Onregelmatige voltooid deelwoorden in het Spaans
Participios Irregulares
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Spaans op Settemila Lingue.
In het kort
In samengestelde tijden gebruikt het Spaans haber + voltooid deelwoord: he hecho, has visto, han vuelto. De meest voorkomende onregelmatige vormen moet je apart leren, zoals hacer → hecho, escribir → escrito, ver → visto en decir → dicho. Na haber blijft het deelwoord onveranderd: María ha escrito en María y Ana han escrito.
Overzicht
Een voltooid deelwoord is een werkwoordsvorm waarmee je een voltooide handeling of een resultaat uitdrukt. Nederlandse voorbeelden zijn gedaan, geschreven en gezien. In het Spaans eindigen regelmatige deelwoorden op -ado of -ido: hablar → hablado en comer → comido. Een aantal zeer gewone werkwoorden volgt dat patroon echter niet.
Dit onderwerp hoort bij A2 en sluit direct aan op de pretérito perfecto, een tijd voor bijvoorbeeld recente gebeurtenissen en ervaringen: Hoy he escrito tres correos (“Vandaag heb ik drie e-mails geschreven”). De vorm van haber vertelt wie de handeling uitvoert; het deelwoord vertelt wat er gebeurd is.
Voor Nederlandstaligen voelt het idee vertrouwd, want ook het Nederlands kent veel onregelmatige deelwoorden. Toch kun je de Spaanse vorm niet veilig uit de Nederlandse afleiden. Geschreven wordt bijvoorbeeld escrito, zonder een Spaans voorvoegsel dat overeenkomt met ge-. Leer het Spaanse hele paar daarom als één eenheid: escribir–escrito.
Hoe het werkt
De basisconstructie met haber
Voor de pretérito perfecto combineer je de tegenwoordige tijd van haber met één voltooid deelwoord.
| Persoon | Vorm van haber | Voorbeeld met hacer | Betekenis |
|---|---|---|---|
| yo | he | he hecho | ik heb gedaan/gemaakt |
| tú | has | has hecho | jij hebt gedaan/gemaakt |
| él, ella, usted | ha | ha hecho | hij/zij heeft, u hebt gedaan/gemaakt |
| nosotros/nosotras | hemos | hemos hecho | wij hebben gedaan/gemaakt |
| vosotros/vosotras | habéis | habéis hecho | jullie hebben gedaan/gemaakt |
| ellos, ellas, ustedes | han | han hecho | zij hebben, jullie hebben gedaan/gemaakt |
Haber is hier een hulpwerkwoord (een werkwoord dat samen met een andere werkwoordsvorm een tijd vormt). Zet tussen haber en het deelwoord normaal geen ander woord: Ya lo he visto, niet he lo visto. Korte woorden zoals lo (“het/hem”) staan vóór de vervoegde vorm van haber.
De belangrijkste onregelmatige vormen
| Infinitief | Voltooid deelwoord | Nederlandse kernbetekenis |
|---|---|---|
| hacer | hecho | gedaan, gemaakt |
| escribir | escrito | geschreven |
| ver | visto | gezien |
| decir | dicho | gezegd |
| poner | puesto | gezet, gelegd |
| volver | vuelto | teruggekeerd |
| abrir | abierto | geopend |
| morir | muerto | gestorven |
| romper | roto | gebroken |
Deze vormen zijn niet volledig willekeurig. Een paar herkenbare groepen helpen bij het onthouden:
- vormen op -cho: hacer → hecho, decir → dicho;
- vormen op -sto: ver → visto, poner → puesto;
- vormen op -to: escribir → escrito, volver → vuelto, abrir → abierto, morir → muerto, romper → roto.
Zie dit als geheugensteun, niet als een regel waarmee je zelf nieuwe vormen kunt maken. Vivir wordt gewoon vivido en comer wordt comido.
Het deelwoord verandert niet na haber
In een samengestelde tijd is het deelwoord onveranderlijk. Het krijgt dus geen vrouwelijke of meervoudige uitgang.
- Ana ha escrito una carta.
- Ana y Luis han escrito dos cartas.
- Las estudiantes han escrito mucho.
In alle drie de zinnen blijft het escrito. Een Nederlandse gewoonte kan hier misleiden: in het Nederlands zie je sowieso geen overeenkomst met persoon of getal, maar in het Spaans ken je misschien al bijvoeglijke naamwoorden die wél veranderen. Na haber doe je dat juist niet.
Wanneer het deelwoord wél verandert
Een deelwoord kan ook als bijvoeglijk naamwoord functioneren: het beschrijft dan een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, zaak of begrip). In dat geval past het zich aan geslacht en getal aan.
| Met haber: onveranderlijk | Als beschrijving: overeenkomst |
|---|---|
| He abierto la puerta. — Ik heb de deur geopend. | La puerta está abierta. — De deur is open. |
| Han roto las ventanas. — Ze hebben de ramen gebroken. | Las ventanas están rotas. — De ramen zijn kapot. |
| Hemos escrito las cartas. — We hebben de brieven geschreven. | Las cartas están escritas. — De brieven zijn geschreven. |
De eenvoudige beginnersregel is dus: na haber nooit aanpassen; als beschrijving wel aanpassen.
Voorbeelden in context
| Spaans | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| He hecho los deberes. | Ik heb het huiswerk gemaakt. | hacer → hecho |
| Lucía ha escrito una carta a su abuela. | Lucía heeft een brief aan haar oma geschreven. | escribir → escrito |
| Hemos visto la película esta semana. | We hebben de film deze week gezien. | ver → visto |
| Los testigos han dicho la verdad. | De getuigen hebben de waarheid gezegd. | decir → dicho |
| ¿Dónde has puesto las llaves? | Waar heb je de sleutels neergelegd? | poner → puesto |
| Ya he vuelto del trabajo. | Ik ben al teruggekomen van mijn werk. | Spaans gebruikt hier haber, niet “zijn”. |
| El museo ha abierto una nueva sala. | Het museum heeft een nieuwe zaal geopend. | Werkwoordelijke vorm met haber |
| La tienda está abierta hasta las ocho. | De winkel is open tot acht uur. | Bijvoeglijk: abierta past bij la tienda. |
| Dos plantas han muerto por el frío. | Twee planten zijn door de kou doodgegaan. | morir → muerto |
| Alguien ha roto mi taza. | Iemand heeft mijn mok gebroken. | romper → roto |
| Todavía no hemos hecho la reserva. | We hebben de reservering nog niet gemaakt. | no staat vóór haber. |
| ¿Has visto alguna vez el mar de noche? | Heb je de zee ooit ’s nachts gezien? | Vraag over een ervaring |
| Te lo he dicho muchas veces. | Ik heb het je vaak gezegd. | te lo staat vóór he. |
| Las maletas ya están puestas en el coche. | De koffers zijn al in de auto gezet. | Beschrijvende/passieve vorm: puestas |
Let vooral op volver en morir. Het Nederlands gebruikt in de voltooide tijd vaak zijn: “ik ben teruggekomen”, “de plant is doodgegaan”. Het Spaans vormt de samengestelde tijd van deze werkwoorden toch met haber: he vuelto, ha muerto. Estar gebruik je alleen als je een toestand beschrijft, bijvoorbeeld La puerta está abierta.
Veelgemaakte fouten
Een regelmatige uitgang gebruiken bij een onregelmatig werkwoord
- Fout: He hacido la cena.
- Goed: He hecho la cena.
- Waarom: Hacer heeft de vaste vorm hecho, niet een vorm op -ido.
Het Nederlandse voorvoegsel ge- nabootsen
- Fout: He geescrito un mensaje.
- Goed: He escrito un mensaje.
- Waarom: Spaanse deelwoorden krijgen geen algemeen voorvoegsel zoals Nederlands ge-. Leer escribir → escrito als vast paar.
Het deelwoord na haber laten overeenkomen
- Fout: Ellas han vistas la exposición.
- Goed: Ellas han visto la exposición.
- Waarom: na haber blijft het deelwoord altijd in de vorm op -o, ongeacht wie handelt of wat gezien wordt.
Ser of estar gebruiken als hulpwerkwoord van de voltooide tijd
- Fout: Soy vuelto a casa.
- Goed: He vuelto a casa.
- Waarom: waar het Nederlands soms “zijn” gebruikt, gebruikt de Spaanse samengestelde tijd haber.
Een voornaamwoord tussen haber en het deelwoord zetten
- Fout: He lo visto.
- Goed: Lo he visto.
- Waarom: het voornaamwoord lo staat vóór de vervoegde werkwoordsgroep. He visto blijft bij elkaar.
Werkwoordelijk en beschrijvend gebruik verwarren
- Fout: La puerta está abierto.
- Goed: La puerta está abierta.
- Waarom: na estar beschrijft abierta de deur en past het zich aan la puerta aan. Vergelijk: He abierto la puerta, waar abierto niet verandert.
Gebruiksnotities
Veel van deze deelwoorden komen niet alleen in de pretérito perfecto voor. Ze blijven hetzelfde in andere samengestelde tijden, omdat alleen haber van vorm of tijd verandert: había dicho (“had gezegd”), habrá vuelto (“zal teruggekomen zijn”) en habríamos visto (“zouden hebben gezien”). Wie de negen kernvormen goed kent, profiteert daar dus ook op hogere niveaus van.
Sommige Spaanse voltooide tijden worden niet precies in dezelfde situaties gebruikt als hun Nederlandse tegenhanger. In grote delen van Spanje hoor je vaak Hoy he visto a Marta voor iets dat vandaag gebeurde. In veel gebieden van Latijns-Amerika is Hoy vi a Marta ook heel gewoon. Dat verschil verandert niets aan het deelwoord zelf: wanneer je een samengestelde tijd gebruikt, blijft het visto.
Let ook op de betekenis. Hacer kan zowel “doen” als “maken” betekenen, zodat hecho afhankelijk van de context “gedaan” of “gemaakt” wordt. Poner is vaak “zetten”, “leggen” of “aandoen”, en puesto krijgt dus ook verschillende Nederlandse vertalingen: He puesto el libro aquí en Me he puesto el abrigo.
Verder dan de basis
De volgende details hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later wel tegenkomen.
Samengestelde werkwoorden nemen de vorm vaak over
Veel werkwoorden met een voorvoegsel behouden het onregelmatige deelwoord van het basiswerkwoord:
| Basis | Samengesteld werkwoord | Deelwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| poner → puesto | componer | compuesto | Han compuesto una canción. |
| volver → vuelto | devolver | devuelto | He devuelto el libro. |
| hacer → hecho | deshacer | deshecho | Se ha deshecho el nudo. |
| cubrir → cubierto | descubrir | descubierto | Han descubierto un error. |
| escribir → escrito | describir | descrito | Ha descrito el problema. |
Dit is een sterke tendens, maar geen uitnodiging om blind te gokken. Zo zijn bendecido en maldecido de gewone deelwoorden van bendecir en maldecir, ondanks decir → dicho.
Werkwoorden met twee aanvaarde deelwoorden
Enkele werkwoorden hebben twee correcte vormen. Bij imprimir bestaan imprimido en impreso; bij freír freído en frito; bij proveer proveído en provisto. Beide vormen kunnen in samengestelde tijden voorkomen, al verschillen voorkeur en frequentie per woord en regio: He imprimido el documento en He impreso el documento zijn allebei mogelijk.
Voor een A2-leerder is één veelgebruikte vorm per werkwoord genoeg. Het belangrijkste is dat je een correcte vorm herkent en niet denkt dat de andere automatisch fout is.
Deelwoord als bijvoeglijk naamwoord of in de passieve vorm
Met estar beschrijft een deelwoord meestal het resultaat van een handeling: La ventana está rota (“Het raam is kapot”). Met ser + deelwoord kan het Spaans een passieve zin maken, waarbij de nadruk ligt op de handeling: La ventana fue rota por el ladrón (“Het raam werd door de inbreker gebroken”). Ook daar past het deelwoord zich aan het onderwerp aan: Las ventanas fueron rotas.
Een onderwerp is wie of wat centraal staat in de zin en met het werkwoord overeenkomt. Dit onderscheid wordt later belangrijker. Voor nu volstaat: na haber geen overeenkomst; bij een beschrijvend of passief deelwoord meestal wel.
Oefentips
- Leer drie vormen tegelijk. Noteer hacer — hecho — he hecho in plaats van alleen hecho. Zo oefen je meteen de infinitief (de basisvorm van het werkwoord) én het echte gebruik.
- Maak twee contrasterende zinnen. Schrijf bijvoorbeeld He abierto la ventana naast La ventana está abierta. Daarmee automatiseer je het verschil tussen een samengestelde tijd en een beschrijving.
- Groepeer en herhaal hardop. Oefen eerst hecho, dicho, daarna visto, puesto en vervolgens escrito, vuelto, abierto, muerto, roto. Maak bij elke vorm een korte zin over je eigen dag.
Verwante onderwerpen
- Eerst of tegelijk leren: Pretérito perfecto — legt uit hoe je haber vervoegt en wanneer je deze samengestelde tijd gebruikt.
Vereiste kennis
Pretérito perfecto in het SpaansA2Meer A2-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Participios Irregulares in Spaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Spaans · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen