A1

Getallen en tellen in het Baskisch

Zenbakiak

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Baskisch op Settemila Lingue.

In het kort

De basis begint met bat, bi, hiru, lau, bost: één, twee, drie, vier, vijf. Vanaf twintig gebruikt het Baskisch twintig als belangrijk bouwblok: hogei is twintig, hogeita bat is eenentwintig en berrogei is veertig. Een getal staat normaal vóór het zelfstandig naamwoord, maar bat staat erachter: hiru sagar (drie appels), tegenover sagar bat (één appel of een appel).

Overzicht

Getallen heb je al op A1-niveau nodig om prijzen, leeftijden, telefoonnummers, hoeveelheden en huisnummers te begrijpen. Tot twintig leer je vooral afzonderlijke vormen. Daarboven wordt het systeem voorspelbaarder zodra je ziet dat het Baskisch niet uitsluitend per tien, maar voor een groot deel per twintig groepeert. Zo'n systeem heet twintigtallig.

Voor Nederlandstaligen vraagt vooral 40–99 gewenning. Het Nederlands bouwt veertig, vijftig, zestig als opeenvolgende tientallen. Het Baskisch gebruikt berrogei (40), hirurogei (60) en laurogei (80) als veelvouden van twintig; de tussenliggende tientallen worden gevormd door daar tien bij op te tellen. Je hoeft tijdens een gesprek niet steeds te rekenen, maar kennis van die opbouw helpt je de vormen te onthouden.

Ook de combinatie met een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, dier, ding of begrip) verschilt van het Nederlands. Na een getal staat het Baskische zelfstandig naamwoord gewoonlijk in de onbepaalde vorm: het krijgt dus niet automatisch de bepaalde uitgang -a of -ak. Nederlands gebruikt in drie appels een meervoudsuitgang; Baskisch zegt hiru sagar, zonder een afzonderlijke meervoudsuitgang aan sagar.

Hoe het werkt

De getallen van 0 tot en met 20

Deze vormen vormen de basis van alle verdere getallen.

Getal Baskisch Leerhint
0 zero de gewone vorm voor het getal nul
1 bat staat bij een zelfstandig naamwoord meestal erachter
2 bi
3 hiru
4 lau
5 bost
6 sei
7 zazpi
8 zortzi
9 bederatzi
10 hamar
11 hamaika vaste vorm
12 hamabi
13 hamahiru
14 hamalau
15 hamabost
16 hamasei
17 hamazazpi
18 hemezortzi let op heme-
19 hemeretzi vaste vorm
20 hogei het bouwblok voor hogere getallen

De vormen 12–17 lijken op een combinatie van hama- en het eenhedental. Pas dat patroon niet blind toe: 18 is hemezortzi en 19 is hemeretzi.

Van 21 tot 39

Na hogei komt eta (en). In dit getalspatroon wordt hogei + eta geschreven als hogeita:

Getal Baskisch Opbouw
21 hogeita bat 20 + 1
22 hogeita bi 20 + 2
25 hogeita bost 20 + 5
30 hogeita hamar 20 + 10
31 hogeita hamaika 20 + 11
39 hogeita hemeretzi 20 + 19

Dit lijkt gedeeltelijk op Nederlands een-en-twintig, maar de volgorde is anders. In het Baskisch hoor je eerst twintig en daarna de rest: hogeita bat. Zeg dus niet een vorm die met bat begint naar Nederlands model.

Tellen per twintig tot 99

De ronde twintigvouden en de tientallen ertussen zijn:

Getal Baskisch Handige ontleding
20 hogei 20
30 hogeita hamar 20 + 10
40 berrogei 2 × 20
50 berrogeita hamar 40 + 10
60 hirurogei 3 × 20
70 hirurogeita hamar 60 + 10
80 laurogei 4 × 20
90 laurogeita hamar 80 + 10

Andere getallen volgen hetzelfde patroon. Berrogeita zazpi is 47, hirurogeita bi is 62 en laurogeita hemeretzi is 99. De vorm -ta is hier de verbonden vorm van eta. Schrijf een samengesteld getal niet als één eindeloos woord: berrogeita zazpi bestaat uit twee geschreven woorden.

Honderd en duizend

Voor alledaags tellen zijn ook deze vormen nuttig:

Getal Baskisch
100 ehun
200 berrehun
300 hirurehun
1.000 mila
2.000 bi mila

Bij een rest na honderd staat eta: ehun eta bat (101), ehun eta hogei (120). Een groter getal kun je het best in blokken leren herkennen in plaats van woord voor woord vanuit het Nederlands om te zetten.

Getal en zelfstandig naamwoord

De eenvoudige beginnersregel is:

  • bi, hiru, lau ... + zelfstandig naamwoord: bi etxe, hiru sagar, lau egun;
  • zelfstandig naamwoord + bat: etxe bat, sagar bat, egun bat.

Bat betekent zowel één als iets dat op het Nederlandse onbepaalde lidwoord een lijkt. De context bepaalt welke vertaling natuurlijk is: liburu bat kan “één boek” of “een boek” betekenen.

Na een hoofdtelwoord (een getal dat een hoeveelheid noemt) gebruikt het Baskisch doorgaans de mugagabea, de onbepaalde naamwoordsvorm. Daarom heet “drie boeken” hiru liburu, niet hiru liburuak. Het getal geeft de hoeveelheid al aan; het zelfstandig naamwoord hoeft geen Nederlandse meervoudsuitgang na te bootsen.

De verbale vorm kan wél laten zien dat het om meerdere zaken gaat. Vergelijk Sagar bat nahi dut (ik wil één appel) met Hiru sagar nahi ditut (ik wil drie appels). In ditut is het meervoudige lijdend voorwerp verwerkt. Het lijdend voorwerp is wie of wat de handeling rechtstreeks ondergaat — hier de appels die gewenst worden. Dit onderwerp hoort bij de Baskische werkwoordsovereenkomst; voor het tellen zelf is vooral sagar bat tegenover hiru sagar belangrijk.

Voorbeelden in context

Baskisch Nederlands Toelichting
Bat, bi, hiru, lau, bost. Eén, twee, drie, vier, vijf. Het basisrijtje.
Hamar lagun etorri dira. Er zijn tien vrienden gekomen. Hamar staat vóór lagun.
Hogei euro balio du. Het kost twintig euro. Een prijs met hogei.
Hogeita bat urte ditut. Ik ben eenentwintig jaar. Letterlijk: “Ik heb 21 jaar.”
Hiru sagar nahi ditut. Ik wil drie appels. Het zelfstandig naamwoord blijft onbepaald.
Sagar bat nahi dut. Ik wil één appel. Bat staat achter het zelfstandig naamwoord.
Bi kafe, mesedez. Twee koffie, alstublieft. Een korte, natuurlijke bestelling.
Lau egun geratuko gara. We blijven vier dagen. Een tijdsduur.
Zenbat liburu dituzu? Hoeveel boeken heb je? Zenbat vraagt naar een hoeveelheid.
Bost liburu ditut. Ik heb vijf boeken. Antwoord met een getal vóór liburu.
Berrogeita hamar pertsona daude. Er zijn vijftig mensen. 40 + 10.
Hirurogeita bi kilometro dira. Het is tweeënzestig kilometer. 60 + 2.
Ehun eta bat arrazoi daude. Er zijn honderd-en-één redenen. Eta verbindt honderd met de rest.
Bi mila lagun bizi dira hemen. Hier wonen tweeduizend mensen. Bi mila vormt samen 2.000.

Veelgemaakte fouten

Bat vóór het zelfstandig naamwoord zetten

  • Fout: bat sagar
  • Goed: sagar bat
  • Waarom: Anders dan de overige hoofdtelwoorden staat bat normaal achter het zelfstandig naamwoord. Het Nederlandse “één appel” trekt je gemakkelijk naar de verkeerde volgorde.

Een Nederlandse meervoudsvorm nabootsen

  • Fout: hiru sagarrak
  • Goed: hiru sagar
  • Waarom: Na een getal staat het zelfstandig naamwoord doorgaans in de onbepaalde vorm. -ak is hier niet simpelweg het equivalent van Nederlands -en of -s.

Tientallen volgens het Nederlandse systeem verzinnen

  • Fout: bost-hamar voor 50
  • Goed: berrogeita hamar
  • Waarom: Vijftig wordt opgebouwd als 40 + 10. Leer 20, 40, 60 en 80 als de ankerpunten van het twintigtallige patroon.

De volgorde in 21 omdraaien

  • Fout: bat eta hogei
  • Goed: hogeita bat
  • Waarom: Het Baskisch noemt eerst twintig en daarna één. De Nederlandse vorm eenentwintig is dus geen betrouwbaar model.

18 en 19 te regelmatig maken

  • Fout: hamazortzi, hamabederatzi
  • Goed: hemezortzi, hemeretzi
  • Waarom: Deze twee vormen moet je als geheel leren.

Het werkwoord enkelvoudig laten bij meerdere voorwerpen

  • Fout: Hiru sagar nahi dut.
  • Goed: Hiru sagar nahi ditut.
  • Waarom: In de standaardconstructie stemt de hulpwerkwoordsvorm ook overeen met het aantal voorwerpen: dut bij één ding, ditut bij meerdere dingen. Dit is een werkwoordregel, niet een uitgang op sagar.

Gebruiksnotities

Bij telefoonnummers, codes en kamernummers worden cijfers vaak los uitgesproken. Dan lees je de afzonderlijke cijfers: 202 kan bijvoorbeeld als bi-zero-bi worden opgevat wanneer het echt om een code gaat, terwijl een hoeveelheid 202 als een samengesteld getal wordt gelezen. De situatie bepaalt dus of cijfers een reeks tekens of één hoeveelheid vormen.

Bat kan nadrukkelijk het getal één betekenen, maar ook ongeveer de functie van Nederlands een vervullen. Etxe bat ikusi dut betekent meestal “Ik heb een huis gezien”; als de tegenstelling met twee belangrijk is, krijgt bat vanzelf meer nadruk.

In sommige westelijke varianten kun je bi ook na het zelfstandig naamwoord tegenkomen. Als beginner zit je veilig met de breed gebruikte standaardvolgorde bi etxe. Herken regionale vormen, maar meng ze niet willekeurig met de standaardvormen die je leert.

Verder dan de basis

Je hoeft dit op A1 nog niet volledig te beheersen, maar getallen werken ook samen met naamvallen: uitgangen die aangeven welke rol een woordgroep in de zin heeft, bijvoorbeeld “in”, “naar” of “door”. Zo betekent hiru etxetan “in drie huizen” en bost lagunek “vijf vrienden” wanneer die vrienden de handelende groep bij een overgankelijk werkwoord zijn. De uitgang komt aan het einde van de hele woordgroep; je zet niet op elk afzonderlijk woord een markering.

Ook bij jaartallen, data, breuken en rangtelwoorden gelden aanvullende conventies. Rangtelwoorden geven een plaats in een reeks aan, zoals eerste en tweede. Veel Baskische rangtelwoorden worden met -garren gevormd, maar veelgebruikte vormen als lehen (eerste) verdienen afzonderlijke aandacht. Dat hoort bij rangtelwoorden en hoeveelheden.

Getallen kunnen zelfstandig worden gebruikt wanneer duidelijk is wat wordt geteld: Bi nahi ditut betekent “Ik wil er twee.” De werkwoordsvorm blijft dan belangrijke informatie over het aantal dragen. In formele teksten en bij zeer grote getallen kom je bovendien uitgebreidere schrijfconventies tegen; voor dagelijks gebruik is een stevige beheersing tot honderd en van mila nuttiger dan het uit het hoofd leren van zeldzame grote vormen.

Oefentips

  1. Leer ankerpunten. Oefen eerst 1–20 en daarna hogei, berrogei, hirurogei, laurogei. Vul pas vervolgens 30, 50, 70 en 90 in.
  2. Tel echte dingen. Kijk om je heen en maak paren: liburu bat, bi liburu, hiru liburu. Zo oefen je tegelijk de bijzondere plaats van bat en de onbepaalde vorm na andere getallen.
  3. Zeg willekeurige getallen hardop. Kies dagelijks tien getallen tussen 20 en 99. Ontleed 57 bijvoorbeeld eerst als 40 + 10 + 7 en zeg daarna vloeiend berrogeita hamazazpi.

Verwante onderwerpen

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Zenbakiak in Baskisch met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Baskisch · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen