A1

Ser (zijn) — tegenwoordige tijd in het Spaans

El Verbo Ser - Presente

Overzicht

Ser is een van de twee Spaanse werkwoorden voor "zijn" (naast estar). Je gebruikt ser voor kenmerken die je als permanent of inherent beschouwt: identiteit, herkomst, beroep, materiaal, tijdstip en bezit. Het is een sterk onregelmatig werkwoord dat je van buiten moet leren.

Voor Nederlandstaligen is het lastigste aspect het onderscheid met estar. Basisregel: ser voor wie iemand is of wat iets van nature is; estar voor hoe iemand zich voelt of waar iets zich bevindt.

Hoe het werkt

Vervoeging

Persoon Vorm
yo soy
eres
él/ella/usted es
nosotros/as somos
vosotros/as sois
ellos/ellas/ustedes son

Gebruikssituaties

Gebruik Voorbeeld Vertaling
Identiteit / naam Soy Ana. Ik ben Ana.
Herkomst Soy de Holanda. Ik kom uit Nederland.
Nationaliteit Eres español. Je bent Spaans.
Beroep Es médico. Hij is arts.
Materiaal La mesa es de madera. De tafel is van hout.
Tijdstip Son las tres. Het is drie uur.
Bezit El libro es de María. Het boek is van María.
Karakter Es inteligente. Hij/zij is intelligent.

Voorbeelden in context

Spaans Nederlands Opmerking
Yo soy estudiante. Ik ben student. beroep/rol
Tú eres muy amable. Jij bent heel vriendelijk. karakter
Él es de México. Hij is uit Mexico. herkomst
Nosotros somos amigos. Wij zijn vrienden. relatie
Son las dos. Het is twee uur. tijdstip, meervoud
La casa es blanca. Het huis is wit. kenmerk
Este libro es de mi madre. Dit boek is van mijn moeder. bezit
¿De dónde eres? Waar kom je vandaan? herkomst
El examen es el viernes. Het examen is op vrijdag. tijdstip van een evenement
Es una persona honesta. Het is een eerlijk persoon. karakter

Veelgemaakte fouten

ser en estar verwisselen voor locatie

  • Fout: La tienda es en la calle mayor.
  • Correct: La tienda está en la calle mayor.
  • Waarom: Voor locatie van voorwerpen/personen gebruik je estar.

Beroep met lidwoord na ser

  • Fout: Soy un médico.
  • Correct: Soy médico.
  • Waarom: Na ser bij beroepen laat je het onbepaald lidwoord weg.

Tijdstip: es vs. son

  • Fout: Es las tres.
  • Correct: Son las tres.
  • Waarom: Vanaf twee uur gebruik je son; alleen bij één uur: Es la una.

Oefentips

  • Leer de vervoeging als een reeks. soy, eres, es, somos, sois, son — zeg het hardop.
  • Maak een zelfbeschrijving. Schrijf vijf zinnen met ser: naam, herkomst, beroep, nationaliteit, karakter.
  • Gebruik contextkaarten. Schrijf bij elke vorm ook de gebruikssituatie.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Persoonlijke voornaamwoorden als onderwerp in het SpaansA1

Meer A1-concepten

Wil je Ser (zijn) — tegenwoordige tijd in het Spaans en meer Spaans-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen