is extra informatie.
Een uitbreidende bijzin wordt aan beide kanten door komma’s afgescheiden: Kari, som jobber hjemme, deltar digitalt. Bij een noodzakelijke betrekkelijke bijzin staat géén komma vóór som. Eindigt die bijzin binnen een langer onderwerp, dan zet het Noors gewoonlijk wél een komma na de voltooide bijzin: Studentene som besto eksamen, fikk vitnemål. Dat laatste wijkt af van de Nederlandse komma-intuïtie; de komma vóór of niet vóór de bijzin bepaalt hier vooral of de informatie uitbreidend of beperkend is.
Verder dan de basis
Nadruk met det er ... som
Met det er ... som licht het Noors één element uit. In het Nederlands vertaal je dat vaak vrijer dan woord voor woord:
- Det er Amir som lager middag i dag. — Amir is degene die vandaag kookt.
- Det var på mandag vi fikk svaret. — Maandag kregen we het antwoord.
- Det er denne modellen jeg vil kjøpe. — Dit is het model dat ik wil kopen.
In het laatste voorbeeld is het uitgelichte deel het voorwerp van kjøpe, zodat som ontbreekt. Deze constructie is belangrijk in gesprekken en teksten omdat ze duidelijk maakt welk deel van de boodschap de nadruk krijgt.
Som na onbepaalde en overtreffende woorden
Na alt (alles), noe (iets), ingenting (niets), den eneste (de enige) en een overtreffende trap zie je vaak een betrekkelijke bijzin:
- Alt som står her, er sant. — Alles wat hier staat is waar.
- Det er noe jeg må fortelle deg. — Er is iets wat ik je moet vertellen.
- Hun er den eneste som forstår problemet. — Zij is de enige die het probleem begrijpt.
- Det beste jeg har spist i Norge, var fiskesuppen. — Het lekkerste wat ik in Noorwegen heb gegeten was de vissoep.
De basisregel blijft intact: som is verplicht als het onderwerp (den eneste som forstår) en kan verdwijnen als het voorwerp (det beste jeg har spist).
Formele betrekkelijke vormen
In formele, juridische of oudere teksten kun je betrekkelijke verbindingen met hvilken, hvilket en hvilke aantreffen, vaak na een voorzetsel. Zulke vormen stemmen af op het zelfstandig naamwoord en klinken veel zwaarder dan som. Voor actief gebruik is op B1 meestal een natuurlijke bouw als avtalen som saken gjelder of huset vi bor i beter. Het is wel nuttig deze formele vormen later te leren herkennen.
Een hele mededeling als antecedent
Een uitbreidende bijzin kan soms terugverwijzen naar de hele voorafgaande mededeling, niet naar één zelfstandig naamwoord:
- Toget var forsinket, noe som gjorde at vi kom for sent. — De trein had vertraging, waardoor we te laat kwamen.
Hier betekent noe som ongeveer „iets wat” of, natuurlijker vertaald, „waardoor”. Deze bouw komt veel voor in verklarende en zakelijke teksten. Hij is nuttig om een gevolg aan de vorige mededeling te koppelen zonder een nieuwe losse zin te beginnen.
Oefentips
- Zoek eerst het onderwerp van de bijzin. Maak twee kolommen: som bor her en (som) jeg kjenner. In de eerste kolom is som verplicht; in de tweede kun je dezelfde zin met en zonder som oefenen.
- Bouw zinnen uit twee korte mededelingen. Verander Jeg kjøpte en sykkel. Sykkelen var brukt. in Jeg kjøpte en sykkel som var brukt. Doe daarna hetzelfde met een voorwerp: Jeg kjøpte en sykkel. Du anbefalte sykkelen. → Jeg kjøpte sykkelen (som) du anbefalte.
- Train de bijzinvolgorde hardop. Maak reeksen als Han kommer ikke → mannen som ikke kommer en Jeg har aldri sett filmen → filmen jeg aldri har sett. Zo verbind je som meteen met de juiste plaats van ikke en aldri.
Verwante begrippen
- Vereiste voorkennis: Leddsetninger — de basis van Noorse bijzinnen en de plaats van woorden als ikke.
- Volgende stap: Leddsetningstyper — het verschil tussen betrekkelijke, inhoudelijke en bijwoordelijke bijzinnen.