A1

Aanwijzende Voornaamwoorden in het Nederlands

Aanwijzende Voornaamwoorden

Overzicht

Aanwijzende voornaamwoorden wijs je naar iets wat dichtbij of veraf is: deze/dit (dichtbij) en die/dat (veraf). De keuze tussen deze en dit, of tussen die en dat, hangt af van het geslacht van het zelfstandig naamwoord: de-woorden krijgen deze/die, het-woorden krijgen dit/dat.

Hoe het werkt

Overzicht

Dichtbij Veraf
De-woord enkelvoud deze die
Het-woord enkelvoud dit dat
Meervoud (alle) deze die

Als zelfstandig naamwoord (zonder ZNW erna)

Wanneer het aanwijzend voornaamwoord alleen staat (zonder zelfstandig naamwoord), gebruik je:

  • deze / die voor de-woorden
  • dit / dat als algemeen verwijzend: Wat is dat?

Voorbeelden in context

Nederlands Vertaling Opmerking
Deze auto is snel. This car is fast. De-woord, dichtbij
Dit huis is groot. This house is big. Het-woord, dichtbij
Die man ken ik. I know that man. De-woord, veraf
Dat boek heb ik al gelezen. I've already read that book. Het-woord, veraf
Deze bloemen zijn voor jou. These flowers are for you. Meervoud, dichtbij
Die kinderen spelen in het park. Those children play in the park. Meervoud, veraf
Wat is dit? What is this? Algemeen verwijzend
Dat is een goed idee. That is a good idea. Algemeen verwijzend

Veelgemaakte fouten

Fout Correct Waarom
dit auto deze auto Auto is een de-woord → deze.
deze huis dit huis Huis is een het-woord → dit.
dat boeken die boeken Meervoud → die (veraf) of deze (dichtbij).

Oefentips

  1. Aanwijsoefening. Wijs naar vijf voorwerpen dichtbij en veraf: Dit is mijn... Deze... is...
  2. De/het-link. Onthoud: deze/die hoort bij de, dit/dat hoort bij het.
  3. Meervoud = altijd deze/die. Onthoud dat meervouden altijd deze (dichtbij) of die (veraf) krijgen.

Verwante concepten

Vereiste kennis

De- en Het-woorden in het NederlandsA1

Meer A1-concepten

Wil je Aanwijzende Voornaamwoorden in het Nederlands en meer Nederlands-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen