B2

Tekstverbanden in het Nederlands

Tekstverbanden

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Nederlands op Settemila Lingue.

Overzicht

Tekstverbanden (ook wel cohesieve middelen of connectieven) zijn woorden en uitdrukkingen die zinnen en alinea's met elkaar verbinden en de logische structuur van een tekst verduidelijken. Ze zijn essentieel voor vloeiend schrijven en spreken op B2-niveau.

Hoe het werkt

Categorieën

Toevoeging: bovendien, daarnaast, ook, tevens, niet alleen...maar ook

Contrast: maar, echter, toch, desondanks, terwijl, hoewel, aan de andere kant

Oorzaak/gevolg: dus, daarom, daardoor, omdat, want, als gevolg van, zodat

Voorwaarde: als, mits, tenzij, op voorwaarde dat

Tijdsvolgorde: eerst, daarna, vervolgens, ten slotte, uiteindelijk, tegelijkertijd

Opsomming: ten eerste, ten tweede, tot slot, enerzijds...anderzijds

Toelichting/conclusie: namelijk, immers, met andere woorden, kortom, samengevat

Voorbeelden in context

Nederlands Vertaling Opmerking
Hij is slim. Bovendien werkt hij hard. Hij is slim en bovendien werkt hij hard. Toevoeging
Ze wil gaan. Echter, ze heeft geen tijd. Ze wil gaan, maar ze heeft geen tijd. Contrast (formeel)
Het regende. Desondanks gingen we fietsen. Het regende, maar toch gingen we fietsen. Tegenstelling
Eerst kookte ze, daarna aten ze samen. Eerst kookte ze, daarna aten ze samen. Tijdsvolgorde
Ten eerste is het duur, ten tweede duurt het lang. Ten eerste is het duur, ten tweede duurt het lang. Opsomming
Hij is ziek, namelijk heeft hij koorts. Hij is ziek, hij heeft namelijk koorts. Toelichting
Ze trainde hard. Als gevolg won ze de wedstrijd. Ze trainde hard en won daardoor de wedstrijd. Gevolg

Veelgemaakte fouten

Fout Correct Waarom
Maar echter Maar / echter Niet combineren — beide drukken contrast uit.
Want aan het begin van een zin Gebruik omdat of doordat Want is een nevenschikkend voegwoord — staat niet aan het begin.
Echter jij hebt... Echter, jij hebt... Echter staat als bijwoord na de komma — met inversie of normale volgorde.

Oefentips

  1. Categorieën kennen. Leer per categorie 2-3 connectieven: toevoeging, contrast, gevolg.
  2. Tekst herschrijven. Neem een tekst zonder connectieven en voeg ze toe op logische plaatsen.
  3. Register onderscheiden. Let op formeel (echter, bovendien) vs. informeel (maar, dus).

Verwante concepten

Vereiste kennis

Nevenschikkende Voegwoorden in het NederlandsA1

Meer B2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Probeer Settemila Lingue gratis — geen creditcard, geen verplichtingen. Maak een gratis account aan wanneer je klaar bent om te oefenen met spaced repetition.

Gratis beginnen