A1

Devoir (moeten) in het Frans

Le Verbe Devoir

Overzicht

Devoir (moeten, verschuldigd zijn) is een onregelmatig modaal werkwoord. Je gebruikt het om verplichting, noodzaak, waarschijnlijkheid of schulden uit te drukken. Net als de andere modale werkwoorden wordt het gevolgd door een infinitief.

De betekenis varieert met de context: Tu dois partir (Je moet vertrekken — verplichting) en Il doit être malade (Hij is waarschijnlijk ziek — veronderstelling). In de conditionalis wordt het devrait: Tu devrais faire attention (Je zou voorzichtig moeten zijn — advies).

Hoe het werkt

Persoon Vorm Vertaling
je dois ik moet
tu dois jij moet
il/elle/on doit hij/zij/men moet
nous devons wij moeten
vous devez u/jullie moet/moeten
ils/elles doivent zij moeten

Betekenisnuances:

Gebruik Voorbeeld Vertaling
Verplichting Tu dois travailler. Je moet werken.
Noodzaak Nous devons partir. We moeten vertrekken.
Waarschijnlijkheid Il doit être fatigué. Hij is waarschijnlijk moe.
Advies (conditionalis) Tu devrais dormir. Je zou moeten slapen.

Voorbeelden in context

Frans Nederlands Opmerking
Je dois partir. Ik moet vertrekken. verplichting
Tu dois faire tes devoirs. Je moet je huiswerk maken. verplichting
Il doit être tard. Het is waarschijnlijk laat. veronderstelling
Elle doit travailler demain. Ze moet morgen werken. noodzaak
On doit se dépêcher. We moeten ons haasten.
Nous devons décider. We moeten beslissen.
Vous devez être prudent. U moet voorzichtig zijn.
Ils doivent arriver bientôt. Ze moeten snel aankomen. veronderstelling
Tu devrais appeler. Je zou moeten bellen. advies
Je dois de l'argent. Ik ben geld verschuldigd. financieel

Veelgemaakte fouten

Devoir en falloir verwarren

  • Fout: Il doit aller. (voor "men moet gaan" in een algemene zin)
  • Correct: Il faut aller. (algemeen) of Il doit aller. (voor een specifieke persoon)
  • Waarom: Falloir (il faut) is onpersoonlijk en geldt algemeen; devoir heeft altijd een specifiek onderwerp.

Vergeten dat devoir + infinitief een modale uitdrukking is

  • Fout: Je dois que tu pars.
  • Correct: Tu dois partir.
  • Waarom: Devoir wordt gevolgd door een infinitief, niet door een bijzin.

Oefentips

  1. Schrijf vijf regels die je jezelf moet opleggen: Je dois..., Je ne dois pas...
  2. Oefen de conditionalis tu devrais voor adviezen: beschrijf drie situaties en geef advies.
  3. Let op het verschil tussen verplichting en veronderstelling bij devoir — de context maakt het duidelijk.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Regelmatige -ER werkwoorden in het FransA1

Meer A1-concepten

Wil je Devoir (moeten) in het Frans en meer Frans-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen