B2

Indirecte Rede in het Nederlands

Indirecte Rede

Overzicht

Bij de indirecte rede rapporteer je wat iemand heeft gezegd zonder de exacte woorden te gebruiken. In het Nederlands veranderen werkwoordstijden, voornaamwoorden en bijwoorden wanneer je van directe naar indirecte rede overgaat. Het voegwoord dat leidt de indirecte mededeling in.

Hoe het werkt

Directe → indirecte rede

Direct Indirect
Hij zei: "Ik kom morgen." Hij zei dat hij de volgende dag zou komen.
Ze vroeg: "Ben jij klaar?" Ze vroeg of ik klaar was.
Hij zei: "Doe dat niet!" Hij zei dat ik dat niet moest doen.

Tijdverschuivingen

Directe rede Indirecte rede
Tegenwoordige tijd OVT of conditionalis
Toekomst (zal/ga) zou/zou gaan
Verleden tijdvorm Ongewijzigd of verder teruggeschoven

Voornaamwoorden en bijwoorden

Direct Indirect
ik hij / zij
jij ik / hij
hier daar
nu toen
morgen de volgende dag
gisteren de dag ervoor

Voorbeelden in context

Nederlands Vertaling Opmerking
Direct: "Ik ben moe." → Indirect: Ze zei dat ze moe was. She said that she was tired. Ttt → OVT
Direct: "Ik zal komen." → Indirect: Hij beloofde dat hij zou komen. He promised that he would come. Toekomst → zou
Direct: "Ga jij ook?" → Indirect: Ze vroeg of ik ook ging. She asked whether I was going too. Vraag → of
Direct: "Doe dat niet!" → Indirect: Hij zei dat ik dat niet moest doen. He said I shouldn't do that. Bevel → moest
Direct: "Ik heb het gedaan." → Indirect: Ze vertelde dat ze het had gedaan. She said she had done it. VTT → VVT

Veelgemaakte fouten

Fout Correct Waarom
Ze zei dat ze ben moe. Ze zei dat ze moe was. Tijdverschuiving: ttt → OVT.
Hij zei dat hij zal komen. Hij zei dat hij zou komen. Zalzou in indirecte rede.
Ze vroeg of ga jij. Ze vroeg of ik ging. Bijzinsvolgorde: werkwoord achteraan.

Gebruiksnotities

In de praktijk worden tijdverschuivingen in de spreektaal niet altijd streng toegepast — met name de tegenwoordige tijd blijft soms staan. In formele schrijftaal is tijdverschuiving echter de norm.

Oefentips

  1. Citaten omzetten. Neem vijf directe citaten en schrijf ze als indirecte rede.
  2. Tijdverschuivingstabel. Maak een tabel met alle tijdverschuivingen en leer die uit je hoofd.
  3. Bijwoorden-lijst. Leer de bijwoordsveranderingen: nu→toen, hier→daar, morgen→de volgende dag.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Onvoltooid Verleden Tijd in het NederlandsB1

Meer B2-concepten

Wil je Indirecte Rede in het Nederlands en meer Nederlands-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen